Ronsisch

Dialecten > Oost-Vlaanderen > Ronsisch

Ronsisch wordt gesproken in Ronse Ronsisch bevat 39 gezegden, 1236 woorden en 6 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

39 gezegden

't Is niet naar mijn zin't Ees van mien broek
De gevolgen dragenDe buile vang'n
een duivelszak is nooit volnen duuvooszaak en ees noet vui
Een grote leugenaarhie ka lieghen lijnk e pierd scheiten
Een halve zotNen onuuzeliere
een luiaardienen mij boolen onder zien oerms
een luierikienen mei baalen onder zien okssoos
Een vies gezicht opzetten'n Freute treeken
Het geldelijk moeilijk hebbenGeneipen zieten
Hij bezit niets.Ie nei gienen noego om aan zien gat te scharten.
Hij zit zonder geldIe ziet krot
iemand bedriegeniemand op fleesen treeken
Iemand die manktne mankepuut
iemand die op zijn geld zitne peizeweiver
Iemand die ze niet al heeftNen halven droei
Iemand een pak rammel gevenienen oap zien muile sloen.
Iemand een poets bakkenIemand ne kluut aftreeken
Iemand een poets bakkenIenen ne lauw leehen
Iemand een poets bakkenIenen nen taap steiken
Iemand te pakken krijgenIemand aan ziene collei schieren
iets voelenits gewoere weirden
Ik heb hongerk' é ' onger
In der haastien e rapke
in het geniepien den duik
kapotnoer de voentchies
kletsenzoote proet verkuupen
Larie verkopenUit zien botten sloen
Maak je niet kwaad.Bloest oi ezuu nie oop.
Op zijn muile vallenop zijn toate vallen
RentenierenVa zien kruuzen leiven
RoddelenOop iemans kaape zieten
Schrik hebbenMei de kloopers zieten
Spreek duidelijk!Ol' tie vodde uit uije neuze!
StervenZien leipoos loeten
Tot een dezer dagenTot ien vaan deis doegen
Tot straksTot bienewaat
Uitleggen en peten tekenenUitleg'n en peitsies tieken'n
Ze is een roddeltante't Is e' mitrajeete
zich inspannenzien devuure doen

1236 woorden

's avondssnoevies
's avondstsnoevies
's ochtendssneuchties
's ochtendstsneugties

A

aanbevelenrecommandeiren
aandringeninsisteiren
aanrakentoeken
aanstekenomsteiken
aanvalattaake
aapmartikou
aardappelpattoeter
aardappelkiemenkiesten
aardeierde
aardwormtieriek
ademoesem
aderlatingbloeloeteinge
advocaatavokoet
AfdruipenMij een lang gaat aanzeeten
afgesproken ietsgekokelfoezden boel
afgunstigaafjonstig
afspraakrandeevoe
afvaldeechei
afwasbaar tafelkleedtwalciree
agenda, notaboekjekalpijnkskie
akkoordakkuird
altijda°tuus, a°tuust
andijviescharolle
angstbeneuteghie
appelmoesaapotrut
arm (ledemaat) oerm
arm (niet rijk) oerm
armbandbracelee
armbandbrasselei
armoedeoermoe
augurkencorni'chongs
avondmaalsoepei

