Waalwijks

Dialecten > Noord-Brabant > Waalwijks

Waalwijks bevat 41 gezegden, 908 woorden en 9 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

41 gezegden

Aanduiding familie lid (Jan) jullije Jan
afzien''...hij hagget nie briejid''
Alleen voor z'n eigen belang opkomen.''Den dieje bidt allinnig mar vur z'n egge parochie''
bedonderenun oor oannaaie
begraven zijnachter de buuke heg liggen
Bekken trekken''kek mar uit mee oew gek bakkes, dolluk sloi ut klokske van Rome en dan blijvet zo ston''
Burgemeester en de PastoorDen burgemister zee tigge de Pestoor, ''Haawde Gij ze mar stom, dan haaw ik ze wel erm''
De benen nemen (weg vluchten) 'R tuusenuit naaie. ''Hij naait er van tuuse'' of ''Hij naait 'm''
Doorgang Grotestraat KloosterwerfDamke van Mie Pol
een apart kind''Dèster inne van de mellukboer''
Een jongen die geen voorlichting meer nodig heeft.''...die wit wel wor Abram de mosterd holt''
een kind krijgen, bevalleneen kiendje kopen
er een potje van makenbegaoje
ergens niet willen/moeten zijnkheb doar niks verloren
Ergens schoon genoeg van hebbenErges peuke van scheite
Ergens schoon genoeg van hebbenErges vort peuke van scheite
helemaal van slag zijnhimmel van oewen apprepoo aaf zen
het regent heel hardut règent dettut zekt
Hij is een dom persoonHij ies net zo slim as 't pèrd van Kriestus (..en dè was unnen ezel)
Hij zegt niks. Hij houdt z'n mond.Hij zit er ginnen ene* (in 'ene' de eerste e als in 'beer'
Hou je mondHaaw oewe mond, of grof: haaw oew bakkes
iemand aanrijdeniemand vur z'n klep rije
iemand in de steek lateniemand lotte barste
iemand met ongeloofwaardige verhalenDor hedde hum wir mee z'n zije sokke.
iemand uit Kaatsheuvelunne Ketshuvvelse
ik ga 'ns naar mijn bedik goi ies nor munne niepert
ik hou van jouik haaw van oe war
ik mag je graagik kan oe goed lije war. of, ik zie oe gerre war.
Je bent bedanktDè ge bedaankt zet, dè witte war.
je bent goed gekzedde besodemietert
je ergens over opwindenoew egge opnaaie
Jolig bejaard''..hoe aawer hoe gekker war''
Mooi fotoSchon Plaotje
naar de stad gaannor de strot gon
naar het centrum gaannor veuren gaon
nooitas Paose en Pinkstere op ene dag valt
spoorloos''die ies mee de meziek mee''
uitgaan op zoek naar partnerop sjaanternel gon
vroeg gaan slapenMee de kiepen op stok gon
Weet ik veel.Wit ik 't
Zullen we er eens mee stoppenZammer ies mee uitschaaie

908 woorden

's avondssovves
's morgenssmerges
's nachtssnaachs

A

aan beide zijdenlaangs weerskaante
aan de beurt zijngij zet um / gij bent um
aanmodderen of doormodderenonvuilukke (o uitspreken als in kleur roze )
aanpakkenvatte
aanrechtorrucht
aanrommelenzooie
aanstellerigtèètelechtig
aardappelerpel (enkelvoud en meervoud)
aardappelschillenerpelschelle
aardappelschilmesjeerpelschelder
achterafnodderaand
achterneefaachternèf (è langgerekt uitspreken )
achterste stuk't aachter-end (van un verke)
achterstevorenaachterstevurre
achteruittruuguit
achterwerkbatterij
achterzijded'n aachterkaant
ademossum, ojjum.
afdingenaafbieje
afgezakte broekbroek op halluf elluf
afwassenafwaase (den afwas)
afwassenomwaase. den omwas
afwijzen ''ik heb er geen zin in''Godde gij ies gaaw spulle. (of ) Got toch spulle man. (of) Flikker toch gaaw op.
akeligokkelig
alleenallenig (de e als in 'eer')
alsas
AlsEs
Als je dat maar weet.Es ge dè mar wit. of Egge dè mar wit
altijdaalt (hij wittet aalt bitter)
alweeralwir, of a'wir
andere kantgunnekaant, ginnekaant
andijvieandievie
antoniusparochiehaaike
appelsappel (meervoudsvorm en enkelvoud)
arbeiderunne werkmeens. 'ee' als in NL 'eer'
armerm
armbanderrembaand
autowogge, de 'o' als in de kleur roze.

