Evergems

Dialecten > Oost-Vlaanderen > Evergems

Evergems bevat 109 gezegden, 1059 woorden en 1 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

109 gezegden

Aan één lijn trekken, samenwerkenAn iën zeel sleur'n
Als je niet schuldig bent, moet je je niet schuldig voelenDie niet bespot es, moe nie niezen.
begrepen, ik herhaal het geen tweemaalhedt verstoan, k'zegget geen twie kier zulle
Beter iets klein dan helemaal niets.’t Es beedre ien luis in de panne dan gien vet!
daar komen problemen vanstraks est schreemmuile kirmesse
Dat is niet erg, er zijn veel moeilijker op te lossen problemen.’t Is amal da niet, ’t es da kind zonder huefd da langs zijn poepken pap moe eedn.
Dat kan geen kwaad.Da mesan nie. / Gieën mesant!
De appel valt niet ver van de boomEe ee't van gieën 'ond g'ïrfd
de clown uithangenden oap uitaonge
De draak met iemand steken, smalenGrèten
de hof schoffellen vandaagkmoee nog wie' n vandoage
De kat zit in de horloge. Er is ruzie in het huishouden.De kadde zit in dorloge.
De pannen van het dak vrijen.Vryn dat thoaar deur zijn mutse komt.
de pastoor is daar, stil zijnden pastre es doar, stille zijn
de trein is er, voorzichtigden tren es doare, pastop
Die dame heeft een omvangrijke boezem.Olala, doar es veel volk in de stoase.
Die hartenvreter heb ik duidelijk gemaakt dat het definitief uit is. ‘t Gat van den temmerman = de deur!Dien hertefreiter eik ’t gat van den temmerman getuend!
Die het minst verdient, wil steeds het schoonste en beste deel.De vuilste verkens wil’n altijd ’t schuuënste strüét.
die zitstekke, tieke, 't es maës
doe je kousen goedd aanget eu kessens verkeerd an
Doen alsof zijn neus bloedtVan krom'n n'oase gebaren
Doen alsof zijn neus bloedtVan kromme n' oaze gebaar' n
Door het oog van de naald kruipenne wurme uit oa gat trekkng
Duchtig staan liegenLiën dat de lucht uitgaat.
Dwaas doenDen uil uithaen
Een flater begaanEen kemel schieten
Een ommetoer makenlangs de veene rond gaan
Een onmogelijke opdracht of betrachting.Mee uw kluedn noar de moane sloan.
Een stuk in zijn kraag'n Stuk in zijnen zjiléé (ook kluten)
Een voorzetgevel maakt van een oud huis geen nieuwbouw.n ou wijf mee nieuw kleeren blijft een ou wijf.
Een waterige wind (scheet) lateneen weekmeere mee 'n teste zop
eerst drukken, daarna bakkenkakken goa veur bakken
er is en spaak uit het wiel va mijn fietstes een speeke uit 't wiel van mij'n velo
er zitten gaten in haar kousen't zijn goaten in heur kesses
eten, boterhammen met boterte t' eten, stutten mee boatre of magriene
Ge krijgt niksGe kunt op de krebbe bijt’n.
ge kunt gaange keunt den pot op
Geen rooie duit hebben.Giën rottn bal ein.
geen vuur zonder rookwoar da ro'k es, est er vier
gezond spelend kindha zoan rufte
heb je rauwe eierenè rèè èèèrs
het blijft niet durenschoane lietjes dur'n nie lange
Het bruin bakkenden ' ird uitschijdn
het is een hard zadelazoan een harte zoale
het is kermis in Evergemtes kirmesse op Evergem
het is stil als er niets te horen istes stille oast nie woit
Het onmogelijke proberenMee oa kluedn noar de moane sloan
Het regent pijpestelenTreënt molljong' ns
Het regent terwijl de zon schijnt't Es kirmess' in d' elle
het stuur van fiets staat te hoogmijen gidon van mijen velo stoat toage
Het zal een late avond worden' t Sal nen lembeeksen word' n
Hij denkt dat hij het middelpunt van de wereld is.Deur de veure van zijn gat lopen.
hij heeft drie zonenij ee 3 knegjonz
Hij heeft een gezicht met sproeten.Den dieën ee zeekre in nun peirdestront gebloazen, zijn totte stoa vol mee sproet' n.
hij heeft geen bezitij ee geene noagle om an zijn gat te krabb'n
Hij heeft overmatig gedronkené es goe zochte
Hij heeft te diep in het glas gekeken.é es goe zochte
hij is doodmoezijn kisse es uit
Hij is veel vermagerd omdat hij een nieuwe vriendin heeft en hij veel gaat vrijen.E zit weer op meulners.
Hij is zwaar beledigdE is getoakt tottop zijn bloaze.
Hij kan er een puntje aan zuigen.E kan zijn ol opslueven.
Hij maakt zich vlug kwaad.Zijn stront zit dichte teen zijn herte.
Hij moet alles tot in de détails weten.Tsop uit oa ol vroan.
hij prikt het papier van 't grashij loapt doarmee n' slekkentrekre in 't ges
Hij zal van goeden huize moeten zijn om die vrouw aan haar trekken te laten komen.Hé zal moetn toe zijn om azuen schure uit de dessen.
Iemand die zeer veel gedronken heefté es goe zochte
iemand van repliek dieneniemand zijn muile vuln
iets doen wat niet magnevenst zijn schoe' n loapen
iets vertellen wat niet magde klokk'n luien
Ik ben het hartstikke beu' t Es maij verliët
Ik dwarste de straat, viel en kwetste mijn aangezicht.k Stakke noes ' t stroate overre, ' k zetteggen mei nen perlevee ein ' k schonde huul mijn fasadde.
ik ga vissen in de vijver'k goa goan viss'n in de vijvre
ik moet naar de kerk deze namiddag'k moe noar de vespers goan vandoage
ik moet straf schrijvenkmoe weeral straffe schrijv'n
ik stop ermeege keunt mij'n zak opbloazen
ik trap in een kippenstront'k terte toch wel in n'n kiekenstront
is dit voor jou goedest goe voar ou
je correct aankledendoe eu schorte goe an
Lijkbleek zienBleuzn lijk 't zop van een roabe
mijn auto is kapotmij'n otto is noar de knobben
Mijn erfenis zal niet in de mate zijn dat ze kunnen feesten en brassen met alle gevolgen vandien…Mé mijn geld goan ze geen putjes zeeken.
mijn trapper is stukmij' n pittal es afgebroaken
mijn zadel staat te hoogmijn zoalle stoat ' tho' ge
Opgedaan zonder smaak.Opgetuttert gelijk nen raan adzun.
opgepast een spinpast op van die kobbe
Overmatig eten en drinken.Vloan eten totda au gat mee ë teute stoat
pas op kauwgom op het voetpadpas op van die siekke doar op den trottor
PekzwartZue zwart of muerkes kluedn
Samen zijn we sterkDe macht van ' t folk doet den osse kibbm (= bevallen)
Samenwerken loontDe macht van ' t volk doe nen osse kipn (kippen) .
Snikheet'iët dan de kroaën goabm
Soort zelfrelativerende bevestiging – ‘bedankt, ik ben gezet, ik heb wat ik wou en ik ben tevreden.Gezet zijn gelijk n’een puij op n’een wee’link.
stop ermee't zal scheen zeekre
Van de regen in de dropvan de kloavers in de bie-zn
vandaag verkoop op het dorp bij Charlestes vandoage venditie op ' t durp bij Choarle
veeg zijn poep afkuist zijn ol moar af
voor mij hoofdvleesvoar mij 'n schelle hoofflakke
voor uw daden instaanop de bloazen zitten
waar zijn mijn pantofels, ze zijn verssletenwoar zijn mijn sletsen, ze zijn verre versle'ten
we gaan eens veel etenme gaume ons nen buik zetten
Ze hebben mij goed liggen gehadSen in mijn roap'n gescheet'n
ze hebben mij liggenk'et zitten
Ze staat op trouwenSes van ’t gemeentenhuis gedonderd.
Zeer diep beledigd zijn.Getoakt zijn tot op ou bloaze.
Zeer gierig zijn.Zijn stront ziften voor ’t gruis.
Zeer lang slapenSloap’n totda de zonne in ou gat schijnt.
Zieke mensen leven vaak langUn kriebmde kèrre rèj vèrre
zijn neus loopthazeun snottekisse da doar hangt
zo een groot hoofd heb ik nog niet gezienazoan raobe ek no nie gezien