B

baarmoedermatriesse
babytchiespetoeterkie
badpakmajouw
balk (hout) keiper
balk (metaal) poetreele
bangbennet
bangbennuit
bangbenuit
bangerikbenettescheite
bangeriklaabekaaker
bangerikscheite
bankschroefvijlstoeke
barstboste
batterijpille
batterij, autobatterijbatterie
bedriegentrompeiren
bedriegenzuiren
bedriegerzuirboze
bedriegerzuirder, zuirbok
bedspreikoerte puintè
beerputbierpeut, ohpeut
begrafenisbegroeveinge
behangentapiseiren
behangpapiertapiseirpapier
bejaardenhuisoumaanekieshuis
bekwaamkapoebo
bel, fietsbelbeele, fielouwbeele
beletselbeleet
bellenbuih' n
benedenbenein
benzinenaafte
bergingremieze
bergingspende
berispingschieve
bermtalluu
beroerteattaake
besbeizie
beschimmeldverneuft
besmet wordenbetroepen
besmettelijkhuirluidge
betastenbepuutohen
betweterwuiweiter
beulwerkslamuir
beurtelingsouverhands
beurtelinksouverhands
bevallen' e kiend kuupen
bevendoever, doeveren
bevenreizoon
bewegenboesjeiren
bewerenpretendeiren
bewijspruive
bezemkierbeusto
bezemvoegbeusto
bezoekouverkomste
bidprentjezeintchie
bietbietroeve
bietenbietroeven
bietenbietrouven
bij onstoezen
bijhalenienhohn
bijnabeka°nst
binnenvallenbienestuiken
bitterbraak
bivakmutskagoele
bladbloere
blad (boom) bloere
bladluizenmeilms
blijkbaarpercies
bliksemweirleûcht
bloedblaarbloebleine
bloedzuigersviezekatoeries
bloembloome
blootvoetsboerveuts
bochtdroei
boekentaskanasiere
boekentasmaleete
boenensiereiren
boeteameinde
boezemvriendinconfloreesse
bommelsbommos
boodschappencommissies
boodschappentaskaboes
boombum
boombuum
boomgaardbuugoerd
boordevolkroopende vui
boormachinebuur
bootbuut
bordtaluure
bord, verkeers-plakoet
borreldruipo
borreltjene kuirten
borreltjeschierewitse
borstelbeusto
bosbessenkozeintsjies
boshyacintenblauwekouskies
botsenbiekebok doen
bouwvalligkaduuk
braadpanpaane
braambesbriembeizie
brandhoutstouvhout
brandnetelteingo
breinaaldpriem
breiwolsieete
breiwolsiejeete
bremfietobloome
bromfietsklakvielou
broodbruud
broodbruut
broodmesbruumees
broossprook
buffetkastdreese
buivloege
buitenkanshoezoerd
bundel, bundeltjebuindo, buindokie
burgemeesterbuirgemiester

C

carnavalistbomoo
caviazierate
condoomkapaute

D

daarnadoeraachter
daas, steekvliegdoeze
dadelijktsjeefies
daktaak
dakgootkorniese
dakpanpaane
dakraamtabatieere
dampduum
darmdoerm
dasplastrong
de kaarten zijn geschudde koerten zijn gekapood
deegroltoerteroole
defektpaane
deftigtreefelijk
deken (bed) soerze
dekseldeikso
denkenpoizen
desemzurdieg
deurduire
deurklinkkleinke
dezelfdedezuifste
diarreeaafgang, t'schijt
dierenbiesten (biest' n)
diertjesbiestjies (biest' tjies)
dikker wordenverveeten
dikwijlsdiksoos
dikwijls, vaakdieksoos
distel (s) deesto (s)
dolentcholen
domme praatzieveren
domme vrouwdomding
domme vrouwkaale
dommerikdommekluut
dommerikonnuzeliere
domwegdwoesgoewieg
donkerdounker
doodmoeduumoe
doopselduup
doorduir
doornattswies duire naat
doornenduuries
doosduuze
dorpel (deur, raam) zuele (zùlle)
dorsendeessen
dorstdeûst
drinkbuspeule
drolkuito
dronkaardlampeete
dronkaardpeule
dronkaardtiestepeule
droogdruuge
drukpreeseinge
drukdoenerwindmoeker
drukknooppressioung
drukte makerbeslaagmoeker
duimspijkerpinieze
duizeligheiddroeieinge
dundeune
dwaasdwoes
dwaaswietie
dwarsdoortswiesduire, twiesduire

E

eekhoorntjeiekuurntje
eeltwieren
eendkaanaare
egelsteikoovierkie
eigenaarpropretoeris
eikiek
eksteriekster
elastiekreeker
emmeroeker
emotiealteroessie
engeleingoo
enkelknoesoo
enkel (gewricht) knoesso
enkeletoeveile
eretekenmadoelde
erfenisduuh
ergensievers, ieverans
erwtenierweiten
erwtjes (gepofte) buuntchiest
erwtjes (verse) ierweitchies
eteneiten
etter (vocht) mateirie
eventjeseefkies

