Bevers

Dialecten > Oost-Vlaanderen > Bevers

Bevers bevat 227 gezegden, 1050 woorden en 3 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

227 gezegden

't Blijft in mijn keel steken.'t Krop mij.
't Is afgelopenGedoun mee lotten
't Is afgelopen met u.Get gedoun mee lotten
't Is allemaal voor niks't Is veur Piet Snot
't Is genoeg geweest't Hé wel gewist
't Zal tegen zijn kloten zijn't Zal tegen zen klisters zijn
Aankoop op kredietOp tijd van betoulen
Achter de rugAchter 't gat
Achterwaartse valSlachtelings achterover paaren
Alles heeft zijn prijsVeur niet schit op strout
Alles op orde leggenAlles op z'n effen leigen
Armoede hebbenGinne naugel ein om zei gat te kraun.
Armoede lijdenNie keune scheiten van aaremoei.
Bewusteloos raken.Va zij zelleven vallen.
Bij noord, noord-oost of oostenwindDe wind zit omhoog
Bij strenge vorst't Vriest stienen dik
Bij zuid, zuidwest of zuidoosten windDe wind zit omlieëg
Breng dat eens hier!Bringt da ies hier
Buiten bewustzijn gaan.Va ou zelleven vallen
Da gaat nu niet.Dagounounie
Dat is een simpel of schuchter meisjeDas 'n seutebees
Dat is een warmbloedige vrouwDie vrou is veur 't leven
Dat is hier maar rap en slordig gedaanDa's hier moar bibbel de boubel gedoun
Dat is niet niks.'d As nog nie gezeevert he
Dat is onzinDa's zieever i pakskes
Dat is oud nieuwsDen ou grauf is oek doëd
Dat kan ik niet betalenDa kan den bruinen nie trekken.
Dat komt elke dag weer.Das elleken dag va komverdrom
Dat moogt ge hebbenDa mug d'ein
Dat we ze nog lang lustenDa we ze nog laank meugen meugen
Dat zal niet voor mekaar komenOun heirink zal nie broan (uw haring zal niet braden)
De appel valt niet ver van de boomBeschete koei, beschete kallef
De bedden opmakenDe beddes opmouken
De duiven komen uit de verkeerde richtingDe duiven kommen van over
De maat is volG' ed al hoondert
De schepen gebruiken hun misthoorn (in de winter)De booten blauzen, 't zal gou vriezen
De stuipen krijgenDe seskes krijgen
De vooruitzichten zijn niet goed.In gie goe vel zitten
Diarree hebbenMi den dapperen zitten
Die is gek gewordenDi is 'n veis kweit
Die is niet goed wijsDie is ni goe zuust den dienen
Die van mama en de uweMama de deur en de dou
Die weet van aanpakken.Die is ardi
Dit stelt niets voorDas 'n scheet in 'n fles
Doen alsof ge van niks weetVa krommen ous geboaren
Doen alsof men van niks weetVa krommen ous geboaren
Dronken persoonZoe zat as ne zwitser
Een bekakt persoonStroont wie eeter ou gescheten
Een bericht krijgenTeink kreigen
Een dikke rode neusNe pinaarneus
Een gebarsten appendix't Vier in den buik
Een handvol kersenEen oufel kouzen
Een inzinking krijgenNe zeuzekesklop krijgen
Een kittig persoon'n Buz mi vlooen.
Een longontsteking krijgen't Flurresein kreigen
Een losse draad aan uw kledijWa dist, zid ount neist drougen
Een luide boer of scheet latenBuite gij, ge betoul gin huisuur.
Een persoon met veel sproetenDie ee din ne koeiestroont geblouzen.
Een scheet laten in het openbaar.Beter in de stad dan in mij gat
Een slag op het hoofd geven.'n Mot op zijne kop geven.
Een slag op zijn gezichtNen ouft op zen bakkes
Een slag tegen zijn gezichtNen oeft op zijn bakkes
Een verkoudheid opdoen.'n Kou opschaaren.
Een woord is een woordE wort is e wort
Eerst is eerst.Iest is iest.
Er is voor alles wel een reden te vinden't is aolt van iet da nen puit geen haor eet
Er vormt zich een serieuze regenwolkZe zein e schip aun 't loan
Ga uit mijn wegGou duit menne schiettelap
Ge wordt er helemaal ambetant vanGe zut er de wubbe va kreigen
Ge zou er zenuwen van krijgen.Ge zut er de wubbe va kreigen.
Geduldig zijnZijnen tuk afwachten
Goed overeen komen't Is amoul koek en aa
Haar strijkwerk trekt op niets.Heure strijk is ene rompel de pompel.
Heel dronken zijnPoepeloere zat zein
Helemaal leegZoe leeg as 'n gaunzegat
Helemaal naaktIn zijnen paddenblooten
Helemaal uitgeput zijnTen ennen ousem zein
Helemaal verrotZo rot dan 'n schets
Het brengt toch niet op.'t Is nieks genoddert
