Epers

Dialecten > Gelderland > Epers

Epers bevat 65 gezegden, 1145 woorden en 8 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

65 gezegden

's nachts hoor je op bed te liggende nach is veur ut ongedierte
alle beetjes helpen`Alle bate help wat`, zea de mugge en pissen in de zee
Als het met Sint Margriet regent, regent het zes weken achter mekaarÄs 't mit Pisgrîete reagent, reagent et zes weake ächter mekäre
Als je niets weggeeft, krijg je ook niet terugÄj eileavers wilt verzûken, zuj eers veur kikkers zörgen mutten
Als je zo precies kijkt, kun je nergens wonenÄj zo nauwe kiek, kuj in Gòttel nog niet wonen
Bekende fietstocht EpeOp 't kleine blad
boor van klompenmaker voor de klompmaten 13, 14 en 15döppiesbore, de
Daar is geen haast bij, Dat is geen prioriteit.dah kump weh...
Dat kan van alles zijnDät kan net eender wat wéézn
Dat wordt een rechtszaak.Da's een zaekien veur Zutphen.
de koe moet kalvende koeh wordt melk
De rijken worden het meest bevoordeeldde dûvel drit altied op de grootste hoop
de stroom is uitgevallenwie heb geen lich meer
Democratie is een illusie.Stemm'm is een ander op ut peerd help'm en d'r zelf noas goan loop'm.
Die vrouw heeft grijs haarDie vrouwe is zo gries äs 'n dôeve
eerste drie maanden van een baby, als deze veel slaaptdomme veerljoar
Er is altijd wel een reden te vindenÄs et niet an de fiejôele lig, lig et wel an de striekstok
Erg langzaamZo traag / droa as dikke stront teeng de bult op
ga niet zo te keerGoa toch niet zo te wäärke
geen spek zonder zwoerdgien spek zonder zwoare
gezegde tegen eigenzinnig persoondroadneagel, ik sloa oew in de mûre
graag gedaan zien (evt.van ander) as ut half kan...
hebben ze in Heerde ook verkeersdrempels?Heb ze in Heerde ôk bult'n in de weg?
Het druppelt nog wat naEt melk nog wat noa (gezegd als een regenbui bijna voorbij is)
Het sneeuwtDe witte biej'n vliek (De witte bijen vliegen)
Hij had de vaart er inHee häd de zwoeng der goed in
Hij heeft niets in te brengen (in huwelijk) Hee slöp ächteran
hij is altijd de laatstehee kump altied ächteran drieten
hij is er met een kar naartoe geredenHee is t'ur met een koore hen-evaart
Hij is erg sterkHee hef pik in de mouwe
Hij is luiHee krig et van 't wäärken ok niet in de rugge
Hij is niet helemaal goed bij zijn verstandDoar is der ene van em an 't blad häärken
Hij is ontzettend dom.Hee hef achteran esstoan met 't uutdeeln van 't verstand.
Hij kan zijn eigen boontjes doppenHee kan zien eigen beunties wel döppen
Hij probeert door iedereen te vleien, iets te bereikenHee kröp iederene over de rugge
Hij was behoorlijk tegen de draad inHee was oarig krange in de huud
Hooi op een rijHeuj an de kirre
iemand die veel vloektwie noa de bliksem wil, mut bie de donder veur de deure langs
Ik ben bevriend met hem / hunwule bint moat'n
ik voel me niet zo lekkerIk bin vandage wat droa in 't lief
ik voel me wat suf vandaagwa bin' k vedage toch poesterug
In Hattem kunnen ze de H niet zeggenIn Attem eb ze een untien in een ukkien met wat eui d'rin
loop naar de maanloop hen drieten
met Sint Juttemismit Gòttelse käärmse (nooit, de buurtschap Gortel had geen kermis)
Ogen moeilijk openhouden door slaapjeGôat toch noa bedde, iej zitten doar mit zokker dòpogen te kieken
Oma zit te dutten in de stoelgrotmoe zat wat te doesteren in eur stôel
Op berre goat de meeste mens'n doohd (De meeste mensen gaan dood in bed) gekscherend gezegd als iemand aangeeft naar bed te gaan.
Politiek is gemeenA' j noe deur de hond of de katte e' beet' n wod, t' is allebeide niks.
PVDA'erEen Rooi'n. Hee is zo rood as een kralle
rechtzinnig of orthodox zijnzo fien äs gemalen poppenstront
royale maatGòttelse moate
Toen ik voor de eerste keer uit bed mocht was ik wankel (onvast) Toe ik veur de eerse keer weer van bedde moch, wak ik nog wel wat zwiemelig (zwiebelig)
trouwende blauwe stoepe opgoan
Van de NW-VeluweVan oaver de bult
Van een schoon bord kun je niet eten.De smerigste vrouw'n heb de laekkerste koffie
verkeerde zuinigheidzuunig wéén en 't geld verzoep'm
Vervelende meideen vel van ' n deerne
voor de gehele partij kreeg ik maar een euroveur ' t hele zwiksien kreen ik mä ' n euro
Waarschuwing voor overdreven vrome broedersIe wordt altied bedonderd deur fien'n en motrééng (door beiden wordt je ongemerkt genaaid)
wat een mooie babywat 'n mooie poppe (of pöppien)
we gaan verderopwie goat anderwegg'ns
We moeten roeien met de riemen die we hebbenAs-t nie kan zo-as 't mut dan mu't-ma zo-as 't kan
Ze zijn heel gemeen, slechtzie neijt oe woa'j biestoat
zich ongans etendät is zo läkker, iej zollen oe der an tebässen eaten
zij vochten als leeuwenzee vochen äs leeuwen