B

baardbord, o langerekt.
baardaapbordop beide letters o langgerekt.
BaardwijkBork, uitgesproken als Borruk (baard verwant aan border, grens. middeleeuws: Bordewvic, destijds 'n Hollandse grensplaats, nabij Brabantse Walvic)
baardwijkse straatBorkse sticht
badenbojje
bagagerekpakkendrogger
ballon, balonnetje (un) nen blon, un blonneke
balspelballe
bangmakenLotte broeklope (o uitspreken als in 'oor')
bankbaank
barenborre
bazige vrouw''... die hee thuis zikker de broek on''
bedonderenbesodemieteren
been (ev) biejin
Been (mv) biejin ''Hij hee allebaai z'n biejin gebroke''
beerbèr (è uitspreken met gerekte è klank)
beetjebietje
beetje, handvolhaffeltje
beetnemente grozze vatte
begravenbegrovve
begrijpenvurstaon
beidenallebaai
bekaaid'er bekaaid vanaf komen' 'n verlies situatie meemaken. Meer uitleg onder 'Gezegden'
bekledenbekleeje
bekvechtenentulle
belastingblaasting
belazerenbelozzere
belazerenbeloazuru
belazerenvern (e) uken
belgbels
beloop, op z'n beloop latenlotte betije
ben (ww) ik zij, Gij zijt, of Gij zet, wij zijn, of wij zen. En verleden tijd: Ik waar, Gij waart, wij waare.
benedenbeneeje
benen (mv) biejin
bepaaldbepold
berekendgehaaid
berouwberaaw
bescheidenbeschaaie
BesoyenPlaats ten westen van Waalwijk. Vermoedelijk vernoemd naar de voorloper van Waalwijk 'Gansoyen' ten noorden van het huidige Waalwijk. Dus, niet Gansoyen zelf, maar 'bij'' (Gan-) soyen'
BesoyensestraatBesoyse stigt
bestaanbeston, de 'o' als in NL kleur 'roze' ''ik bestoi'', gij bestot, hullie beston.
bestedenbesteeje
betalenbetolle
bevrijdenbevrije
bevuilen (figuurlijk) begojje (verwant aan vlaams begaaien)
bezembessum
bezoekenbezuuke
bezurenbesniete (werkwoord) ''...en de goei moeten 't mee de kwoj besniete''
Bezwangerenopknappe
bijnabekaant
bijvrouwunnen bijzit
bijzonderbezonder
bijzonders -niksniks bezunders, of iets bezunders
binnenkortvortzo
blaadjebloike
blaarblen
blauwblaaw
blauwblaauw
blauwe busblaauw buus
blazenblozze
blijvenblijven, (maar) ''Gij bleft er aaf'' dus: Ik blijf, gij bleft, gullie bleft. (en) ''aafblijve!''
blikblek
blik en vegerblek en vegger
bloedbloed, maar oe langer laten klinken.
bloedenbloeie
blootbloewt
bodebooje
boekbindenboekbijnde
boerderijboederij (van behoeden, behoederij)
BoerenkoolLangbinder
bolletje (wol) bolleke
boomboewm
booskwod
bordjeschotteltje
boterbotter
braambrem
bradenbrojje
bramen plukkenbremme
brede (bnw) breeje
breedbriejid
breinaaldbraainold
brekenbrekke
bretelsgallugge
broekie (jong mensje) bloeike
broerbruur
broodmik (witbrood) ook 'brood' oo uitgesproken als in 'voor' of de oudere uitspraak brood (fonetisch) 'broewut'
broodje'n brooike, of 'n mikske
brouwselbraawsel
bruggetjebruggeske
brutaalastraant
brutaalbruutol
builbult
bundelbussel
burgemeesterd'n burgemister
busbuus

C

carnavalvastenaovend
chocolaatjesjukklotje
chocoladekwatta, sjuklaode
ChristusKriestus
clownkloewen (-wen, snel uitspreken)
contaktkettakt
crematiekrimossie

D

daarginder
daardor
daar ga ik niet in meeschet nou gaaw
daargindsginderwijd
Dag, de volgende dag's anderendogs
dagdromensloppe
dakgootdakgut
dansendaanse
darmderm
dat
dat isdè ies, (of) des
dat isdè ies, of samengevoegd: dès
de heidede haai
de weidede waai
deed (vt van doen) deej
deed (vt) deej
delegatiedillegossie
dennenboommaast
deukbuts
deze en genedees en ginne
dienstbodedienstboje
directeurdirktur
DoeiHoudoe
doendoen, de oe langgerekt uitspreken. ik doe 't, gij doeget, wij hebben 't geddon. laatste o als in kleur 'roze' uitspreken.
doendoeget, ik doei, gij doeget, wij doen.
dokterdokter d'n
dokterd'n dokter
dooddoewt
doodmoekepot
doordur
doorlopendurlope
doosdoew's tegenwoordig ook 'doos' waarbij oo uitgesproken als in 'oor'
draaddrod
draadjedroike
dragendrogge (o langerekt als in kleur 'roze')
drinken, onsmakelijklurke (eigenlijk 'luirke', maar dan zonder de j-klank achter de ui.)
dronkenbezope, blaaw.
dronkenkaggel
durfde (vt van durf) dors of dorst
duur (in gebruik) schojjelluk
Duur in het gebruikschoiluk
duwendouwe
dwarszitten, beledigenkoeienirre