Het doet erg zeerHet du neig zier
Het gaat pijpenstelen regenenTgou katte spougen
Het heeft niks uitgehaald.'t Ee gien eirde aun den dijk gebrocht.
Het is allemaal hetzelfde't is eene koek eenen dieeg
Het laatste uit de pot patatten scharrelenSchaar is oek petet
Het moeilijk hebbenHet kout ein
Het niet al te breed hebben.Smalle keutels schijten.
Het regent zeer felHet regert dat klettert
Het sneeuwtJezeke schut zein beddeken uit
Het stortregentHet reger bloskes
Het verkeer zit vastHet verkier zit strop
Het zal in uw nadeel zijnGe zul d'oardeg uitspelen
Het zal op niets uitdraaien't Zal tegen zein klooten sneen
Hij gelijkt er grotendeels opHij heet er 'n smeet va weg
Hij heeft astmaHij eeget op zeinen ousem
Hij heeft een schorre stemHij ee ne puit i zein keel
Hij heeft een verkoudheid opgelopenHij ee diet opgeschaart
Hij heeft in een koeienvlaai getraptHij hee din ne pladaster getrapt
Hij heeft last van JichtHij zit mi 't poetsen (pootje)
Hij heeft overgegeven op de grondHij hee ne mutten geleed
Hij heeft stukken gemaaktHij ee broks
Hij heeft veel gelukHij ee ne konijnepoot in zijne zak
Hij heeft veel overgegevenHij ee gespogen gelek ne raager (reiger)
Hij heeft veel overgegevenHij hé zij leif uitgespogen
Hij heeft zich van het leven beroofdHij hee d'em verdoun.
Hij heeft zijn nek gebrokenHij is 't fas af
Hij is een echte vrek, een gierigaardAs gen hoar van zein klooten trekt klink het gelek 'n bel
Hij is een slechte betalerHij is steeg van afgoun
Hij is een zelfstandigeHij is op zein aagen
Hij is een zelfstandige gewordenHij is op zen eigen begost
Hij is er sterk van onder de indruk.Hij is van 't hands gods geslougen.
Hij is er wat bang van.Hij is er wa schoeft van.
Hij is in zijn eer gekrenktHij is in zij gat gebeten
Hij is koppigHij zit mi zen frutten
Hij is kwaad en spreekt niet meerHij zit mee zijn uren.
Hij is nog niets verbeterdHij is nog gienen dem verbetert
Hij is nogal gierigHij is steeg van afgoun
Hij is overledenZei zein keis uitgeblouzen
Hij is ziek gewordenHij hee wa opgeschaart
Hij kan het vergeten, het gaat niet doorHij kan 't schudden
Hij kon het niet gewoon wordenHij kost het ni oarten
Hij kreeg een pijnscheut in de rugDer is iet in zijne rug geschoten
Hij ligt ongemakkelijkHij ligt in zijne stuik
Hij lijkt wel bezeten te zijn.Hij is deur `De Moar` bereen.
Hij voelt zich niet goed.Hij voel dem nie op zen pozitieven.
Hij ziet er niks meer van.Hij ziet er geen steek van.
Hij ziet er slecht uit't is pesies 'n ellef uren lijk
Iemand aan het lijntje houdenIemand aun de taar aun
Iemand afkloppenEen poefing geven
Iemand bezig houdenIemand oun de taar aun
Iemand bij de kraag pakkenBij zijne schabbernak pakken
Iemand door het haar strijken.Iemaand over zijne seuvel vrijven.
Iemand een koppel blauwe ogen slaanIemaand zijn blaffeturen dichtslougen
Iemand een rammeling gevenIemaand aftuiren of aftoepen
Iemand in de steek laten.Hij ee dem ne pouter geschilderd
Iemand met hebben en goed buiten gooien.Mee heel zijnen battaklang buite zwieren.
Iemand valselijk doen bekennenIemand worden in zenne moond leigen
Iemand vervelende vragen stellenIemaand 't aa uit zei gat vrougen
Iets beter kunnen dan iemand anders.Iemand zijne passavang aftekenen
Iets nemen zoals het isDe buts mi de buil
Ik ben een beetje onwel'k Zin helemoul van mijn ree
Ik denk er niet aanGien oar op meine kop da doarop paast
Ik denk er nog niet aanIk paas er nog nie op
Ik denk er nog niet aanGeen oar op men klooten dat doarop paast
Ik heb het alIk eint al
Ik heb het gezegdIk ein 't gezeet
Ik heb te veel gegeten.Ik zit opgepoeft
Ik stop er mee'k Schieen der uit
Ik zal dat eens snel doenIk zal da ies agou arranzeren
Ik zeg als niets meer'k zeig al niet ne meer
In de modder staan trappelen.In de moor stoun dasteren.
In uw geldbuidel tastenIn ou portemanee schieten
In volle vaartIn volle galloo
In zwijm vallenVan ou zelleve vallen
In zwijm vallenVan ou stekken vallen