1145 woorden

(bij) schilderenanstrieken
(kippen) renloop
(planten) kasbruuikaste
(witte) kwikstaartàkkermännechien
's nachts's nach'ns
's nachts's nachens
(verf)kwast(vaarf)bostel
(wild) zwijn, everzwijnwild vaerk'n
1. open 2. losløss
1.binnenstebuiten (kleren) 2.slecht in je vel zitten 3.tegendraads, eigenwijs.krang (e)
18 karaatskloarloeder

A

aanan
aanbevelenanrikkemederen
aanbouwkabof
aandrijven, aansporenanbänzen
aanduidenbeduuien, uitduuj'n
aangenomenan-enöm'm
aanhalenanhaal'n
aanhouderanhòlder
aankomenankomm'm
aannemenannemm'm
aanslaan (geplante bomen)angoan
aansporen, aandrijven, anbänz'n
aantobbenankrummel'n
aantrekkelijkanvallig
aantrekkenantrekken
aantrekkenankrĭeg' n
aarbeienplanteerbezenplante
aardappeleerpel
aardappelseerpels
aardeeerde
acht (telwoord) ach
acht (telwoord) achte
achterächter
achter elkaarächterene
achteraan ächteran
achteraanächteran
achteraanächterheer
achteraanächterhen
achterstel boerenwagenächterstel
achterstevorenachtereers
achtslaan / bewaken , kijk uit !zich waar'n , waard-oe !
ademoasem
aderore
afòf
afdingenpängel'n
affaireaffere
afrastering (met prikkeldraad)rikkege
afschrijvenòfschrîev'n
afslaanòfsloan
afstaanòfstoan
afstandòfstoan
afstraffenòfstraffen
aftands, onverzorgdgrunderig
agent, juutjut
akeligaaklig
al, reeds (verkorting) á
algemeen beschaafd NederlandsHooghaarlemmerdieks
allemaalallemoale
allemaala´moa
allemaalammoa
allesallens
allichtumsg (e) liek
alsas
altijdaltied
andijviestamppotfoeksandievie
apart, een aparte, vreemde, wazigeampät, een ampätt' n
ApeldoornApeldoorne
ApeldoornApedoo' ne
arm (lichaamsdeel) äärm
armoede, ruzie, onminäärmôed
ArnhemÄrem
asasse
as (b.v. wagen) ässe
as (verbranding) asse
autowaan'g, auto
autootjeauteuchien
azijnazien

B

baanbane
baanwachterswoningbaanhuussien
baardboard
bagagepakkazie
bagagedragerpäksiesdrager
bakhuisjekoakhuus
bakovenbakoav'n / bakoam'm
baksteenpoeter
balballe
balkbalke
balkenbreibalkenbriej
bangerddrietzak
bangerikdrieterd
bangerikscheitert
bankbanke
barstbäs
barstenbäss'n
Bathmen (dorp achter Deventer) Battum
bazig wijfhaaibaai
bazige vrouwhaaibaai
bedankjebedänksien
bederven, kapot gaan.vergups'n
bedovertrekbeddetiek
bedriegenbesjoechel' n
bedriegenbeseibel'n, ve'neuk'n
bedrijfbedrîef, bedrijf
bedrogenbezeik, verneuk, verneijt
beekbaeke
beerbere
beestbees
begrijpen, verstaanve (r) stoan
behuildbelip
Bekende fietstocht EpeElfheuvelntoch
bekrompenbekrumpn
bekwaambekwoam
belangrijkheidpetansie
belezenbeleazen
belijdenbeliejen
belovenbeloav'n
bemoedigen, troost, afleidinganhòld
bemoeialbemuuial
bemoeienbemuuj' n
benbin
ben jebi'j
benadelenbenoadeel'n
benauwdheidbezetting
beneveld (door drank) beneaveld, anneschøøt'n
benieuwdbeniejd
benieuwenbeniej'n
beplantenbepoat' n
beraadberoad
bereden politiepeerdevolk
bergbäärg
bergingbäärging
berichtberich
berkbäärk
bermbäärm
bermen, slootkanten afbrandenschrem'm
beroerenbereuren
Bertus van Essen (markant figuur in Heerde)Zweate Beatsie.
besbééze
beschimmeldverspoch
beschuitbeschuut
beslaan (van paarden) besloan
bestbes
beterbeater
betraandbelip
bewaken, zorgen voor, letten opinach nemen
bezembessem
bezembinderbessembiender
beziggangs
bezoekenbezuuk' n
bezoekingbezûking
bezoekjebezûuksien
bezuinigenbezunig'n
biechtBiech
bijbie
bij, bijenbieje, biej'n; îeme
bijbelbîebel
bijdehandbiejdehand
bijdehandbiedehand
bijenkorfîemenkörf
bijgelovigbiejgeleuvig
bijkeuken van een boerderijgöate
bijnabienoa, vinnug
bijnaambienoame
bijzonderbezunder
binnenkortkott'ns
binnenkorttoeverdan
binnenkortumsgeliek
binnenkortmet gemak, kott'ns (kortens)
binnensmondsnòffelig
binnenstebuitenkrang
bladenblään
bladerenbláá (n)
blaffenblukken
blaffenbløk'n
blaffen, aanslaanansloan
blevenbleem' m
bliksemblakkum
bliksemenlich'n
bloedkralenrooie krall'n
bloedverwandschappärmetoasie
bloesembluuisel
bobbelfoekse
bochtboch
bodemboam
boerderijtjeboerd'riegien
boerenkoolmoehs
boogboage
Boomklever (vogel) Boomklevertien
Boomklever (vogel) Boomleupertien
boorbore
bordtelder (verouderd, dit woord werd vroeger nog wel gebruikt, door de generatie die begin 20e eeuw was geboren
Border collieSchoapshond
borst, pijn op de borst.bosch, pien'op de bosch.
borst, borstentitte, titt'n (ook bosch, bosch'n) .
borstelbòssel
bosschageboskazie
Bot (niet scherp) Stomp
boterbotter
bovendienen d'r bie
braam, bramenbrummel, brummels
braderie (vrijdagavond hoogseizoen) braderieje, broaderie (je)
brandenbraen'n (bijna bren'n)
bretelslichen
brievenbusbriehm'mbusse
broedse kipbrodse kippe
broekbroehk
broekbokse (verouderd)
broer en zusbreur en zuster
brokhompe
bromfiets, brommerbrommut
brommen, chagrijnig zijnnoster'n (van Paternoster (?) = het Onzevader, uit de tijd dat in latijn gepreekt werd, oorspronkelijk dus vloeken)
brommerbrommut
bromtoldriltolle
brood (wit brood) stoete
brood van gebuild roggemeelroggens
broodkruimelbroodkrumel
bruiloftbrulfte
bruinbruun
buibuje, schoere
buikbalg, buuk
bunzing (marterachtige) ulk
bureaubero
bureau, bureautjeburo, bureuchien
burenbuurluu
burgemeesterbörgemeister
buurtbuurte
buxuspalmbeumpien
buxusbukse