1059 woorden

A

aambeien hebbentspeen
aanan
aangenaamgeestig
aanhangwagenremorque
aankomst, eindmeetarrivee
aanpakken, terugpakkene pére stoven
aanporrenkretten
aanrakentouken
aanstekerallumeur
aardappelenaeraples
aardbeienerebezen
aardeeerde
aarden knikkertsjuuk
aardigdink
accordeontrekzak
acht (telwoord) achte
achterwerk, gatol
activiteitdoeniië
afbetalenafkorten
afblijven, hoor!afblijven, zulle!
afdingen, afpingelenafpietsen
afgedekte hoop maïsput
afgeleverdbiiëngebrocht
aflikkenaflekk'n
afruimenafhelln
afruimenafelln
afstandsbediening't baksken
agentfliek
ajuinadzun
al zijn levenalzeleven
alcoholalkol
alembiek, katoenen koffiezakalewiekzak - allewiekzak-allebiekzak
allemaalamoal
als ikoske
als ikake
altijd welkomals ge wild éé
amandelgebakfransjipan
AmerikaanAmerikoander
antivriesantigel
appel, appelsabbel / abbows
appelaarappeleer
arbeid stoppen en vertrekkenschuppe afkuis'n
artsdokteur
autootto
auto'sottots
autobusbuus
avondoavend