Keelpijn hebbenHij heed 'n koa keel
Laat me met rustBlif va mij leif
Laat ze maar doen.Lot ze moar betijn.
Liefde is blindDe liefde kan zowel op ne stroont vallen as op een roois
Luister, het is aan het donderenHoort, de petetten rollen van 't zoolder
Lust u het nietMug d'et nie
Maak dat je hier weg bentPakt ou gat in oun aarm en mokt da ge weg zijt
Meer doen dan je kuntVarder springen dan ou stok laank is
Mijn vader is naar de kapperMij vouder is noar de snuitekuiser veur hoar en board
Na een verplaatsing voor een gesloten deur staanVan 'n beenhoursraas terugkommen
Niet op een verzoek ingaanAs ek ni kom moet ek nie keeren
Niet te hoog van den toren blazen.Nie te veel noten op ou zaank
Niet te veel streken uithalen.Nie te veel van ou paretten mouken.
Ongeveer, ruw geschatDoar of ontreint
Onze Jef zijn sjaalOnze sef zijne sal
Op de vraag `wat gaan we eten` indien er niets is'n Snee pap mi 'n hoondenaa
Op goed geluk afOp 't goe fallent uit.
Op het toilet een grote boodschap doen.e Kakske goun duun
Op meeval rekenenOp 't goe fallent uit
Op zijn zijde vallenOmvaar paaren
Over de gehele lijnVanesteneinden
Over een dikke persoon zegt men.Di zu nie op meinen teen meuge kakken
Over een dwerg zegt men soms ...At hij tusse mijne paraa (prei) sukkelt vinnen z'em noot ne meer
Overspel plegenDa bring veel miserie en enen hoereneist mee
Pastoor komt om een aalmoesHij komt om Sint Pieters penning
Persoon die erg scheel kijktDie kik zoe scheil as nen otter.
Plotse pijn in de rugDer is iet in mijne rug geschoten
Reactie van boer tegenover hoogmoedige stedelingHad den boer nie gescheten, dan had de sinjoor gien eten
Recht voor zijn raapZoe klink et zoe bots et
Ruzie makenVan oun tak mouken
Scheel zienDie kan rond nen boom kijken
Stedelingen gaan om eten bij de boeren (oorlogstijd)Had den boer nie gescheten, den had de sinjoor gin eten
Tabak en blaadjesToebak en bladses
Tegen iemand met vuil onder de vingernagels.Wa 'd ist, zidde gij in de rou.
Tot in de kleinste details uitvragen't Aa uit zijn gat vraogen
Uit één stuk omver vallenStaal omvaar paren
UiteindelijkOp 't scheiten van de mart
Van het verschietenVan alteroasie
Van links naar rechtsVan jut noar aar
Van wie was dat?Dewiezewasda
Vereende kracht halve krachtWeireken is zaolig zein de nonnen en ze droegen met twieën nen bonenstaak
Voet bij stuk houdenOp ou poot spelen
Wat doe jij hierWa zitte gij hier te duun
Wat doet die nuWa duut ie nou
Wat doet ge daar nu meeWa dude doar nou mee
Wat hebt u gedaanWa edde gij doar gedoun
We zijn op de verkeerde weg aan het rijdenWe zimme geleik van de waark ount rijn
Wel of niet.Willes nilles.
Wie we hier hebbenWa smijte z'ier nou binnen
Ze hebben hem gevat.Zein hem te stekken.
Ze hebben hem kunnen vattenZein hem te stekken
Ze hebben hem te pakkenZein hem bij zijne schreper
Ze heeft de ganse weg aan het zeuren geweest.Ze hee vanesteneinden liggen zougen.
Zeer arm zijnZoe aarm as 'n wiekluis.
Zeer snel of haastig zijn.Hij is deur nen hous gepoept.
Zeggen zoals het isZoe klink het zoe bots het
Zelfstandig zijnHij zit op zijn eigen
Zelfverzekerd zijnHoar op ou taunden ein
Zenuwachtig wordenHet op au zeneween krijgen
Zich beter vinden dan anderenNe Jan mijn klooten
Zij heeft astmaZij eeget op euren ousem
Zij heeft een kwater in de keel (gezwel)Ze liept al joaren mee ne kwaker in eur keel
Zij is uitgeschovenZij is uitgesleuven (of uitgescheuven)
Zij kan de mannen niet gerust laten (nymfomane)Da is er een mee ne witte lever
Zij zijn naar 't singelberg gaan spelenZe zin noar 't Singelbaarg om 'n rolling
Zijn best doenOu tevoeren duun
Zijn best doen.Zein tevoeren duun.
Zijn succes is ten eindeZijnen duvel is dood
Zo zwart als roetZoe zwart as Moorken zen klooten
Zo zwart als roet.Zoe zwart als Molleke Pek
Zonder enige reactie achterover vallenSlachtelings achteroverparen
Zonder veel poespasNie te veel sarvetutten verkooepen
Zou je niet bang zijn.Zudde nie benaut zein.

