Erps

Dialecten > Oost-Vlaanderen > Erps

Erps bevat 74 gezegden, 471 woorden en 8 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

74 gezegden

'k heb hoofdpijnkhem ziër o mijne kop
aanstalten makenapprenche mouken
afzienzenne pére zien
amuseer uzwiert er èr isj over
dat had u niet gedachtdadouegijnigepeist
de aardappels zijn gaarde petatten zijn zocht
dit had hij niet verwacht (negatief) è waster va gedaugen
dit had hij niet verwacht (positief) ontroertè ester van auwegeddouen
een erge val makenne post pakken
een groot pak moeilijk te dragennen bawou
een slag geven met de vlakke handa een sjoufelet geven
een zuur gezicht trekkeneen smoel trekken
ergens (iets) tussen proberen wringenfiejolieteren
ergens iets tussenwringenfiejolieteren
fruit stelenei zith ont fruit
geen schulden meer hebbeneffen stauen
geen zaken met hebbengin affaires mi emmen
gegroetge zijt gesalueerd mi de kop van nen drujegen eirink
grote stoelgang hebbende zuem van a gat schijiten
het kan mij niet schelenfoert
het kan mij niet schelent'ken mei ni letten
het was te denken't was te peizen
hij bezit niets meere es gerineweert
hij heeft het gesnapte ent deur
hij heeft het karakter van zijn vaderei eet een orken nor zij vorken
hij heeft het vastei eentjitten of ei eent o zenne rekker
hij is nijdigè es in zen wiek geschoten
hij is uitgepute es pompaf
hij kan er niets van of een leek zijne kender stuiknit af
hinder mij nietgot uit meine weg
hoe is het mogelijkammai men frak
hoe weing het ook isoe letter dat uk es
hoe weinig het ook isoe letter t'uk es
hoepel opbreit a e molleken
hoepel optrekt a een raup uit
iemand die vlug opgejaagd isnen brannigen
iemand in lompen gekleedne klodderhond
iemand op zijn hart trappenimmant tergen
iemand waarmee u niets kunt aanvangennen pallesouet of nen kwistenbiebel
iets voorlezen uit een kinderboekeu vertelchelken vertellen
iets wat gemakkelijk istes mor puitepis
ik ben het beut'es on ouer
ik ben het uit het oog verlorenk' emmer overgekeken
ik ga naar m'n bedik kruip in mijnen nest
ik verdenk hem ervan'k pijs dathij
in de war brengenverwedderen
in een korte tijdsspanneop nen nik en nen tik
in zwijm vallenvanannen sus goan
ja het isjoët
ja hij isjoën
je moet geen onzin vertellenge moet nie zjieëvern
luidop dromenin a broek schijten en alleloelia zingen
men heeft mij iets gelapt' t es hier van kzal au gon hemmen
onder dwang betalenafdokken
pas op of hij bijt umadja of a badja
perplex staangepakt van de gaas
perplex staanvan dand goesch geslegen
perplex staanvan t'hand goes geslagen
plotselingop ne slag en nekieer of in ieènekieèr
plotseling raar doenzijn kwintjen of kuren krijgen
stapelgekzu zot as een drilnoot of een achterdeur
t'is niet waarterrère
tot de volgende keertot noste kiér
u goed amuserena isj overzwieren
u tegen je zin zwijgena sjik afbijten
veel eteneen kosch leggen
vlug lopen of rijdengallet geven, chette geven
voor schut staane stotor te gaupen
waar ben jij geweestwor zeje gij nortoe geweest
wartaal sprekenda weten men klueten uk en tsen gin avekoueten
ze is bevallenzhé ne kleine gekocht
zeer vlugop nen nick en nen tick
zich vermakenin annen aurias zijn
zij is wegzes de pijp uit

471 woorden

A

a.u.b.nem na of hier ze
aalton op kareen beerstik
aanstaangoestéren
aanstaltenapprenche
aardappelspetatten
aarden knikkersintjes (twee intjes was gelijk aan een glazen knikker
af en toemi botten of bei weilen
afgedankt kledingstukklodde
afveegdoekvodde
afzetterafdoenjer
allesweterne weetaul
anjerspluimkes
appelmoesappeltrot
armbandbranchelé

B

bakharinglammeke zoet
bedriegenzjeuren
bedriegerzjeurzak
beenhouwer of slagerbieennaur
begonnenbegost
benauwdbenoulijk
benauwdbenaulijk
bermbeirem
betalenafdokken
bierviltjebierkortjen of onderlegger
bietenbettrouven
bijbieken
bijnabekaust
bijnabekoust
blauwblaut
bochtne courp
bochtkronkel
boodschapperne kommisjoneir
boombuujm
boomschorsbuemschuesje of den bast
bordtalujer
borstelnen buestel
braadpanpenne
bradenbrèjen
broodbelegbijval
buurdiène van hiernèvest