B

baalballo
baardboard
baasboas
babbelkousbabbelesse
balkbadder
balpenstielo - biero
bangschauj
bastaardhondstratier
batterijpiele
bazige echtgenotesjampetter
bazige vrouwzjandarm
bedbedde
bedevaarderbéévoarder
bedevaart doenbééwegen
bedisselenkonkelfoesen
beeldje (porselein) postuurkun
beerkuipoalkerdeel
begonnenbegost
begrafenisbegraving
behangenbejang'n
behanglijmpap
behangpapierbejangpapier
behoorlijk, erg, aanzienlijkfameus
bekaf, uitgeputpompaf
bekijken, onderzoekenbezien
bekvechten'errebekken
bentzijt
beschaamd persoon'n tjezeken
besmettelijk, overdraagbaarbetrapelijk
besteschuuënste
beste vriend (aanspreking) lulukaord
betalerbetoalder
beterschap (na ziekte) beterijnge
betuttelenbetsijbelen – betjibbeld
bevallen (dier) kibb'n
bevallen; is zij bevalleningezeden, hé ze ingezeden
bewustgoetsemoets
BHsoutjein
BHloezegriel / loezekaba
BH en slip bijeenpassendkombineeke
BH voor grote omvangloezegriel
biefstukbuufstek
bieten (dierenvoeding) beeten
bigvig
bij
bijkeukentschottelhuis, tschottelkot
bijna'oast / verre
bijrijderconvoijuir
binnenbiiën
binnenband fietstube
binnenvallentoestuik' n
bioscoopsinema
bipspoep
bipsjepoepken
bisschopbiëskop
bits antwoord gevenne scheven geev'n
bits antwoord krijgenne scheven krijg'n
blaarblein
blaasbloaze
blaaskaakbloaze
blazenbloazen
bleekwaterodezjavel
bleekwatergéswoadre
Bliksemen, onweerEmmelluchten
bloemblomme
bloempotkasjpo
blondekopwitten
bloot, naakt lichaamflikker, in zeine flikker, bloet, naaks
bluf, snoeverijstoef
bocht van de wegdroai
boekentaskarnasére
boekentaskannesiére
boekentaskanazeire
bolleboos, uitblinkerkadet
bollen (bolspel) boll' n
bolspel, (café met) bolbaanbolling
bonenstaaksmedderpïrse
boodschappenkommiskes
boodschappentaskaba netzak
boodschappentasn' n redikuul of kabba
boom of struik met sappige kleine pruimen of mirabellenmiezelaën
boomstronkknurre
boontjebeuntje
borstloeze
boterhamstuude
braadpanplatiene
braadpanpanne
braaf kinddéézeken
braaf manneken'n djoel
braaf, zacht kindleverscheetsen
braken, overgevenspouwen
breiwerkbrei
brievenbestellerfacteur
brievenbusboite
brievenbusbwatte
brijdefel
brilvelo, brèl, brèwl
brillendoos, brillenetuibrilkasse
bronchitisbronsjiet (e)
bronstig (dier) tuchtig
bruis, prikspiët
bubbeltjes, bellekes, prikbubbelkes
buikloopafgank
buikspek (gerookt) klopperleer
buitenbuidn
bumperbarsjok
bundelboanink
busbuus
buur, buurman, buurvrouwgebuur
buurt, omgevinggebuurte

C

cabrioletdekapotabel
cafestamene
cementvloerchape
chocolademelksjokoomalk
chocoladepastasjokoo
chrislijketjeef
chroomwerkchroméé
colakokka
complexgekomplikeert
computerkompoeter
conditie, goede vorm, in ...form, in ...
condoomkapoot
contactpuntenviesplatinees
criminelenie te guel zuivere

D

dadelkadestere
dag (groet) daa-ach
dakgootkornisse
dampdoom
dampendomen
dan, toentongs
datda
Dat is verdiend, eigen schuld!'t Es wel besteekt!
Dat kan ik niet betalenMijnen bruinen kan da nie trekk'n
dede (n)
de zolder't ipperste
decaandéék'n
dekensoarze
dekensoarse
deklaag, slijtlaagchape
dekselscheel
dekzeil, grondzeilbasje
dennenaaldenvunnen
deugenieterijsmeirlabberei
deurlijstchambran
dichtploegentoerijen
dichtschroeventoevijs' n
dier in arbeidt' es in gang
dikdoener, poehamakerdikkenekke
dinsdagdeisndag
diplomadieplom
doelgolle
doelman, doelwachterkééper
dolen, rondzwerventjolen
dom meisjetuide / kalle
domoorkalf, ezel
doodduud
doodwerkenkrevéren
doordeur
doordatmeedat
doornat van de regenverkoarpeld
doornat van de regenzjiëke-nat
doorslagpapierkalkeerpapier
dorpdurp
dorpsplein met bomen en begraasddries
dorstdust
douanierkommiez
douaniershuisjekommiezenkot
draagbaarbrankaar
draagtaskaba
drempelzulle
drie (telwoord) drij
drieduizenddrijduust
drinkbuspulle
drinkbus (met drop in om schuimke te trekken) koleissepulle (-stok)
droogtrommeldruugkasse
droogtrommeldroogkast
druk op waterleidingspiët
druktekatsesommegank
druppel jeneverdreupele
DuitserDuits
duivelduvel
duiven van minderwaardig ras, die niet uitvliegenpanneschijders
duivenliefhebberduivemelker
duizendduust
durfdedierf
dwaasdwoazekluut
dwaasdwoas
dwalendzjollen
dwarsligger (spoorweg) bilde

