Westels dialect

Dialecten > Antwerpen > Westels
Het dialectenwoordenboek Westels bevat 28 gezegden, 742 woorden en 4 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers. Als iets niet klopt of ontbreekt kun je het zelf toevoegen of wijzigen. Log in of meld je daarvoor aan in de rechterkolom.

28 gezegden

als het sneeuwt, wordt er vaak zout gestrooid.As het snieöt, wördt er dikkes zeit geströd, gestroeöd.
anders nog ietsveutters nog iet
bier drinkenvoaze schelle
drie rauwe eierendraa raa aare
een zak chipseen hoos chips
frieten eteneen frutje steken
frieten eteneen fritteke steken
geluk is voor lelijke mensengeluk is veu lelleke mense
het een of het anderaare of joeng
het geeft niet als er te veel isda et gen broëd
het regent pijpenstelenet reigert aa waaven
het regent pijpenstelenet reigert klaan gaaten (kleine geiten)
het zit niet in de weghet hangt niet aan uw been
hij draagt er geen zorg voorhaa sloagt da ni goa
iets dat overgaar isda is zoewe plat as ne stront
iets verzwijgenWa nie wét, da ni lét
iets wat geen moeite kostt' is e fleutje van ne cent
ik ben misselijkik zen motteg
ik ben verkoudenik hem een valling
in de rats zittenin de patatten zitten
je ziet er slecht/bleekjes uitge het e gezicht gelak e saaspenneke
jij bent zotge zaa nen tist
klein rondjerond de kerktoren
man of vrouw die regematig snoept of iets speciaal wil eteneen belust waaf
uitleg die nergens op lijktnen utleg van kust maa gat
wa lee doa nei te spettelenwat ligt daar nu te spartelen
Wat je opschept moet je opeten.Wa ge ruurt da ge stuurt da ge meevuurt.
wat ligt daar nu te spartelen?wa lei doa nei te spettelen?

742 woorden

A

aan diggelenin frut van iejen
aanrechtpompsteen
aardappelpetat
aardappel - aardappelenpatat - patatten
aardappelloofpetattenkrooat
aardappelpureepetattenstoemp
aardbeietsbees
aardbei - aardbeienjetsbees - jetsbezen
aardejijr
aardeejar
aardwormpiet
AarschotAsschot
acht (8) acht
achteraan in de bus - achter in de busvan achter in de bus
altijdaltaa
alweerweiral - weiöral - wérral- vanhaar
Amerikaans - Amerikanen - AmerikaAmeriköns - Amerikaone - Amerika
anders omachterste veu
andersomandersoem-annesoem
AntwerpenaarAntwerpeneir
apothekerappeteker
armband (bracelet FR) branzjelet
arts, dokterdoktoor
asjemenou - oh my god - omgamai mönne frak
aspergesaspesseus
augustusoogustus
autootto
autopedtrottenet
averbodeeverbeur-eiverbeur
avondaovent

B

babbelsemmel
babbelkoussemmelwaaf
banaanbanaon
barstenbeste
bedonderlegger voor kinderennen twalseree
BegijnendijkBeganendaak
België - wij zijn van Belgiëwelle zen van Belge (BE-lö-gö)
bent u zeker?zaade zeker?
benzinenaft
benzinestationnaftpoemp - naftstaose - tankstasjon
BergomBergoem
beschadigenverinneweren - nao de knoppen doen - ni kunnen goa slaogen
beschamendaffrontlek
bestelwagenkammejonnet - kamjonnet
bewaaraardappelmuizen
bezig zijnin de wiggel zèn
bibliotheekboekeraa
Bier drinkenGlaze bookes
bietenbieêten
bijlè baal
bijlhet bijl
bijnabe (n) nao - be (k) kan - be (k) kanst
bijna, seffens, binnenkortbedieëme
BijtelBaatel
binnenkortbinnenköt
bitte schön (DTS) - here you are (ENG) astemblift, asteblift
blaadjeblörreke
bladeren van boomblaaren
blauwblaad - blaa - de lucht is blaad - de blaa lucht
blijblaa
blootvoets, op zijn blote voetenberrevuts
boekde boek, dien boek
boerderijboerderaa
boerenkoolpureegruune stoemp
bonenstaakbeunstaak
boodschappentaskabas
bootne boeet
bordtalloeër
bordtelloor
bosmierbrek
bot strobussel stroeë
bottenhet gebente, het gebieönte
bovenste van blauw werkpakne kiel
braambessenbrembezen
broek of jaszakeen tes
bromfietsne brommer
brood - brodenbroeöd - broeön
broodautomaatbroeöd-ottomaot - broeöd-ottomaot
brouwerijbraaveraa
brouwerij - brouwerbraveraa - braver
BrusselaarBrusseleir
buikboak
buiten WC (toilet) een heuske
bussel houtbussel haat
bustehoudertettezjeir

