Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 154 dialectwoorden voor `roken`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : rennen (27x) : tenen (44x) : Zeventig (43x) : welja (23x) : februari (43x) : salamander (30x) : urine (23x) : houweel (25x) : spiegel (35x) : poot (44x)



50 vertalingen voor het Nederlandse woord `roken`

  1. roken = smoren (fumer) (Werviks)
  2. roken = ruike (Opglabbeeks)
  3. roken = dampe (Geuls)
  4. roken = vlemme, rauke (Roermonds)
  5. roken = kwallemme (Kerkraads)
  6. roken = paffe (Antwerps)
  7. roken = piefe / sjwaame (Kerkraads)
  8. roken = reuk'n (Elspeet)
  9. roken = roake (Flakkees)
  10. roken = roake (Ouddorps)
  11. roken = roeëke (Budels)
  12. roken = roeëke (Venrays)
  13. roken = roewakuh (Ammeroois)
  14. roken = roeweke (Budels)
  15. roken = rook'n (Westerkwartiers)
  16. roken = rooke (Riekevorts)
  17. roken = rooke (rook voortbrengen) ; reeke (van etenswaren) (Bilzers)
  18. roken = rouke (Venloos)
  19. roken = rouke, zjwaame (Mestreechs)
  20. roken = zjwame, roke, paave (Heerlens)
  21. roken = smoeren (Wolvertems)
  22. roken = smoere (Antwerps)
  23. roken = smoirn (Roeselaars)
  24. roken = smore (Turnhouts)
  25. roken = smoren, smoar' n. (West-Vlaams)
  26. roken = smuure, ruuke, paffe (Gents)
  27. roken = wegpaffen (Amsterdams)
  28. roken = zwamen (Geuls)
  29. roken = paffe (Nijmeegs)
  30. roken = paffen, smore (brabants)
  31. roken = rouke (Mestreechs)
  32. roken = rôôke (Bredaas)
  33. roken = roêken (Sevenums)
  34. roken = saffn (West-Vlaams)
  35. roken = sjwaame (Susters)
  36. roken = smoke (Genneps)
  37. roken = smoken (Genneps)
  38. roken = smuëren (Moes)
  39. roken = rwoakn (Zeeuws)
  40. roken = smoren, paff'n (Roeselaars)
  41. roken = smoorn (Ostêns)
  42. roken = zjwame, rouke (Hulsbergs)
  43. roken = zjwame, piepe (Eys)
  44. Roken = Paffen (Turnhouts)
  45. roken = ròòkkuh, roewakuh (Kerkdriels)
  46. roken = sjwame (Simpelveld)
  47. roken = smoken (Gronings)
  48. roken = tuffen (Brugs)
  49. roken = smoaren (Brugs)
  50. roken = smueren (Clings)


1 vertalingen voor het dialectwoord `roken`

  1. roken = smoke (Amsterdamse straattaal)