E

eczeemekzema
EekloEkluu
een (lidwoord) (n) un
een (telwoord) ien
een baal stronen boanink struut
een emmernen iemmere
eend (je) goele (ke)
éénjarig kalfveirze

E

eerlijkeiërlijkng
egelstek'lverk'n
eigenaarèèënir
eigenaardigoardig
eikeek
eksteroukster
elastiekjerekker
elektriciteitsnok
elektrische schoksnok
elf (telwoord) elve
elkaarmallekander
er het zwijgen toe doenoaën bek in oa pluimm ààën
ergensievers
ernstig persoonsarreute
ervandoor gaanervanonder trekken
erwtirwete
estafetteaflossingskoers
eurobawlln
euro'seurots
eventjes; wacht eventjesbeetje; wacht e beetje
extrabovnuilla
ezel gecastreerdvent

F

familiefamielde
fietsvelo
flater, bok, blunderkemel
flesflasse
fluisterenvezel' n
fluitenschuifel' n
fopspeenteute
foto-apparaatfotto-appareiï
foto'sfottots
fotograferenportret trek'n
fototoestelportrettentrekker
frietkraam, friettentfrietkot
frituurpanfrietpot, frietketel
futpoer

G

gaan slapenslaopel
gaarzochte
gapen, geeuwengoabm
garagehoudergarazjist
garnaal, garnalengeirnoart, geirnoarts
gasgaaze
gasmetergaazecontuir
gasvuurgoazevier
gatgoat
gedelegeerdedélégéé
geengiën
geen fooi krijgenoaën pree mee oa ellebòën keuën oproabm
gegeten (van eten) geten
geheidlakiet
geksot
gek / zot, eenne knippere
gekastreerd mannelijk varkenboard
gekastreerd vrouwelijk varkengelte
gekkenhuistsottekot
gekliefd (hout) gekloov'n
gelaatfasadde
gelaattotte
gelatinelodderdezeau
geldgèwld
geld, centenkluit
geluidgerucht
geluk, bof, mazzelschance
geraakt wordentoaken
gereedschapalaam
gereedschapskistalaambak
gereinigd, gepoetst, schoongemaaktgekuist
getikt zijn, niet goed wijs zijnvangen
gevangenisgevang
gevangenis, celbak
gewoontegewente
gezichtfasadde
gezichttotte
gezichtweezn
gierigsteeg van afgoan
gierige mann'n treiz
glasgloas
glijdenslieren
gluren, nieuwsgierig kijkensnoarn
goed pratenschune klapp'n
gooienroeën
gordelrooszona
graaggere
grap, moplolle
grasgès
grasmaaiergèsmasiene
gravendelven
grensbewaker, douanierkommies
griesmeelsmoel
groentemarktgroenselmoarkt
groentengroensels
groententuinlochting
groep, troepbende
groepjebendeke
groot persooneen lange liete
groothandelaargrossist
gutsen, hard regenendretsen
gympantoffelstuürnsletsen
gynaecolooggénikoloog

H

haagweire
hamern' amer
harde borstel met baleinen om de straat te vegenbleinbustel
harde borstel met baleinen om de straat te vegenstroatvoar
hardleersduur-de-komprenuur
haringweversosse
hartherte
hé jij!hélaba!
heeftee (t)
heeft gevondenuitgesput en èn
heel (de stad, ... ) gans (de stad, ... )
heel straf vrijenvrèèën da 't hoar deur oa mutse komt
heetiët
heibelkienkonka
heiligenprentje, bidprentjezandje
helling geven voor optimale waterafloopscheute geev'n
hemelvaartsiske-klim-op
herfstweerbamisweer
herriekateil
herrie, lawaaitramunteling
het't
het baat niett'es gien avans
het bedragde somme
het bestekruimken uit
het duurt nogal langge keunt binst 'n koe 't vel afstruubn
het verbrod hebbenin de roabm gescheedn èn
hetzelfde (als terugbegroeting) vansegelijke
hijee / jè
Hij is een zeer haastig iemandè es van den n' oase gepoept
hoeveeloeveel
hoge schoenenstiffels
hoofdpijnkoppijn
hoogblondrost
hoogblonde, de...roste, de rosten
hoornaarpirderunsle
Houten raamluikBlaffeture
huisbrandoliemazoet
hun'ulder
hun (boterham) ulder (stuude)
hurkenob sein huksk' n

I

iemand die heel rap isspetgeete
iemand die te grote laarzen draagtgiedepoeper
iemand die vlug koud heeft, een kouwelijkeketijf – kattijvig - kattijvig – kattijf – een kattijve – katijf
ijs, roomijs, schepijskrèm
ijslolliefrisko
inboedel, zakenpetiekl
ineen knutselenthuebe brisslen
ineenstorten, invalleninstuik' n
ingemaakte kastschaproai
ises
ItaliaanItaljoan