C

contact hebbenalliance emmen

D

dakgootkornish
dantusj
de weg vrijmaken bij het knikkerspel (kuisen) verbales
de zoldert'opperste
dekensozje
denappelsperreklos
denkelijkallicht
denkenpeizen
dikke buikbredden
distelsduistels, destels
doen alsof men slaaptsloapen gelek de muizen in tmeel
dommeriktroeten
domoor, dommerikteppen
domoor, dommerikteuten
doodskistne lichter
door elkaarverdimmeleweert
drempeldelper

E

een bobijn of kloseen tuit
een bocht maken (in de politiek) a krunkelen
een deugeniete vechel
een dom meisjeeen scheuta
een domme jongenne kwistenbiebel
een domme vrouween oenjer
een dutje doena afkappen
een egoistnen emmer
een erg persoonne vrieén kadé
een gekne stommen achterwesch over
een glaasje jenevere kuerteken
een handvoleen ijfel
een harde valeen groulijke pataut
een huisen doenink
een kleinigheideen ijfel scheitkezzekes
een kleinigheideen bagatelle
een klungelaarne sjaggerer
een nietsnute veshel
een omwegnen allom
een onderkruiperne sjagreinigen tip
een strook gras naast de rijwegne geskant
een taseen zjat
een verhoognen estrade
een zuurpruimnen azijnpisser
een zuurpruimne sjagreinigen tip
eendenjer
eenmaalieënnekiër
eensisch
eens doenne kieer doen of isch doen
eens doenne kieer doen
eens luisteren in het geniepisch uirken
eikelnisseniekenissen
eindelijkopdenduur of deurdenduur
emmerouker
engschabaulek
er is ruzietes pic a pic
ergneig
ergvri"t
ergvrieet of neig
evenrezzekes
evenreizzekes
evenres
even de kat uit de boom kijkentroesjelln
even weggaan zonder bestemmingop marode of op den drevel
eventjesreizekes
eventjesrezekes
eventjesrezzekes

F

fiergrosch
fier op zichzelfgrueten eigendunk, of uég in zennen bol emmen
fluimenroghellen

G

gaarzocht
gebruikenbeziggen
gebruikenbeezegen
geduldigverduleg
gehaktgemoalen, gekapt
geheimdoenereigekonkelfoes
geheimzinnig doenkonkelfoezen
gekvan lotje getikt
gekneusde appelne mouteren appel
gekookte hamgezoujen hesp
geld afnemen met een smoesaftrochellen
gelegenheid krijgend'okkozje krijgen
geluksjans
geruit hemdcoboujhemme of karrohemme
geruit hemdcoboujhemme
gevaarlijkschaboulijk
geweven of gedraaide koorde zjieel
gijgui-jer
gij nietnieg
gij nietteréra
gij weljoug
gladsleer
gladslibber
glijbaanafrijzer
glimwormvinkmoue
gloeilampdraujlamp
goudenne gaun
gouden ringne gau ring
grachtgrecht
grimmelenin zijn vuist lachen
groengruun
groententuinde lochting
grote eigendunkueg in zennen bol emmen
gruwelijkgraulijk
gulpspriet

H

haantje de voorstene veurschellegort
hakencrosjéren
halve garenen kwistenbiebel
haperenerretéren
haringèëring
heen & terugom en vedrom
hegekkeken of eksken
helemaalgillegans
herbeginnenariéert of vedrom
herbeginnenherdoensch
herbeginnenerdoensch
het is een leugent'es nie woe-er
het is iets anderst'es ittel
het is niet waar mannentj jong
het is positieftoed uit
het is positieftoeduit
het karakter van zijn vadereen orken nor zei vorken
het moeilijk hebben met iets of iemandzenne pére zien
hieriertig
hiervaneraf
hij is gelukt in het leven (rijkdomijes sjou
Hij is het, Zij is het, Wij zijn het, Julie zijn het zijn het, Gij zijt het, Tesjthij of tesjhem, Tessendzij, Tsemmewuijer, Tseddend guijer, tseddegij,
hoepel opfoert
hooi-of strozolderschelf
hulpje bij kruiwagenvervoereen ankziel
hutsepotoesjepot

I

iedereenelkiejn
iemand die alles geloofdun lurre
iemand die een dikke buik heefthij heeft nen dikken bredden
iemand die weg van huis is en men weet niet waarheenhij is op marode
iemand met hoogheidswaanzineen blès of bleis
iemand slagen geveniemand afrossen of aftuigen
iemand zonder specifieke overtuigingne kazakkendrouer
ietsewa
iets andersiet el
iets beraadslagenkonkelfoezen
iets beraadslagen in het geniepkonkelfoezen
iets betersiet anders he
iets ergens proberen tussen krijgenfiejolieteren
iets in het geniep doenfoefellen
iets te veel vragenontrieven
in gelovengoed opemmen
in het water terechtkomenne poueling vangen
ineenspardoesj
ingewanden (van mens of dier ) proesjen of dijrremen