F

fiergruuts
fietsfielouw
fietsveilouw
fietspadveilouwboene
fietsstuurgiedang
fietszadelzoele, veilouwzoele
flesopeneraaftreker
flinkfeerm
flirtenflierefla°ten
fluweelvloes
fopspeentuute
fotograafportreetentreeker

G

ga (gebod) tuir
garnaalgiernaute
garnalengeernauten
gasflesbombonne
gazonploeze
gebaren, doen alsofgeboeren
gebruikenbeizegen
gebuktgestoupen
gedrongengestuikt
gedurendebienst
geheelgiel
geheugenmemourie
geldguild
geldkluiten
geldsneulen
geldbeugelportemonei
geldbeugelpotemonee
geldzuchtigeguildwoolf
geledengelein
geneesmiddelmedikament
geneesmiddelremeidie
geneesmiddelenremeidies
genietenprofiteiren
genoeggenoef
geperste koppistuuft
gepofte erwtenbuuntsjies
geredgeskapeird
gerstschokkeloen
gesprekconversoesie
gestorvenden bek gedroeid
gevaarlijkrieskant
gevangenisbaak
gevelfassaade
gewelfvoute
gezichtfreute
gezichtfruute
gierigaardschreiper
gifvergeef
gipsverbandploester
gistopgang
gisterengiestren
glijbaanslierboene
glijdenslieren
goochelaarschamoteur
gootgoute
gootsteenpompstien
gordel, riemseintuure
grappigkomiek
grasgeest
grasmaaiergeesmachiene
graten, vis-viesgroeten
gratin met hesp met witloofchi'cong gratin
grensrechterlientchiesmaan
greppelgreepe
grintgravie
gunstgroessie

H

haaghoege
haakhoek
haanhoene
haastpresei
haastpressei
haastighoestig
haastig menshoestegoerd
hagedisieketiese
hak (schoen) Talong
haken (handwerk) crocheteiren
halssnoerkoljei
halssnoerkrans
hamerhoemer
handspel (voetbal) heinstie
handtassakoche
handvatheingso°
hangklokreglatuir
hangslotmoleslot
haringenslaphangers
harkrieke
harkenrieken
harmonicatrekzaak, akuirdiejang
hazelnotennuitsjies
heen en terugouver en tweire
helemaalghuuldegans
hemdiende
hemdinde
heniene, poelde
herbeginnenharbegienen
herbeginnenhardoen
herfstierfst
herinnerenrappeleiren
hermelijnviesse
herseneneesies
hervekaasvorte koes
het vertst't vuust
hiksniek
hobbeligonpatsuistig
honger' onger
honingziem
hoofdvleespistuuft
hooihuij
hooivorkfeurche
hooiweidehuijmies
hoorenshuuries
horzelheuzo
houtkrullenschoeverleingen
houtmeel, zaagmeelzoegeleingen
houtskoolouvekoulen
hovaardigegruutsgoerd
huidvui
huilebalkblieter, schriemer, schriemtoute
huilenschriemen
huislook, sempervivumdonderbloome
huislook, sempervivumdondersteere
hulpkoksouwssenbruinder

I

ijskouda°ziekoud
ijsventerkremmarchang
ijverigniesteg
ikiek, ieke
ingewandenbuileingen
inhalenaachtersteiken
inktiente
insektenbeetbiestebeite
inspannenwieren
inspuitingpiekuure
inspuitingpikuure
intieme zoentoote
intrest, intrestenkruus, kruuzen
intussendoerbienst
italiaanietaljoender

J

jaarjoer
jagenjoeh'n
jagerjoeger
jarenjoeren
jeneverdjeniever
jeneverdruipoo
jeneverkloeren
jeukenjoken
jichtbiestjies
jichtde biestjies
jonge vrouwmoke
jubileumdzjuubilei
juistjeust
juteweefselambaloezje