1050 woorden

's morgens't maares
(hij of zij) was de tweede(hij of zij) was twiddes
(iemand) de mond snoerenoverschoefelen
(iemand) die veel moet waterenpiskaus
25 cente koartsen

A

Aan de grond genageldVan 't hands Gods gesloogen
aan zijn omgeving gewoon wordenaorten
aangeladenoungekoekt
aanhoudend babbelentetteren
aanhoudend gebabbeltetteren
aanrijdingbotsing
aardappel frietjespetetfruut
aardappelpureegestamte petetten
aardbeieirebees
aardwormpielewuiter
achterbaks persoonschurefterik
achteruit rijdendaazen
afgezaagde knotwilg, klein persooneisgat
afkloppenaftuiren
afwasbakpoombak
allemaalamoul
allemaalallemoul
allemaalammel
allen samenaltegoar
alles om zeep helpenrinneweren
alzoazoe
ambetantorroizee
andijvieanduif
appelmoesapperdaan
appelmoesappeltrut
appendixapountesiet
architectasjestek
architectazestek
architectazzestek
asse van een koolkachelzeindels
assen van kolenzeindels
astma't azzemaa

B

babbelenkouten
badkuip (zink)bassing
bagagerek (op een fiets)stuuleken
balpenstilo
bangschoeft
bangerikbenaurik
bangerikbenoutscheiter
bangerikbroekscheiter
barbiersnuitekuiser
barretpots
batterijpiel
batterijladersjarzeur
bazig en bemoeizuchtig typenen ammeroul
bazige vrouwrokzjandaarm
bedorvelingkakkeneist
beeldjepoppestuurken
begonnenbegost
begrip - verstandverzou
behangpapierbejangpapier
bekwaamkapougel
bemestenbeiren
bepotelenbepaampelen
beroertegeroktaat
beschimmeldbeduft
bespattenbespeeten
betastenbepaumpelen
beursbus
Bevers waterafvoerkanaalden Beverse woutergounk
bewusteloos - uitgeteldletteren
bezembussom
bezinkselbras, dras
biefsteakbufstik
biefstuk (beefsteak)bufstik
bijnabekanst
bijnaiezenoar
bijnabekang
bijnabots
blaadjesbladses
blaasjesbloskes
blaaskaakblouskouk
bladeren van de bomenbloaren
bladeren van een paardenbloemflurres
blaffen (hond)bassen
bliksemhemelicht
bloedpensbulling
bloedworstbulling
bloemenblommen
bloempotkaspo
boekentasbazas
boekentaskazak, cannesèir
boekentaskanneseir
boenwasboemsel
boodschappenkommisies
boodschappentaskabas
boontjesboenses
boordsteenborduur
bordtalloor
bordentalloren
borstbuist
borstelbuistel
bosjebozzeken
boswachtergardesas
boterhambotteram
bovenkamertjevootee
bovenkamertjene voetee
boze figuur die kinderen bang maaktduzzeman
braambesbrombees
braambessenbrombeezen
brandneteltingel
breiwolsoa
bretellenportrellen
brieventasportefoel
brilfok
broekplasserpiskous
bromvliegronker
bronchitisbransiet
broodjepistoleeken
bult op de huidnen boebel
bult op zijn kopbuil

C

cakewalk (kermistoestel)kakkewalk
carbonadekarremenoi
centenseinzen
chicoreipardaf
chocoladesokkelat
chocolade hagelslagmuizestroont
chocomelkchocolatte kaffee
CiamberlanidreefSabberlangesdreef
citroensintroen
cuberdonsneuzekes

D

darbombie
das (stropdas)plastrong
Dat had ikda dattek
De bof hebbenDe dikoor hein
de derdeden darden
de eersteeerstes
de gazonden bleek
de luiken voor de ramenblaffeturen
de pot opfoert
de ruiruiven
de zevendede zevesten
decemberdeceimber
dekensoisee
dekselscheel
denkenpaazen
deugnietrookus
deugnietdeugenuut
deurdrempeldulleper
deze hierdedees
diaree't vliegend scheit
diaree, buikloopafgounk
die daardendienen
die daar (meervoud)zulder
die van udendounen
die van udedou
dik persoonpapzak
Dik vet wijf'n dikke machochel
dikke borstendikke komiesveur
dikke rode neuspinaarneus
dikkopjeoekedoeleken
dingendinges
dingen kapot makenverringelezeren
dinsdagdistag
doeduut
doenduun
doetduut
dofferkoper
donderenrommelen
doorspoelbakchassbak
dopjetoepken
dorpeldurpel
douchedoes
draadjedrotsen
draadjedroiken
draagbalkjoeffer
draaitolnon
draperietrapperie
drempeldulleper
drempelduilleper
driewielige bakfietstriporteur
dronkaardzattelap
droogzolderschelft
dropparel'n piekfortsen
druipnatkletsnat
druk doenartakken mouken
drukke volkstoeloopbegaankenis
drukte makensiskaressen
duimspijkerpineis
duivenpannescheiters
duizendduzzend
dusnem
duwendougen
dwaas persoonbadden
dwazeriktruuten
dweilendwalen
dweilensjroebben

E

een aapnen oup
een bangerikne schijter
een beetje'n bitsen
een beetje'n bitteken
een beetje'n bitzen
een belachelijk persoonnen truten
een blijvernen oarter
een bliksemnen emelicht
een borstelnen buistel
een brandnetelnen tingel
een centne seins
een deeleen oufel
een deurlijstne sambrang
een dwarsliggernen dweizen
een eien aa
een ei'n aa
een enkelne knoesel
een gekgene justen
een handvoleen oufel
een heel eindvanesteneinden
een heggemuseen blauwoogmus
een kaartjee koartsen
een klein beetje'n bitteken
een kleinigheidnen eileniet
een lek'n fiet
een lomperiknen ossaard
een mand met eiereneen mounde mie aren
een niemendalletjenen abbekrats
een onbeleefd kindeen gasgreert jonk
een onnozelaarne kwistenbibel
een rammelingeen beeting
een raspeen reps
een scharen en messenslijperne scheireslip
een snoepje'n balleken
Een snuifje tabake' snufken
een spatadergebuisten oar
een speculoos koekjespikkelaaseekoeksken
een spiegeleieen peirdenoog
een tas koffienen teekop kaffee
een toneelstuke stiksken
een trosje'n klutsken
een valsspelernen oirzak
een vlaamse gaainen annewuiten
een vuurtje makenvuurkestook
een washandje'n buzzeken
een wasmand'n wasmounde
eendjepieleken
eeuwige pechvogeldompeleir
egelus
eiaa
ei zo naizenoar
eidooierden doorel van 'n aa
elastiekjerekkerken
elektriciteitellentriek
enkelknoesel
enkelsknoessels
enkelsknoesels
ergensieveranst
erop kloppender op tuiren
erwtenarten
etenboeffen

F

februarifebruoaree
fermfarm
fietsstuurgedong
flebitis of aderontsteking't fluwiet
fluitenschuffelen
fluitjeflutsen
fopspeentutter
fopspeen (ouderwets)suikerdot
fotograafportrettentrekker
fototoestelkoddak
franjevalangsken
fruitgommetjesizipken