J

ja, gijjoag
ja, ikjoak
ja, wijjoam
ja, zijjoas
jaap, snee, snijwondgabe
jaarjoar
jamsjelei
janken (van een hond) kajiet'n
jeneversjenuiver
jeneverbabbelwoatre
jenevertentjeneuverkot
jij
jongemeisjesborstenschune stoanderkes
jouoa
julliegulder
jullieguldre
jullie (g) ulder

K

kaalkoppletsekop
kachelstoof
kalenderalmenak
kapotcatsjéé
kapot maken, kapot prutsenversnoddalsen
kappercoiffeur
kapselcoiffure
kapstercoiffeuze
karkèrre
karnemelkkèremalk
karnemelkbottermelk
karweien (doe het-zelver) knufflen
katkatte
katholiektsjeef
katholiek, een...tsjeef, n' en...
kauwgomchieke
keelstuk (gekookt) zopketele
kerel, ventkadee
kerkkirke
kerkboekmisjoal
kermisfoor
kermistentfoorkraam
kermiswagen, woonwagenfoorwaagn??
keukenfornuis'tfier
kiergerre
kiesboktand, baktand
kikkerpuij
kind waarvan men meter ismetekind
kinderenkinders
kindertreintjoekentrein
kinderwagenvoituur
kipkieken
kippenoenders
kippenborstkiekebust
kippenboutkiekebille
kippengaaskiek'ndroad
klaagsterpreutmastelle
klap, slagplets
klaver (s) kloaver (s)
klinknagelrevet
klompkloef
klompenkloppers
klotenkluedn
kluiskluize
knalpotéésjappement
knikkergloij
knikkermarbel
knikkerenfeuten – feud’n
knikkersmaorbels
knikkersmoivers
knoeiboel makendééfelen
knoeiboel makendééfel' n
knoeierdééfeleir, prutsevengt
koe die nog maar 1 keer kalfdemutte
koelboxfrigoboks
koelkastfrigo
koffiekaffe
koffiedikprut
kom binnenkom verder
komaan, vooruit!allee!
komaan! vooruit!alle gow
komedie spelen, overdrijvencinema speel'n
koperen eurocentrostjen
kopvleesuuftlakke
korte regenjas (mannen) nen mi-sezoen
kotsenspouwen
kraag, halsboordkol
kraan (werktuig) kroane
krabbenschartn
Kracht achter zettenVan katoen geev'n
krantgazette
kroonkurk, dopjekapsuleke
kroontjeswipperaftrekker
kruiwagenkurtewagn
kwansuisaschaks
kwant, snuitersarlewiet

L

laarsbot
laarzenleizen
laarzen lagegalossen
lachen als tienermeisjesschoeffelen
ladderleer
ladderzatpoepeloere
langskomenbinnenspringen
lapje, schijfje hampieleke hepse
lastig vallenambeteren
lastpostambetanterik
lawaailaweit
lawaai (ferm, hard) kadèw (kadeille)
lekfwiet
leraarmeester
leugenaarleugeneer
leukgeestig
leukste in huisvedette
liberaalliberoal
lichtlucht
liefhebben, houden vangeren zien
liegenliën
lijmkolle
lijmen, klevenplak'n
lijn tekenenstreep trekken
loeien, aanhoudendburrelen
loods, afdakangaar
los iemandVersmoddalsen
losbolroesesoe
loven, prijzen, bejubelenbestoefen
luchtband laten leeglopenafloat'n
luciferstekske, solfer
luierkakdoek, piesdoek
luikblaffeture
lullen, zwetsenzeveren

M

maaien met grasmachineafrijden
maanmoane
maandmoand
maandenmoand'n
maarmoa
maarma
maar jongen tochmoa joon'tse tog
mahoniehoutakkazjoe
makenmoakng
manvent
mansardevoute
markeerstif met fluorescerende inktfluostift
massavrecht
medelijdenkompassie
meikevermuldere
meikevermuldener
meisjepieskouse
meisje (volks) pieskeise
melkmalk
melkfabriek, eende comewco
merelmerl
mesthoopmessink, mesbogt
mestvaaltmessink
metmee
met een riek de aardwormen uit de grond lokkenteken lutsen - teken lodderen
met zijn drieëngedrijen
met zijn tienengetienen
met zijn tweeëngetwieën
met zijn vierengevieren
met zijn zessengezessen
meteensubiet
metermeet
metselaarmetser
meubilerenbemeubelen
middagnoen
middencenter
mijn vrouwmijnen boas
mikvogelgoai
min of meerhalvelings
moedermoedere
moeilijke vrouwspetgeete
moerplaatje, rondeeltjerondelleke
moestuinlochtink
molen, windmolenmeuwlne
mollenklemkip
mondtotte
mooi meisjesnelle beze
mooie woordenschuuëne woorden
morsendretsen
mortelspeciemuurtel
motorgrolijzer
motorkapkapoo
motorpolitiezwoantses
muskusratmènder
mutsmutse

