Hoogstraats dialect

Dialecten > Antwerpen > Hoogstraats
Het dialectenwoordenboek Hoogstraats bevat 30 gezegden, 349 woorden en 4 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers. Als iets niet klopt of ontbreekt kun je het zelf toevoegen of wijzigen. Log in of meld je daarvoor aan in de rechterkolom.

30 gezegden

Ben je daarvan op de hoogtewitte gij da
bij iemand thuis komenover den eirt kome
daar ga je nooit het fijne van wetenDa komde nie aon de weet
daar kun je niks mee aanvangendas ne goeie vur lege zakke mee recht te zette
dat trekt nergens opdat is van keskeschiet
de appel valt ...zjuust ze voader
de klokken luidenhet luijt
die heeft bij mij afgedaandie heeft goe in mijn rapen gescheten
die veel geld heeft, krijgt nog meer geldden duvel scheit altijd op de grote hoop
Duiven ergens zuidwaarts gaan loslatenduiven gaan lappen
flauw vallenvan zenne sus goan, van z'n stokske goan
Ga eens uit de weg!Ga is ut de pad!
geen 2 dingen tergelijk kunnen doenGe kunt niet luien en in de processie goan
Heb je 't al gehoordWilde naw is wa wete
herkomst jonge dieren (kalfjes, veulen...) uit de Meirk gehaold
hij valt in slaapzen blaffeture vallen dicht
Hij vindt zichzelf beter dan een anderDieje denkt da zenne stront ni stinkt
iemand die altijd tegendraads is'n echte pinegel
Ik ben van MeerIk zen af Meir
je moet opschietenge moet weir bieje
lek rijdenplatten baand hebben
met de kaarten spelenmej de kaorten speulen
Nu wordt het me duidelijk!Naa valt mijne frang
op die man kun je rekenendoar kunde een rechte voor me ploegen
U zegt wel veel, maar het betekent niet veelWa'nne flauwe kul
we gaan naar de kermiswe goan nor de foor
we zullen eens laten weten dat we niet tevreden zijnWe zullen hum e's opjaogen
Weet er iemand iets meer over die manKende gij dieje
zat zijneen stuk in awe frak hemme
zoek je daar een verklaring vooroezitta

349 woorden

(tuin) afsluitingschraans
'n oude man'n auwe pej, pejke
's dindagstestags
's morgens vroegsmeirges vruug
(je neus) snuitensnutte

A

aanoan
aanbouw aan schuurden affang
aardappelenpetatten, eirpels
aardbeiErbizem
accordeonmonnica
achter het huisde werft
achtereen, directteineniëen
afdak in schoolgoanderej
afstandsbediening't kaske
afwasbakpompsteen
allemaal samenammaolsome
armbandbrangelet
armvoleirvel
autonen otto

B

Baarle HertogBoal
bandbaand
bankbaank
batterijpil
bedrogarzak
bedrogengesjareld
beemdbemd
beernen beir, nen bjeer (mannetjesvarken)
beerkareen beirkist
Belgnen Bels
benzinetanknaftbak
bevel aan paard om achteruit te gaantrugoep
bevel aan paard om naar links te gaaneiroem
bevel aan paard om naar rechts te gaandjuttoem
bevel aan paard om te stoppenhouw
bevel aan paard om vooruit te gaandju
biljartenbiljairen
blaarblein
blaffenbassen
blok houtklippel
blok stookhoutklippel
boekentaskezak
boeket bloemennen bloemekej
boerkeworst
boomnen bwoam
bootjebwojke
bordeen talloor
borstelbeustel
bosbessenklokkebaaiers
braaf, meegaand (en wijs zijn, hee!) wijs
brakenspawwen / brokken
bramenbrembisme
brandbraand
brandenfikke (zoals: dat hout is aan het 'fikke')
brandweermanpompier
brutaalastrant, fraank (fraanken teut)
buizerdklaamper
bunzingfis

C

CastelréCastel
claxonnerenfepen (feept is!)
confituurzjelaai

D

da's zeker, kloptjot
dadelijksubiet
darmdeirem, deiremme (mv)
de koe is bronstigde keui stoa stierig
de koe moet gaan bevallende koe is aan den tijd
de marktde mert
de stal't stal
de tuinden hof
de zeis scherpende zansie oaren
dekensozie
denneappelprop
dennebosmastebos
dik hoofdzultekop
dokterdoktoor
doordrammenenteren (hawdop metta geënter!)
dor, droogduis
douanebeambtekemies
drankflesdrinkebus