G

gaatje van appelwormmoisteek
gans zijn levenalzeleven
gareelgrieel
garendraadjegoarendrotzen
garnalengeirnout
gasfornuisgaasvier
gazonden bleek
gebarstengebuisten
gebruikenbezen
gebruikenbeezen
gedroogde en gezouten kabeljouwbouning
geen benul hebben vangeen verzou ein
geen trekvogeloarter (blijver)
geeuwengapen
gefoptgekloot
gegroetdjeur
gehakt vleesgekapt
gekkwistenbibel
gek persoonfoeman
gek van iedereenallemanswies
gelaatweezen
geldbeugelportemanee
geldomhaling (in de kerk)stuulekesseins
geleizallaa
gelijktijdig zon en regenduvelkeskarremis
geperste kopgroest
gespgeps
gesprek voerenklappen
gestorvenene kevendrauger
gevlektgespotterd
gevondengevonnen
gewonnen broodezelsoorkes
gewordengewoiren
gezegdgezeet
gieremmerbeirlut
gierigaardkruibeiter
gierigaardurk
gifvergef
gistgeest
gladgeladdeg
glazen lampenkapjeeen blaukerken
glijbaansluifaf
glijdensluiven
gluipertgattekruiper
goedaardig gezwel in de buikne vleesboom
golven (op het water)boaren
gooienruujen
graaienschaaren
grofgrosseel
grofgraaf
grof van lichaamsbouw'n lomboarse
groot en mager vrouwmens'n lange leetau
grote borstenne grote vaveur
grote lompe vrouwgrote louf
grote mondbakkes
gummekesizipken
gunnenjonnen
gymnastiekziemmelastiek
gymnastiekzimmelastiek

H

haagweir
haakjeoksken
haankoekeloerenhaan
haaroir
haarspeld'n filleespelleken
haarspeldfilleespelleken
haastenaveseren
haastigschiesseg
hagedisokkertissie
hagelpatroonkardoes
halfbruin broodmasteluinen brooid
halfwegalfwegen
hameroumer
handkarpierewiet
handschoenenwaanten
handtasjesakosken
hangklokriggelateur
hardneig
harkhak
hartaanvalnen hartattak
awa
hebbenein
heel je levenalzeleven
heggemusblauoogmus
helemaal nietsgeen knaat
Helemaal verrotZo rot as 'n schets
herfstaarfst
herhaaldelijkkomverdrom
hespeps
hesp of hameps
het astma't azzemaa
hevigaardiftigaert
hevige kerkgangerpilairenbijter
hiel (van een schoen)kontrefoor
hielkap (van een schoen)kontrefoer
hij doet alsof ...hij du konsus
hij is weggelopenhij is gou ritsen
Hij mist ietsDer is iet oun
hij zegthij zeet
hoestvalling
hommelbombie
homofielzjanoffel
hoofdroospellekes op zenne kop
houtdijfvalduif
houtkrullenschoufelingen
hovaardige dameschitkont
hunhulder

I

iedereenammel
iemand die achter de vrouwen zitne flierefluiter
iets om zeep helpenvermoosen
iets te hoog inschattenoverpoozen
ijsberen't mounleep
ijsjekrimgelas
ijskreem (creme glace)krimmelas
ik hebik ein
ik zegik zeig
In de knoop liggen.In de knossel liggen.
in verhouding totnouvenant
inbeeldenmanzeneren
infarctgeroktaat
ingegroeide nagelnen nijnagel
ingegroeide nagelneinaugel
inspiratieinsperoisee

J

jaarjoar
jaloerssjaloes
jaloers persoonsaloezegoart
jannestrekensiskaressen
januarijannewoaree
jasfrak
jasmijnensuzemienen
jawelmarjout
jeneverzenneuvel
jeukjuksel
jong ventjene snotter
jongetjesnotaup
juistzuust
julliegulder

K

kaakkouk
kaalhoofdkletskop, pletskop
kaartenkoarten
kachelstoof
kamferalkool komfri
kapot, stuk gemaaktgerinneweert
karakterkarateir
kastanjenootkastoileenoot
kastanjenootokkernoot
kastjekasken
kastladeschuif
katapultmusseschieter
kauwenknougen
kauwgomtuttefrut
kauwgomtutefruut
keelontstekingmuilplaag
kelder onder trapholtespleinterken
kerkhof - begraafplaatsden hoogen akker
kersenkouzen
kersenkouzebezen
kerstavondkeiskesouvent
kettinkjekettingsken
kikkerpuit
kikkerdrilpuitendrek
kikkervisjeoekedoel
kinderstoelkakstuul
Kinkhoestkiekhoest
kippenboutkiekepoe_et
klederenklieren
kleefverbandspannentrap
klein rond kacheltje'n duvelken
klein snorretje (Hitler)e' stesken
kleutersnotter
klompblok
klompenmakerblokmouker
klontje suikere suikerken
klotenklisters
knettergekklinkende zot
knikkermarrebol
knoopknossel
knoopkniep
knoopjeknopken
knotwilgtronk
knuppelklipper
koeienvlaaipladaster
koetje (voor kinderen)kamoeken
koffiefilter (ouderwets)kaffeebus
kokinkookas
kommediantkarottentrekker
koningkeuning
koordzeel
koord voor draaitolnonzeel
koordjekoerdeken
koprolkunstelabaarg
kopspeldkopspelleken
korsetkosséé
korstjekuistsen
korstje (op een wond)roefken
koteletkortelet
koude schotelkou pla
krabbenkraun
kronkelenklawieteren
kroontjekroentsen
kruisbesstikkelbees
kruiwagenkarrewougen
kruiwagenpierewiet
krulhaarkrollekop
krullenkrollekes
kuisenkeusen
kuit van haringbollekeskiet
kunnenkeunen
kustoot
kusjetuusken
kussensloopkusseflawijn
kwater in de keelkwaker
kwibus, rare persoongaatendekker