E

echtgenootmunne mins
echtgenotemun meens
eeniejin
een (lidwoord) unne, un (unne kan afgekort worden naar 'ne ) unne voor mannelijke zelfst. naamwoorden un voor vrouwelijke en onzijdige zelfst. nw )
een paardun perd
een rochelne kwaaier
Een sullig iemand''...des unne goeie sul'' of liever ' ne goeie sul'
Een visunne vies
eensies (in: zeg het eens - zeg 't ies)
eiaai
eierenaaier
eierkolenaaierkoole, de 'oo' als in NL 'oor'
eierschaalaaierschol
eigenegge
eigenaardigorrig
eigenwijséigengraaid
Eigenwijsegge-geraaid
einde, eindend
eindelijkèèndeluk
elfelluf
eteneete, ('ee' uitspreken als in 'eer' )
eteniejitte
eveneffe
evenifkes, efkes, effe

F

februarifibbreworrie
fietslampjefietslichje
fijnmakenprakke
filmfullum
flauw (smaak) flaaw
flauw doendeddulle
flauw iemandsokkelapper
flauw persoondeddul-ler
flauwerikflaawerik
fopspeenun tutje
fraterfrotter, o als in kleur 'roze' uitspreken.
frikandelfriekundèl
frisfries
frustratiefrustrossie

G

gaangon, ''godde gij nor Wolluk ''
gaan in 'ik ga'ik goi
gaatjegotje
garengorre
gauwgaaw
Gayus, Boef. Persoon van 'n lager allooi.gojjus
gebakken perengebakke pèrre
geelgèèl
geel gelegel gelle
geengin
geen eenginnen-inne
gegetenòp
gehandicaptongelukkig keind, ongelukkige meens.
geheime informatie doorvertellenWaawulle
gekregen (vt) gehad
geledengeleeje
gelijkwaardignaovernaant
geloofgelluf
gemeentegeminte
genoeggenoegd
genotgenoj
gereedschapgeraai, of gerridschap
gescheidengeschaaie
geurlucht ''wè ruik ik vur unne lucht hierzo ''
gevaarlijkgevorluk
gevenik geef (ee als in 'eer'), of ik gif, Gij gift, hullie geve.
gevoelgevuul
gewaarschuwdgeworschouwd
geweergwèr
geweestgewiest
Gewicht schatten handmatigkwikke
gewistaafgeddon (de o als on de kleur 'roze' )
gierigaardpuuwt
gisterengiestre
gisterengiestere
gitaargietor
glaasjegloske
glaasje drinkengloske drinke
glazenwasserglozzewaaser
goed materiaalspulleke
Goirle (plaatsnaam) Gool (oo uitspreken als in ''poort'' )
gootgeut (eu als in 'geur' )
gootsteengutsteen (ee als in 'eer')
gouden (stoffelijk bijv.nw.) gouwe
graaggèrre
grappenmakerunne grappemokker
grappig persoonDing. ''Wè zedde toch un ding war''
grasveldblèk
Grensrechtervlagger
grintkietelkaaien
groengruun
groentegruunte
grootgroowt
grootgroewt
grote mondunne groewte mond. (of) unne groewte smoel (of) un groewt bakkes.