E

eetvorkverket, ket
egelpinegel
elektriciteitellentrik, stroewom
elk momentieder klapscheet, oom den hoaverklap

F

fierfriëet
fietsvlouw
fijn stofstoeber
flauw meisjetuttebelleke
fluimrochel
fototoestelkedak
frituurpanfrutpot

G

gaarmuirreg
gansgaans
gedragenvugen, 'vuugd oew'
gevangden bak
goed met elkaar omgaanakkederen
graaggeire
grachtslwoot
grootmoedermoemoe
grootvadervovo

H

haaghoftuin
haag, een hegnen hoftuin
hakencrosteren
handpol, pollen
harkeen rijf
heel veeljiëel veul
heimweevort
helemaal nietgeen knijt (goesting)
herfstbames, boames
het gaat niet vooruithet avveseert niks
het legerden troep
het stoepje voor de deur't floerke
het werk schiet goed opavenseren
hetgeen je verteld verbaast mezouwt
hokkot
hondteij
HoogstratenWhögstroate
hooimijtpikkel
hooizolder boven stalschelft
hoop sprokkelhoutmustertvijm
hoopjes hooi makenopperen
hout van de vlierstruikbuizenhout
huilenbleiten

I

ieder om de beurtiederoveraant, oomstebeurt
iemand die vanachter op hal woontne spesvogel
iemand met een groot gedachtne kust men klote
iemand van de kermisfooraap
immersommes

J

jasfrak

K

kaalklets (kletskop)
kaaskeis
kachelstoof
kalfmeutte
kalfne meute / ne mutte
kalfjesde kiepe, de kiepkes (kindertaal)
kapot makenverinneweren
karkeir
kar met mesteen keir mis
kastkas
kauwgomtuttefrut
keerborstelnen besem, bessem
keukende moos
kikkerpuit, kinkpuit
kikkerpuit
kilometertellerkillemetrik
kindnen bengel
kipkieken, tieten, tietekes (kindertaal)
kipkieke
klagenstenen
kleuterschoolkakkeschool, kakschool, papschool, bewaarschool
knikkersketten
koevoetaveseerijzer
kort werkvestne keel
koudkaw
koude schotelkawenoap
kruiwagenne kreugel
kruiwagenkreugel

L

ladder'n ljeer
lamplaamp
leiband, koordtuier
lijnrechterne linnekesman / lindekesman
limonadelimmenat
linksheir
luciferdoosjestekkedwozeke
lucifersstekskes
luifelde luif
lunchpakketschoofzak

M

maar zozonoavenaant
mager persoonscharminkel
magneetstolijzer, plakijzer
mais hakselenmais kneuzen
mandje (tenen) benneke
maskermombakkes
matras, strozakkafzak
MeerMeir
MeerleMjeel
meikevermeulder
meikevermulder
melkkankit
mestmis
miermuszaaike
mierzaksmoeër
mijn hemdm'n hem
moemuug
moedermun
mond, gezichtbakkes, teut (franken teut)
morsenprossen
morsensmossen
mutspots

N

navenantnoavenaant
Nederlandernen Ollaander, ne keiskop
nergensnieveraans
niet om aan te ziengrelleg
nieuwnoew
nieuwsgierignoewelek
nochtanspertang
nogalvandeeg
nunaaw

O

ondertussenswijlen
ookoek
opoep
opnieuwvaneir
opritoeprit
opschietenaffeseren
opslagplaats boven stalde schelft

P

paardpeird
pantoffelsloef
petklak
pissebedwild veirke
plankplaank
plezierig, leukplezaant
politiepollis
poort van wei't schop
preipraai
prettigplezaant
prikkeldraadpindraad, pinnekesdroad
prikkeldraadpindraad

R

raadselrotsel
raar, misselijkaarig / orrig
rechtshottem
refterkoffieschool
regenrenger
regenenrengeren
RijkevorselVeussel
rijkswachtersjenderm
rioolputjemozzegoot
rivier De MarkDe meirk
rokensmweuren
rolluikblaffetuur
ruziën van kinderenfikfakken

