Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 137 dialectwoorden voor `pastoor`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : toilet (134x) : dopje (21x) : zeer (23x) : heel erg (42x) : verhuizen (21x) : zoethout (65x) : De tuin (24x) : Sinterklaas (68x) : peuteren (27x) : eekhoorn (74x)



50 vertalingen voor het Nederlandse woord `pastoor`

  1. pastoor = paster (Kortrijks)
  2. pastoor = pestoër (Horster)
  3. pastoor = pastoer (Neerpelts)
  4. pastoor = menier pastoer (Mestreechs)
  5. pastoor = pasjtoêr (Voerens)
  6. pastoor = paster (Koksijds)
  7. pastoor = paster (Clings)
  8. pastoor = paster (Harelbeeks)
  9. pastoor = paster (Zeeuws)
  10. pastoor = paster / pastor / menhier de pasteur (Hams)
  11. pastoor = pastere (Zottegems)
  12. Pastoor = Pastere (Lokers)
  13. pastoor = pastoèr (Budels)
  14. pastoor = pastoer (Simpelveld)
  15. pastoor = pastoer (Kerkraads)
  16. pastoor = pastre (Kortemarks)
  17. pastoor = pastuer (Moes)
  18. pastoor = pesjtoeër (Tegels)
  19. pastoor = pesjtoor (Swalmens)
  20. pastoor = pestaur (Bilzers)
  21. pastoor = pestoeër (Venloos)
  22. pastoor = pestoir (Geuls)
  23. pastoor = pestoor (Twents)
  24. pastoor = pestoor (Sittards)
  25. pastoor = pestoor (Kaatsheuvels)
  26. pastoor = p'stoor (Eersels)
  27. pastoor = pustoor (Valkenswaards)
  28. pastoor = pustowwer (Boekels)
  29. pastoor = een zwart schaap (Waaslands)
  30. pastoor = paster (Hulsters (NL))
  31. pastoor = paster (West-Vlaams)
  32. pastoor = paster (Zeeuws)
  33. pastoor = pastoer (Antwerps)
  34. pastoor = pestoer (Mestreechs)
  35. Pastoor = Pestoor (Zunderts)
  36. Pastoor = Pustoer (Zurriks)
  37. pastoor = unne zieltjeszuuker (Tilburgs)
  38. pastoor = paster (Gents)
  39. pastoor = pastre (West-Vlaams)
  40. pastoor = pestoeër (m.) (Eys)
  41. pastoor = paster (Iepers)
  42. pastoor = pastre (Aalters)
  43. pastoor = paster (Herns (Herne, VL-B))
  44. pastoor = pesstoer (Heldens)
  45. pastoor = pastuur (Hals)
  46. Pastoor = Pastoêr (Sint-Katelijne-Waver)
  47. pastoor = paster (Brugs)
  48. pastoor = pastoerr (Leefdaals)
  49. pastoor = menir de paustre (Lochristis)
  50. pastoor = premusbink (Vaassens)


1 vertalingen voor het dialectwoord `pastoor`

  1. pastoor = pastoor (Aaltens)