Ossies

Dialecten > Noord-Brabant > Ossies

Ossies wordt gesproken in Oss Ossies bevat 81 gezegden, 345 woorden en 4 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

81 gezegden

Als je dat maar weetés ge dé mar wit
als je maar plezier hebtagge mar schik het
ben je vanavond alleenzedde vanoavend allien
ben je wel helemaal lekker?zèdde gè wel goeëd? (de oe-klank gaat over in de -ed uitgang)
bijt hij als ik hem aai?bettie-akkum-aai?
daar niet vandoar gugget nie over
dat gezichtjeda kupke
Dat is niet ergD'as nie slim
dat is ook zo, daar heb je ook gelijk indè is ok
dat is precies wat ik ook bedoeldèh zei ik oe.
dat weet hij nietda wittie nie
de bakker krijgen (plotseling moe worden)d'n bèkker krijge = slaop krijge
de hele dagollingen dag
doe niet zo pietluttig, doe niet zo serieuskik tog nie zo nauw
echt waar (sceptisch) ja zeetie
een biertje drinkenun pilske vatten
Een broodje ei met sla, aardappel en uibrôòdje àj mi sloaj mi èrpel mi juin
een praatje makenbuurte
en jij geloofd daten gè geluufd dè
er een klap tegenaan gevend'r tegenoan peere
flink gas geven / hard rijdend'r op naaijen
flink gas geven / hard rijden (2) d'r op peeren
ga eens wegnèijt ur us oit
ga weglop noar de kloete
Geen één varken dat zó oud wordt. (als opmerking bij het bereiken van een (hoge) leeftijd) Gin één vèrke dè zo oud wordt
Gonnie wilde een pony maar dat kon niet want de pony wilde nietGonne wonne ponnie, ma da konnie want de ponnie wonnie
Gonnie wilde een pony maar dat kon niet want de pony wilde nietGonnie wonne ponnie, ma da konnie want de ponnie wonnie
Heb je diarreeZedde oan de spel
het is conversatievulling zonder veel inhoudtis lul, mar-t prôt
het kon slechterut kos kojjer
Het staat geschreven en gedrukt, je moet krabben waar het jeukt't stoa geschréve en gedrukt, ge moet krabbe woar ut jukt
hij heeft geen zak met aardappelen (gezegd over een vader van een groot gezin) hij hi ginne zak mi erpel
Hij struikelde over de drempelHij stölpte over den dörpel
hij zit te kijken als een hete geit die in het stro plasthij zit te kijke es 'n hiete geit die in 't stroi zêkt
hoe heet jijvan wie bende ge der enne
hou je mondhouwt oewuh moel
iemand op zijn gezicht slaanmoeleke teuren
iets verder opolling doar ginder wijt
Ik heb mijn teen gestoten aan de tafelpoot, nu is ie helemaal blauwik ha menne groete tien gestoeten aon de toffelpoet, nou is ie olling blaauw
Ik houd er mee opik schei er out / uit
Ik moet nodig nar het toilet'k moet zeiken as unne ruen
ik wou dat ik het wistkwò dèk ut wis
in de weg staan (liggen) in de nisse stoan (leége), in de weeg stoan
ja, inderdaadja net
je weet maar nooitge wit oit noit (nie)
kennis van een kennisdun dieje van dun dieje
Kijk naar jezelfKik noar oe eige
komt altijd te laatkumt altijd és jan mi z'n eksters,
kunt u dat ookkunde ge da ok
lomp persoonunnen achtkentige
Loopt altijd achter de feiten aanKumt aolt daags noa de mert
net niet genoegkrèk nie zat
Nou had ik je toch mooi te pakkenNouw hak oe
och toch, och armeoch-erum
Oliën jullie die van jullie ookUllie-de gullie dun ulliën ok
overal gaan buurtenoan de ratz zijn
pecies wat ik wildekrek wè'k wou
rustig aan manzuutjes oan menneke
Stil!houwt oewe moel
stouterd (stout meisje / jongen) kwooi ding
vals spelenhij doet orrens
vervelend persoonlelliken droak
verwaand figuurstrèlliken bal
vluchten / er tussenuit knijpend'ruit peere
wat ben toch een kwajongenwa bende tog unne schuuperd
wat doe je nuwè doede nou
wat een onzinwè-ne klets
Wat een verwaande ventWanne strèlikken bal
wat eten jullie?wa ette gullie?
wat heb ik je gezegdwè hek oe gezeet
Wat vraag je lang door.Wa ligde tog te uiren
Wat wil jij nou!Wa mende ge nou!
Wat zeg jeWé zinde gé.
wat zeg je, wat bedoel jewelk
wat zegt u?wé zin de gé.
wat, waar heb je het overwè-wie
weet je wel (achtervoegsel achter een zin) witte-nie
wij gaan weg, wij zijn er vandoorwij doen eruit, wij doen em deruit
zo is het maar netkrek
zomaar, voor spek en bonenvur slès
zwijghouwt oewe moel

