Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 149 dialectwoorden voor `man`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : handtas (123x) : alleen (89x) : verprutsen (22x) : lawaai maken (24x) : smeerlap (63x) : reis (28x) : beschadigen (27x) : ooit (44x) : kool (61x) : achterste (32x)



50 vertalingen voor het Nederlandse woord `man`

  1. Man = Gozerrr of gast (Rotterdams)
  2. man = pei, pajt (ook voor vader) (tervurens)
  3. man = heer (Amsterdams)
  4. Man = Keel (Spakenburgs)
  5. man = keel (Nunspeets)
  6. man = keêl (Barnevelds)
  7. man = keel (Elspeet)
  8. man = keer'l (Elspeet)
  9. man = kel (Boksmeers)
  10. man = kerl (Winssens)
  11. Man = kerel (Nijmeegs)
  12. man = kerel (Amsterdams)
  13. man = kerel (Bloemendaals)
  14. man = kewhl (Kerkdriels)
  15. man = kirrel (Westerkwartiers)
  16. man = knakker (Veghels)
  17. man = maan (Kerkraads)
  18. man = maan (Mestreechs)
  19. man = main (Westlands)
  20. man = man (smins) (Bilzers)
  21. man = mannemens (Werviks)
  22. man = mannemins (Moes)
  23. man = mannemins (Harelbeeks)
  24. man = mannemins, vint (Kortemarks)
  25. man = manskael (Sittards)
  26. man = manskel (Horster)
  27. man = meens (Tilburgs)
  28. man = méés (Brabants)
  29. man = menneke (Brabants)
  30. man = menneke, vent (Helmonds)
  31. man = mens (Boekels)
  32. man = mens (Eindhovens)
  33. man = miens (Reuvers)
  34. man = mìns (Budels)
  35. man = mins (Nederweerts)
  36. man = taatje (Huizers)
  37. man = teppen (Aalsters)
  38. man = veint (Ouddorps)
  39. man = vent (Steenbergs)
  40. man = vent (Woensels)
  41. man = vent (Zottegems)
  42. man = vent (Gents)
  43. man = vent (Antwerps)
  44. man = vent (Nijmeegs)
  45. man = vent (Lochristis)
  46. man = vent (Booms)
  47. man = vint (Ostêns)
  48. man = vint (Axels)
  49. man = vint (Brugs)
  50. man = kearl (Rijssens)


6 vertalingen voor het dialectwoord `man`

  1. man = maar (Westerwolds)
  2. man = echtgenoot (Bilzers)
  3. man = mand (Opglabbeeks)
  4. man = man (Vijlens)
  5. man = eigenaar (Amsterdams)
  6. man = mijn (Hals)