C

cadeautjekadoke
chocola - chocoladechocolat
chocolade korreltjeskeutelkes
correcttegoei
correctzjust

D

daar hou ik me niet mee bezigdao havekik mön agen ni mee bezig - ik haaf mön agen dao ni mee bezig - daomee havekik mön agen ni bezig
daar juisttejust
dadelijkbediejeme
dakgootkeurnis
dakgootkernis
dat hangt mijn keel uitda hangt mön voeten öt
dat is klinkklare onzinda´s zieöver in pakskes
dat zou je nochtans niet zeggen (pourtant FR) da zare pertang ni zeggen
de aardappelen zijn gaarde petatte zen mörreg
de afstandsbedieningde afstandsbediening - het kaske
de kat heeft kleintjesde kat hei gejoenkt
de marktde met
de melkhet melk
De NetheDe Neet
de pitten van een druifde kjeinen van een droawef
de ramen lappende roaten kössen
de verwarming, de radiatorde sjefaas (de verwerming), de radiateur
dekensözze
dertiendettien
deze namiddagtachnoen
die man van...dieë van
die vrouw van..die van...
dinsdagdestag
doekvod
DoenDuun
Doen jullie dat thuis ook?Doere gelle da thoas ok? - Gelle doe ta thoas ok?
domstoemm (korte oe)
dorpdörp
dorsendeusse
dorsmolen (machiene) deusmeule
dorsmolen (machine) deusmeule
dorstdöst
dorst hebbendöst hemmen
douchestortbad
draad in naald stekenvessemen
draaidopgesseldop
driedraa
drie (3) draa
drinkbusbiddon
drogendroeögen
droom - dromendroeöm - droeömen
duizendduzend
éclairsjoeke

E

eeneen - ne - nen - nem - - - - - ne man, een vraa, een kind - nem boer - nen ottoo
één (1) ieön

E

een beroepsmilitairne buffer
een bordeen telloor
een borstelne beustel
een dasne plastron
een eendeun en
een fietsne vloo
een fietspompeen vloo-poemmp
een gat in mijn kouseen kot in men kaas
een gekne kwit of kwiebedoo
een harkeen krap
een harkeen hak
een hemdeen hem
een idioot, persoon die steeds domme opmerkingen maaktne mast
een kaal hoofdne kletskop
een kaartje kopen - voor de treineen kötje koeöpen - veu den traan
een kasteen kas
een kipeh kieke
een koeeen koei
een kookpotne kastrol
een kopje koffieeen zjat kaffe een koem koffe
een lekke bandne platte band - nem plattem band
een losbandig persoonne flierefloater
een manne vent, ne man
een mannelijk slippertjene aanhaaver
een mereleen meeal
een molenne meule
een motorne moteur
een rundne meutte
een sauspoteen saaspenneke
een schommelne raatak
een slakeen slek
een slippertje makenaanhaave
een snoepjeeen bees
een spadeeen schup
een spanvijsne serzjaant
een stoeleen stulleke
een stoeltjeeen stulleke
een struiknen heust
een taarteen vloa
een taseen zjat
een tas koffieeen zjat kaffe
een TVnen televies
een vergietnen temst
een verhouding hebbenhij of zij haaft aan
een vliegenraamé stramaan
een vrouwelijk konijneen voewe
een vrouwelijke slippertjeeen aanhaafster
eierenaaren
eigenlijkagenlijk
EindhoutEndert of tut
eindhout (gemeente) endert
elektricienellentrikker
elektriciteitellentrik
elfölf
emmernen ieemer
emmerieëmer
en wat al niet; en wat al niet meer; en wat al niet meer zijen wa weet ik allemaol
erg, grootsgerellig
erwtenaaten
even iets tussen door doentussen de soep en petatten
eventjesreskes