345 woorden

(broek) zaktes
's nachtssnaachts
1ien
2twieje
7zeuve
13dartien
14vertien
21en en twentig
22twé én twéntig
1 boom, 2 bomenennen buum, twie buum

A

Aan het einde van het padTènen ut pedje
aardappelenerpel
achterlijkeachteleke
aderoajer
akelig, akelige (figuurlijk, over een persoon) lèlik, lèliken
als jeagge
Als je dat maar weetaech gè dà mar wit
altijdoalt
arm en beenérm en biejen
armoederremoej
autowoage

B

beenbien, knoku, bottu
beetjebietje
benzinebuziene
beroertebeslag
beschuitbeschout
bevenschibbelen
bezembessum
bezemsteelaakuh nul
bibberenschibbelen
biertjepilske
bigbaug
bij
bijnabekant
bijna / nog maar netkwèluk
blauwblaauw
bloemetjebluumke
blote voetenbèrrevoets
boekjebuukske
boerenkoolboerumoes
boom, bomenbuum, buu-um
boompjebumke
botjebutje
Box (voor bay's)Loperek
bretelsgalge
broekboks
broekzaktes
broodmik of broewt
broodbelegvettighed
broodjebrôòdje (korte 'o' klank, maar dan lang gerekt)
brutaalstrant
buitenboute

C

chocolade reepkwatta

D

daag, daghoudoe wanne
daar gindsdoar ginne-weijt
daarheendoarhinne
darmdérm
dat
dat is nietdásnie
de dag ernasànderdaags
de tuind'n hof
deurdrempeldorpel
dezedizze (n) (n toevoegen als volgende woord met klinker begint)
diedieje (n) (n toevoegen als volgende woord met klinker begint)
dinsdagdeinsdag
doeihoudoe
doosdoe-s
dopendoepe
draaimolenmallemeule
drempelderpel
drempeldurpul
drempeldörpel
dropjedrupke
dropjedrupske
DropjeSèpke
dropsteelSêpstengel
duizendduzend
Dunne benenSpelrègurs

E

Eau de CologneOnjeklonje
echtgenootmens
éénenne

E

Een blauw oogun blauw jét
Eén gulden en vijftig centDoalder
een heel broodunne ollinge mik
Een klein beetjeun héffelke
Een mondvolUn möffelke
egaliserengleks maku
ei, eierenài, àjer
eikelzeikwurm, zeikwurmen
elkaarmekaar
emmertinnuf
er naastd'r nève
erfmisse
erf, voortuin, opritmisse
eveneffe / efkes
èven plassenefkes loerrièn

G

gebakjegebekske
geengin
geheel, heelolling
gezegdgezeed
gierzoei
gisterengiestere
gitaarjengelhout
glaasjegleske
goedendaggoeje dag
goedkoopgoeiekoeëp (oe lang aanhouden of over laten gaan in -ep)
gootsteengutje
gootsteengutstien
GootsteenafvoerGutgat
groengruun
grote mondgroetuh moel

