Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 42 dialectwoorden voor `gebruiken`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : duwen (113x) : vingers (44x) : zat zijn (36x) : smerig (44x) : Trouwen (34x) : big (81x) : Stroop (59x) : viool (22x) : dronken (228x) : verdorie (47x)



46 vertalingen voor het Nederlandse woord `gebruiken`

  1. gebruiken = gebrieke (Opglabbeeks)
  2. gebruiken = gebreike: gebreik, gebreiks, gebreikt; gebreikde; gebreikt (Genker)
  3. gebruiken = bruken (Gronings)
  4. gebruiken = bruken / broeken (Gronings)
  5. gebruiken = bruuk'n (Westerkwartiers)
  6. gebruiken = gebroèke (Venloos)
  7. gebruiken = gebroeke (Sittards)
  8. gebruiken = gebruike (Westfries)
  9. gebruiken = gebruke (Mestreechs)
  10. gebruiken = gebruken (Kampers)
  11. gebruiken = gebruuke (Ouddorps)
  12. gebruiken = gebrúuke (Budels)
  13. gebruiken = beezn (Lauws)
  14. gebruiken = bezigen (Moes)
  15. gebruiken = gebroêken (Sevenums)
  16. gebruiken = hebrukn (Zeeuws)
  17. gebruiken = gebruuke, gebruuken, gebruukun (Lunters)
  18. gebruiken = broeche (Simpelveld)
  19. gebruiken = bruke (Leewarders)
  20. gebruiken = beezegen (Erps)
  21. gebruiken = beziggen (Erps)
  22. gebruiken = bezen (Sint-Niklaas)
  23. gebruiken = verbrassen (Bloemendaals)
  24. gebruiken = bruuke (Diems)
  25. gebruiken = bezegen (Dendermonds)
  26. gebruiken = beizegen (Ronsisch)
  27. gebruiken = bezig' n (Kortrijks)
  28. gebruiken = brûke (Fries)
  29. gebruiken = bezegen (Moorsel)
  30. gebruiken = gebroeke (Kinroois)
  31. gebruiken = bezen (Bevers)
  32. gebruiken = gebrèùke, gebrööke (Tilburgs)
  33. gebruiken = bezigen (Hams)
  34. gebruiken = bezegen (Lebbeeks)
  35. gebruiken = gebroéke (nijswillers)
  36. Gebruiken = Gebruken (Hoogeveens)
  37. Gebruiken = Gebruuk'n (Hierdens)
  38. gebruiken = beezen (Bevers)
  39. gebruiken = bézigen (Kaprijks)
  40. gebruiken = bezen (Vels)
  41. Gebruiken = Aanwenden (Archaïsch)
  42. gebruiken = bezign (Bambrugs)
  43. gebruiken = bruike (Bollenstreeks)
  44. gebruiken = gebruken (Aaltens)
  45. gebruiken = gebruke (Barghs)
  46. gebruiken = gebroeke (ww) gebroekdje - gebroektj (Heitsers)