Nijkerks

Dialecten > Gelderland > Nijkerks

Nijkerks bevat 9 gezegden, 239 woorden en 8 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

9 gezegden

daar kun je niet tegenken je nie lie man
Dat is nogal wiedesDat dank je de joksem
Het is somber, regenachtig weer't Is goed weer um een arfenis te deile
Het is vandaag broeierig weerUt is moekerig vandaag
Hij heeft niet veel krachtHie het weinig bie te zette
Hij is niet zo slimHie het ut zwarte stopgaore ok niet uutevonde
Hij is ontslagenHie het u'doan u'krege
Mooi, groeizaam weerUt gres greut de koeie de bek in
Van de regen in de drup komenVan de gavel in de greep lope

239 woorden

A

aardappelseerdappels of piepers of erepels
Aardappels schillenPiepers jassen
aardeeerde
achteromachterum
achteruitachteruut
altijdaltied
andijvieandievie

B

BalenladerBaolelaojer
BalenpersBaolepars
bangerikscheiterd
bednest
beetjebietje
ben jij hetbin jie ut
bibberenriebelen
binnenste buitenkrang
Binnenstebuiten van kledingKrang
Blote billenBlote brits
boerderijboerderie
boomgaardbongerd of boemerd
boosleed
borstentitten
BoterBotter
bramenbrummels
broeierig (weer) moekerig
broerbreur
broodbreud
bruinbruun
buigenbugen
buitenbuten

C

chocolasuucelaod
CultivatorKulevaoter

D

dameDeere
Dichtop elkaarDrung
doekjetod
doordeur
doosdeus
doppindasapenoetjes
draaiendreije
drempeldrumpel
Druk heen en weer lopenBizzen
drukpersdrukpars
duimstokduumstok
duivelduvel

E

Een bos met takkenRiezemiet
een gehandicapt kindeen oengelukkig kiend
een pak op jefalie
een vies menstaoter
EendenEnten
ErfDe horstee
ergiezig, bar, heelnoods

G

ga wegmieter op
gaangaon
gaasgaos
gaatjegaotje
gevoelgeveul
geweesteweest
grasgres
grasveldjebleik
greppelgrup
groentegreunte
grondgroend

H

haarhaor
HandbijlHiep
haringhering
hebbenhen
heiningpaalvreepaol
hekwerkhekwark
het maatkannetjede liter
hondhoend
hoofdharses, heufd
hooivorkgavel
horenheuren
huishuus
huiswerkhuuswark
hunhullie

I

iemand die niet deugtschapje
ijsies
ik heb je tukk heb je bie je taos

J

jijjie
jonge koeveers
joujoe
JusStip

K

kaantjeskaontjes
kaarskeers
kaaskeis
kaasschaafkeisschief
kalkoenpullepetaoter
kalveren melk gevenkalveren weteren
Kapsones, praatjesspatjes
kerkkark
kersenkarse
kijkenkieken
kipkiep
knijptangknieptang
knoeienmoeken
knoeipotmoekerd
Knoopje op je petVleuk op je pet
koeienpedicureklauwekluuver
kofferbakkattebak
konijnknien
kopakker (waar gekeerd wordt bij ploegen) wijnakker
korte zeis voor slootkantenruudoorn
kruisbessenknoepers
kuikenkuuke
kuikenskuukes
kuilgraskuulgres
kwaadleed
kwakjekwakkie
kwartiertjekertiertje

L

laarsleers
ladderleer
lantaarnpaallanteernpaol
laterlaoter
lelijkkuuk, lillek
lijflief
limonadelimonaode
los draadtje aan ietstaoter
luisterenluusteren

M

magerschroai
marktmart
meisjedeeretje
mensmins
mensenminsen
merkmark
MestvaaltMestpluus of mestvaolt
mijnmien
Moeilijk, zachtjes lopenSloffen
muismuus
musmors
mussenmorsen

N

naadnaod
naarnaor
nagelnegel
niet van houdend'r van iesen
nijkerkniekark
notennoete