F

F5ef vaaf
februarifebrewaore
fietsvloo
fietspadveloweg
fietsstuurgedon
fluwijn, kussenovertrekflöwaan
fopspeennene tutter
fopspeentutter
fotograafportrettentrekker
fototoestelkodak
frietfrut
frieten etenfrut ete
frietketelfrutketel
frikadel, gehaktbalfrikkedel
frit met mayonaisefrut mee majeneis
frituurfruttuur, frutkot
frummelenfroemelen

G

gaatjekotteke
gadeslaanin het oeög haven - in d´oeög haven
garagegraas
garagegaraas
gat in plank buitenwcde bril
gecastreerde katerne gesneeë koater
GeelGijl
gehaktgekapt
geitgaat
gekkwit
gemeentegemente
gemorstgesmost
gevoerde rokne gevöjerde rok - ne rok mee een vöjering
gewoonlijkonnörres
geüpdatet (ge-up-deet) geüpdatet - ge-update-t (ge-up-deet) - (ge-öp-deet) - (ge-ap-deejt)
glijbaanne raas-af
goedgoe
goed - beter - bestgoe - beiter - best
gootsteenpoempbak
gootsteenmoozegoot
gordijngordaan
gouden huwelijkgaave jubilee
grachtgrecht
gracht, greppel, slootgrecht
gras maaiengazon afdoen
gras voor koeienveujer
grasstrook aan oude woningne blaak
gratisverniet, graotis
griepgrip
groengruun
grondstukzil
gronrig vernietigenvermassakreren
grootmoederpeit
grootvaderpeetere
grote dommerikkoerskemel

H

hakken (schoen) pollevies / tallonnen
hakken en harkenhakken en krabben
hamhesp
HamerHaumer
handighennig
handkarstootkaar
handtassjakos
handtaskabas
handtaszjakos
harde schijf (computer) hétte schaaf
hark (werktuig) - harken - in de tuin aan het harkenkrab - krabben - in den hof aon 't krabben
hart ; hard - daar is ie niet goed van - dat komt hard aanhétt - hédt - dao is öm het hétt van in - da komt hédt aon
hé daar man (vrouw) heijom
heb je al gedaanhère al gedoan
heet gevalhiejeten tiejen
heggeschaar (NL) - (haagschaar) (VL) haogscheir
Heist-op-den-BergHest - (Hest-oepp-dem-Berg)
helemaal naakt, zonder kleren aanmöjeneks
helicopterhellekopter
HerentalsHertals
HerenthoutHerteit (Hörtuit)
herfstgrastoemert
herfsthooitoemert
HerseltHessel
het dialect van Westerlo - het Westels dialecthet dialect van Westel - het Westels dialect
het dorphet deurp
het is gloeiend heettis gluntig hiët
het nieuwshet nies
Het Tongels klooster't Toengels klöster
HeultjeHöltje
HeultjeHultje
HielVessem
HIELENVESSEME
hij heefthaa hei - a hei
hij ishaa is - a is
hij is met de noorderzon verdwenenhaa is ribbedebie
hij is op zijn tenen getrapt door wat je hem hebt gezegdgaa zaa - ge zaa in zön koeölen gerieön
hij rijdt - rijdt hijhaa redt (a redt) - redt haa - redt em (rettem)
Hij wil niet dat ze zijn hemden strijken voor hem, A wilt ni hemmen da ze veu höm z´n hemmen straken
hondenkarhondskaar
hongerhoenger
honger als een paardhoenger lak een pjeid
hoofdpijnkoppaan
hooimijthoeëmaat
hooivorkeen gaffel
horenhoeören
horlogelözze
horlogemakerlözzemaoker
HoutvenneHaatven Josterwaak
HulshoutHulsert
huwelijksfeestbreuleft
huwentraave