C

caveleriepeerdevolk
chagrijnig, brommerignosterug
circuspeerdespul
collectezakäärmenbuul (in de kerk : kaarkbuul)

D

daar moeten we blij mee zijnbliej-toe
daargindsdoargender
dadelijkumsgeliek
dakpannenpanne
Dalhuisen (achternaam) Dalhuus (achtername)
damesfietsproemmkârre, proem'mkoore
datdät
de aardappelen / suikerbieten komen opde eerpels / sukerbieten riejt (rijen herkenbaar)
de griftde grif
de IJsselden'Iesel
de kettingde ketten
deelpössie
deelpät
dennenappelpapenkeutel
dertiendâttiene
deurdeure
deurtjedeurtien
DeventerDéémter
dezedisse
dezelfdede zeln
dialectplat
dialect van de west-Veluweheugters
dialektdialek, plat
diarreedierree, buukloop
die daarden eent
dikkerdpoemel
dikwijlsvake
ding, dingending, dinge
directumsgeliek
ditdizze
dodedooie
doetdut
domineedoomnie
donderbuidonderbuuie, onweersschoere
donkerduuster
doorndoorne
doperwtdöppertien
doperwtendöpper, döpaerv'n
dopheide (Erica tetralix) dòpheet, et
dorpdaerp
dorstigdöstig
doven (licht) uutdôen
draad, dradendroad, drø
draadjesdrøties
draadnageldroadneagel
draaien (rond) dollen
drachtigdrächtig
dreunpetätter
driedree
drieëndreeën
drijvendriem'm
dropdrup
druiven, druifjedroem'm, druufien
druktemakenheisteren
duif, duiven, duifjedôeve, duuv'n, duufien.
duisternisdonkeren
duizendduuz' nd
duizendblad (Achilla millefolium) hazenkäärvel
durven, durfde, durfden (hij durfde niet)dörven, dos, doss'n (hee dos ut nie.)
éénene

E

een flauw, licht gevoel hebbengesem vuul'n
een hoop (veel)een kladde
een stelletje (bijv. jongen en meisje)een spännegien
een toevallige gebeurtenis.een duuzendste tref.
eendänte
eendekuikenäntekuken
eerponteneur
eetèèt
egelstekkelvearkn
eigenwijsstrul
eigenzinnig persoondroadneagel
einde, eindende
eindeloos discussieren om gelijk te krijgen.strienn
elf (telw.) elmde
elkaarmekäre
Emmastraat in Epe (oude naam) Bollenstroate
Emst (dorp gemeente Epe) Ems
enfinaffein
EpoxBlonks
ereboogboage
erf, heemäärf
erfgenaamäärve
ergslim
ergäärg
erg druk zijnbizzelug, wat bi'j toch bizzelug. (waarschijnlijk is het Engelse 'busy' hiervan afgeleid)
erg, fel van aardvinnig
ergens begerig naar uitzien, ontzettend verheugen op ietsvespikken (ik hadde mien d'r zo op vespik, en noe giet ut niet deur.
ergens mee bezig zijnááns gangs mee wéén
ervenäärven
etenèèt'n
etenswarenfoerazie
even (moment) eff'n, éém'm, em'm

F

fabriekfebriek
familiepärmetoasie
familiefemilie
feestdagen (letterlijke vert. bij-zondagen) biezundaang
fietsfietse
fietsenfietsn
fijn (niet grof) fien
fijntjesfienties
fondsfonnis
forcerenfòkseren
FuchsiaBellenbloeme

