Diesters

Dialecten > Vlaams-Brabant > Diesters

Diesters bevat 154 gezegden, 643 woorden en 2 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

154 gezegden

afgelegen plaatsdoar es sjuseke nog ni geweest
baantje glijden op het ijsbongke rije
beetnemenne vuielen truk gebruike; liggenemme;me zen kloeëte (voete ) spele; ne kloeët aftrekke; ieëne aftrekke, vals speele
beleefd etenme mes en verket eete
bemoei u nietmoeider me eweige
blijf er afblijfter (me u poeëte) vanaf
clandestien alcohol makenstooke; alkool stooke
concentrerenuë kop er bijhouwe
daar ben ik bang voordoar goan men hoare van regt stoan; da doen ich in men broek veur
daar wil ik met mijn stok in peuterendoa wil ich ok eens met mijne stek in keuteren
dat brengt niet veel opdas gieëne vette
dat is balendas van men kloeëte (voete )
dat is gemakkelijkeen vlieg in men oeëg; e fluike van ne sent
dat is sterkdas straffen toebak
dat was niptda was oep het nipperke, da was moar zjust
die is ook niet de snelstedieje is ok nie deur ne haas gepoept
dikke manes zoe dik as e vereke
dikke vrouwzes zoe dik as en koei; zoe dik as e kanon; en zoeg
doen alsof je neus bloedtvan den stoeme houe; den onnoezele uiëthange
dommerikgi groeët ligt; dieënijt et buskruiët (werm woater ) ok ni uiëtgevonde; was da veur nen oël; debiel
dwars over terrein gaante griest gaan
een dik achtersteen kont oem hout oep te kappe; e dik gat;en dikke poep
een mollige mooie vrouwZes goe verzien van poeëte en oeëre
fel groeien (persoon) ne scheut krijge
fel inspannenvan katoen geve; poejer geve; beuze geve; toeke
fel ondervragende pieëte uit zenne neus hale
flauw vallenvan zijne sus goan; van zezeleve goan; van ze stokske valle; van zenne klot goan
fout makenne kemel schiete
ga je opnieuwgodde vaneir; godder oepnief
ge hebt een gemakkelijk levenget et lijveke vast
geen gelukmalchans
geestelijk gehandicaptni goe bij zij verstand, da mankeert iets aan, ni honderd persent, achterlek, ni goe in zenen kop, bekke sumpel; debiel
geld over de balk gooienme gelt smijte
gevallenOep ze bakkes (ze gezicht;zenne smikkel ) gegoan, oep ze gat (zen achterste ) gevalle;eutgeschove; van den trap dondere
goede (rijke ) man gevondengoeje schijr gedoan
grijs haarzo grijs as en kat
grote handenhande as schoepe
grote zwier makenij lot et brieëd hange
het heeft geen om voort te doentes tog ginnen avans
het is afgelopentes in de sacosj
het is geen gemakkelijke persoondieën ijt hoar oep zen tande; das ne specioal, dië lot ni op zenen kop schijte (zitte ), tes ginne sumpele
het is genoeg geweestGet hondert, tes goe hee; est goe; ichem er nij genoeg van
het is gladtes gletteg
het is hoog tijdtes hoeweg taat
het is vrij koudtes braa kou
het waait te feltes tette wind
hij gelijkt op zijn vaderdappele valle nie vijer van de boeëm; emetet van gin vremde
hij heeft altijd dorstemet ne druuëge lijver
hij heeft een bekeuring gekregen wegens overdreven snelheidem eet e perces gekrege veur tetteraa
