Winssens

Dialecten > Gelderland > Winssens

Winssens bevat 1 gezegden, 180 woorden en 0 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

1 gezegden

binnen doorschoeks toe

180 woorden

A

aaloal
aardappelpieper
aardappelenerpel
aardappelschilerpeschel
ademenoijemen
alleenallenig
armerm

B

baby (klein hoopje mens) klein hupke mins
bakjebekske
beetjebietje
bietenpeeën
bijna geenbekant gin
bleekwaterbleikwoater
blekenbleiken
bloempjebluumpke
bloesbazzeroen
boerenkoolboeremoes
boerenkoolboerremoes
bonenbonnen
boomgaardbongerd
boompjebumke
boterbotter
boterhambôtteram
boxlooprek
broekboks
broekjebukske
brommenknôien
bunzingulling

D

daaromdurrum
dag (groet) hauwje
delendeilen
deukduts
deur staat opendeur stit los
dinsdagdeinsdag
dopjedupke
dorpdurrup
drempeldurpel
droogdreug

E

eventjesefkus, ekkus

G

gaangoan
gaatgit
geloofgeleuf
gelovengeleuven
gepluktgeplokken
geweestgewest
geweestgewist
gisterengiester
gootsteen afvoergutgat
graaggaen
graagger
groentegruunte
grotergrôtter

H

haanhoan
hard roepenbulleken
haringherring
harkgriesel
harkengrieselen
harkengriesselen
hij geefthij gift
hij slaathij slit
horenheuren
houten paalpost
huisjehûwske
huismushuiskrets

I

ik slaik sloi

J

jaarjoar
jarigjôrrig
jijgij
jongetjejungske

K

kalfjekaelfke, mûk
kijkenkieken
kindkeind
kinderenkeinder
kindjekiendje
kipkiep
klaarkloar
klaverklever
klaverbloempjekleverbluumke
klokjeklûkske
klompjeklumpke
knolletjeknûlleke
knuffelenhaffelen
koekjekuukske
kokhalzenkulleken
konijnknijn
kopjekumke
korfkurruf
kraaikraei (krei)
kraankroan
krentkrint

L

ladelôôj

M

maandmônd
maandagmôndag
maandagnoandag
maartmert
mager kindunne pierik
mankerl
mandben
marktmert
meisjemeske
merelmerrel
moemuuj
moetenmôtten
mogenmeugen
morgenmerregen
muismûws

N

nieuwjaarnij-joar
nieuwsnijs

O

Ondeugend kindSchupert
onkruidbocht
onnozel iemandduppert
onzinteutel
onzinwauwel

P

paardperd
palingpoaling
pantoffelpantoeffel
personenautoluxe wagen
Persoon die niets lustTettert
pissebedkelderzeug
plaatjeplôtje
plaatsplats
plaatsjepletske
plakkenplêkken
politiepliesie
prijporre
proevenpruuven

R

racefietswielrenner
rode koolrooie kôl

S

schaapschoap
schepschop
schooierschoier
schoonschôn
schopschoep
schopschup
schortscholk
schoteltjeschuttelke
schouderschouwer
schreeuwenschriiken
schroefjeschruufke
schuwschouw
slootkantslôtskaent
smerigsmerrig
sneeuwsnûw
spaspoi
spaspoj
spaak (v.e. wiel) speek
speekselspierts
spelenspeulen
spreeuwsprouw
spugenspiertsen
stoepjestuupke
stoffer en blikblek en stofverken
straatstroat
straatjestrûtje

T

tafeltoffel
Theedoekjuinpepkes

U

uienjuinen
uiensiebels

V

vaakduk
vaatdoekschottelslet
varkenkeuje
varkenshokkeujeshok
veelveul, 'n kwak
vegerstofverken
vergietdurslag
vleesvleis
vorkvurk

W

weet jijwitte gij
wij slaanwij sloan
wonenwônne

Z

zaterdagzoaterdag
zeurpietmaauwzak
zeverenzijveren
zichzelfz'n eigen
zoetzuut
zomenzeumen
zomerzommer
zoomzeum
zorgzurg
zuurzoer