S

schaarscheir
schaatsschavverdijne
schaduwlommer
schafttijd/etenstijdschof
scheefparapluj
schoenveternistel
schommelne stuur / ne sturrel
SchommelSturrel
schortne vurschwoot
schortveurschwoat
schort vanaf middel tot aan de kniesloef
schramscheir
schroevendraaiertoernevies
serresijr
Sint AntoniusSinteunes
Sint-LenaartsSint Lenders, Sintlinnes
sjaaldas
sjaalsjeirp
slaslaai
slechtkaoj (koaj petatte)
slijpen (van zeis) wetten
sneukreitig
snoepjepik
snoepjene pik
somsseweile
spadesteekschup, 'n schup
spade met lange steeltroefel
speekseltuf
spelenspeulen
spijtigsunt
spittenspaaien
spuwen (speeksel) tuffe (tuf)
staande lampnen lampedeir
staartsteirt
stationwagen/ breakstesiewagen
stofjasne keel
stofjaskeel
stofjasstoffrak
stopcontact, stekkerpries
stoppenschaaie, uitschaaie (schaaiter mej uit)
stropdasplastron
suikerboonkakkeboon

T

tafelkleedtwalserrej
tandartstantist
telefonerenbellen
televisietellevies
terwijlsweens
terwijlswenst
tot zienshawdoe, awdoe
toutersturrel
touwterstuurel
tractortracteur
treuzelentaffelen
tuinslangspriet
tuit (van koffiepot) teut
TVtellevies
tweedehandsakkozie

U

ui, ajuinjuin
uurwerkluzzie
uurwerklozzie

V

vadervoi
vader zit in de zetelonze vo zit in de zeurg
varkenveirike
varkensde kusse (kindertaal)
vechtenbadderen / batteren
veeartsvejort
veelveul
veldwachtergerde
velgzjaant
vensterbankveinsterschap
ventielsjepap
verwijd weg
verandakoepel
verdrinkenverzuipen
vergiettemst
verkoudheid'n valling
verlegenschauw
verschillendetefrente
vervelend doenambetaant doen, den ambetaanterik uitange
verwarmingde chauffage
vestne golf
veternistel
vetersnestels, nistels
vingersfikke (bleft doar mej aw fikke af)
vingersfikke
vlaamse gaaihannebroek
vloerneirt, den eirt
voetballensjotte
vorkveket/ket
vrijgezeljonkman

W

wabliefwatte!? euh!?
waterketelmoor
wcgemak
WC't gemak, 't schijthuis, thuiske
weideeen waaj
weidewaai
Welkewaffre
wenenvoart gemme
werkbroek voor tijdens de week's werdagse bruk, koaj broek
werkklederenkaai kleren
wespperreweps
wetsteenwetkaai
wielrennerkeruir
wipkwik-kwak
wormpier
worteleen pej
wortelpej
wortelpureepejstoemp
wrijvenruisse

Z

zadelzoal
zak (van papier) buil
zakgeldprej
zandwegkerspoor, keirspoor
zat zijndeirm zen
zeiszaasie
zetelzuirg, zuirgstoel
zeugeen zoeg
ziekenhuisgasthuis
ziekenwagenambelaans
zoalsgelak
zoethoutklissenhout, klissjap

4 opmerkingen

  1. 'Het scheiden van de markt' wil letterlijk zeggen: wanneer de markt gedaan is, wanneer de marktkramers terug huiswaarts keren. Met andere woorden: helemaal op laatst, als de markt gedaan is.
    In het gezegde: op laatst, 'als het er op aan komt'
  2. 'meester, onze jos kan vandaag niet naart school komen want we zitten in ons achterwerk' dit kreeg mijn vader (hoofdonderwijzer in minderhout) ooit als reden voor de afwezigheid van een leerling.
  3. Haag: hoftuin, een tuin is een omsloten gedeelte.
  4. tegenwerken = zijn gat tegen de schaai zetten.
    Deze uitdrukking wijst op het koppige gedrag van een landbouwpaard waarbij het zijn achterwerk tegen het kleine plat vlak zet waarop de boer zit of staat.