H

haar (bezittelijk vnw) hur
haar harenhor, de 'o' klank langer aanhouden.
haardhèrd
haarscheidingunne schaai
haasthost
hadden (vt van hebben) han
Hagelslaghoggelslag of kwattastrooisel
Halstarrig manspersoonKnuirft
halvergarenhalvegorre
halverwegehalverweges (uitspraak -weges, de 1e 'e' als in 'eer')
hamerhommer 'o' als in kleur roze.
hamstereninslon. de 'o' als in NL kleur 'roze'
hand handenHaand (ev mv)
handighendig
handvegerhaandvegger, de 'e' langer aanhouden.
hard rijdensjeeze
haringherring
harkrijf
harkenrijve
harmonie orkestherremunnie
heb ikhe'k
heb jij, of hebt uhedde gij
hebbenik heb, hij hee, hullie hebbe, gullie het. In doorgevoerde vorm: 'Hij higget vur mekorre' (t.t.) 'Hij hagget vur mekorre' (v.t.) 'Hullie han 't vur mekorre' (v.t.) 'Gullie had 't vur mekorre' (v.t.)
hebbenik heb, gij he (b) t, wij hebbe
hee (uitroep) ei
heidehaai
hekhekke
helemaalHillemol
helemaalhimmel
helemaalhimmol of hillemol
hem (bezittelijk vnw) hum
hemelheemul
herriekabbol
hierhierzo
hiernaasthierneffe
Hijd'n dieje
Hij heeft niets te vertellenHij zit er ginnen éne
hoepelenrepen
hoeven (werkwoord) moete
hoge hoedunnen hoge zije
hondunnen hond
hoofdoewe kop, of oew harses
hoofdkop
hoofdkaaszult
hoofdpijnkoppijn
Hooiwagen (insekt) unne mulder
hoophoewop (-wop snel uitspreken)
hoor, stopwoord als in 'ja hoor'war, of warre
horenheure
horlogeloozie
houdenhaawe
houtkachelstoof (oo als in voor) of ook wel uitgesproken als 'stoe-woof'
huilebalkjaankerd
huilenschrewe, jaanke
huishoudster van de pastoorde pestoorsmèd
hutspotpeejestaamp

I

iemand uit Loon op Zandunne Loonse
ik weet het niet'kwinnie
ik weet het nietwit ik veul
ingang naar boerenlandhekkendam
installatieinstellossie
isies

J

jaarjor
jammersund
januariejanneworrie
jege (- wit wè'k bedoel)
jeugdde jong
JijGij (er is geen lagere-, hogere vorm)
jongenmenneke
jongenjongeske
JouwOew. (bezittelijk) Er komt een 'e' achter indien het werkwoord mannelijk is. Enkele voorbeelden: oew huis, oew bed, oew geluk.// oewe thuis, oewe kraant, oewe meevaller.

K

kaalkol
kaal hoofdkolle kop
kaartjekortje
kaartje leggenun potje korte
kaaskès
Kaatsheuvel (plaatsnaam) de Ketshuvvel
kabelkobbel
kameraadkammerod, of mv. kammeroj
kanaal (het) kunnol (de)
kaneelbroodjemikkeman
kanskaans
kantoorkuttoewur
kapelaankappellon 'o' als in kleur roze.
kapotmaken (tuin, akker) vurrinnewirre
karnemelkse papmullekse pap
kastkaast
kastjekaasje
katholiekkatteliek
kauwenknaawe
keikaai
kei, steenkaaj
kerelkerl
kerkkerruk
kerstkersmus
ketelkittel
keukenkukke
keukendoekjeschotteldoek
kiezelsteentjeskiezelkaaikes
Kijk naar je eigenKèkt naor oe ègge!
Kijkenblieke
kijkenkijke. ik kijk, Gij kekt, wij kijke.
kijkenkijke
kijkenik kijk, Gij kekt, wij hebbe gekeke.
kijken sulliggoppe (o als in kleur 'roze' )
kikkervisjedikkopke
kinkien
kindkeind
kinderdagverblijfkakschool
kinderenkeinder, ook wel 'jong'
kinderschommelkeinderschommel
kinderschommelkeinderstuurke
kinderwagenkeinderwogge
kipkiep
kippenkiepe
kistun kiest, of verkleinwoord: kiesje
klaarklor
klaarlichte dagklorlichten dag
kledenkleeje
kleedjekleejke
kleermakerklirmokker
kleiklaai
klein kindkiendje, prutske
klein kindsnotpin
klein mensjeun onderdurke
kleine (kind) klenne, dieje klenne van ons
kleine roofvogelklaamperd
klepelklippel
kletspraatgewaawel
kliederendeddelen
klier (pers.) walg-end
klierenwallugen
klosjekloske
kluisbraandkaast
knap meisjeschown meske
knap, net uiterlijkgeef (ee als in 'eer')
knappe manunne schowinne vent (winne in schowinne snel uitgesproken)
knappe vrouw'n schown meens. ''ee''als in NL 'eer'.
knijpennijpe
knikkerenlonzen
knoeienknelle
knoeienvuilukke
knoopsgatknupsgat
knot (dameskapsel) knut
koekoei
koekuus
koekjekoekske
koelkastijskaast
koffie drinkenun bakske vatte
koffie met sigoreikoffie meej sekraai
kom (stam van komen in zinsverband) kom. ''komt gij ok '' klinkt als ''komde gij ok ''
kom (ww) koom (oo als in voor)
komenkoewme, of koome ''oo'' als in NL 'oor'
konijnknijn
koolmeespiedief
kop en schotelkoppeschottel
kopenkoewpe
kopjetas
kopje thee / koffieun bakske thee / koffie, of un tas thee / koffie.
korfkurf
kosterkuister (ui zonder j-klank aan het eind)
koudkaaw
koukleumkaawklum
kouvatten'ne klets krijge/vatte
krantkraant
krentenbroodkrentenmik
kruienkreujje
kruiwagenkreuwogge
kruiwagenkreuge
kussen (znw) kuuse
kwamkwaam
kwastkwaast