I

iedereenalleman
iemand met kapsonesnen dikken nek
iets stukdas kapot
iets van geen waardekeskeschiet
ijskastaaskas
ijsschaatsschofferdaan
ijswagenkreimkaar
ijzerazer
ik benik zen, ik ben
ik hebik hem
ik rijd (ik rij) - rij ikik raan - ranekik - raan ik
ik schrijfik schraaf
ik snap het niet - ik kom er niet uitik kan er ni aon öt - (ik kanner ni-jao-nöt)
in (de provincies) Oost- en West-Vlaanderenin de Vlönders
in allerijl, halsoverkophoeterdekoeter
in gruzelementen uit elkaar vallenin groazelementen van ieön vallen
in Walloniëin Wallonië (in de Waolen)
Indommelenindoemmelen
It's raining cats and dogs. Het regent dat het giet. Hij komt zeiknat binnen.Het zekt. Het is oan 't zaken. A komt zaaknat binnen.
Italiaan - Italiaans - ItaliëItaliaon - Italiöns - Itöllië

J

januarijannewaore
jasfrak
Jawel hoor!Jaot gaa!
Je moet niet blozenge mot nie wurren roodzien
je moet toch eerst trouwen voor dan je aan kinderen begindge moe toch eerst trijve veu alleer da ge joeng makt
jijgaa
jij hebtgaa hét
jij rijdt (je rijdt) - rij jijgaa redt - redde gaa
jongenjoengen
julliegelle
jullie hebbengelle hei - gelle hét
jullie rijden - rijden julliegelle redt - reddegelle
jullie zijngelle zaa

K

kaars - kaarsjekjeis - kjeske (keske)
kaaskeis
kaffekoekkoffiekoek (soort gebak)
kalfmeute
karretjekerreke
kauwgomtuttefrut
keikaa
keimager - zeer magerkaa-maoger - zoeö maoger lak ne graot - graotmaoger
ken het nietjaanes
kers - kersenkes - kezze
kerstmiskessemis
kikkerne veus
kikvors, kikkerkikvös
kind geboren voor het huwelijkeen veurkind
kinderenjoeng
kipkieke
kip - kippenkieke - kiekes
kippenhokkiekeskot
kippevelhinnekraa
klaarkleir
klein kind (dialekt) snotneus
klein varkentuke
kleuterschoolpapschool
klimmenkleffere
klokkenspel (man) buz
klontjekluitje
kloosterzustereen non
knikkerserrebollen
koekuie
koekoei
koekuui
koelkastaaskas
koffiekaffe
koffiekankafpot
Koken (aardappelen) Zeujje
kolenkithullebus
konijnkonaan
koning - koninginkeuning - keunigin (keu-ni-gin)
kopzorgenkopzörgen
kort - een korte broekköt - een kötte broek
kosterköster
koudkei, kaa
koudkaat
kouskeis, kaas
krantgazet
kroonluchter, luchter - (Lüster) (DTS) luster
kruispuntkroaspunt
kruiwagenkrowaogen
kruiwagenkreuiwaage
kruiwagen - kruiwagenskro-waogen - kro-waogens
kruiwagenriemkruiïriem
kunstgebitvalse tannen
kussensloopfluwaan
kwaadkao

L

laarzen - laarzen uitdoenbotten - botten ötdoen
laatsteleste
ladderlieör
lang - lang haar - met lange harenlang, lank - lank haor, mee lank haor, mee lange haoren
legerdienst vervullenbaa den troep
limonadelimenaat
loop naar de maanlöpt nao de maon
lopenloeëpe
luiaardne lamme sjarel
luisterenlösteren
lunchtasschoofzak