L

laat maarlot moar
laatstleist
ladderleer
lamplaamp
langlaank
lang gezichteen moonk
leeuwerikliewaerk
leeuwerikliewaark
lekstokgattekletser
lelijkaardluulekoart
lenteleinte
lepelleper
letterkoekjes (nic-nac)mokskes
levendleefdeg
libellesinksepeird
lichttoortspiellaamp
liesekenissen
liezeniekenissen
lijdenlijn
lijkwagenkolbiaar
lijsterlister
likstokgattekletser
linksom (paard)jutom
lisdoddedulpoes
lissedoddedulpoes
literluuter
lomperikossaord
lomperikuitekluit
lomperik of een kalfmutten
loonkaziem
looplampbaladeus
lostornenlostaaren
lucifersteksken
luidsprekeroparleur
lumbagoverschot
lumbago't verschot

M

maaltandboktand
maanmoun
maandagmoondag
maar jamarjout
maartmeirt
machinemasien
machinemassien
madenmoikes
mager ventjepezewever
maissponsetaaree
manmannemeins
mandmaande
maskermombakkes
matras op de grondplatsdaarm
mayonaisemajenijs
mazelenmouzelen
medaillemadoalee
medaille (godvruchtig)schappelierken
meerkoetwouterkieken
meimaa
meikevermeuleneir
meisjemasken
meisjesmaskes
memelmulm
mensenmeinsen
merelmeirelon
mesthoopmessing
mesthoopmespacht
meterpit
miermurezeker
miermuurezeeker
mijnen brilmijne fok
mirabellenmarreblounen
misbaarsiskaressen
mischienkwets
mispelmupsel
mispelaarmupseleir
mistrappenstreunkelen
moddermoor
moedermoen
moedwilligaspres
moer (vrouwelijk konijn)voe-e
mogenmeugen
morgenmaaren
morgendmaared
morsenmoosen
mosselallergiemosselkop
motorfietsmotosieklet
motregensmusteren
motregenmuggepis
motregenenzieveren
MotregenenSmusteren
muggenzifterzekerenteis
muismeus
muziekplaatplotsen

N

naarnar
naar de toilette gaanpetetjes afgieten
naar gindernoar gitter
naargelangnouvenaant
naastenoste
naderhandachteraf
nagelnougel
natuurlijkvanaagest
nauwelijksisenoar
neergeslagengefloerd
nergensnieveranst
nestneist
nestelneistelink
nestelneisteling
neusverkoudheidsneuvering
nic nac koekjesmokskes
niemendalnietop
niet dusnofted
niet tevredenniekonteint
niet waarmarnieët
niet waar?awa
nietsnutnietop
nietsnutvoijoe
nietwaarmarneet
nieuwnuuf
nieuwe aardappeleneestelingen
nieuwjaarnuvejoar
nieuwsnuus
nochtanspertang
nochthanspertang
noedelskneutelen
nootmuskaatkruinoot
nors persoonnen badden
novembernoveimber
nymfomanene witte lever

O

olielampkinkee
omdraaienomdroan
omgevingaveron
omvallenomparen
onafgewerkthalf zei gat
onderbroek (met open kruis)snelzeeker
onderhemd (heer)lifken
onderhemd (vrouw)comminezon
onderhemd met verlengstuk achteraanslep
onderhemdjeonderlifken
onderjurkkomminnezon
onderpastooroondepaster
onderpastorondepaster
onderschatgetrompeerd
ondervestjezeleeken
ondeugend persoonnen bietskoemer
ongeveerdoirevontreint
ongeveerdoar of omtreint
ongeveerconsus
onhandigerinnewiel
onnozelaaronnoezeleir
onnozelaarbadden
ontkennenafstrein
ontstuimigbaldadig
Onze Lieve Vrouw (OLV)ons lievrouken
onze vader (gebed)ne vaderons
onzinbloskes
op de grond slapenplatsdarm slapen
Op het nippertjeIzenoar
op het toilet (buiten de deur)op 't husken
opdringenopsolferen
opdringenopsolferren
opgedaanopgeschaart
opgehitstopstinoudeg
opgewondenopstinoudeg
opneemvoddwaal
oprapenoproupen
oprit aan een weidemennegat
opstaanopstoun
overbluffenoverschoefelen
overgevenspougen
overhoeksgeschraanst
overjaspardesuu
overjasgabardien
overmorgenovermaaren
overrompelenoverschoefelen
overschatoverpoost
overspelig, overspeligeaunhaar, aunhoudster

P

paardenbloempisblom
paardenbloemflurres
paardenvleespeirenhank
paardenvliegdaas
paardenwesppeisweps
pakjepaksken
pannenkoekkoekebak
parkparek
parkietparush
pastoorpaster
patattenpetetten
paternosterpottenoster
pauzepooes
pedestallekenpieterstalleken
peerpeir
peinzenpazen
pekelharingpikkeleiring
pendule (wandklok)ne riggelateur
penis (van klein jongetje)piskaleuter
peperkoekpomkoek
pepersoucisespekskeshank
per toevalpar malleur
perenboompeireleir
persoon die alles kapot krijgtrinnewiel
perzikenpouzen
petklak
petroleumpitrol
picklespiekels
piemel (van een kind)pieskaleuter
pierpielewuiter
pietje preciespietzuust
Pietje preciesne zekerenteis
pijamapizzemaa
pintjepintsen
pissenbedvet vaareken
pit van een vruchtkroksteen
plastiek tafelkleed'n twalsereeken
plastiek tafelkleedtwoilseree
platendraaierpiekuup
plettenpletteren
pleuritisflurresijn
plezantleutig
plezantleuteg
pluim van waterrietdulpoes
pluimpjeplumken
poedelnaaktpaddenblooten
poespassarvetutten
pokdallig gezichtpuistenbakkes
pompbakpomsteen
portiepoosee
portieposee
pratenklappen
preiparaa
prentjebeeleken
prikkelbaar of venijnig wijfpikketein
prikkeldraadpinnekesdraad
prikkeldraadpinnekesdrout
processiebegaankenis
pruikpariek
pruimen (reine claude)riggeloten
prutdraddel
prutskenpieverken
puddingpodding
pukkelenpietsen
putter (vogel)destelvink