G

gagoa
gaangoan
gaan goan
gaatgiet
gadverderriegadärrie
garengoarne
gaven (werkwoord) gaff'n
geblevenebleven
gebrokenebröken
geengien
gegaanegoan
gegraven, begravenegraf, begraf
geheel openwiedewaang-lös
geholpenehölpen
geitSikke, geite
gekzoeze
gekke meidgeite
gekomenekomm'n
gekookte raapstelen, met aardappels tot stamppot verwerktstengelmôes
gekropenekröapen
gelijk1. Met bijv. discussie :geliek 2. Met bijv. grond of gelijke uitslag wedstrijd (bijv. voetbal) : lieke
gelijk alskrek
gelijkmakenanlieken, lieke maahk'n
geloofg'leuve
gelovengleuvn
Gemaaktemak
gemetenemöaten
genieten met leedvermaakergens in gruilen
gereed, klaarree (bi'j ree= gereed om te gaan / hei'j-t ree=ben je klaar)
gereformeerdgriffemeerd
geregeldsteurig, bie toer'n
geslepen, gladde kerelsmiesterd
getimmertimmerderieje
geweestewes
giechelengoechelen
gierigaardknieperd
gierkelderaaltenkelder
gietSikke, geite
gingginge
glijden, slippen.glier'n
goedbes
Goede herderkerkschøøpieskaerke
gootgøte
gordijn, gordijnenguhdien, guhdien'n
gort, gepelde gerstpellegäste
Gortel (buurtschap Epe) Gòttel, Gòh-ll
grachtgrach
grapjegrappie
grasgres
gras gres
grasbotergresbòtter
grasklokje (Campanula rotundifolia) häänties en hennegies
graszodengrestòsse
greepgrip
grijpengriepen
grijsgries
grijzegrîeze
grintgrinte
groengruun
groentegruunte
groenteboergruunteboer
GroningenGroningn
groottegreutte

H

haakhoake
haast, hoasumtrent
hadhäd
hand, handenhand, hande
HarderwijkHâddewiek
Hardlopers zijn doodlopers.Beater een bult van 't zoep'n dan een bult van 't weark'n
haringherink
hebbenheb
hectarebunder
hederaklimop
heefthef
heel ergalderbässend
heenheer of hen
heen en terughen-en -weerumme
heetheite
heide (de plant of het veld) et heet
heidebezemheetbessem
Heilig olieselbedîenige
helemaalhelemoale, helemoa
helemaal nietà-geeh'nd. (in 't geheel niet (
helfthaelfte
hemem
Hendrikus (naam) Drikus
herfst, in de herfsthaarfs, 's haarfs
hersenbloedingb'reurte
hersteld hervormde kerkveugeltieskaarke
hertharte
hetet
Het erg zwaar krijgenUt veur de plate krien'g
het regentut reank
het verlieshet verlos
hielenhörken
hijhee
hij blaasthee blös
hij drinkt liters bierhee drink sloot'n bier
hij durfdehee dos
Hij gaat overdreven goed en veel met ze om.Hij is groot met ze
Hij werkt langzaam of onlogisch.Hee hef ut waerk'n niet uutuvun'n
hij wisthee wos
hoe gaat het met jeHoe is't met oe.
hoestenhoes'n
Hollands, ABNHooghaarlemmerdieks
hond, hondje, hondenhond, huntie (n), honde
hoofdkop
hoofd1 : letterlijk : kop of heuf (kopzeerte) 2. fig : hoof (hoofstroate, hoof van 't gezin)
hoofdpijnkopzeerte
hooghoge
hooiheui
hooi in rijen makenkidd'n
hooibergheuibaarg, (heui)miete
hooivorkgavel
hoornhoorne
hoortheurt
horlogekettingallozieketten
HorsterbrugVaatsbrugge
houdhòlle
houdenhòllen
houdthöldt
hout, houtenholt, hølt'n
houtwormhòltwörm
huilenhuul'n, lipm (oud Nederlands lijpen=huilen), proel'n
huileriggrîenderig
huishuus
hurkenhörken
hurkenhuken

I

Iemand die onbezonnen handeltdolkòp
iemand die uit burenplicht het lijk helpt dragendräger
iets grootspoeter
iets van slechte kwaliteitklongel
ik wasik ware
in de gaten houdenách geem'm op
in de middag, vanmiddag (tussen 12 en 18 uur)noa de middug
in de weg staanIn de wéége stoan
in sommige strekenwatterweggens
inktink
inrit bouwväärgat
Inwoner uit WezepWezeper

J

jaarjoar
janken, piepen van jonge hondtjoenker' n
jawel, ja hoor.joaweh (als bevestiging op een vraag)
jeukjøk
jijieje
jij bent, (wij) zijn (ie / wule) bint
Jij idioot!Ie zoeze!
jij wasie waar'n
jochiejonchien
jonge koeveerze
jongeluivente
jongetjejonchien
jou, jouwoe
jullieulle
jurkjörk