Hij heeft geen geldDieë hijt ginne nagel oem ze gat te krabbe; dieë zit oep druuëg zoad, dieë moet krabbe oem er te koome
hij heeft het aan zichzelf te dankenemet in zenen ijge vinger gesneeë; et zen eige de koord omgedoan; ij zit me de gebakke pijre
hij heeft niets te zeggenij ligt onder de sloef; tes en oepnemvod
hij heeft weinig gelddieën hijt et ok ni brieëd
hij houdt er koppig aan vastas emet in zenne kop het dan etem et ni in zen gat
Hij is beledigdDieënes in ze gat gebeete
hij is braaf geweestemmettem gevuugt
hij is erg domem es zoe loemp as 't pejet van kristus;zoe loempas e verke; emes zoe loemp as het achterste van e pijët
hij is even wegem es effekes weg
Hij is gekDieë es zoe zot as tieleboës; dieën es van lotteke getikt; dieë es oep zenne kop gevalle; dieë es turrelut; dieë es ni goe bij ze verstand; zoe zot as en deur (vrouw )
hij is ongedurigemet mieren in zen broek
hij is zo dadelijk terugemes direkt vroem
hij kan het niet gelovenIj kan er me ze verstand ni bij
hij kent er alles vanij kent de trukken van de foeër
hij merkt het nietzen oeëge stoan oep ze gat; dieë es blind zeker; et ne gestroeke bril
hij slaapt waar hij staatdië slopt worrem staet
hij was goed dronkenem et e ferm stuk in zenne kollee (frak; voete ) ; ij was stiepelzat
Hij weet van nietsdieë wet van toete noch blaze
hij wil er niet van wetendieë hijt er gin oeëre noar
hij zal met de gevolgen moeten levenhij zit met de gebakke pijre; dieën et zen eige de koort oemgedoan; emet in zenne eige vinger gesneeë; em zit oept schap
hij zal zich nu wel inhoudenhij zal zenne kak na wel inhouen
hoe is het met uoeëst
huil een beetjeblèt e schoft
iemand die naar de middelbare schhol van het gemeenschapsonderwijs gaatne komejenschater
iemand iets aansmerenappele veur pijre verkoeëpe; em liggenemme
iemand plageniemant me zen kloeëte (voete ) spele, koejoneere
Iemand sarrenOep zenne kop zitte
iets verergerenvan ne mug nen olifant moake
Ik ben wegIch zen voets, och een schuppes
ik ga even slapenich goan mich effekes afkappe
ik geloof er niets vandas zieëver in pakskes
ik heb afgezienichem menne peere gezien
ik heb dorstichem deust, ichem en druuëge kijl, menne mond plekt
ik heb er genoeg vanichem menne buiëk ervan vol ; ich gijf et oep
ik heb er nogal problemen meeich zien er nogal menne pere mee
ik heb jeukigem huksel
ik heb mijn loon gekregenich hem menne kezem getrokken (om de twee weken) ; ich hem getrokke
ik heb u gezienich em oech gezien
ik heb van dit te veel gegeteniich zen verboeft
ik lust dat nietich mag da ni
ik moet dringend plassenich hem hoog water
In de gevangenis zittenin de bak zitte; hij zit binne; hij zit vast; hij zit int gevang
in de stamkroeg zittenin de staminee zitten
juist daaromjustement
kind dat snel groeitne scheut krijëge
kinderen en kiekens (niks als last) jung en (h) inne
kinderfietsje met dikke bandjese vlooke me dikke benkes
Laat me gerustKust gij men kloeëte es, kust me gat es
lelijktrekt oep niks
lelijk kijkenschieëf bezien; lilek loere; schieëf beloere