M

maaienmeeën
maandagmöndag
maarmo
maartmaart, meiöt
mademooa
mag ik even uw mening vragen?mag ik aa gedacht is? - mag ik aa gedacht is vraogen?
manman, vent
mannekemenneke
mannelijk konijnne raar
marktmet
mayonaisemayoneis
MechelaarMecheleir
meermieör
Meerhout (gemeente) Merret
meimaa
meisjemeske
melkkruikmelkpot
merelmeeal
mestvoerderzaakvuurder
met champignonsmee sjampejonnekes
miermoezaaken
mijnmaan
mijn dasmennen heiring
mijn jasmaan zip
mijn mandieön van ons
mijn overjasmane frak
mijn verstandmaane meule
moemuug
moedermuiër
molenaarmölder
mondharmonicanoeneke
mooischoeön
morgenmerrege
morgenmerge
morrenmuizze
morsensmosse
mototuffer
mouwloos undershirt, lijfjelefke
muskaatnootkrowanoot
muurtjestichel

N

na de middagna de noen
naaktmeujenaks
Naar Zwitserland gaan om te gaan skieën, en dan terug thuiskomen om te gaan scheiden.Nao Zwitserland gaon oemm te gaon skieön, en dan terug thoaskomen om te gaon schieön.
naastneffen
naast mekaarneffenieën
ne gekne zot
neefne kozaan
negen (9) negen
neutraal (als de versnelling in neutraal staat) ) in liber
nietni
nijdigaardzjaanes
nochtanspertang
nunei, naa

O

OlenOeölen
olieole
oliebollensmaatbollen
omgekeerdeivereksoem
OnderbroekOnderhoos
ondergoedeen lijfke
ondertussenswens
onderwijzerne meester
onervare iongenne melkmeutte
onze peterosse peetere
oogartsoeögarts
oogartsoewegmiejester
op stap zijnvadroeije
opnieuwoepp-nift (van ten haar)
oppompenoepp-poemmpen
opzijbezaan
opzijoepp-zaa
oude koeien uit de sloot halenei koeien öt de grecht haolen
overgordijnendrapperies
overgordijnen en vitragedrapperies en gordanen
overmorgenovermergen

P

paardpeeat
paardpjeid
paard - paardenpjeid - pjeiren
paardenbloempisbloem
paardenmolenpjeirenmeulen
paardenmolenpeeäremeulen
paardenmolenpeiérremeulen
pak strobot hoeë
papierenzakeen hoos
ParijsParaas
peerpeir
peper en zoutpeiper en zeit
perzikpeus
perzik - perzikenpös - pözzen
Piet JefDe Piet, de Jef
pijnzeèr
plaspotpispot
platenspelerpicup
PoederleePöjel (Puijel)
poetsvrouwkuiswaaf
politiepollís
politiepolies
politie-agent - politie-agentenzjanderm - zjandermen - polisse-agent - polisse-agenten
politiekantoorzjandermerie
pootaardappelplantpetat
postbodefacteur
postzegeltemper
preipraa
prutser, onhandig persoonklosser klodereir
puddingpodding

R

RadenGruiën
regenachtig koud weermiezerig
regenenreigenen (et reigert)
regenjasperremiabel
regenjek voor fietserbaske
reis - reizenraas - razen
rekenenreikeren
rekenmachinereikenmachinke
rennersstuurne kroeme gedon
richting-aanwijzer (s) pinker (s)
rijdenraan
rijwiel met hulpmotorsolex
Rits van een broekFluitjesbroek
rolluikenrolblaffeturen
rood - een rode auto - de auto is roodroeöd - ne roeön ottoo - den ottoo is roeöd
rookdoemp
rotte aardappelrotte petat
rubberkatsjoe

S

saussaas
savooi-koolsavoeö-koeöl - savoeö-koeölen
schaduwloemmer (korte -oe)
schalmeischüishoren
scharenslijperwagenschaaresliep
scharenslijperwagenne schaaresliep
scheefschiejef
scheidenschieën
schillenschelle
Schommelraatek
schommelne raatèk
schommel (speeltuin) toutereir
schonerschuinder
schoonschoeên
schoptroeffel
schoteldoekschotelvod
schragen (bvb behangtafel) schrofkes
schrikvervé
schroevendraaier (NL) - (tournevise) (FR) turnevies
schuinschieef
Seffenssebiet
seizoensezoen
sinaasappel (NL) - (Apfelsine) (DTS) appelsien
slasalaad
slabber voor babyne bavet
slager (beenhouwer) bieönhaver
slappelinglabbekak
slijkslaak
slimslum
smijtensmaaten
sneetjeschel
snel zijnsparen
snoep, snoepgoedsnoep, kremellen, bezen
soepsup
soepzop
soms (NL) - (zuweilen) (DTS) sewalen
spadeschup
spade (om te spitten) schup (oemm te spoan)
spatbordslaaklap
speen van een koeienuiernen deim
spotnaam Westelaarne flierefluiter
spuwentuffen
steenstieön
steenkoolhulle
stoofvleeskermenuije
straksbedieöme, strak
struikhorst
struikhöst
struikstroak, höst
stucadoorplekker
stuk graszodene rus
stuur rennersfietskroemegedon