N

na de middagachter de noene
na, vb. na de misachter, vb. achter de messe
naarnoar
NaastNefferst
nabootserachterdoender
nachtkleedtabboart
nageboorte (dier) tschuun
namiddagachternoen
namiddag, late middagachtermiddag
natuurlijk, dat spreekt vanzelfvaneig'n, vaneig'ns
natuurlijk, dat spreekt vanzelfvaneigen, vaneiges, vaneigest
nazeggenachterzeggen
NederlandOllant
NederlanderOllander
nederlandse'ollandse
negen (telwoord) neëne
nergensnievers, nieverans
neusneuze
nietnie
niet in een man geïnteresseerdnonnevlees
niet onwaarschijnlijkgoe meuëlijk
niet veel / weiniggiejne vetten
nietsniet
niets krijgenop de krebbe (keuën) bijdn
nietsnutwietlawoai
nieuwsgierigkuurieus
nieuwsgierigkurieus
nieuwsgierigekuurieuse, kuurieuzeneuze, kuurieuzeneuzemosterdpot
niksgeen spierke
niks waardgiën fluite weerd
nodig hebbenvandoen hebben
notarisnoteir

O

ober, kelnergarson
oktoberweerbamisweer
omdatomda
omkadering't ankadrement
onbeschaamde vlegeln'astrant' n
onderhemdlijveken
onderjurkcombinaison
ondeugend meisjetrasse
oneffenonkuets
oneffenonkoots
onhandelbaar, zeer vervelend iemandpierijne
onhandigeenhandig
onherstelbaarverdestleweert
onmiddellijksebiet
onnozelaarsoepkieken
ontkennen, loochenenafstrijen
ontkoppelenambrajeren
ontkoppelingembrajage
ontraden, uit het hoofd pratenafklapp'n
ontraden, uit het hoofd pratenafklappen
ontslagen wordenbuitenvliegen
ontsteking, kaars (auto) boezjie
onuitstaanbaar persoongurtmeuwlne
oogst binnenhalenoegst binnendoen
oorveegkaaksmete
op weg helpenscheut zedn
open broekn'n snelzeekere
opgemaakt zonder smaakopgetutert gelijk ne rààën andzjuun
opgeschoten jongen, deugnietloeder
oplawaaidessinge
oprispingboer, boerke
oprit (gemeenschappelijk) wei- of akkerlandmenne
oprit naar akker of weidemennegoat
opvliegervapeur
orders gevenkoomandeer' n
ordinaire vrouwfoorwijf
ososse
ovaal van Wippelgem (verkeerswisselaar) 't eij
overhoopoverende
overmatig, heel veel, sterkkriminéél

P

paardpeerd
paardpeird
paardenbloempiesblomme
paardenbloemenmelkdestels
paardenliefhebberpeirdeplotter
paardenstrontpeirdestront
paardenvlieg, dazedoaze
pak slaag, klopdessinge
pantoffelslets
pappen, met lijm bestrijkeninpabb'n
PasenPoasn
passantverdwoaldn passagier
pastoorpastr
pauze na het middagmaalnoenspeel
penning, muntjezjetong
peterpeet
pilsjepintjen
plaatje, prentjebeeldeken
plaats van zoete invalduivenkot
plagentinsen
plank, tafelbladberd
plantrekkercarottentrekker
plantrekkertotentrekker
plassenzeeken
plastic zakplastieknen zak
plattelandboerenbuit'n
plavuisdal
pleisterplamuursel
pleisterenplamuren
pleisterwerkbezetsel
plezierleute
plooipleuj
poedersuikerbloemsuiker
poelierkiekemarzjan
poepkaka
poepenkaka doen
politiebroeders van liefde / moeders jòòëns
politiekantoorfliekenkot
politiewagenfliekenotto
pony (haardracht) froefroe
portier (auto) portjère
postbodefacteur
postzegeltember
potverdorieokkerdjasse
precisiewerkteuderwirk
pretentiepretengse, sjie-sjie
pretentieuze vrouwsjiesjiemadam
pretentieuze welgestelde vrouwsjikeemadam
prettiggeestig
prikkeldraaddroad, pinnekesdroad
profiteurschuimre
prostitueeslet, oere
pruikpruuke
pruimelaarpruimeleer
prulcamelot
prutsvent, prutserprutsevengt
prutswerkpudderinghe
psycholoogspiegeloog
puddingkrèmpap
puntteute