let niet opziet ni oët zen oeëge; dieënet gin oeëge
Loop maar wat rondloept gelek e kieke zonder kop
louis heeft een mooie wagen gekochtlewie hed een ferrem vetuur gekocht
mag van geluk sprekenmag zen pollekes kusse
mooi meisjeschoeë maske
niet mooi samengaanet past gelijk en tang oep e verreke; da vloekt bijieën
niet stevigkramikelek; kadukellek; krakkemik; oemvallens gerieëd
nu ligt hij nog altijd in zijn bednaa leet dië nog altaat in zenne nest (beddebak)
onder zijn voeten krijgentege zen shokedaze krage
Op de markt verkopenOep de met staan; de mette doen
op krediet levenoep de poef lijve
oplettend zijnop zenne kivif zijn
over iemand die liegt en overdrijftdaan kan zen klak oept woater smaate en deronder springe
over iemand roddeleniemand beklappen
overdrijvenerre schuipke bijdoen
overlopen naar de tegenpartijzenne frak droë
plotseling kwaad makenin en franse kolijre schieten
regen bij zonneschijnkermis in del
ruzie hebbenkweddele hemme; ni overieënkoome; boel hemme
ruziënboel maken; ekketekke (kinderen), ambras moake
samenzweerderige groepbende van kartoesj
slaag gevenAfslaage; oep ze bakkes sloage; motte geve; en blauw oeëg sloage; van de roei geve, oep zenne smikkel slage, tege zen schene stampe; onder zijn hol stampe; afdruuëge; zijn hessens inslaage
slaag krijgenOep zenne nappel (smikkel; bakkes) krijge; motte krijge
slaapt nogligt nog in zenne nest
stomdronkenzoe zat as e verke; poepeloere zat; pimpel
te korte pantalonwater in de kelder
te voetmet de bieënentram
Tot volgende weektot noaste weik
uitlokkenuiët ze kot krijge
veel kunnen drinkenkan nogal iet verzetten
vensterluiken sluitenblaffeture afdoen (aflaten )
volgegetenich zen zoe dik as e verke (en koei) ; ich zen dempeg
Voor schut staanIn ze bloeët gat stoan.
vrouw met grote borstenzet e groeët balkon; ne groeëte kommesveur; goe verzien van poeëte en oeëre; groeëte koplampe
vrouw opgetutin hare prontefix; oeper sondoags
wat ruist er door het struikgewasWa stritselter deur de stroëke
we gaan verder; we gaan wegwe gon voets
weinig levenstijdzennen tijt wuit kuit
ze denkt dat ze ziek iszet van sintemedunk
ze hebben hem beetgenomenzemme em ligge; zemmenem me zen kloeëte; zemme em ieëne afgetrokke; zemme in zen roape gescheete
zeer bang zijnin zen broek schijte van de schrik
zeer domzoeë stoem as e verke; zoe stoem ast peët van cristus, Zoé loemp as e kieke
zeer kromzoe kroem as en ak, zoe kroem as en hout
zeer magerzoe mager as ne graat, e skelet (geraamte) ; ne vinger dik; ge ziet em nië mieë loeëpe; zen broek loept allieën rond
zeer oudvan het joar stillekes; uiët zjuzekes tijt
zeer scheelzoe schijl as nen otter
zeer slecht weergi wijr oem nen hont deur te jaage; hondewijr
zeer sterkzoeë sterk as e pijjet (oolefant) ; en klieërkas
zeer tevreden zijnich zen de keuning te rijëk
zeer vuilteste voël oem me en tang aan te raoke
zeer ziek zijnzoeë ziek as nen hond zen
zit er niet mee intkan me ni schille
zoals het moettegoei
zonder voorbereidingoep de wilde boef
zure mandieë et azijn gedroenke