T

tabaktoebak
tandartstantist
tegen iemand sprekenga er eens teege klappe
telefoontellefon
televisietellevies
telkens weerontheivene/onheivene
terug, opnieuwvroem
theebeultjeteebözeke
thuisthoas
tientien
tien twintig dertig veertig vijftig zestig zeventig tachtig negentigtien twintig dettig feètig feftig sestig sevetig taggetig negetig
Toespijsbijval
toileteen gemak
tom-pousse (gebakje) een glacéeke
tomaattomat
TongerloToengel
tractortrakteur
tractottrakteur
treinspoorde roet
treuzelentaffelen (een taffel, nen taffelaar, nen taffeleir)
trouwentraaven
tuinhof
tuinpadhofpad
TurnhoutTurnheit
TVtelevies
TVtellevies
twaalftwölf
twee (2) twieö

U

uijoan
uitöt
Uw, jullieelle

V

vaatdoekschotelvod
valsspelenhoarzak spele
van te vorenoepp vörhand (oepp FÖ-rant)
vanaf het beginvandanaf
vandaagvandaog
varkenvereken
varkenverken
VeerleVjeil
veertienvieötien
vensterbankvensterschap
ventiel van een fietsbandsjepap van ne vloband
ver - verder - verstwaat - wedder - wetst
ver rijden met de fietswaat raan mé de vloo
verbeterenverbeiteren
verderveuters
verderwedder
verder wegwedderaweg
vergiettemst
verlofconjee
vernielenverinneweren
versnellingen (van auto ) vitesse
verstopperke spelenpiepelingsbuirgen
vervelendambetant
vestzip
vier (4) vier
vijf (5) vaaf
vijftienveftien
vijvervaaver
vijvervaver
vlaaivloa
VlaamsVlams
vlaamse gaaine roeter
vlaamse gaairoeter
VlaanderenVlönderen
Vlaanderen - VlaamsVlönderen - Vlaomingen - Vlams (in ötgebrade zin) - in de Vlönders (in beperkte zin) - oepp z´n Vlönders - die van de Vlönders
vlaghet vlag
Vlaming (in de betekenis van inwoner uit Oost- of West-Vlaanderen) Vlöndereir - ieöne van de Vlönders
Vlaming (inwoner van Nederlandstalig België) Vlaoming
vlinderpiepeling
vlinderflikketijr
vloekmiljaar dejuu
vloekbegot
voetballersjotter
voetenvoeten, vuten
volgende weektenöste weik
voorveu
vooraan in de bus - voor in de busvan veu in de bus
VoormiddagVeu de noen
VoormiddagVeu de noenn
voorschriftvörschrift - mee het vörschrift van den doktoor nao den appeteker gaon
voort gaanveut gaan
VoortkapelDe Kappél
VoortkapelVeutkapel
vorige weekfleeë weik
vorkfringket
vorkverket, frinket
vorkwringket
vrachtwagenkammejon - vrachtwaogen
vreselijkgerellig
vretenfreiten
vretenfreite
vrijdagvraadag
vroedvrouwbaakel
vroeger schrijfbordeen laa
vroeger schrijfgeriefeen griffel
vroegere lamp vooraan de fietseen karbuulamp
vrouwons mens
vrouwvraa
vrouw - vrouwenvraa - vraven
vrouw - vrouwenvraamös (vrames) - vreilie
vuilvöwal