J

ja maarjommer
ja, ik weljuik
ja, ik.....juik....jauk
jammerlijkspijtig
jaweljoewet
jeukuksel
JezusJeezeken

K

kaalkopblasjkop
kaarskeies
kalfmutten
kapot makenmismieesteren
kattapultmik
kelderkeljer
ken ik Ukennekika
kerelkadé
kersenkezzen
kikkerpuit
kikkerdrilpuitegerek
kinderenkinjern
kinderwagenkinjerkoesj
kipoenjer
kipoenjer of kieken
kladschriftnen broellong
kleine vertellingverossjelken
kleiner dan normaale venepelinksken
klimmenklefferen
knikkermeirbol
koffiekletskafféeklasj
kokenzoujen
koninkje (vogel) keuteken
koordkuujre
koppigkoppierig
koproltuimelparuis
koproltuimelperruis
kotteletkabernij
kreukenverfrommellen
kruisbeseen stekelbees
kruiwagenkerrewoagen
kurenkwintjen
kusbees
kwikstaart (vogel) peierewipper
kwikstaartjepeijerewipper

L

laadschopne sjoufel
lange uitwerpselen (vb mens) kakkedeutel
leeghoofd - groot hoofdflokhout
leibandlisj
leibandkordi'el
licht achterlijk meisjeeen sjeuta
licht achterlijke jongennen half gebakkenen
lieveheersbeestjelivevraabistjen
lompen (afgedankte kleding) klodden
lonk hokje voor duivenne lonker
lucifersstekskes
luistereneurken
luisterenuirken

M

mademoeë
manmoun
maskermoemelbakkesch
medeplichtegentrawanten
medeplichtigetrawant
meikevermoljer, nen bakker, e keuningske
menselijk uitwerpselne kakkadeutel
merelmeijerlo, meejrloan
messen & scharenslijperne scheierlasliep
miermuur
mij hinderenin mijnen licht stouen
mijn neefmijne kozzen
mirabellenmerbeloanen
moddermoor
moedcorrozje
moestrot
moestuinlogting
mugmoonch
muggezifterne pezewever

N

na elkaarintroot
naaigarentwijn
naaigarentwijngoueren
naaldnolje
nadenkendibben
namaak of nepkammelot
namis (kerk) ' t noagetij
navelnougelbuik
neen ik nietnieenuik, niejk
nekvelschabbernak
nergensnieverst
neteltingel
netelstingelingen
neusverkoudheidt'snot of een valling
niet aan u besteedtèrèra
niet in zijn normale doen zijnhij lupt foeshel of kattepierig
nietsstuik nit
nochtanspertank
nodigvandoen
nunau
nu danterréra
nu directnau sebiet

O

oensoepkieken
omametj of mètjen
oneerbiedige taalgledderigge touel
onlangsovertijd
onstabielkaduk
ontkurken (fles wijn) aftrekken
onzekerkadukkelek
ooitvazeleven
op één rijién achterién
opapetj of pètjen
opeensin ienekieer
opeens gek doenkwintjen krijgen
opgewonden zijnkattepierig luépen
opkruipen (een boom) klefferen
opneemdoekvodde
opnieuwalleiert
opnieuwerremet
opnieuwvaneir, op e vès
opnnieuw of terugvedrom
opschepperparettemouker
overdraagzaam of besmettelijkbetroupelek
overgevenspaugen

P

papau, patj
paarde pèerd
paardenbloempisbloem
pantoffelslasj
pas of hij bijt umadja of a badja
pastoorde paster
paternoster biddenne vedrons lezen
peperkoekpompkoek
perzikeen pesj
pierteierlink
pijnzjier
plafondblafong
plassensjieken zjiêken
plasser of piemelne pisjeloe
pleisterne plekker
plots vallenslaggelings omveirvallen
plotselingpardoesch
plotselingop ne slag en ne kiér
pookkoterauk
pratenklappen
prikkeldraadpinnekesdroad
pruikparuk
prutserdesterrer
prutserdesjtereir

R

raaproup
regenwormteiërling
regenwormteirling
rolluikafrolder
rolluiknen afrolder
rommelfiekfak
ronde uitwerpselen (vb konijn of paard) keutels
roodruèd
roodruuet
ruziepic a pic