R

raamwerk, kozijnkassement
raaprape
racefietskoersvelo
radiatorradiateur
rap iemandspetgeete
rapen (dierenvoeding) leuf
rapportbulletein
ratratte
rauwraän
rechterjuje
reepje, stukje, flardtriepk' n
regenen, gietenplets'n
relatie (negatief) affaire
remfrein
reumareummeties
revolverpistolle
ribrebbe
richtingaanwijzerpinklucht, pinker
rijkaardrijkoard
rijkswachterzjandarm
rijprijbe
rioolgatduiker
ritstirette
roddelaarster, kletsvrouwkommeerë
roddelen, kletsenkommeer'n
roestwerendantiroest
rokensmoren
rolluikpersène
rolluik, rolgordijnstors
rommel, rotzooibrol
ronddwalenronddzjollen
rondje in het cafétoernéé
roodruud
roos, in het haarpellekes
rottenvurten
rubberkautsjoe, katsjoe
ruiker bloemenboekee blommen
ruitjeshemdkaroo ènde
rukkensnokken
RusRuus
rustgerust
ruzieruize

S

sandwich, sandwichessantwies, santwiez' n
sapsop
saperloot, potverdikkemeakkerdzjie, akkerdzju
sarren, jennentinsen
saussesse -seise
saus met stukjes spek inpillekes-sesse – pielekesseise
schap, rekschabbe
scheermesjezjiletteke
scheidenschïen
schelperwtenslunzekes
schichtig, onrustigschietse
schilschelle
schoen in rubbergalos
schommelbeize
school, de schooltscholle
schoonmakenuitkuisen
schopschuppe
schreien, wenenbleit'n
schuddenlutsen
schuimkraag (bier) kol
schuinnoes
sintelooisinteleuj
slaanslaon
slaandessen
slaanpletsen
slaapkleedtaboard
slabbetje, morslapjebavet, bavette
slagboombarreel
slapensloap'n
slapen gaanin zijnen tram kruip'n
SleidingeSleine
slenterenmùùëlen
slenteren, dralen, uitstellenmuggelen – muuëlen – mue’len
sleutelsleuter
slikkenzwelgen
slootgracht
slopenafsmijten
smidsesmess
smoezen, uitvluchtenfoefkus
snakkensnokken
snauwenafsnakken
snel, vlugzere
sneller gaan, feller wordenverdapperen
sniheetIët dan de kroaën goabm
snikheetiët dan de kroaën goabm
snoepjespekke
Snoever, stoefer, snobglesheerken
Snoever, stoefer, snobgleisheerken – gleshiere
socialistsos
sommigesommegte, sommegste
somsvantijd
SpanjaardSpanjoard
sparsperre
spataderenvarissen
spatbordgardeboe
speculaasspeculoas
speelgeld dat de koopman gaf aan de kinderen van de boer na de koop van een beeststeirtjesgeld
speels vechten, pestendjakkeleuren
speenvarkenspïentsjuet
spiegeleipeirdenuug
spijkernagel
spinkobbe
spleetgerre
spoorwegijsren wéég
spotter, smalergrèter
springtouwdanskuürde
springveerressort
spuwbakspiekelbak
spuwenspouwen
spuwenspiekel' n
staaf, stangbaar
staakbonenpissebeun
staakbonenpirssebeun
staanstoan
staartsteirt
stalstallinge
statie, stationstoase
stelt een onderzoek ingoan 't ne kieër uitvleuën
stembiljet, stembriefkiesbrief
stempelkaartdopkoarte
stervenkrevéér' n
steun, stempelgelddopgewld
steuntrekkendopp'n
steuntrekkerdopper
stiekem, heimelijkduik (in den... )
stilstille
stoepplankier
stoeprandbordure
stomdronkenkriminéél
stommeriksoepkiek' n
stoor ik niet?giën verlet?
straatstroate
straatkeikassei
strostrüét
stroomstraatrudevleuj
stukadoorbezetter
stuurhut van een kraankabiene
succes bij ander geslachtaantrok
suikerspinbarbapapa

T

taaltaole
taartgattoo
tailleliëns (mv.)
tandartstantiest
tank (voor vloeistof) siterne
teer of simpel iemandlutsepoepken
tegeldal
tekst snel lezenaframmel'n
telefoonceltelefoonkotsje
terstondsubiet
tien (telwoord) tiene
toast met ham en kaaskrokmesjeu
toast met ham, kaas en eikrokmaddam
tochallegelijk
tochtog
toegangsprijs, inkomgeldentree
toestel, apparaatappareil
tonentuenen
tongen (zoenen met tong) muilen
tongzoenenmuilen
tot zienssaluu
totdattotda
touwzeel
tractortracteur
trek, zin, lustgoeste
troep, groepbende
tumult, druktetramultììë
Turk, vreemdelingMoestafa
TVtelevieze
twaalf (telwoord) twolve
twee (telwoord) twie
tweeduizendtwieduust
twijfelaardreilnodde
twijfelaar - angsthaasgrepschijdre – greppescheiter – grebbeschijdre

U

uiadzun
uitblinker, bolleboosartiest
uitgeputop oa struet zidn
uitgietenuitkappen, dzjakken
uitlaatéésjappement
uitpluizer; iemand die overdreven voorzichtig handeltteekntèrtre – tekentertre
uitschroevenuitvijzen
uitstalraamvitrine
uitvegen, wissenafvagen
uitvegen, wissenafvegen
uitwerpselenstront
uniformpetkepi