W

Waals - van WalloniëWöls - van Wallonië
waar ben jij? waar ben je?wao zare gaa?
warmwerrem
warmwaterketelne moeër
warmwaterkruikbös
WarwaterkruikBös
wasdrogerdroeögkas
washandjebuzzeke
Wat had U gehad willen hebben?Wa mag het saan? (Wa mag het zaan?)
Wat zegt U? - Wat zeg je?Wablift?
wateren, plassenpissen
WCt' huske
weidewaa
wereldweireld
wespen en bijen - beien en wespenpeiwepsen en biekes - biekes en peiwepsen - - - wespen en biekes
WesterloWestel
WESTERLO in BELGIEWestel in Belgïe
WiekevorstWikkevöst
wijwelle
wij hebben - we hebbenwelle hemmen - we hemmen
wij rijden - rijden wijwelle raan - raan welle
wij zijn - we zijnwelle zen - we zen
wip (op de speeltuin) kwee-kwaak
wip (speeltuin) kwink kwank
woensdagwunstag
worstwöst
worst - worstenwöst - wösten
worstelpureepeestuump
wortelenpeekes
wortelpureepeestoemp
wrijvenreusen (eu of o umlaut)

Z

zaakvoerderbaos - sjef - directeur - (zaokvuurder???)
zadel van een fietszowal van ne vlo
ZakdoekSnotvod
zakdoektessendoek (Heultje)
zakdoekzajdoek
Zakjebeuzeke
zaklamppillicht
zakmesne pinjeir (Heultje)
zandjeir
zaterdagzaoterdag
zeza
ze is niet in staat goed zorg te dragen voor ietshet is een verinnewaose
ze is zwangerze zit vol
ze zei dat ze niet naar zee gaat, omdat ze niet van zout houdt.ze zee da ze ni nao de zieö gao oemmda ze ni van zeit hodt
ze zijn niet in staat goed zorg te dragen voor ietsdao zit genne goa-slag in
Ze zijn nog niet zo lang geleden getrouwd.ze zen nog ni zoeö lank gelieön getraad - getreid - getrouwd
zeefpasfit
zeepzieëup
zet de televisie uit - zet de radio aanzet den (ten) tellevies af - zet de (te) radio oepp
zeven (7) zeven, zeve
zij hebben - ze hebbenzelle hemmen - ze hemmen
zij heeftzaa hei - ze hei
zij rijden (ze rijden) - rijden zij (rijden ze) zelle raan (ze raan) - raan zelle (raan ze)
zij schrijvenzelle schraven
zijnzen
zijn behoefte doenkakken
zo dadelijksebiet
zo meteensebiet, sewwös, sevvös
zoekenzeuken
Zoerle-ParwijsZoel (Zuul)
zoutzaat
zoutzeit, zaat
Zout op de aardappelenzeit, zaat oepp de patatten
zusternon
zwartzwet
zwemmenzwömmen
zwierraatek

4 opmerkingen

  1. As ge wilt weten hoe da ge iet in het Westels mut oeppschraven, dan mutte hie mo-r is tegoei rondzien, en dan zulde rap weten hoe da g´t mut doen. Nao een kötte -oe kregde een verdubbeling van de medeklinker, lak bevörbeld in het woord kroemm, stoemm, hoepp, poepp. Dao gao tie lellijke hoepp mee tör dikke poep. Oeff dao gao tieön maogeren hecht, mee sönne ... jao ik saa ni weten wa. Bedenkt zölf mo-r iet. Mo ge zie wel wa d´ak wil zeggen. En nei gön ik iet drinken, want ik hem er döst van gekregen. En hoenger tegelaak! Soepp is dan hetgeen wa ta ge mut hemmen. Denkte ok ni?
  2. Kolen als brandstof noemt men hulle in de streek rond Westerlo.
    Een kolenverkoper is een hulleboer.
  3. bij het gezegde :de zoelse brekken komen de westelse talloeren utlekken .

    het schitterrend zoelse antwoord : as die van zoel nie hadden gescheten , hadden die van westel geen eten .
  4. misschien iets beledigend , maar in die tijd gemeen goed : de zoelse brekken komen de westelse talloeren uitlekken .