K

kaakkoeke
kaakslagkoeksmeite
kaakslagkoeksmijte
kaakslagsoefleete
kaalkopgloezie paane
kaarskiese
kaarsrechtkiesreechte
kachelstouve
kaftspoessem
kaften (ww) spoessemen
kalenderalmenak (al'm'nak)
kalfnuitie
kalfszwezeriksoepierkies
kalvenkiepen
kankaane
kanarievogelkanoerievuigo
kandelaarkandeliere
kapkaape
kapelkapeele
kapot, stukkapuit
kappen, hakkenkaapen
karnemelkkieremuilk
karnemelkkiermuilk
karnemelkpaptotsiespaap
kartonkartong
kastagnekastoenie
kasteelkastuu
katapultmieke
katholiekentsjeiven
keelkeile
kegelkeigo
kegelenkeigohn
keikoi
kelderkuilder
kerkkierke
kerkgangerpieloerenbijter
kermiskiermeese
kerskieze
kerselaarkiezeliere, kiezer
kersenpit, kriekenpit, pruimenpitkeerie
kerstboomkeesbuum
kettingkeitn
keukenkuiken
keurigverzuirgd
keuringkuireinge
kiezelstenengravie
kikkerne pui
KindKadee
kipkiekie
kippebilkiekiespuut
kippenkiekies
kistkeese
klaprooskuilbloome
kleerkastklierkaase
kleermakerkliermoeker
kleingeldwieseleinge
kleinigheidbagateele
kletspraatmetchiesproet
klimmenkleemen
klinknagelrieveete
klompkloef
knabbelenkneinsjoon
knarsenkrijnzoohen
knikkermoerbo
knikkersmoerbos
knipogenpeinkoohen
knoeienkweinsjohen
knoeierkweinseliere
knoeiermuuskluut
knoeistermuusgaat
knotwilghuuw
knotwilgtsjunke
knuppelkliepo
koekkoeke
koevoetbreikijzer
kofferkouwfer
koffiekáffie
kollebloemkuilbloome
kooireene
kookpotschuite
koopjeakkoezie
koopjehoezoerd
koopmanmarchang
kopenkuupen
koppigekeikoop
koprolkuinstebeede
korst, bloed-ra°je
kostelijkdiere
koteletkramenoede
kotsbeusteikebeui
kozijnkassein
kraankroene
krabben (ww) scharten
krakenkroeken
kreetbeuro
krentenbolouvekoeke
krentenbroodwietebruud
kreupelkruipo
kroket aardappel-patoeterwietie
kroket vlees-vlieskrokeete
krokettenpatoeterwieties
kroonkurkkapsule
kroonkurkkapsulle
kruidnagelgroofnoego
kruisbessensteikobeizies
kruiwagenbroeweete
kruiwagenkuirtewoegen
kunnenkuinen
kunstmestveete
kurkstopso
kurkentrekkertierboechang
kurketrekkeraaftreeker
kusbees, toute
kusjebeeskie
kwaadkoed
kwajongengameing
kwalijkkoelijk
kwartuurkoertier
kwijlzieber
kwijlenzieberen

L

ladderliere
lakenloekie
lamlaam
landloperstroetluuper
laterloeter
lavabopompstien
lawaailaweit
leegweipo
leemliemierde
leftoepei, cuulouw
legkippoelde
leienschoelden
leien (dak) schoelden
lekfwiete
lendeleins
lenteden uitkoomen
lepelleipo
let opgardavoe
leugensbloeskies
lidgeldkotisoesie
liedjeeerekie
lieveheerbeestjepiempompuulie
lieveheerbeestjepipompuulie
lijmknechtseirjant
likkenleeken
liniaalreigo
lipleepe
lomperikkaatepuut
longenloungers
loopneusdruipnuize
loterijbiljettenluitchies
luciferdoosjesteksdiesduuze
lucifersallumeeten
lucifersstekskies
luiaardleemie
luiaardleiganger
luiaardleighanger
luiaardleigoerd
luierpounke
luisterenhuirken