K

kaaskeze
kachelgluuiende Gait
kalfkies, kiesie
kalfkallûf
kalfjekälfien
kalfjekiesien
kameraadmassepan (t)
kanaalknaal
kapucijnersgrauwe äärfe
karkârre, koore
kerelkeerl
kerkkârke
kerk karke
kervel (een kruid in kruidmoes)kaervel
kiemkiene
kiemenkien'n
kiespijnpiene / zeerte an de koeze
kiespijntandzeerte
kietelenkiel'n
kikkerlarvedonderkòp
Kikkervisjedonderparre, donderpädde
kind dat door verschijning vertederddoezeltien
kind, kinderenkiend, vente (of kinder)
kinderenvente
kindjes, keendjeskinties, vente
KipKippe, henne
kippenhokhôenderhòkke
kippenrenloop
klaar, gereedkloar, veerdug
KlaarbeekKloarbèke
klam (vocht) spochterig
klapfleer
Klaterstraat (Oene) Kletterstroate (Une)
klaverklever
klein kindpork
klep van petfleppe
klerengrei
kletserbroabander
kletspraatklatsch
kletspraatbakerpröatien
klevenpikk'n
knie, knieënknie, kniene
knieënkniehne
knielenhuken
knoopknup
KnuppelKluppel
koe, koeienkoe (lang) .koen (e)
koekjekuukie, kuuksie
koetjeskuuchies
Koldfiesterdfiesterd, koldfiesterd, krimkeutel
konijnkniene
koninginnedagkoneginnedag, oranjefees
kooi, kooitjekauwe, kau (w) gien
koolmeesschiet in 't vuur
koolmeespiepeschaar
koolzuurhoudende frisdranksjampanjepils
koppigstrul
korreltjekörngien
korstköste
korte tijdhöttien
kostmenazie
koukelte
krachtpik, krach
kralenkrall'n
krapneuver
kreunen, geluiden maken bij inspanningpüüs'n
krijgkrîeg
krolse katmérige katte
kruidmoeskruudmoes
kruipruimtekroepruumte
kruisbessenkrissebéésn
kruiwagenkroewaang
kuikenkuukn
kun jekuj
kwaadlilluk
kwaad sprekenbelappen
kwaad, helshellig, lillek
kwamenkwamm
kwartjekwaettien
kwartje (guldentijd) kwae-ie
kweek (gras) kwekken
kweenkwenne
kwellingpenetensie

L

laag (qua hoogte) lege
laagbegaafdehalv'm
laatsteles'n
lamplampe
lamp met sensorfloeplampe
lamp, lampjelampe, lämpien
langslanges
langzaam, lui (handelend) droa
leegløøg en léég
lekkagelekkazie
lekkerlàkker
lenteveurjoar
levenleaven
lichaampänse
lichtlich / loch
licht ongesteldpoesterig
licht verspreidenòfschienen
liefelijk, zachtaardig, mak (bijv. koeien)kuum
lieveheersbeestjeeersbeessien
likkenlaek'n
lok (haar) fotse
lompenbellen
LondenLonn' n
loopsleups
lopendlopens
luchtloch
lucht in de band.wind in de band.
luciferstriekswével
luiluu
luikloek
LupineFillepiene

M

maaienmeaien
maandmoand
maarmâr
maar
maartmeert
Maggiplantlubbestok
maïs zaaienmaïs poat'n
man, mannen.kee'l, kee'lns.
mandbenne
markt (elke woensdagochtend) määrk
martelenmättelen
mastmas
matmatte
matjemättien
meedogenloos menshard'nbaerger
meelmeal
meepratenmeeproaten
meestalmeesterweggens
meestermeister
meetlintmeatband
meiddeerne
meidoornhaagdoornhegge
meikevermeimulder
meimaandmeimoand
meimarkt o, a. Heerdemeimäärk
meisjedeerntien
meisjemeissien
mekaarmekaere
mensmense
mensenmèènsn
mensenschuwmensenschieuw
merriemere
merrieveulenmeervul
mestmäs
mesthoopmäshoop
mestvaaltmäsvoalt
mestvocht, gieraalte
metmit
meteenmetene
metenmeaten
metgezelmassepan (t)
metselaarmätselaar
metselenmätselen
mevrouwvrouwe
middagnoademiddug
Miereampe
mierennesteampennes
mijnmien
misselijk, beetje zieksloerug
MKZ (mond- en klauwzeer, Tongblaar) Tongebloar
modderkruipermeerpoete
moeder, mammamoeh
moederkruid (Chrysanthemum parthineum) hempskneupies
moestmosse
moet (en) mut (ten)
molenmølle
morgenmänn'n
morgenmään
mot, nachtvlindernachule
muismuus
muizenvalmûzenvalle

N

nanoa
naaiennij'n
naamname
naar (Epe) noa (Epe)
naar menskrenge, afkomstig van kreng, betekent dood dier.
Naast (het huis) Teen'g 't huus
nageboorte, moederkoek van veeut fuul (fyl)
nagelnèègel
nagras (na hooien), tweede snedeetgruun
narcissentilozen (letterlijk `tijdlozen`)
natuurlijk niet, ben je gek (als antwoord)eejt
nauwelijks, amperamperan
negenneengde
negerzoen, negerzoenen.negertitte , negertitt'n
netjesnetties
nevelwase
niemandgien mense, gien ene
niet doorgaanoverbeateren
niets meer aan doenloa maar wéén
nieuw, nieuwsniej, niejs
nooitniej
nootnøtte
norsgrammieterig
nu, nounoe (n)