643 woorden

A

aanstekerbrikè
aardappelpetat
aardappelenPetatte
aardbeienaarbeze
absoluut; zekerlijkperfors
achtertuinhof
ademenoaseme
aderspattenvarisse
afdeling gynaecologiemoederhoës
afstandsbedieningkaske (doesjke) van den televieze
afvoerputjeputteke
afwastafelpoembak
algemeen nederlandsSchoeë vloms
aquariumvisbak
armbandbrangelet; brasselet
artsdoktoor; doktorres
asfaltwegmacadam
asseschramoelle
atheneumdenatenee
autoped, steptrottinet
avondjaspengwaar

B

babbelzieke vrouwlameer; zaag; tetter
bakharingboeksijring
bariton ( koperen blaasinstrument )boembardon
bastaardhondstroathond
beeldjeposturke
beetje gestoord (verstand) pierewit zijn; ni honderd persent zijn; van zen verstand af
beetnemenLigge nemme; onder zen duiëve schiete; in zen raape schijte
behangpapiertapeseerpapier
bekrompen burgersvrouwtrut
beleefdgoei maniere; maniere hemme; braaf
benzinestationnaftpoemp
beroepsmilitairboefer
bessenconfituurbeezejelaa
bevallenkinnekes koeëpe
bezoek hebbenvolk hemmme
biddenleze
biefstukbufstek
bigcurre
bijbieke
bij haar thuisteurest
Bij haar thuisTheurest
bij hem thuistezzennest
Bij hem thuisTezeinest
Bij jullie thuisTullest
bij mij thuistonzent
Bij ons thuisTonzet
bij ons thuis, bij mij thuistonzent
bij u thuistoerest
bij u thuistuulest
bijdehandonderemuit
bijgebouwschuurke ; kot, schop
bijnabekans; ternaa
bindedarmontstekingapendicit
blaarblijn
bladeren van boombloëre
blaffenbasse
blauwe bosbessenkrokkebaaze; mirtille
blauwe hardsteenblauwestieën
bliksemwijrligt
bloedworstzwette pens
bloemenruikerboekee
blonde vrouw met krullenlemme
blootsvoetsberrevoets
bochtkoerp
boenwasboemsel
boerenwormkruidrijnvoat; koekekruit
bonenboengkes
boodschappen doencomisses doen
boodschappentaskabas
bordtaloeër
bordeelkabberdoeschke
borstelbeustel
boterhammenbokes
botsauto'sbotsottokes
brakenovergeve; spauwe
brandweerpompiers
breienstrikke
breipriemenstrikazers
brillendoosbrillekas
broodjepistolee
buikpijnkolieke hemme
bumpersbaarchok
buskruitpoejer

C

cannabiskief - jswein
centrale verwarmingchoffasj (fr : chaufage )
chrisantenallerheiligebloeme

D

daarnaternaa
daarnettezjust
daasvliegdaazerik
dageraadoepgoan van de zon
de bovenhand nemenoverdabbe
de middelbare schooldekolmoëjen
dekenchozje
dekselschijl
denkenPaaze
deugniet (meisje) kernujek; portret
deurkrukklink
diarreet schijt ; et plat schijt; afgang
dicht gevrorentoegevroze
diesterse vlapetekkesvloaë
dikwijlsdekkes
dinsdagstijstogs
discuterenrezoneere, palaveren
dobbelstenentijrlinge
dommerikstoemerik;ezel, uil; kinkel
doodsprentjebeeleke; doedsbeeleke
doopsuikerkinnekeskak
doorspoelendeurchasse
dorpeldeulleper; deurrepel
draaimolenpijdemeule
draaimolen (met op en neergaande paarden) gallopan
draaizeefpasvit
dronkenzat, stiepel; stiepelzat
drukknooppitser
dubbenprakezeren
duimspijkerpunijs
duiventilduivekot
duiverdoffer; doeffer
dwars; dwarsdoordweejes; dweies deu
dweiloepnemvod

E

eclairshoeke
een beetjeebikke; e klij bekke
een paare koppel; die zen bij ieën; ze houen aan
Een schaapne lemme
eendeng
eierenaare
electriciteitellentrik
emmerieëmer
erggrelleg
ergensieveranst
erwtenettekes
erwten en worteltjesettekes en poekes
erwtensoep met croutonsettekessoep me keuskes
etenbikke
eveneffekes

F

Felle hoofdpijnKoppijn oem te beste
flauwerikplatte wust; zieëverijr; nen kust men kloeëte
flessenopeneraftrekker
fopspeentutteke; tutter
fornuisfernaas
fototoestelkodak apparij
frituurfrutkot
fusiegemeenten Diestduujn (Deurne) meulstee (Molenstede) ; kakkevin (kaggevinne ) ; schaffe; weubekom (webbekom )

G

garnalengėrnaat
gasgaas
gasfornuisgaasvuur
gazonpeloes; gras
gebakjepateeke
gehaktgekapt
gehakt (vlees) gekapt
gelaatbakkes; gezigt, smikkel
gelukchans
gemeen volkkerrekesvolk; strokkesvolk; basklas; barrakkevolk; bohemers
gemene mankrapul
gemene vrouwserpent; schabbernak; teef; krapul
gereedschap alaamgetuig; gerief
gerookt rundsvlees (rood) fileedanvers
geschenkkadoo
geslachtsgemeenschapvosse; maneuvers moake
GetreuzelGetaffel
gevaarlijkprijkeleus
gevangprizon, bak
gierigaardnuirk, pinnekedun
Gierige profiteurSchuffel
giletkazekein
gladgelettig
goedgelovige vrouwsloeër; trees, treezebees
goedzakluibe; lemmeke; labbekak
goochelaarskamoteur; tovenijr
goot (naast voetpad) zauw
gordijnstoar
gordingrijboeëm; rijbalk
graaggeire
grasmaaiergrasmachin
grassprietjeGrasspierke
gratisverniet
griesmeelpapsmoel
groengruun
grote schopschoep
grote weegschaalbaskul
gruisgruzzel
gsmlulazer