M

maandenmonden
maatjemoetsjie
madenastiekous
magneettreekijzer
maismaiest
makenmoeken
mantelfraak
marmermoerbo
materiaalmateirjo
mazelenmoezoos, moezokies
medaillemadoelde
meermier
meestergastconterboes
meidmoerte
meid, dienst-moerte
meikeverronker
meikeverrounker
meisje van plezierploester
mekaarmalkander
melkmuilk
melkzoetemuilk
melkvlieszoene
menigtefoele
merelmierlou
mergpijpmoergbien
mestmeest
mest, kunst-veete
mesthoopmeeseing
meter en petermareene en pareing
metselspeciemuurto
middendoortwiesduire
mijnfosse
mijnwerkerfosmaan
mijnwerkerkuilpeuter, kuilmijnder
misdienaarkiesendomper
mistsmuur
mistig´t ees gesmuurd
misvormdmiesmoekt
moddermouwre
moddermuurto; moure
modefurie
moe, doodmoekapuit
moedkroeize
moedkroeizje
moerasza°pgrond
mogelijkmuielijk
molenmeulie
mompelenmeumoon
mond dichtmuile toe
mooipertig
mooischuune
mooisnui
mooi meisjeschuu mokskie
mopflauwe
morgenmuirgen
morsenmuuschen
mouwfrottergatleeker
mugmeuzie
muggenzifterpeizeweiver
mutstoepe

N

naaachter
naaktbluut
naargelangvoogies
naarstigniesteg
naastneefiest
nachtkleedsloepkapoute
nadienaachternoer
nagelnoegoo
namiddagaachternoene
natuurlijknatuurui
nauwelijksmeiruize
navelnoegobuik
neefkoesie
neefkoezie
negermuurie
nergensnievers
net zijnprouper zijn
nietsnutkroetie
nietsnutniewierd
nieuwnief
nieuwenieve
nieuwjaarniefjoer
nieuwjaarswafeltjekadjoerke
nieuwjaarswafeltjeskadjoerkies
nok van het dakveuste
nonmasuir
nooitvansleiven
nooitvasleiven
nootnoute
notaboekje, agendakalpijnkske
noterenoptiekenen

O

ocharmeochierekies
okselokso
olielampkeinkei
ondanksma°grei
onderbroekcalsong
ondertussendoerbinst
ondertussenterbinst
oneenigheidkweeste
oneenigheidkweestie
ongediertefienijn
ongelukmalhuir
ongelukkigmalhuiruis
ongelukkig zijnien de miseirie zieten
ongeveerapeûprei
ongeveerappeprij
onlangsouverleest
onlangsouverwaat
onnozelaaronuuzeliere
onnozelaarwietie
ontevreden manschiefzieker
ontsnappenskapeiren
ontwakenontweeken
Onverwachtsbuutabla
onweerongeweirte
onze lieve heer beestjepimpompuulie
ooguuge
oogartsuugmiester
ooruure
oorvijgbaafe, kleits
oostuust
opensmerenoupensmieren
opgevenabandonneiren
ophitsenopjoehen
ophoepelenopkroemen
oplossingremeidie
opnieuwweire
opplooienthuupeva°hen
oprollenopsluuven
opstijgenopgoen
opvliegendkoliereg
opzettelijkexprees
ordeuirde
oude manouw peitse
oude vrouwouw meitse
ouderwetsgedeemoodeird
overgordijndraperie
overgordijntantuure
overloop (trap) paljee
overmorgenouvermuirgen
overrompelenbruskeiren
overschoengaloche

P

paalpiloerie
paalpoele
paalstoeke
paardenbloempiesblomme
paardevlieg, daasdoeze
paarsmowvie
paddestoelenwoolvenbruud
palingwuutelierkie
pantoffelslets
pantoffelsloef
pantoffelssavaaten
parelhoenpandaare; peindaare
pasloodschietluud
patattenpatoeters
pekineespreutenleeker
pelsfoeruure
perskoppiesthuuft
pestentreeteren
pestertreeter
petkaskeet
petklaake
peterpareing
petroleumlampkeinkei
piek (kuifje ) weerstreuve
piekerenmuizebroen
pier (regenworm) tieriek
pijnzier
pikdonkerpeekiedounker
pikketstoeke
pikzwartpeekiezwart
pilpiele
pil (medisch) pillekie
plaatspleeke
plaats makenpleeke moeken
plagenpikapoelen
plagen, tergentoermanteiren
plassen, waterenstroelen
platte kaasklouterkoes
pleisterplamoester
ploegsnedevoure
plotselinga° mei ne kier
pocher, betweteremblavei
pogingproboesie
politieagentchampeeter
poortpeurte
poortpuurte
popmarmote
portefeuilleportefoelde
postzegelteimber
potloodslijperschierper
praatproet
pratenklaapen
preipareie
preiparoje
preskoppiestuuft
pretluite
prettigluitig
prieeltjeglorieete
prikkeldraadpienekiesdroed
prostitueeviendo
prullentoeter
prulleventtoeteriere
prutserbricoleur
prutsermuuscanicien
prutsermuuskluut, muusgaat
puddingpoteing