O

Oene (dorp gemeente Epe)Une
ogenoong
oliebolpuffetie
oliebollenpuffeties
omagrootmoe
omdatumdât
omstreeksumtrent
omvouwenummevòllen
onderhandmet gemak
ondersteboven't understeboam'm
ondersteboven, op de kop.'tundersteboamm
ondervragen, verhoorverheur
onderwijlampessan
onfatsoenlijkonfesoenlek
ongustig bekend staand persoonpadjakker
onstuimig weer (niet echt storm), weer met telkens vlagen bijv. om het huis.huisterug weer, 't wordt huisterig. (waarschijnlijk afleiding van heisteren)
ontzettendolderbàessns
ontzettendalderiejeekus
ontzettendiezelig
onvriendelijkgränderig
ooievaareileaver
ookôk (ke)
oomome
Oostindische kerspompebeksien
opagrootva
opgevenòfschrîeven
ophitsenanhissen
ophoudenophòllen
opjagen, tot spoed aanzettenbänzen
oppermanpleegsman, uppermah
opschietenaffeceren
opschuddingalteroasie
optaterpetätter
orgelurgel
oudold
oud vrouwtjebessien
oudeolde
oudersva en moeh
ouderwetse olielampstallochter
overumtrent
overdag, 's daagsdaags
overdwarsoverdwäs
overheenoverheer
overhemdspothemp
OverijsselAoveriessel
overjarigovergaond
overleden, hij is 5 jaar geleden overleden.uut de tied, hee is a vief joor weg.

P

paadjepächien
paalpoal (e)
paarpaa (r)
paar klompenspan klompen
paardpeerd
paardemarktpeerdemäärk
paardenbloemhondeblôeme
paardentuigpeerdegrei
paardjepeertien
paarspoars (vroeger : peers)
pachtpach
pad (amphibie) pädde
paddestoelpäddestôel
paddestoeljepaddestûultien
padenpään
palmpasenpalpoasen
panharingpanharink
Papenstraat (buurt Wissel) Papenstroate
parelmoerpällemoer
parkpäärk
parkpärk
partpät
partijpetieje
pastoriepaterieje
peerpere
penpenne
peperpeaper
perkpäärk
persenpäss'n
perzikpirke
perzikpirk
perzikjepirksien
pestpes
pienterbiej
pienterbie
pierpiere
pijnzeerte
pijnzeerte, piene
pissebedkeldermotte
plaagbezûking
plaatselijkbie stéén
plagenploang
plagenploagen
plankpòttenschap
plankplanke
platte schopschôepe
plichtplich
ploegenummebouw' m, ummescheur' n
ploegenummescheur'n, ummebouw'm
plotseling, abruptbots
plukfotse
poependriet'n
polfotse
politieplietsie, veldwachteriej, jutt'n
politieplietsie, de plietsies
pomppompe
poortpoorte
poos, poosjehot, höttien
poppoppe
populierpäppel
porceleinpòsselein
portemonneepòttefulie, knippe
portiepòssie
post (PTT) pòs
postbestellenpòsloper
postelein (groente) pòsselein
pratenpraotn
prikkeldraadpuntdroad
professorperfester
profijtperfiet
puistpuuste, poes

R

raam, raampjeraam, räämpie (n)
ranziggasterig
ranzig, nooit zeep geziengrunterig
ranzig, ongewassensmoedelug
rat, rattenrotte, rott'n
ren (bijv. kippenren)loop
rente opbrengenve (r) renten
riekgrepe
rij hooikidde
rijdenrie'n, vaarn, jaan'g.
rijden (bijv. met auto)vaa'n (van varen / fahren), rie'n of jaang (van jagen).
rijpen (door vorst)gieseln
rijwegväärweg
ringetjeringie
roerenrør'n
roetaanslag op pannen pottenpòtsmit
rollen kuul'n
rollenkuul'n
rommel verbrandenstoak' n
Rooms-katholiekkatteliek
roosterreuster
rund (eren) beest (e), koe (ne)
rundvleesbeestevleis
ruwroew
ruzie makenstriehn

S

salomonszegel (bosplant Polygonatum odoratum)Motte met big'n
schaapschoap
schadescha
scheiding (in het haar) scheie
schep (groot) schôepe
schiet op, kom op.Nou!
schil, schillen (zowel zelfst.nw als werkw.) schelle, schel' n
schilderväärver
schoen, schoenenschoe, schoen (e)
schoffelschuffel
schoolmeesterschoolmeister
schoppenschuppen
schrijnen (bijtende wonden) schren'n
schuifelenschiefelen
schuttingplanketsel
schuurschûre
schuwschieuw
simpelwegdoodweg
Sint Margriet (20 juli) Pisgrîete
sinterklaassunterkloas
sla (groente)sloat
slapslop
slaperigpoesterig
slappe koffieslootwaahter
slecht gehumeurdnöttelig
slenterenschoetzen
slikkensloek'n
slip-stream (auto) zoch
sloffensmoeks'n
slomedooie
smeerpoetsgrunthe
smerigpoesterig
smeriggrunderig, smoedelig
smijtenfleateren
sneeuwsnee
sneeuwensniejn
sneeuwen, het sneeuwtsniej'n, ut sniejt
sniesterregenbuitje, regentje
snoepensnaajn
snoepgoedsmikkelderieje, snuupies
SnotneusSnotterpieppe
sodapolka
sommigepättie
somsbie toer' n
soms, regelmatigbie toer'n
sorterenuutzuuk'n, leez'nn.
spade, schepschuppe
sparfiene denne
sparenspoar'n
speculaasjesunterkléusien
spekzwoerten gevuld met vlees in zuurzoere rullechies
sperziebonenbrèèkebeunties
spinnewebbenspinnekopp'ndrø, haarfsdrø (herfstdraden)
spoor, sporenspoer, speurs
spugenspiejn
spulgrei
spuwenspiejn
staanstoat
stamppot andijviefoeksiestamp
stamppot boerenkoolmoes (lang aanhouden)
stapelwolken die onweer voorspellendonderkòppen
steel (bijv. bezemsteel)stelle (bijv. Bessemstelle)
Stenfert (achternaam) Stef'ns (achtername)
stersteerne
sterk ruikendgasterig
stierbolle
stoeien, ravottenbeunen
stoepstoepe
Stokkink (achternaam) Støk'nt (achtername)
stormstørm
stort, stortenstöt, stött'n
straatstroate
strakssträksies
strakstammee
strakstemee
stro persstropässe
stuk land in TongerenVeanties, de
stukken houthølter
sufferdkuuk'n
sufferdzoese
suikersuker
suikerbietsukerwòttel