R

raaroarig
rabarberzurenbarm
radikaalrottekoul
rammelaar (mannelijk konijn)rijr
rammelaar (mannelijk konijn)ripper
rapenroupen
rechte latrei
rechtsom (paard)aarom
redenerenrizzeneren
regenenregeren
Regenjasgabardien
regenvestje, regenkeepkabouken
regenwormpielewuiter
remfrein
rest van verbrande steenkoolzijndels
restje kledingstofkrapken
reumarematies
rijroot
rijshout (snoeihout)peinsaard
rioolputtekenmozzegat
ritssluitingtiret
rode blos op de wangenblozen
rode hondroeen hound
rode huiduitslagopleeping van bloed
rokensmoeren
rokersmoorder
rolluikparsjen
rolluikpersiën
rond hoofddekselpoeleken
rozenkranspottenoster
rozijnenkoekbezekoek
rug (bij dragen van lasten)schoefel
ruienruiven
ruïnerenveringelezeren
ruitenwisserwiezewuiter
ruw - grootsgrosseel

S

sabbelenloetsen
safraansolleferoun
samenrapenvergoaren
saucisspekskeshaank
schaarscheir
schade hebbenbroks ein
schaduwlommerte
schaftenschooven
scharrelenscharen
scharrelenschaaren
scherp stemgeluidgeschetter
schichtigschiezeg
schoensmeerblink
schoensmeerpielo
schoenveterneistelink
schommelbiezabeis
schommelenbizzabeizen
schommelpaardbeizepeird
schooienschooen
schoteltalloor
schotel, bordtalloor
schrijnwerkerschrinwaarker
schroevendraaiertoernavies
schudden met het hoofd (van de kou)schuddebollen
schuivensluiven
septembersepteimber
sigaretsmooerstok
sikkelzichel
sintelszeindels
siroopsaroop
sjaal of halsdoeksalleken
sjaaltjesalleken
sjalotsarlot
slasaloa
slasaloi
slaag gevenaftuiren
slaag krijgen'n poefing krijgen
slaapjaponslopsapon
slaapkleedslopsappon
slaapwelsloppel
slagroomkrimfattee
slagroomkrimfatee
slapersogenprut in au ogen
sleutelsleuter
sleutelssleuters
slipslep
sloefensletsen
sloffensletsen
slordig gekleedaugesandert
slordig vuil wijfplodde
smeerlapsmeirlap
smeerlapjebalduut
smeltzekeringplong
smoelmoonk
smoutsmeir
sneeuwensnieen
snelagou
snot dat van je neus druiptsnottebel
snottebelsnotkeis
snulsiswie
soepbeenknoot
soepvlees met beensoepkoot
sommigesommegste
somsamets
somtijdsamets
spaakrion
spadespoi
spartelenklawieteren
spatadergebuisten oar
spatjespeeteling
spattenspieetelingen
speculoosspikkeloasee
speekselspuchel
speelbalketsebal
speelse deugnietpartzak
speldenkopspellekop
spijkernougel
spinspinnekop
spleetjesplitsjen
spoorwegde rout
spreeuwsprie
sprekenklappen
spruw't schruil
spuwenspuchelen
staartsteirt
steenstieen
stekelbaarsjestekelbaksken
stekelbesstikkelbees
stekkerpries
steptrottenet
sterstaar
stijfsel (voor linnen)stissel
stilaan gek wordenverwuiteren
stoelstuul
stootkarpierewiet
stop (paard)auw
stop of Haltouw
stotteraardoddeleir
stouterikfraankoart
stouterikfrankaard
strakssebiet
stratenmakerkasseilijger
strohoed voor mannennen tiets
stropdasplastrong
struikelenstreunkelen
stuipenseskes
stuk plastiekbuis (nu)ballebuis
stukadoorbezetter, plafoneur
stuur (van een fiets)gidon

T

tabaktoebak
tafeltoffel
taillelee
tarwetaarf
teenslipperssletsen
teerfeestsmeir
teerlingbaktritsbak
tegendraadstegen 't regeur
tegenwoordigtirreworg
tegenwoordig't sirreworg
terugbetalenafspetten
terwijlswinst
toegang to akker of weilandminnegat
toiletgemak
toiletpapierschitpapier
topeind (van een visstok)soepeinden
topjetoepken
tortelduifsmeetel
totale vernieling (auto)peirtotal
trailer van een speelfilmeen veurstik
trapasbrakkee
trapladdertrapleer
treintraan
treiterenkoeionneren
turnenziemenas
twee of meer vlechtenkeperingen
tweedetwiedes

U

uier van een koekoeiebus
uit de kom (ledemaat)uit de knoot
uit mijn weguit mijne schietelap
uitdagende glimlachgremel
uitdrukkelijkparfors
uitgehold stuk vlierhout (vroeger)ballebuis
uitgeputmuirg