H

haarspeld, schuivertjeeivisibelke
hakenCrochteere
hals over kop, spoorslagsrutepetuu
hamgezoje hesp
handjespollekes, hengkes
handtasChakoch
hard roepenkelen
harde duwdoef
harkgritsel
heftige regenbuidrasj
heimelijke persoonfiloe; ne lousje
hemdhum
her en derhut en haar
hersenenhessene
hielvessem
hielenvesseme
hoestenhoesjte
hoofdeinde't groewet hujet
hortransparant; muggezift
horenhuëre; hoeëre
hovaardigedikkenek; me zjaar oan ze gat, dieen hettet goe zitten; pretensieuze zot; stuk pretense; schetkont (vrouw)
huidzwellingbroebel
huiverengrezzele
humaniorahumaniteite
hutsepotStoemp

I

iemand die naar de nonnetjesschool gaateen nonnepreut
ijsjekremmeke; crijm; crijmgelas
Ik ga mijn jas nemen'chgon mijne frak pakke
Ik heb felle hoofdpijnIchem koppijn oem te bijste
Ik heb grote hongerOch zien ne mieë uiët men oeëge van den hoenger; ich val oem van den hoenger
ik heb; jij hebt, hij heeft, wij hebben; jullie hebben; zij hebbenig em; gij het; em et; waale hemme; gaale het; zaale hemme
ik, jij, hij, wij, jullie, zij, dieig, gaa, hem, waale, gaale, zaale, dië
in het water spelenbaddere
Incivieken in de 2e wereldoorlogDe zwette
inspannen op het toiletdroeëze

J

jasfrak
jasmijnbloemenjozemiene
jaszaktès; binnetes; bovetes
jeukhuksel
jeukenhukselen, huksel hemme
Jezelf, uzelfMijneige, Ureige
jonge kinderenkoeters. jung
jonge kippoel
jongetjepagadder menneke joengske
jurkklieëd

K

kaalkopkletskop
kaarsboesjie
kaarskèës
kaaskijës
kabelliftteleferik
kachelStoof
kalfmeutte
kalfsfricassépulleferrekas; poelferkas
kalfsfricassépulleferekas
kankeraarpeezewever
kapstokkapstek
kasseiwegstieëweg
kastschap
kauwgomtuttefrut
kelende strot oversnije
kermisfoeër
kerskieës kriek
kervelkelever
keukenkastschap
kijkenloere
kikkerkikveus, veus
KikkerbillenVeussebille
kikkervisjesdikkoppe
kinderachtigheidkinderozje
kinderenjung; joeng
kinderliedjeloeëpe (3x) de gardevil es doa (2x) (alles opnieuw)
kinderstoelkakkestoel
kinderwagenkindervwatuur, koets; charret
kinderwensne klijne wille
kipkieke
kippenbilkiekebil
kipwagen;kolenwagen (op rails) berleng
klagenlamenteere
kleefbandpleklint
kleine jongenpagadder; menneke, snotneus, snotaap, koeter
klierenmoenke
kliniekgasthuiës
klompenkloefe blokke
klungelenchipoteeren
knikkersmellegers
knipogenpinke
koelkastaaskas
koelkastAaskever, frigo
kolenkithoellebak
kolenstofslam
konijnkernijn; kenijn
koning albertstraatlange stieëweg
kookpotkasrol; kastrol
kool (groente) kuujel
koolmijnput; koolput
koortskeutse
koppeling (Auto) Ambriaash
KoppigaardEtteskeskop; nen ezel; ne boekige
kopvleesgebeste kop
korte zeiszichel
kraagkolleke
kraaienkruië
krantgazet
krentenbroodmik; krentemik
kreupelemankepoeët
kromkroem - schiejef
kroonlijstkornisj
kroonluchterluster
kruimeltjesgremmelkes
kuikenschipkes
kwarkplatte kijs
Kwartjekwoake
kwatonglange tong; vuil tong; tang

