Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 118 dialectwoorden voor `het`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : processie (25x) : Beneden (48x) : onhandig iemand (22x) : Leeuwerik (25x) : darm (49x) : boerenkool (80x) : groeien (52x) : muizen (29x) : potlood (76x) : muziek (43x)



50 vertalingen voor het Nederlandse woord `het`

  1. het = 't (Roosendaals)
  2. het = 't (Swalmens)
  3. het = ut (Westfries)
  4. het = ' t (Roermonds)
  5. het = 't (Flakkees)
  6. het = 't (Kerkraads)
  7. het = 't (Venloos)
  8. het = 't (West-Vlaams)
  9. het = ' t (Aalsters)
  10. het = ' t (Venrays)
  11. het = ' t (Zwols)
  12. het = ' t (Drents)
  13. het = 't (Ouddorps)
  14. het = 't (Bilzers)
  15. het = 't (Marks)
  16. het = 't (Evergems)
  17. het = 't (Westlands)
  18. Het = 't (Bergs)
  19. het = ' t / et (Sittards)
  20. het = ’t (Zeeuws)
  21. het = da (Brussels)
  22. het = de (Giesbaargs)
  23. het = die (Amsterdams)
  24. het = et (Gents)
  25. het = et (Willebroeks)
  26. het = et (Dendermonds)
  27. het = et (Eizels (Herzeels))
  28. het = et (Barnevelds)
  29. het = et (Stellingwarfs)
  30. het = et (Giethoorns)
  31. het = hut (Slands)
  32. het = tès (Harelbeeks)
  33. het = (Harelbeeks)
  34. het = ut (Eesjdens)
  35. het = ut (Helmonds)
  36. het = ut (Haags)
  37. Het = Ut (Zeeuws)
  38. het = ut (Mestreechs)
  39. het = ut (Eindhovens)
  40. het = ut (Sint-joasters)
  41. Het = Ut (Dordts)
  42. het = ut (Leids)
  43. het = ut (Bosch)
  44. het = ut (Westlands)
  45. het = ut (Woensels)
  46. het = ut (Brabants)
  47. het = ut (Maasbrees)
  48. het = ut (Tilburgs)
  49. het = ut (Nieuw-vossemeers)
  50. het = ut (Zottegems)


50 vertalingen voor het dialectwoord `het`

  1. het = Heeft (Renkums)
  2. hèt = hard (Kastels)
  3. hèt = Hard (Zandhovens)
  4. hèt = hard (herenthouts)
  5. hêt = hard (Westmeerbeeks)
  6. Hèt = Hard (Mols)
  7. Hèt = Hart (Mols)
  8. het = heeft (Stellingwarfs)
  9. het = heb (Elspeet)
  10. het = heb (Culemborgs)
  11. het = hebben (Lunters)
  12. hèt = heeft (Brakels (gld))
  13. het = heeft (Lunters)
  14. het = heeft (Barnevelds)
  15. het = hert (Wagenings)
  16. het = hitte (putters)
  17. het = heeft (Gronings)
  18. het = heeft (Westerkwartiers)
  19. hèt = hebt (Halens)
  20. hèt = heeft (Bilzers)
  21. hèt = heeft (Hasselts)
  22. hèt = heeft (Overpelts)
  23. het = heeft (Venrays)
  24. hèt = heeft (Geuls)
  25. het = ze (Nederweerts)
  26. hét = zij (Margratens)
  27. het = heeft (Bosch)
  28. het = heeft (Woensels)
  29. hèt = heeft (Riekevorts)
  30. het = heeft (Bredaas)
  31. het = heeft (Eindhovens)
  32. Hét = Hitte (Geffes)
  33. hèt = hebt (Tilburgs)
  34. het = heeft (Berghems)
  35. het = heb, hebben (Helders)
  36. het = hebt (Texels)
  37. het = heeft (Westfries)
  38. het = heeft (Texels)
  39. hèt = heeft (Marks)
  40. Het = Heb (Spakenburgs)
  41. het = heeft (Renswous)
  42. hèt = hard (Asses)
  43. hèt = hart (Asses)
  44. hét = heeft (Waanroods)
  45. hèt = hard (Aarschots)
  46. hèt = hart (Aarschots)
  47. het = heb (Alblasserdams)
  48. het = heeft (Termeis)
  49. het = heeft (Nieuw lekkerlands)
  50. het = heb / heeft (Alblasserdams)