Opheusdens

Dialecten > Gelderland > Opheusdens

Opheusdens bevat 0 gezegden, 167 woorden en 0 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

167 woorden

A

aanaon
aardappelsjerpels
aardappelserrepels
andijvieandivie

B

beetjebietje
benbin
bensei
binnenste buitenkrangs
blauwblaauw
boekjebuukske
bokkingbukkum
bomenbumkes
boombumke
boompjebumke
borreltjebôlje
broekboks
broekjebukske
broertjebrurukke
bromfietsbrommert

D

daardaor
dat zei jijda zedde gij
delendeilen
deukduts
dikwijlsduk
dinsdagdeinsdag
directdrek
DodewaardDôjewérd
doekjeduukske
doordeur
doosjeduske
dorpdarup
draaiendreie
drogendreugen
droogdreug
duwendouwe

G

gaangaon
gaatgaot
geloofgeleuf
gemaaktgemaokt
gemaaktgemakt
gisterengiesteren
graaggjern
groeiengreujen
groengruun

H

haanhaon
halenhaolen
harkrijf
hewoh
hebhedde
helemaalhimmaol
herfsthaarfs
hetzelfdeheteigeste
hoopjehupke
horenheuren
huisjehuske
hunhullie

I

in de gaten houdenspellukke

J

jaarjaor
jijgij
jongetjejungske

K

kerelkjel
kerkkjerk
kerkkarruk
kijkkek
kindkeind
kinderenkeinder
kinderenblagen
kipkiep
kippenkiepen
klokhuis (appel) kreus
knoopknup
koeienbisten
koekjekuukske
konijnknijn
konijnenknijnen
kraankroan
krieltjesbraaiertjes
kruisbesstekbes

L

laarzenleerze
laatlaot
laatsteletste
ladelaai
lantaarnpaallantearnpaol

M

maandagmondag
machinemasjien
ManKjél
meisjedjenje
mensmins
mensenminse
moet jemotte gij
mooimoj
mooismojs
morgenmerge
morgenmarugge
mugknoas

N

nieuwnij
nieuwenije

O

ogendoppe
onkruidboch
onnozelonneuzel
openlos
OpheusdenHeuze
orgelspelenurgelspeule

P

paardpjért
plakjeplekske
politiepliesie
pratenwawullen
precieskrek

R

raar persoonroare vrétert
roderooie

S

samensame
schaapschoap
schaarscheer
schapenschaope
schopschup
slaslaoj
snoeiensneujen
snoeiensneuije
specibonenkruipers
speenluts
spelenspeule
spittenspoaje
staartstert
sterrenstjernen
stiekemerdsneikert
stoeltjestuleke
stoffer (zonder blik) stofvaarikke
stokjestûkske
straatstraot
strakssummedeen
struikenbosjes

T

taaltaol
tafeltaofel
taktek
tomatentomaoten

U

uieneuie

V

vakerdukker
varkenkeuje
varkenskeujes
veelveul
vent (je) vaotje
verder wegwijer weg
verderopdaorgunter
verfenvaarven
verkeerd omdragenkrangs
vindenveinde
vinderveinder
vishengelvisgar
vleesvleis
vlindervleinder
voorveur
vooralvural
vorkvurk
vrouwenvroallie
vuil / viesonnut

W

waarwoar
warmwerm
wat zegt uwablief
weetwit
weet ik nietwiknie
werkenwaareke
wezenwieze
winterweinter

Z

zal ik jezak oe
zeidenzeje
zijzullie
zulkezukke