L

labonenweulle kousekes
ladeSchowef
lampenkapabajoer
lange krullenpampiljotte
lateislagout
leden van de katholieke partij (CD & V ) kadodders, tsjeeve
leden van de liberale partij (PVV; Open VLD ) blau
leden van de socialistische partij (SP.A) Sosse; roeë
leden van Vlaams Blok (Vlaams Belang ) bruiën
leeuwliejef
legertroep
leibandlits; lis
leraarmister
leraresjuffrouw, juf
leuterencafeeproat verkoepe; ebekke zieëvere
licht regenendreupele
liftasenseur
likdoorneksteroeëg
locomotiefmachin van den trein
longontstekingfleures
lopengoan
Loskomen bovenlaagAfblotten
luciferstekske
luidsprekerooparleur
luikblafetuur
luikenblaffeture

M

maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag, zondagmojndag, daastag, goenstag, donderdag, vraadag, zaouterdag, zondag
maartmèët
magere vrouwschraminkel
mantelpaktajeur (fr: tailleur )
marktmet
marktkramermetman
maskermoemebakkes
materiaalliftmontcharsj
meidmaase
meidoornbottelshanekullekes
meikeverprizekant
meisjemaske
messenvechtermessentrekker
mestvaaltmesthoeëp
Michel Theysstraattwieëlbroek (gebied tussen de vroegere twee armen van de demer
middelbare schoolkomejen
midden winterint putteke van de winter
midden zomerhoeëg zomer
mierenmierzijkes
migrainelossenhuétzweer; koppijn
mijmich
mijn moederons maa; ons moe
mijn vaderOns va, onze pa, onze pee
mijn vrouwdie van ons; mennen alve trouwboek
mobiele telefoonlulazer
moddermoos
moemuug; poempaf, oep
moeilijk doenambras verkoeëpe
moesspaas
mooischoeën
mooi meisjeschoeë maske; schoeë joenk
mooie jongenschoeëne joeng, schoe menneke
morsenbraggele; smosse
motomotosiklet; motseklet
moto met zijspanmotseklet me en saaitkaar
motregenenzieëvere
muurplaat (van een dak) ploaë
muurtjemurke

N

na school blijvenRetenu
naaktin zenne bloeëte; in zenne pure; in zenne flikker
naastnijve; neffe
naaste buurdievanie nijve (vrouw) dieëvanie neeve (man)
nachtstoelkakkedoore
navelnoagelbuiëk
nergensnieverans; nieverans ni
niet inspannenzen voete oanvijge
niet kunnen uitenverkroppen
niet voortmaken treuzelentaffele
nietsnutKuëlkapper; kloefkapper; strontraper achter den trijën
nieuwnief
nochtanspertang

O

O.L.Vrouwparochiepatattenparochie
omgekeerdachtersteveur; andersoem;oemggedroët
onbetrouwbaar persoonfoefelijr; filoe
onderhemdlijfke
onderjaszilee
ondertussenimpassant
ongesteldregels hebbe
onnozelaartuujete; teppe; metteko; kuëlkapper; kloefkapper.paljas; debiel
ontbijtkoekpijperkoek
onverstaanbaar sprekenbroebele
onwerendondere
onzinkwatch
oogkeut
oogartsoegmister
oomnoenkel
op krediet kopenoep de poef koeëpe
opgedirkte vrouwferm oepgezet; oep ijre prontefix
opgeven; weggaanzen schup afkuisje
opkoper oud ijzervoddeman
opvliegersvapeurs
oude manpeeke
oude vrijgezellinouw joenge dochter
oude vrouwouw mee; ouw doeës; ouw meeke
overbuurdievanieover dieëvanieover
overgordijnendrapperies
overjaspardesuu
overlijdensbriefdoedsbrief