L

laarzenlèrzen
laarzenlèrze
ladderunne leer
ladeloj
ladenkastjelojjekaasje
landlaand
landkaartlaandkort
lantaarnlanterre
lantaarnpaallanterre-pol
lastlaast
ledenleeje
leeflef
leer, lederenler, lerre (n) (+n indien gevolgd door klinker)
leggen, neerleggen.legge. ik leg Gij legt, Ik heb ´m dor tennir geleed.
lelijklelluk
lepellippul
lepelleepul
leugenaarzwetsert
levenlevve
lichtzinnige vrouwun hollewaai
lijdenlije
lijmenplekke
lijsterbeskwalster
limonadeliemenodde
Limonadesiroopaonmaokliemenodde
lokaleloakale
lomperikfaant
loodloewd
Loon op Zand (plaatsnaam) Loewn op Zaand
looploewp
lopenloewoppe (-woppe kort uitspreken)
lopen door de modderdaauwelen
lusten (ww) luuse
lustig in de liefdegèl (è langgerekt uitspreken )

M

maandmond (de 'o' als in 'rok'
Maandagun Mondag, un mondaggemiddag, un mondaggenovvend, un mondaggemerge
maanden (mv) mond (de 'o' als in 'rok' )
MaartMert
Maas de (rivier) de Mos (de o langgerekt uitspreken)
maatjemotje
machinemusjien
madenmojje
makenmokke
makkelijke stoelzurg
mannelijk varkenbèr
mannenmanvolluk
marktmèrt
maskermombakkes
meestermister (schoolonderwijzer)
mei (maand) maai
meidmèd (è langgerekt uitspreken)
MeisjeMeske
meisjeun meske
Meisje waarmee je verkering hebtde mèd. ''hij komt al mee de mèd thuis''
melkmelluk / romme
melkbusmellukbuus
meneermeneer. 'ee' als in NL 'eer'., meneer den dokter, meneer pestoor, meneer den dirrekteur.
menen (ww) mène, menne
mensenmeense, de ee uitgesproken als in ''eer''
merelmerl
met (met ons) mee (mee ons)
meteenaachtermekorre
metselaarmetsel-lèr
mijmijn ''Des van mijn''
mijmijn
mijdenmije
minnaarvrijer
minnaresunnen bijzit
mismies
misdienaarmiesdien-nèr
misselijkmieselluk
mistmiest
moemuuj, kepot
Moederons Ma, of ons moeder
mogen (ww) maage. ik maag, Gij maag (t), hullie maage. ''Dè heet ie bepold nie gemaage van z'n vrouw''
molenmulle
molenaarmulder
mond, hangendtrul
morgenmerge
muggenzifterdeddelair
musun muus

N

nanor
naaktnokkend. de 'o' langerekt.
naastneffe
nadiennodderaand
nadienernor
nagelnoggel
najaarnojjor
narcispoasbloem
neeneeje
neefnèf (è langgerekt uitspreken )
nemenvatte
niemandgin meens
nietnie
nietwaarwar (veelvuldig in gebruik als stopwoord), ook wel 'warre'
nijptangneptang, ook wel knijptang
normaalnormol

O

omgooien, kantelenkiepe, of kiepere
ondertussenmeepessaant
onderwegonderweges
ongenadigongenojjig
onhandig persoonunnen broekhannes
onnauwkeurige vrouw (niet lichtzinnig) haaibaai
onthoudenonthaawe
ontspanningvermok
onverwijld, meteenaachter-mekorre
onweeromweer
onzin pratenwauwelear
onzin vertellenzwetse
onzin vertellerzwetsert
oogoewg, oewug, of tegenwoordig ook wel 'oog' met oo als in NL 'voor'
oogje hebben op iemand'n oogeske hebbe op iemand
ookoewk, oewuk, ok
oomoewm, oewme
ooroewr (enkv) oewre (mv)
oostenoewste, oewuste
ophoudenerges mee afschaaie
oplichteraafzetter
opnieuwovernieuwd
opritden dam
opschietenaffeceren
orgel'nun uirgel (ui zonder j-klank aan 't eind)
oudoud. ''Ge zet al unnen aawe meens, want honderd dè ies oud war''''
oudeaawe
oude manunnen aawe meens. 'ee' als in NL 'eer'
oude vrouwun aaw meens
ouderwetsaawverwets
overdagoverdags (de 'o' uitspreken als oo in 'poort')
overgevenspouwe
OverhemdBazeroen
overhoudenoverhaawe
overledenooverleeje. ''oo'' als in NL 'oor'
overleden persoonun dooie