O

omaopoe
onkruidoenkruud
onzin verkondigenproat op zolder
ooievaarooievaor
ooievaaruver
ouder wordenanouweren
overhemdboezdroen

P

PaaltjePosje
paarpaor
paardpeerd
paardenbloempeerdebloem
persvoerparsvoer
pijnpien of zeert
pijppuup
pissebedkelderzog
plassenzeiken
poependritten
PoepenKedolmen
ponypoenie
precieskrek
puistpuust

R

Raam is openRaam is los
raarraor
rechthoekige spadesmak
regenenzeiken
RhododendronRedenderum
ridderzuringsmeerwortel
rokenreuken
ruikenruuken
ruimte achter de mestgoot van koeienwees
RustigHeanig

S

Schaaltjeschaoltje
schaarscheer
schaatsenschaotse
SchepSchup
scheutje waterflorsje
schortschullek
SchuurtjeLoosje
Sla (groente) Slaot
slakslek
smeerkeesploatod
spermapielepap
spijkerspieker
spijtspiet
spinaziespinaozie
spittenspaajen
spruitjesspruutjes
stalpaalreupel
Steun of schoorStiep
stijfstief
straatstraot
straatlantaarnstraotlanteere
Strak, nauw van kledingNuuf
struikstruuk
stuk touwent touw
suikersuuker

T

tenenteeje
terugtrug
thuisthuus
tuintuun
TuinbonenPlatte peters, ouwewievetene

U

uienuuje
uieruujer of geer
uitkijkenuutkieken

V

vaartvaort
vadervaoder
vakantievekansie
vandaagve'daag
varkenkeu
verfvarf
verzuipenverzupen
veters strikkenveters lussen
veulenvullinkje
vleesvleis
vloekenvleuken
voedertrog voor varkenszeuning
voelenveulen
voergoot voor koeienzul, zeul
vogelvoegel
vooruitveuruut
vrijvrie
VroegerVrogger

W

waarwaor
warm etenmuisje
warm eten mengenmuize
waterwaoter
weegschaalbescuul
wegvort
WenkbrauwenWinkbrouwe
werkwark
wijwullie
wijfwief
WildWeust
wollen hemdborstrok

Z

zaklantaarnzoeklicht, zeuklicht
zegtzeit
ZeisZeisum
zijzullie
zoekenzeuken
zoetzeut
zomerzoemer
zoute pinda'ssouse mangel's
zuipenzupen

8 opmerkingen

  1. Bij het vervoegen van werkwoorden is er meestal een aparte vorm voor de eerste en voor de derde persoon enkelvoud en moeten de tweede persoon enkelvoud en alle meervoudsvormen het samen met een vorm doen.
  2. Vervoeging van doen:
    ik dû - dee - het u'doan
    jie dûn - deeje - hen u'doan
    hie dût - dee - het u'doan
    wullie dûn - deeje - hen u'doan
    jullie dûn - deeje - hen u'doan
    hun dûn - deeje - hen u'doan
  3. Vervoeging van hebben:
    ik het - had - het u'had
    jie hen - hadde - hen u'had
    hie het - had - het u'had
    wullie hen - hadde - hen u'had
    jullie hen - hadde - hen u'had
    hun hen - hadde - hen u'had
  4. Vervoeging van krijgen:
    ik krieg - kreeg - het u'krege
    jie kriege - krege - hen u'krege
    hie kriegt - kreeg - het u'krege
    wullie kriege - krege - hen u'krege
    jullie kriege - krege - hen u'krege
    hun kriege - krege - hen u'krege
  5. Vervoeging van zijn:
    ik bin - was - bin u'weest
    jie bin - warre - bin u'weest
    hie is - was - is u'weest
    wullie bin - warre - bin u'weest
    jullie bin - warre - bin u'weest
    hun bin - warre - bin u'weest
  6. alle woorden geschreven met zgn. lange ij worden als ie uitgesproken.
    er zijn zoals in de gehele nederlandse taal uitzonderingen op.
  7. bijvoorbeeld het laatste restje in een glas wijn noem je een moekje
  8. goa es een reupel um, ga eens een beetje aan de kant