P

paardpèjet
paardenbloempisbloem
paarspurper
pakkendrager (auto) portbagasj
pannenkoekenkoekebakke
pannenkoeken met reinvaren (diesterse pannenkoeken) gruun koeke; kruitkoeke
pantalonlange broek
pantoffelssloefen
patience spelen (kaartspel) choezele
perzikenpiejeze
pessimisthèttefrètter
petklak
peukkoeteke
pijnzieër
pintjes drinkenpinte pakke; zoëpe; heffe
plagen; pestenkoejonere; den duuvel aandoen
plakkerplekker
plassenzijke; pisse; em uiëtlaate; pattatte afgiete
plastiek zakplastikke beus
plat bordplatte talloeêr
platenspelerfonograf
plezierammuzoase
popispot
pochenstoefe
poetsenkoche; oepblinke
PofbroekSmokkelbroek
politieagentpolis; gardevil
poortpoot
pralinepranil
pratenlameere
preipoor
prikkeldraadpinnekesdroad
prinsesseboontjeskledderboenkes
prostitueematras, maske van plezier
puddingcrèmepap, crijm
pull met knopenkazzekij; golf; vareus

R

raceautokoersotto
radionieuwsgesproke dagblad
ragebolvègershuujèt
rechterjuusj
regenenrijgele
regenwormpieët
reinvarenkoekekroët; rijvoat
remmenfreneren
remmenfreins
rennenloeëpe
richtingsaanwijzerclingjateur; pinker
rietje (om mee te drinken) spirke
rijkswachtergendarm
rijstpaprijspap
rioleringafloeëp
rioleringsputjemoosputteke
roddeltanteviswijf
rokensmore
rolgordijnstoër
rolluikvollé; blaffetuur; persiën
rommel (van slechte kwaliteit ) bazaar; roemel; tuchel; kweddele; boecht; kammelot
ronde lampampoel
roodroewed
roodharigerosse
roodvonkroeë keutse
roomCrijmfrèsj
rubberen laarzengaloche, bottine
RugPoechel
rugzakbazas
rupsbaan (op kermis) rups
rusthuispeekeshoës
rusthuisgesticht

S

sanseveriavrouwetoengen
SchaapLemme
schaatsenschofferdaane
scharenslijperschijresliep
scherp gelaatmuizengezicht
schijnwerperfaar
schoenhaktalon
schoensmeerblink
schommelstuur
schooltaskabas
schoonprooper
schopSchup
schorsenerenprotstokken; schorsenelen
schortveusschoeët
schroevendraaiertoernevis
schuchtere persoonzebedeeës
sjalotcharlot
slabbetjebavet
slagdoef
slagboombarrieël
slagerbieënhouwer
slapenmaffen in ze bed ligge
slokopsloeker
smoutebollenkraamsmoutebollekot
sneetje (kaas) schelleke
sneeuwsniejef
soepborddiepe teloeër
sofaligzetel
somsvantijt
spadespuië
SpartelenSpettelen
speekselentuffe; spieëke
speelplaatskoer
spiegeleipetsoeg
spijkernaagel
spinspinnekop
spoorwegijzerweg
sprietjespirke
staanlamplampedeir
steekwagenduvelke
steenkolenhoelle
stekelbeskronsele
stekkerpries fiche
stelenPikke; schamoteere
stoepkant, trotwaar
stofjascachpoechjijr; salopet
stomdronkenstiepelzat; poepeloere zat
stookoliemazoet
stootkarstoeëtkaar
stotteraarHakkelijr; broebelijr
straatventertchoektchoek
strijkenStraake
strikneu
strikjevluegelmojer, nondejuu; strikske
struikstroëk; bosjt; huchte
struikelenStrunkele
stuk ijsschol
stuk makenverdistruwere, naa de voangkes helpe
sunlight zeepsunlichtzieëp

T

taartvloë, toet, toetvloë
tabaktoebak
tafelpoottoafelpoewet
tandartstantist
taszjat
tegelsplavijze, plavijë
telefoontelefon
tepeldem
terugvroem
terugtrekkenroeffe
thuistowes
TL lampneonlicht
toegetakeldbegoaët
toezichter in de kerkswis
toilethosjke; gemak; sjas; koer; koerke
touwkoeër, koor; zieël
turnenjimnastik