T

tabaktebak
tachtigjarigetachtegjaorege
tafeltoafel
tam, rustig (van karakter) kuum
tandpijntandzeerte
Tantaluskwellingtandentäärgerieje, wordt gezegd van iets lekkers waar je niet aan mag komen
tante (verouderd) meuie (vroeger achter de naam, Aaltienmeuie=tante Aaltje)
tastässe
te keer gaanangoan
teentee
tegendraadsdwars
televisie, telegraaf enz.tillevisie, tillegraaf enz
teminstetemensen
tepelmämme, pápe
tepelteapel
terechtterech
terechtterechte
terugweerumme
theetee
thuisbie huus
tijdtied
tijdenstiedens
toekomstbekoms
toezeggen (beloven) ve (r) zeggen
tottut
traagdroa
trotsgroots
tuberculoset.b.c.
tuinhof
tuinaanplantplantazie
tuinbonengrote boon'n
tuinzaadhòfzoad
tuittüte
tussen de middagmet de middug
tvfoekepot
twaalftwaalmde
tweetweeje
tweelingpäärtien

U

uituut
uit doenuutdôen
uitduidenuutduuien
uitduidenuutduuj'n
uitduiden, uitleggenuutdûun
uitenuten
uitenutern
uitgevondenuutevunn'n
uitglijdenuutsliern
uitstekenuutstekke
uittrekkenuuttrekken
uitzoekenuutfiegeleren
uitzoekenuutfieneren
uitzoeken (kijken hoe iets in elkaar steekt)uutdokteren
urineren, plassenwatern, ik mut ut water kwiet.

V

vaakvaeke
vaakvake
vaarsveerze
vaars kalfveerzekalf
vaartväärt
VaassenVoassn
Vaassen (dorp Epe) Voassen
vadem (lengtemaat) vaam
vader en moederva en moe (lang)
vader, pappavaah
vaginaflamoeze
van een afstandvan de veern
van een afstand (bekijken) van de veert' n (bekiek' n)
Van kwaad tot erger wordenVan de gavel in de grepe valn
van nu af aannoeverdan
vandaagvandage
vanzelfsprekendallichte
varkenväärken
varkenshokväärkenschòt
vee in slechte conditieWezeper
Veeg grasVète gres
veeleen bult, een bonke.
veel veule
veelvölle
veentjeveantien
vegenvééng
Vegtelarij (wijk Epe) Vechterieje
veiligheidspeldsluutspelde
verfârre, veere, wied
Verabbelzer'numsgeliek, umwiel
verbaasdveraldereerd
verbouwingtimmerderieje
verbranden van hoop afval buiten.stoak'n
verbranden van slootkanten, bermenschrem'm
verderveerder, wieder
verdrinken, verzuipenve (r) zupen
verdroogd (van planten) ve (r) zoord
verfväärve
vergaren, rapengaa'n (eerpels - )
vergeefsve (r) gees
vergeetsve (r) geats
verhitverhet
verhoor, ondervragenverheur
verkeervekeer
verkeerd, omgekeerdkrange
verklarenve (r) kloaren
verkochtve(r)køch, ouderwets : ve(r)køf
verkoudenve (r) keld
verkoudheidve (r) keldheid
verlegen, schichtig, wereldvreemdbleu (blö)
vernielenverhenneweren
vernietigenverrunneweer'n
vernietigenvertesteweren
verstaan, begrijpenve (r) stoan
vertimmeringtimmerderieje
vertonenve (r) teun'n
vertrouwenverdusie
vervelend iemand, chagrijntroanderd
vervenväärven
verwaarlozenvertesteweer'n
verwoorden, uitenutern
verzadigd eten, dik etenverpaens' n
verzekeringfonnis
verzoeken, uitnodigenve (r) zuken
veulentjevølntien
vierkant schuurtje met hooiberg er bovenopstelt'nbaerg
viessmoedelig
vijffieve
vijftigvieftig
visiteveziete
vitragetulegedien
Vlaamse Gaaimaerriekoalle
vlaggetjesfläggies
vleermuisfleermuus
vleesfleis
vliesfluus (flys)
vochtigspochterig
voederbietmangel
voelenfuul'n
voet, voetenvoet, voete (lange, diepe oe)
vogelkersvuulboom
vol onkruidruterig
voorveur
vooralbenaam
voorlopigvoort
voorrechtveurrech
vooruit (inrijden) veureers (invaar'n)
voorzichtigbereakend
vorig jaarverleend (of vegang'ng) joohr
vossenbroek, vorstenbroekvossenbroek, gebied tussen wiemanstraat en kanaal. (vorst is oud woord voor bos)
vraagvroage
vragenvroagen
vrekkniepert
vrijwel op hetzelfde moment, kort ernaumslieks
vrijwel, zo goed alsvinnig
Vroeger (in het verleden) Eerder
vrouwvrouwe of wief
vrouwenvrouluu, wieve.
vuilpoesterig
vuilgrunterig, zwaet.
vuil persoonpoesterd
vuist, vuistjevoes, vuussien
vuistjevuussien
vuurpotjefoekepot
vuurtje, brandenvuurtien, vuurtien stoak'n