R

raaproepe
racket (tennisracket) rakeete
raketrakeete
rammelenramoohen
rammelenruitoohn
rammelingdoevereinge
rammelingpandoereinge
rammelingpeekeinge
randbuurd
razendroezend
rechtreechte
rechtdoorreechteschuite
rechterjuuze, reechter
redelijkRaisonnoebo
regenrehen
regenreihen
regenbuivloege
regenjaseimpeer
regenwormtieriek
reisvwajoeze
rekenenreikenen
remfreing
remmenfrenen
renpaardkeursepierd
restouverschoot
ribreebe
ribbetjesreebekies
rijzenopgoen
rioleringaqueduuk
ritstiereete
roddelaar (ster) komeire
roddeltantecomère
roderuuhe
Rode koolKabuizen
roetbieter
rokendompen
roken (sigaret) ruuken
roken (sigaret) smuren
rolgordijnstorze
rolluikpersieene
rolluikvolei
rommelbataclang
ronsischronsies
roodruud
rookruuk
rook (uit de schouw) domp (uit de koeve)
roos (bloem) ruuze
roosterruuster
rotvort
rozeroozie
rugreuge
rupsreuspe
rustenreusten
ruzieruize
ruzie makenboel zoeken
ruziemakerboelzoeker

S

salamandereketieze
salarisprei
salonsaloung
salonvuirploetse
samentsjegoere
samentuupe
samenvegentuupevoehen
schaalschoelde
schaapsvelschoepvui
schaapswolschoepsweule
schaatsenschoetsen
schaatsen (ww) schoeverdeinen
schadeschoe
schaduwschauwe; lo°mmer
scharnierleine
schaterenschieteren
schavenschoeven
scheelscheil
scheermesschies
scheidenschien
scheldenverwa°ten
scheldenverweiten
scherenschieren
scherpenschierpen
scheurenschuiren
scheutschuijte
schiftenkapoon
schiften van de melkde muilk is gekapood
schilpeele
schilderijtablauw
schildpadschuupaade
schoenhaktaloung
schoensmeerbleink
schoenveterschoenstreek
SchommelWiepe
schommelwiepedzjaane
schoolmakkerschuilkameroed
schoolmeesterschuilmiester
schoondochterschuundoochter
schoonmoederschuumeire
schoonvaderschuupeire
schoonzoonschuuzuine
schoorsteenkoeve, schauwe
schopscheupe; ruifo
schorsscheuse
schorsscheusse
schortvuirschuut
schouwkoeve
schramschart
schreeuwerbeureliere
schroevendraaiertoernavies
selderijsuulder, suilderie
seringendjuzemienen
sigaretsigreete
sijsjetiereinkse
sindstsies, tsiesen
sindsdienvantsiesgentuus
singelseingo
sintelszeinders
sjaalsarp
sla (groente) saloe
slaagpoukereinge
slaapkleedslaupkapoote
slaapkleedsloapkapaute
slabbetjebaveete
slabbetjezieverlaap
slagboombariere
slaksleeke
slakomsaladiere
slapslaap
slapensloepen
slechtuulijk, sliecht
slecht mensuulekoert
slecht opgevoedmieskwiekt
sledesleipe
sleurslamuir
sleutelsluiter
sleutelhangerporteklee
slib, slijkguir
slijkmouwre
slijk, slibguir
sloorsluure
sluiervuule
slurpenleuten
smaaksmoek
smeerlapsmierie
smerenbrieën
smerenbrien
smeren (brood smeren) brien
smeulenvuinzen
smidsmeed
smidsesmeese
smoutebollenveeteboolen
snede (brood) snei (bruud)
snede (vlees) scheele (vlies)
sneeuwsnie
sneeuwensnooien
sneeuwmansniepeitie
snelzierie
snipperssniebeleingen
snoeischaarsekatuir
snoepsneûkeleinge
snoepsneûko
snoepsneûkodeings
snoevenstoefen
snoeverstoefer
snoeverijstoef
snormoestaach
snottebelkiessendoper
snurkenrounken
soepvleesboelie
soortsuirte
spaakreijang, spieke
spadespoe
sparspeere
sparenspoeren
spatspets
spatadersvariesen
spatadersvariessen
spatbordgardeboe
speelgoedspeildeings
speldspeele
spiegoepielde
spiegeleipierduuge
spinnenwebkoobeneete
splinternieuwspleinternieve
splitpenGoepielde
spoedig, gauwhoest
spoorstaafreilde
spoorwegspuirwieg, ijzerwieg
sprekenklaap' n
springveerressoor
spuitspiete
staatstoet
stakenstoeken
stakinggreef
stakingstoekeinge
stapelhaldeipouw
stationstoesie
steenwegstiewieg
stekelbaarssteikeleingske
stekjesallumetten
stelenpieken
stelenschief sloen
stellingsteeleinge
stersteere
stervenduugoen
stikken (met naaimachine) steepen
stikken (sterven)stieken, versmaachten
stilstiele
stillerstuulder
stommiteitbettieze
stoofvleesstaufvlies
stopcontactprieze
stormstuirm
stotterenhaako°hen
straatstroet
straksbienewaat
stratenstroeten
strelingaazekie
strostruut
strobaalbaloute struu
stropenstruupen
stroperpeinsjoeger
stroperstruuper
struikelentchoboon
stukmakenverdeimeleiren
stuntstuut
stuur, fiets-giedoung
stuur, auto-volang
suikersa°ker
suikerklontjesuikerpiele
sukkelaarkwaakeliere