V

vaatdoeknen scholdoek
vaderden ouwen
vadervoader
vaginapreude
vakantiekonjéé
vakbondtsindiecoat
vakbondsafgevaardigdedélégéé
vallenstuik' n
valluik, valdeurval
valpartijperlevee
valpartijtuimelperte
vals spelen, spiekenzeur'n
valsspelenzeurn
van begin tot eindevan essen tende
van school getrapt wordenbuitenvliegen
vanzelfvanzelfs
vanzelfsprekendzietzie
varkenveirk' n
varkenveirken
varken (mannelijk) beer
varken (vrouwelijk) zeug
varkenslapje van het schouderstukspiering
veeartsveetrieneir
veiligvèlleg
veiligheidsspeldtoespelle
veinzengebaren
veldflespulle
veldwachtersjampetter
vensterlijstchambran
vensterluikenblaffeturen
ventielsoe-pap
ververre
verbergen, wegstekenduik' n
verbleken, verkleuren, verschieten van kleurafgoan
verdikkemiljaarde
verdommededzju, mieledzju
verflaagjekoesjke
verfuitlopersleekers
vergietstremeine
vergietstroomène
verkeerslichtenluchten
verkeringkennesse
verkiezingkiezinge
verknoeienverklut' n
verkoopvendiesse
vernederingaffront
versnellingvitesse
verstelwerk (textiel) retouchke
verstoppertje (spel) piepkeduik
verteren, uitgevenverteir' n
vervelende, ergerlijke persoonbeuzak
vestzjilee
vetersnestels
vier (telwoord) viere
vijf (telwoord) vijve
vindervindere
vlavloan
vla, eierpuddingflan
vleeswarencharcuterie
vleienzemen
vleien, flemenflodder'n
vleierfloddereir
vlerkvleurink
vlinderzommerveule
vloersteendal
vochtig en warm (weer) doef
voetbalfoebal
vogelklemminkijzer
volgensvolgenst
volledig vertrouwen op ietsder oa beuntjes op te wiëkng lèèën
voorvuer
vooralsuurtoe
vorige weekverleë weke
vrachtauto, vrachtwagencamion
vragenvroan
vriendmoat-sjuh
vrieskastdiepvriezer
vrijafkonjéé
vroedvrouwachterwaortsstreyje
vroegervroeëre
vrouwwijf
vrouw met pretentiekakmadam
vruchten van het zaad van aardappelplantsnoebawn
vruchtensapfruitsap
vuilnisdrek
vulpenporte-plume
vuurtfier

W

waar kan ik u mee van dienst zijn?woar è gè ziëre?
waard, herbergier, cafébaasboas
waarschijnlijkvan tien neëne
wandlampappliek
wapenstok, lichtgevend van politiesallami
warmwaterkruikboejotte
wastafelpombak
watersjatoo de la pomp
wckoer
weegschaalbascule
weer, opnieuwweere
wegweeëlink
weg, straatboane
wel wel, kijk nou eensjawadde
wenen, huilen, schreienbleiten
wenen, schreienschreemen
werkkamer, kantoorbureau
werpen, geboorte geven (dier) kibb'm
werpen, jongenkibbm
wespweps
wesp, fruitwespfluitenier
wetgevingwetgeviië
wielrennerkoereur
wijwulder
wijdbeensschirlewiep
wijfpruime
wildebraswildfant
wimperspinkers
winkelwagentjekerreke
winterjas (man) pardesu
winterjas (vrouw) palto
woedekoleire
woensdagavondweunsdagoavend
woordenboekdiksjenèr
wormteek
wormen met een riek in het gras uit de grond lokkenteken lutsen - teken lodderen
worstbeuling
wortelcarot
wrikken, losmakenlodder' n
wuldrewij

Y

yoghurtjoegoert

Z

zagenneut'n
zageventpeirdewurkle
zakbazasse
zak restafvalvuilbak
zakdoekneusdoek
zakdoeksnoddevodde
zaklantaarnpiellampe, piellucht
zelfbedieningszaakjesuperette
zenuwenzemels
zenuwpeesstresskiek'n
zes (telwoord) zesse
zeuren, zagenneudn
zeuren, zanikenzaag' n
zeurkouszauge
zeurpietzaugevengt
zeven (telwoord) zevene
zeventigtseventig, tsjeventig
zich haastengedn
zich haasten, spoedenzijnen stal gerieken
zich verdienstelijk makenbetretsen (wederkerig ww.)
zij
zij (mv.) zulder
zoenentotten
zoethout, dropkaliesj
zomerzommere
zompigsompig
zonzonne
zonderlingartiest
zoonzeune
zul je, zult gezulde
zuldrezij
zuster, nonnonne
zuurkoolsjoekroet
zwanger, ze is zwangervol, z' eis-fol
zwijntjeut – tseut – tsjuet
zwoegen, zich afslovenbeulen

1 opmerkingen

  1. komiezenhespe > De komiezen (grensbewakers) adden lekkerkoeke omda ze nie genoeg verdiendegen vuer veirkenshespe.