P

paaltjepoltje
paarpor., de 'o'-klank langer aanhouden
paardenstaartperdestert
paarspèrs (è langgerekt)
pakkenvatten
palingpolling
papegaaipappegoi
papieren zakbuil
parapluperrepluuj
parelhoenpoelepetót
parelhoenpoelepetoat
partijfisje of 'n feest* ee als in 'eer'
pastoorpestoewur
patatzakfrietbuil
paterpotter, o als in kleur 'roze'
peerper
perenperre
petklak
petekindpeetekeind
piekerenprakkezeere
pilsjepilske
pindaolienotje
pipsgraaw
pissenpiese
plaatplot
plaatjeplotje
plaatsplots
plakbandplekbaand
plakkenplekke
plankplaank
plantplaant
plezieraoreghèd
politiepliesie
politieagentpliesiegent
pootpoewit. (-wit snel uitspreken)
pootje badenpootje bojje
preipraai
priestergistelikke
prikkeldraadpiekeldraod
protestantprottestaans
prutserunne frottert
prutserunnem brojjerd

R

Raamsdonk e, o.faantenlaand
raar persoonunnen halve gorre
radenrojje
radioroddiejo
radioroddiejoo
rakenrokke
redenreeje
regenreggun
roddelenkletse
roerenruure
rokenroewke
roodroewd
rozeraze
rubberlaarsjesdokkelerskes
rustenruuste

S

schaarscher
schaatsenschotse
schaatsen (ww) (znw) schotse
schamenschomme
scheelschèl
scheermesjeschermeske
scheidenschaaie
schelenschille. ''Wè kan mijn dè schille''
scherenscherre
scheur (in de grond) voor
schoen (ev mv) schoewn
schoenlepelhoos
schoolhoofd't vlooike (Hr G Smits Clemens school)
schoonmakenun (goei) burt geven
schoorsteenvegerschorstinvegger
schopschup
schreeuwen (als hard roepen) kwekke
schuwschouw
shaggie (sjekkie) sjekske
shaggie, sjekkieun sjekske
sigaarsiegor
sigaretsiegret
sinaasappelappelesien
SinterklaasSinturreklos
Sinterklaas inkopen doenklottere
sjaalsjol
Slasloi
slaanslon
slapersloppert
slechtekwojje
slimmerikunnum bijdehaandte
slootsloewt
slootjeslojke
slootje springenslooike springen
smakelijksmokkeluk
smedensmeeje
smerensmerre
snaarsnor (gerekt uitspreken)
snauwensnaawe
sneetjesneeke
snelweggroewte weg
snijwondkreeuw
snijworstsiesies
snoepjesnoepke
snoettrul
spaarpotsporpot
spaarpotgojespot
spaarpotgoaierspot
sparensporre
specialistspisjelist de
speculaasjesspuklaosiemannekes
speelplaatsspulplots
spelenspulle
spugenspouwe, kwaaiere
staartstert
staatstoi (hij stoi recht)
stadhuis, gemeentehuisgemintehuis
stationstasjion
Stationstraatde stigt
SteegjeDammetje
steegje of pad naar 'n erfdam
steenstiejin
stoeprandKaaibaand
stoeprandunne Kaaibaand
stoerschouw, ruig, vriejid.
stoervriejit (als wreed)
stoomstoewom
stormsturm
straatstrot
StraatsteenKlopkaai
straatsteen, klinkerunne klopkaai
streepstriejip
strijdenstrije
strostrooi
stropenstreupe, de eu als in 'beurs'
struikje/heesterboske
suiker op brooddinteloord spek

T

TaalTol (eigenlijk 'taal' met de aa gerekt uitgesproken als de o, in de kleur 'roze' )
taarttort
tafellakentoffellokke
tantetaante
teentiejin
tegenzin ''ik doe het helemaal niet graag''nooi ''ik doeget wel zo nooi war''
telefoontullefon
telefoontullefoon (oo als in 'boor' )
televisietullevizie
terugtruug
terugvindentruugvijne
tevredentevreeje
tijdentije
toetertuuter
tomaattummot
toomtoewm
tot zienshoudoe war
tovenaartoven-nèr (de o afgeplat uitspreken als in 'oor')
treintrèèn
trottoirstoep
tuinhof
tuinden hof, 't hofke
tuinbonenmofferbojne
tussentuuse
twaalftwolf
twaalftwolluf (o-klank oprekken)