W

waaswase
Wachtelenberg, deWachenbäärg
wadenwaan
Wah kroameWat een zooitje
wamte afgevenòfschienen
wandelenkuiern
wangwange
wanichmeedewäärker
wankelendummetuitelen
wanordelijk door elkaarhaeter de fleater
WapenvelderWaopmvelder
warmheite (ook :wäärm)
wasknijperwasknieppe
water geven (aan bijv. koeien) wéétern
water geven (aan koeien) wééter'n
waterhoentjeswaterhûuntien
weekweake
weerlichtlich'n
wegvort
weg rennenpleateren
werkwäärk
werkenwaark'n
werkkledingwäärkgrei
wervelwind met mooi weerwindhore
wespwaepse
wie is ? jij bent.wie is ? ie bynt.
wie is ? jij.wie is ? ieje.
wijwule
wijwulle
Willem Tellstraat in Epe (oude naam) Vinkenstege
windwiend
windhooswinddore
windhoosje, hooiduivelwinddore (vermoedelijk zeer oud woord, dore betekent draaiing, hier zijn het nederlandse 'deur' en het engelse 'door' ook vanafgeleid, 'het draaiiende')
WoldbergKnobbel
woon / huiskamer van de boerderij; haardheerd
wordenwordn
wortelwòttel
wortelenwoh'ls
wratkor
wroeten, grond woelenvruut'n

Z

zaagselzageméél
zaaimandbennechien
zaklampzaklanteerne
zeefteamse
zelfdezeln
zeuerenteamen
zeugmotte
zeurnoäle
zeurteamerd
zeurennøøl'n (bijna nuil'n)
zeurkousdrammerd
zeurkouszerpentriene
zevenzeumde
zeven (telw) zeumde
zevenblad (min onkruid onder heg enz.) hanepoot'n
zeventienzeum'mtiene
zich vuil makenem beknooien
zich wassen, nette kleren aandoen (lett. verschonen)vescheun'n
zietzut
zijzulle
zijnbint
zijschot van wagenwagenledder
zon, maan en ster (ren) zunne, moane en steern, steerns
zoon, zonenzønne, zøns
zouzol
zoveelzoveule
zuinig iemand waar moeilijk zaken mee gedaan kunnen wordenhaerd'nbaerger
zuivelfabriekmelkfebriek
zuiverech
zuurzoer
zwartezwätte
zwoerdzwoare

8 opmerkingen

  1. Bosman was vroeger de groenteboer die uit Elburg kwam met zijn vrachtwagentje. Hij had een hondje die ongeveer een half uur later dan deze groenteman voorbij kwam stuiven.
    Werd gezegd van iemand die wel heel veel deed om in de smaak te vallen op de Schietbaan (schotweg e.o.) in Epe
  2. De buurtschap Gortel, uitgesproken als Gòttel of Gò'el (met ingeslikte 't'), westelijk van Emst, lag vanouds wat afgezonderd. De buurtschap leeft in verschillende gezegden en uitdrukkingen voort:
    Gòttelse moate = royale maat, bijv. van een tot de rand gevulde komme koffie (tegenover een 'Haags bakje') ;
    een vrouwe mit een Gòttelse stap = met een voor een vrouw royale pas;
    zee heb de Gòttelse middag = ze trekken zich weinig van de tijd aan, leven ongeregeld;
    Gòttelse käärmse = Sint Juttemis, dus nooit
  3. De haren branden we van de geslachte kip met ` spiertjes`
  4. Het Epers is één van de meest westelijke dialecten die tot het Nedersaksisch behoren. Steekt men in westelijke richting de Veluwse heuvelrug over, spreekt men een geheel ander dialect dat tot het Hollands-Frankisch behoort. Bovendien is de godsdienst alhier overwegend orthodox protestants, in Epe is dit overwegend vrijzinnig (de gemeente Epe hoort hierdoor níet tot de Bible-belt) . De taalgrens (etnische grens!?) is scherp. Het Nedersaksische taalgebied strekt zich oostwaarts uit tot minstens de Pools / Duitse grens. Nog zo' n 22 miljoen mensen spreken een Nedersaksisch dialect, waarvan 2 miljoen Nederlanders (Hoofdzakelijk Groningen, De Stellingwerven in ZO-Friesland, Drenthe, Overijssel, de Achterhoek en de Noordoost-Veluwe)
  5. Niejenhus had een grote riezemiette langs de weg stoan
  6. Opoe Das-Vijge veegde allllles schoon met haar `wieseldoek` ook het kopje waar zojuist nog iemand anders uit dronk
  7. We deden een fötsien gres aan de staart van de vlieger
  8. dienen an de diek: gezegd van boerenknechten van de armere zandgrond die bij de grotere boeren langs de IJssel tussen Hattem en Terwolde (langs de dijk) in betrekking waren