V

vaatdoekschotelvodde
vadervou
vallensteuken
valsaardgemene kloot
valsspeleroirzak
van voorvaveur
vangnet voor merelsne paant
vanillepudding met beschuitpiellepap
varenveiren
varkentjekoesken
vasthoudenvastaun
vechtenbatteren
veiligheidsspeldtoespel
veldmuisdolleken
veldwegjewegel
veloursfloer
vensterluikenblaffeturen
ventielsepap
verbeeldingmanzenoisee
verbeeldingmanzenie
verdrinkenverzeupen
verdronkenverzeupen
verdwenender vanonder muizen
vergietstramijn
vergietstromein
verkeersopstoppinghet verkier zit opgestropt
verknoeidverringelezeerd
verknoeitverringelezeerd
verleden weekde week doarveur
vermemeldvermulmt
vermicelliefaremesel
verraderlijk persoonsmeirlap
versvas
verschillendtefreint
verschrompeldverneuteld
versterkenverstaareken
verstoppertje (spel)katsjestoppers
vertikkenfoert
vervelen, niets doenwortele schieten
vervelend persoonnen ombetanterik
verward zijnverwuiterd
verweerdveroard
verwelkenversleinsen
verzekerdverassereerd
verzekeringasgransee
verzekeringaschransee
vespersvepsters
vest (jas) zip
vies persoonvetzak
viezerikviezegoard
vingergewrichtkneukel
vingertop't soep van ne vinger
vlaamse gaaiannewuiten
vlaamse gaaiannewiten
vlechtenkeperen
vleermuisfloeremuis
vleugelvlurring
vleugelzwing
vleugel (vogels) vlurring
vliegensvlugrap e gou
vlierbesflierebees
vlierbessenflierebeezen
vluchtigbibel de boubel
vochtigklammeg
voetpad (stoep)plansier
voetpad voor de woningplansier
voetstukpieterstalleken
vogelkooivogelsmuit
volgend jaarnoste joar
volgende maandde noste moond
volgende weektenoste week
volgende weeknoste week
volle kozijnagen rechtsweir
voorveur
voor mekaar't kom kleir
voordeurveurdeur
voorgevelvaveur
voorjaarden uitkom
voortmakenabeseren
vooruitallee up
vooruit (paard)juu
voorzichtig stappenaarentrappen
voorzijdevaveur
vorige maandde moond doarveur
vorkverket
vorst (vrieskoude)vuist
vrachtwagenkabion
vrankgaschreet
vroedvrouwachtergoaras
vrouwvrammeins
vrouwelijk konijnvooe
vrouwmensvrameins
vuilkarvulkaar
vulpenportepluum

W

warm gekleedingeduffelt
warmwaterkruikwaarmwouterblaus
waskuiptobben
Wat gaat ge daar nu mee doen.Wagoudedoarnoumeeduun
waterwouter
waterpomptangpriezetoeptang
wederkerenkom ferdrom
weerbarstige haarlokweirbuistel
wegsluipendeemsteren
WegwezenKust ou schip af
weinig of nietsgene muzzel
wenkbrouwenwingstbraun
wenkbrouwenwingstbraan
werdwier
werphengellansee
wespweps
wesppeisweps
wimperpinker
winterkoninkjepieterkeuninksken
winterkoninkje (vogel)trikkerken
winterkoninkje (vogel)pieter keuningsken
wissenwiezen
woordwort
worstwuist
worstenwuisten
wortelpeeken
wortelenpeekes
wortelen en erwtenpeekes en artses

Z

zaagzoug
zadelzoal
zadel (van fiets)zoal
zaklamppiellicht
zaterdagzouterdag
zeemvelzeemelap
zeer druk makenartakken
zeggenzeigen
zeilzaal
zeiszeisee
zeker nietbanieet
zeker welbajout
zenuwachtig persoonne kittigaard.
zenuwenzeeneween
zeurengreieven
zeuren'n zoug spannen
zeurenkneuten
zeurpietlutteman
zich druk makenopstinoudeg woaren
zich haastenaveseren
ziezovalla (voila)
ziezonem
zijn schuld betalenafspetten
zijn te goed opeisenmounen
zinken waskuipbassing
zoethootkallisestok
zonodigparfors
zure haringpikkelheiring
zwaar verbrandpollefer verbrand
zwaluwzwolm
zware hoestvalling
zwarte dropzwarte siziep
zwitserse wacht (in de kerk)ne swies

3 opmerkingen

  1. Gebruik zo veel mogelijk het A.N. als voertaal in de omgang met de mensen in uw externe omgeving. Maar in conversatie met zijn gemeentegenoten gebruik dan uw dialect. Zo niet wordt je aanzien als een `Jan mijn kloten` die de taal van zijn ouders en voorouders verloochent en dat is niet al te proper. Lees opmerking 1.
  2. Is er verband met het engelse `awful` en handvol (Bevers: aufel)? Reactie 2-3-2014: Ik denk het niet, de betekenis ligt te ver uit elkaar.
  3. Men dient hier zeker te vermelden dat het om dialect gaat van 9120 Beveren.Dus uit waasland De generatie van ouderen die het dialect als taal gebruikten is zo goed als verdwenen. Ik ben zelf van '43 dus 69 jaar.Geboren Beverenaar en gebruik het echte dialect nog zeer zelden.Reden:Men beziet jou als belachelijk achterlijk en ongeschoolde persoon.Daarom tracht men het dialect of het Bevers zoveel als mogelijk te vermijden.