U

UGij (geen onderscheid tussen u en jij)
uienjuin
uitstellenaafstelle
uwoew (vr. onz) of, oewe (n) (mannelijk +n indien gevolgd door klinker)

V

vaakdikkels
vaasje'n voske
vaatdoekschotteldoek
vaatdoekunne voddoek
Vaderons Vodder (o gerekt uitspreken als in kleur 'roze'., of onze Pa
vagevuurvógevuur
vakantievekaansie
vandaagvandog
vanzelfsprekendallicht
varkenverke
varkensblaasunne vèrkesblos
vastbindenvaastbijnde
vasthoudenvaasthaawe
vechtenvèchte (de è langgerekt uitspreken)
veel pratenwauwelear
veerver
vegenvegge
velgvelling
verwijd
verbaalverbol
verbinden (wond) verbijnde
vergetenvergitte
verhaalverhol
verjaardagvujjordag
verkering hebbenvrije
verledenverleeje
verlegenBleuj (geen specifiek Wolluks)
verleidenverlaaie
vermijdenvermije
vermoeid, vermoeiendmuuj, vermuujend
vernielenverinnewere, ver-inne-were
verpleegsterzuuster
verraderverrojjert
versleten werktuigaaftaands ding
vervelenwallige
verwaandverwond (o uitspreken als in kleur 'roze')
verwarmingverwerming
verwarmingverwerre-ming
verwennenverpeste
veterfeeter ('ee' als in 'eer' )
viezerikvuilak
vijftienveftien
vijftigveftig
vissenviese
vlavlaai
Vlaamse gaaibroekhannik
vleesvliejis
vliegtuigvliegmessjien
vlotkwiek
vlugkwiek
voedenvoeiere
voelenvuule
voorvur
Voor de zekerheidVeur de sekuurighet
voorafvantevurre
voordienvantevurre
voorjaarvurjor
voorkomenvurkoome, de 'oo' als in NL 'oor'
voorzijdevurkaant
vorigvurrig
vorige weekvurrige week. ''ee'' als in NL 'eer'
Vorkverk
vorkvurk
vormvurm
vouwunne vaaw
vragenvrogge (o langgerekt als in kleur 'roze') in verleden tijd: gevorgge.
vreemd persoonkwiebus
vreemd persoonunnen orrige
vreemdelingunne vrimde
vrouwenvrouwvolluk
vuilnisemmervuilesbak
vuurtje makenvuurke stoke

W

WaaiWaai
Waalwijk1e lettergreep: De aa wordt uitgesproken als de o in de kleur 'roze', dus wol. 2e lettergreep wordt net als in 'heerlijk' en in 'gewoonlijk' uitgesproken als 'uk'. Hieruit volgt `Wol-wuk'' De tweede w wordt nagenoeg onhoorbaar. Daardoor ontstaat Wolluk.
WaalwijkWolk
WaalwijkWolluk
waalwijksewollukse
waarheidworhed
waaromworvur
wachtenwaachte of wochte
wagenwogge
wakker liggenzieltogen
warmwerm
waswaar 'ik waar er nie'
wasemwossum
wassenwaase
wat is erwester
Wat zegt uwabblief
waterwotter
wauwelenwaawelle of saawelle
wazigwozzig
wedstrijdjepertijke
weduwewiddevrouw ('n )
weduwnaarwiddeman (unne)
weer (meteorologisch) weer. kwoj weer, goei weer.
weet je welwitte wel
Weet jij het?Witte gij ut?
weggaanhinne gon
wegwezenopflikkere
weidewaai
welja!weljat!
welnee!welnent!
wetenIk wit, wij wete.
weten (ww) wete. Ik wit, hullie wete (eerste e als in ''eer''), ik wies (vt) in oud-Wolluks: ''wiejitte''
wieltjewieleke
wijwij
wijdenwije
wilik wil, gij wilt, ''wilt Gij voor mij...''
windwend
winterwenter, ook winter
wisselenwiesulle
wist (vt van weten) wies
wormpier
wratvrat
wrikkenvrukke
wringenvringe
wroetenvruute