U

uoech
uitgaanoep zwier goan; oep radoei goan
UithuizigBrats
urinerenPissen, Zeiken; em uitlaate
uurwerkorloje

V

vaatdoekschotelvod
vaatwasafwas
vaatwasserafwasmachin
vaginapoesj proëm; foef
vals spelenhaarzak doeën; hoarzakke
vast tapijttapiplain
veelveul
veiligheidsspeldtoespèl
veldslakleiroeëg
veldslakleiroog
veldwachtergarde
venstervinster
vensterbanktablét
vensterluikblaffetuur
ventielsjoepap
verwijt
verdachtloesj
vergietzai
verharde plaats achter woninggelijg koer
verkeerslichtenroeë ligte
verkoopsterwinkeldochter
verrekijkerzienboës; jumel
verrimpeldverrumpeld; verknebbeld; verlept, verlebberd
verschillendtefrent
verschrompeldverlebbert
verzet in 2e wereldoorlogwitte brigade; de witte
veternestel
vijf centiemknebbeke
vlinderpimpel
vlinderdasnondedjuëke; strikske
vlovloeë
vloerwisseraftrekker
voetballenchotte
voetballervoetballist
voetenpollevies
voeteneinde't klaan hujet
voetpadtrotwaar; kant
vogeltjeveugelke
voorgetrokken kindbedeureve joenk; bebbeke, lebbeke
vorkverkèt
vreemd gaanaanhouën, en affijre hemme
vriendin of vriendlief
vrouwengekvrouwezot; wijvezot
vrouwenonderbroek met opening onderaansnelzijker
vuile manvettegaard
vuile vrouwvettige; voël teef; voël doeës
vuilniswagenvoëlkaar

W

waar?moewe?
waaromveurwa
wabliefwatte; wa; wa zegde
wanordeannekesnest
warboelwezzel: verwezzeld
washandjewenke; washenke; henke
wasknijper naaldspel
waterdampwaasem; doemp;mist
watergolfmisenpli
waterketelmoeër
waterpastoestelnivo
waterslikker (in de goot) nen doweker
weegschaalbalans
Wees wat stiller!Beke minder!
weg (heen ) riepedebie; foetsie; poerre; schampevie
wenenschrieëve blijte
werkmanstasbazas
wijken van Dieststroeëdeurp; tweelbroek; hamel
winden latenprotte; schete laate
witte worstwitte pens
woensdaggoenstag
worst met wortelpureeweust me poeëtestoemp
wriemelenwezzelen
wrijvenrosje

Z

ZakdoekSnotvod; neusdoek; tesneusdoek
ZakjeBeuzeke
zeemvellijr
zenuwachtig makeneenerveren
zenuwziekneurastenik
zeugzoeg
zeurderzieëverijr, pezewever, zager
zeurenzieëvere: zaage;z eike
zeurkouszieëvertrien; zaag
Zeven Weënstraatstroewen deurp
zigeunersbohemers; barakkevolk
zij heeft een man gevondenzes vant stroat af
zinken waskuipbasseng
zitzakpoef
zo dadelijksebiet, sewes
zoalsgelakas
zuigentuttere; lebbere
zusterschoolbij de nonnekes
ZuurpruimZoer Moef
zuurstoklekstok
zwartzwét
zweetvoetenstinkpateekes, stinkvoete
zwoerdzwosj

2 opmerkingen

  1. Gildebier vroeger in diest gebrouwen en gedronken op de jaarlijkse gildefeesten.Wordt nu elders gebrouwen. In Diest nog geschonken.
  2. kinderliedje bij ommegang avond voor allerheiligen in de straten rond de allerheiligenkapel (tot ca 1960)
    ze hebben uitgesneden bieten met daarin een kaars. Moeders bakten pannekoeken bij thuiskomst :
    mieke is ant koekebakke, janneke is ant eite (steeds herhald) .

    kinderliedje :
    loeëpe loeëpe loeëpe de gardevil es doa de gardevil es doa de gardevil is doa; loeëpe loeëpe loeëpe; de gardevil es doa; de gardevil es doa