T

taartvormtoerteplatiene
tafeltoefoo
tak, boom-branke
tamelijkreidelijk
TasZjatte
teelballenkluuten
teentien
tekeningdesseing
terugslagweirbots
tijdensbienst
tijdigintetts
tintelingenmieringen
toestelapparui
toevalhoezoerd
toltoop
toneeltonuu
tralietroelde, treillie, kiekiesdroed
trapleuningrampe
trekhaaktreekhoek
treuzelaartruintseliere
treuzelaarstertruinte
treuzelentruintsoon
trosbes, rode -ruuhe beizekies
truiboei
truweeltruwuu
tuinlochteing
tuinhakhauwe
tuinharkrieke
tuinpadweigheleing
tuinrolbolder
tulpentuuliepen
tunneltuunui
tussen koster en diakenkattekoster
twijfeltwoffoo

U

uiaandja°n
uitglijdenwiegslieren
uitkledenomklien
uitschotsuirte
urinezieke

V

vaarsvieze
vaasvoeze
vaatschoutoos
vaatdoekschoutodoek
vakantiecongei
vanvaan
vanavondvanoevend
vanzelfvantzuilfst
varensvoeries
varkentsoelie
varkenvierkie
veehandelaarbiestemarsjang
veelveil
veer, spiraalveerressor
vegenvoegen
vegenvoeghen
veiligheidsspeldtoespeele
vel papierbloere papier
veldslakuursaloe
veldslakuuresaloe
velgzante
vensterbanktableete
vensterluikblaffetuure
verbandbandoeize
verbruikenverbeizigen
verdervuuder
verdiep, verdiepingstoeige
vergiettemse
vergietverzijp
vergiftigdvergeiven
vergissenmiespaken
vergissentrompeiren
vergissingmieseinge
vergrootglaskaardepoes
verhaalfroeseleinge
verkiezingsteemeinge
verkoopva°ndiessie
verkoudheidvaaleinge
verkoudheidvalinge
verlamdlaam
verlatenabandonneiren
versveesch
verseveesche
verse kaas (kwark) klouterkoes
verstoppertje (spel) kotcheduik
vertragingretaar
vertrekkenopkaapen
vervangerramplassant
verwelkenversluinzen
verwendbeduirven
verzorgenswanjeiren
veterschoenstreek
veulenvuilie
vieze vuilaardluizeriek, luizegoerd
visvieso
visvisol
vlaamsvloms
vlaamse gaaigoei
vlagdrapouw
vleeswormaastikau
vleierflajute
vleugelvleurik
vliegtuigvliegmachiene
vlinderpapiejoung
vlindervlimbouter
vlovluije
vloerbekledingtapisplain
vlugraap
vochtigklamp
voetpadtrotwaar
vogelvuigo
vogelkooiveugoreene
vogelkooivoeliere
vogelkooivuigomuite
volvui
volgensvoogies
vollediggielegans
volledigguutegans
voorbeeldigfroei
voorbijgepasseird
voordatier
voorgevelfassaade
voormiddagvuirnoene
voorruitbarbrieze
voorstelpropoziesie
vorkfuircheete
vraagvroege
vragenvroegen
vreemd, raaroerdig
vrekpaloeriebijter, pezewever
vrekpeezewever
vreselijkaffreûss
vriend, kameraadkameroed
vriendelijkgentie
vrouwwijf
vrouwwoaf
vrouwenvravok
vuil makenbetoeteren
vuurvier