S

scakelaarnen intrupteur
schaamrood krijgenei es genezineert
schommelbeiz
schortvusschut
scrotumiekenissen
shommelbijs
sintelsschramoelje
slasaloë
slabbersjieverlap
slabbetjene zjieëverlap
slecht biermerrezjeek
snel lopenpellong geven
snoepsmokkel
soepkomsoeptrine
somstoes en ten
soms eensmi botten
spaderechte ship of spoue
spekgeregeld
spiegeleipeirenujeg
spiekenafkijken
spinaziespinozje
spleetgerre
spoedapprenche
spraakvaardig zijnnen echten tettereir
spreeuwspri
standaard om pikken en zeisen te kloppennouegetij
standaert om pikken en zeisen te kloppennouegetij
steeds weerslag om slinger
stekelbaarsstekelbabbeke
sterk menskastaar
stijfselaumeldonk, ommeldonk, ammeldonk
stoelgangscheiterij
stomkoptroeten
stootkartreemkerre
straatlopernen drevelair
straksfleus
sufmouter

T

t groen van de paardebloemmeissaloewe
t'is erg of t'is gruwelijktes graulek of tes vriëd
tantetantj
te kort doenontrieven
te weinigte letter
tegen wringentegenspettelen
televisietelevies
terugvedrom
terugverdrom
terug hetzelfde doenherdoensch of vedrom
teugel of verbindingskoordeen lisch
teveel werkena afrossen
tijdensbinsjt
tinnen bekereen kroes
toespijsbijval
trappenterren
trekgoesting
trekgoeste
trek of zin hebbengoesting emmen
trottoirden bijgank
truivareus
tuimelperttuimelpareus of tuimelpert
tussenkamernen achterlijs
twijgjepesjeken

U

u best doena devueren doen
U erg inhoudenop a sjiek bijten
uit aarde gebakken knikkers knikkersintjes (twee intjes was gelijk aan een glazen knikker)
uitgerafelduitgevesjeld
uitgevenopdoen
uitrafellen van vezelkoorduitvezjelen
uw eigen foutwel bestet

V

vadervoeër
vallennen totter pakken
valse handelkaarne charletang
valsspelerne jeursjak
vanop de tip van de schoen knikkeren om zo een opstakel te vermijdenverbobzets
varkene vèrken
veldslamuizenurkes
vele malenadikkes
vergietstermijn
verhaaltjeverossjelken
verkeergerèdsjel
verkeerdmispatat
veronderstelt nupak na
vlaaienvloën
vleugel van een vogelne vleurink of zwing
vliegensvlugop nen ik en nen tik
vlinderpemel
vloeipapierne kladder
voetpadbijgank
voorbijlopenpasseren
Vorkfringket
vorkverket
vuilaartklodderhont

W

waaromworveur
wablieftwadde
warboelannekestnest
warboelannekes nest
wartaal sprekendesterren
wat heeft hij gezegdwaseithe
waterwoëter
waterafloop van t veld naar grachtzepp, volleken
watergreppelde zep of de goot
waterketelne muër
wctvertrek
weidemeis
wenenschrieeven
werkgeriefallauem
wespfluitenier
wielewaalwieawou
wijwui-jer
wijnigletter
winterkoninkjekeuteken
witte en rode bessentroepelbezen
wollen dekensozje, sorjze
wormrissom
worstsisjisj sosjisj
worstenchichichen

Z

zaaienzouen
zaaien of kokenzouen of zoujen
zakdoekneusdoek
zandschoptroefel
zeker en vastvaneigest
zeker en vastvanneigest
zeker vanvaneigest
zie nu eenskekkisjna
zijzui-jer
zomaarop de wiljen boef
zot iemandkwibus of kwistenbiebel
zwaluwzwollem
zwartzwert
zwarte pensenzwèrte trippen
zwarte stinkende brij onder in een grachtguu-er
zwoertzweuche, zwozje

8 opmerkingen

  1. He é e stik in zenne jilé:
    Hij is dronken
  2. a een sjoufelet geven komt van -Een slag geven met het vlakke van een zwaard- zie zwaard:sjoufel
  3. de dagen van de week;
    de monjdag, den dijsendag, de goenstag, den donderdag, de vrijdag, de zoeweterdag, de zondag
  4. de lange reuet, verdwenen vlasrootvijver in de putstraat in Erpe
  5. de persoonlijke naamwoorden? aan te vullen a.u.b.
    ik : ikke
    gij : gei
    hij : ei
    wij ; weujer
    julie:euer
    gij allen:geujer
    zij allen:zeujer



    b v ; geujer & weujer ze familje van euer (=gij (allen) en wij zijn familie van jullie)
  6. het woord aumeldonk komt van het franse woord amidon (zetmeel -stijfsel)
  7. kammesput.

    vijver in de Krevelhoek
  8. moemelbakkesch komt van mom bakkes dus u voordoen onder het mom van