Z

zaadzod
zachtzaacht
zachtZoft
zadelzoddel. 'o' langgerekt uitspreken.
zagenzogge
zakbuil
zakdoeksnotlap
zakdoekzaddoek (unne)
zakgeldtraktement
Zaterdagun Zotterdag
zedenzeeje
zeepziejip
zeggenzeg. ik zeg, hij zee, wij/hullie zegge, d'r ies gezeet. (in 'gezeet'de ee als in 'beer'.
Zeine1e-, 2e-, 3e- en 4e Zeine. Betekenis: doorkruisende zijstraat. uitspraak: Zène. Vier zijstraten van de st. Antoniusstraat.
zemenzeume, eu klinkt afgeplat als in 'beurs'
zeurenmaawe
zeurenzevere
zeurkousmaawert
zevenzuvve, zeuve, de eu klinkt als in 'zeur'
Zijde die (vrouw)
Zij (mv) hullie, of de aanspreekvorm gullie
zijden (stoffelijk bijv. nw) zije
zijnik zij, gij zet, wij zen
zitvlakhol
zo is 'tja net
zoalsnettas
zoekenzuuke
zoenenkuuse
zoetzuut
zoldervliering
zometeendolluk
zometeendrekt
zondesunt
zoolzool, met oo als in 'oor'
zoomzeum ''eu'' als in NL 'geur'
zuigelingbeebieke
zuinig persoonunne puut
zullenzalle
Zullen wijZamme
zuszuuster
zuurtjezuurke
zweepzwiejip
zwijgenoew bakkes haawe, of oewe mond haawe

9 opmerkingen

  1. 'oe' wordt in Waalwijk bijna altijd uitgesproken zoal oe in 'boer'. Uitzonderingen zijn oe in boek, moet, stoet.
  2. Bij een vraag aan de persoon die met gij of gullie aangesproken wordt/worden, wordt er -de of -te aan het werkwoord geplakt, volgens de regels van `het kofschip`, b.v. : wilde (gij) da Hedde gullie da gezien Luuste gullie da madde gij da wel
  3. De aa wordt in het Wolluks uitgesproken als de letter O in (de kleur) Roze. Vaak geschreven als 'ao' of 'oa', stroat, bloaze enz., Strot en Blozze, benadert de klank beter, alleen de O moet dan wat opgerekt worden uitgesproken, zoals in de kleur 'Roze'.
  4. De eu-klank is in het Wolluks altijd de afgeplatte eu zoals in het woord 'beurs'. De klank benadert de klank van de u zoals in het woord 'put', maar dan langer gerekt, zoals dus in 'beurs' Bijv., het getal 7 wordt niet Hollands uitgesproken 'zeujven', maar zonder de j-klank aan 't eind.
  5. De oo klank is in het Wolluks tegenwoordig vaak afgeplat naar oo als in oor. De authentieke klank is veel moeilijker aan te leren. In 'boom' klinkt dan de oo als 'boewom', waarbij -wom heel kort is.
    Een ander voorbeeld is 'doos'. Kan afgeplat met oo als in 'oor', maar hoort eigenlijk te klinken als 'doewis', met -wis heel kort. Zo ook in 'brood', kan afgeplat met oo als in 'oor', maar de authentieke klank is 'broewid', met -wid heel kort.
  6. Vroeger werd ook in het Algemeen Nederlands 'Bandkei' gebruikt. Door migranten werd dit abusievelijk op z'n Waalwijks uitgesproken als baandkaai. Linguistisch geschiedkundig onderzoek onder ouderen autochtone Waalwijkers, heeft echter vastgesteld dat de oorspronkelijke benaming 'Kaaibaand' is.
  7. Wanneer het over iemand anders gaat en er wordt naar hem verwezen, dan komt vaak 'de' of 'den' voor z'n naam. Wanneer de naam met een klinker begint, dan komt 'den' voor de naam. Begint de naam met een medeklinker dan 'de'voor de naam. Enkele voorbeelden: den Henk, den Ad, den Hans. de Kees, de Sjaak, de Toon, de Cor. Bij vrouwen is dit niet van toepassing. Verwijzend naar de eigen vrouw heeft men het vaak wel over 'ons vrouw', zoals ook in 'ons Ma'. Voorbeelden: Ons Marie, ons Toos, ons Fien. Wordt verwezen naar een lid (of eigendom) van een andere dan de eigen familie dan is de aanduiding jullieje bijvoorbeeld jullieje Kees. Begint de naam of of eigendom met een klinker of een h wordt het julliejen zoals julliejen Antoon en julliejen hond. Is de naam een vrouw of het woord onzijdig of verkleinwoord dan wordt het jullie bijv: jullie Toos, jullie dak jullie paard, jullie Jantje
  8. repen is het Waalwijkse woord voor hoepelen. Smid Fer van Osch maakte de beste repen
  9. ´un´ voorzetsel voor vrouwelijke en onzijdige zelfstandige naamwoorden.
    ´unne´ voorzetsel voor mannelijke zelfstandige naamwoorden.
    Voorbeelden: unne muur, unne man, unne kraant.
    un huis, un vrouw, un toffellokke.
    OPMERKING: Wanneer het daaropvolgende woord begint met een klinker of een h, dan komt de letter n achter unne. Voorbeelden:
    Unnen aauwe muur, unnen opa, unnen asbak unnen hond.