W

waarvoorwoervuiren
wafelwoefoo
walnootoukernoute
wandelenwandoon
warmwoerm
warme maaltijdgekuikso
warme pleisterkompreese
Watersmoekelijk
waterdichteimpeirmeeaboo
waterketelmuur
waterputsieteere
waterputwoeterpeut
waterput (drinkwater) stienpeut
watertandenverwoeteren
watertonciteern
WCfietreek
weddenschapweerement
wederweire
weduweweive
weduwnaarweiveniere
weggaan, doorgaanvuursgoen
weidemies
weigerenrefuseiren
weinigleeter
wekkerreveilde
wekkerweeker, reveilde
welkomwuikoom
wenenblieten
wenenschriemen
werftravou
werkenwierken
wespfluitenier
wijwuulder
wijwaterfuntwoeter
wildwuuld
winkelweinkoo, wenko
winkelrekreijang
winnenwienen
winterwienter
winterkoningjekuineingske
wisselgeldklueterguild
witloofchi' congs
woedekolierie
woensdaggoendaag
wolgarensiejeete, sjeette
wonenwuinen
woningwuineinge
woonplaatswuinpleeke
wormwuirm
wormstekigwuirmkruus
worstensosiesen
wortelcaróte
wortelwortoo
wrijvenfrootten
wrijvenfrotten
wurgenwuirgen

Z

zaagzoege
zaaienzoeien
zaalzoele
zagenzoehen
zageventchikaneur
zakenaffieries
zaklamppilde
zalfpomaade
zavelzoevol
zavelzoevoo
zavelputzoevoopeut
zeelzuu
zeemlapziemvui
zeepziepe
zeepsopziepluuge
zeilbaache
zekerzeiker
zelfszuifs
zenuwzeime
zenuwachtignervuis
zenuwachtig persoonzeimentreeker
zeurenchicaneiren
zingenzeingen
zinkzeink
zitkussenkeussie
zittenzieten
zitvlakgaat
zo en zozuu en zuu
zoentouwte
zoethoutkaliesiehout
zoldereuperste
zolderbergingmansarde
zomerzoumer
zoolzoule
zoomzuum
zotzoot
zottinzootiene
zuigentchoezen
zuurdeegzuurdieg
zwaarzwoer
zwaarlijvige vrouwmatrone
zwaluwzwoemo
zwaluwzwoemoo
zwaluwenzwoemoos
zwangergruut luupen
zweepdjaake
zweepklakedjuure
zweerzwiere
zweetzwiet
zwelgenzwuigen
zwemmenzweemen
zwijnvierkie
zwoegenlabuiren

6 opmerkingen

  1. Een van de belangrijkste evenementen in Ronse is De Fiertel< / b>.
  2. Goud van Dergnau is nep-goud, geen echt goud dus
  3. Tijdens de vakantiemaanden juli en augustus worden er concerten georganiseerd in het Bruulpark.
    Deze Bruulconcerten< / b> vinden steeds plaats op een vrijdagavond.
  4. Wanneer je rondloopt in het centrum, kan je op de voetpaden de Stadsgedichten< / b> lezen die over de jaren hebben gewonnen.
  5. Wat is de juiste betekenis van een `sausenbruinder`
  6. `Ronsies in geuren en kleuren` het woordenboek bij uitstek voor ons toch zo mooi dialect, nu opnieuw uitgeven.