H

handvegerstofverke
handvolhaffel
harkgriesel
harkengrieselen
wanne
heb jehedde ge
heb jij geen orenhédde gé gén orre
heenhinne
helemaalolling
hemdborstrok
het erf aan harkende misse grieselen
het vierhoekje (wijk in oss) ut fruukske
hondhunje
hoofdhas
hoofd, hoofdjekop, kupke
hoofdpijnkoppijn
hooihoi
hoor je wat ik zeg?hurde-me?
horlogelozzie
hunhullie

I

iets

J

jijgè (of gij, maar gè is nog Ossieser)
jij, jouoe
jongetjejungske
jouwoew, oewe (n)
jouw mand'n ullien
Jouw vrouwD'ullie
julliegullie

K

kaarsrechtkors-rècht
kantoorkantoer
katjesdropsêpkêtje
KerstmisKorsmus
kinderenkeinder
KinderwagenBakwaage
KindjeKenje
kipkiep
kippeneikiepeeij
kippenhokkiepenkoj
kletskoeklullen
knolletje (veevoer) pisknôlleke, gruun
koe / kalfkuus
koei / koeienkoeij / koeij
koekjekuukske
KofferbakKattebak
konijnknijnd
konijntjeknenje
koolmeesjebiemèsterke
kopjekumpke
kopje (drinkservies) bekske
kopje koffietas koffie
kotsenspijgen
KruisbesKroezel
kruiwagenkreuge
kwajongenschuuperd

L

laarzenleerze, kemasse
langzaam lopenkuieren
laptopslipcomputer
lelijklelluk
lolschik
longontstekingbezetting
lopenloepe
lopentrijen
lopen, wandelenloepe, loepuh en trijjuh (sarcastisch bedoeld) ..doar trijt ie heen
lui persoonlauwman
luizenlaus
lunchenKoffie drinken

M

maandmoand
maandagmoandag, mòndag
maandverband (uitwasbaar, van stof) baanddoeke
makkelijkhendig
manmens
marktmert
meestermester
meisjederke, durske, meske
mekkerenzeiken
melkromme
melkkanromtuit
merelmalder
mijn manden onze
mijn vader / moederons pap / mam
mijn vrouwd'ons
mondmoel
mondharmonicamoelfiep
morgen (vroeg) mèrge (vruug)

N

naastneffe
niemandgin mens
niemandniemes
niets, helemaal nietshimme-niks
niksnutLouwbietser

O

ogenoégen
olieullie
onderbroekonderboks
onzinklets
ophouden, ermee ophoudenuitscheije, der uitscheije
opschietenaffesére
orenorre
overdrijver (iemand die overdrijft)zwetshoeur
overgevenkitsen
overhemdbazeloen

P

paardknol
paardperd
paardenbloemmolslaai
paardenbloemenplatgaoter
padpèdje
pantoffelssloffe
parfumlekker ruiken
PasenPoasu
pastoorpastoer
persoonmens
perzikspierik
petroliumbromôllie
pissebeddenkelderzeug
plaatjeplôtje
plassenzeiken
plezierschik
ploegenbouwen
poepenscheiten
pokenrokelen
politiepliesie
pompjepumpke
popjepupke
portemonneeknipbeurs
pratenproaten
praten, kletsenbuurte / lullen
prater, iemand die veel praatlulbet / lulhoeur
precieskrek
prikkeldraadpikkendroad
prutserfrothoeur

R

raadroad
raadhuisroadhaus
raam, ramen, raampjeroam, roame, rumke
raaroarig
RabobankBoerenleenbank (in de volksmond) boerrelienbank
rammelaarrémmelder
ratelroater
reepriep
regenmaajum
reumarimmetiek
roggeraug
roodroed
roodroeëd
roombotergoei botter
roosroes
rooster boven bv een putrussel
ruwrauw
ruzie makenstreie

S

sacrament der ziekente volle bediend
schaap, lammetjeschoap, schupke
schaarscheer / schier
schichtigschierluk
schop (werktuig) schup
schoteltjeschuttelke
schurenschroase
sinterklaassunterkloas
slasloaj
slaanslôn
slachtafvalsluns
slootgraaf
slootsloeët (oe langer aanhouden)
smerig, viessmerrig
snoepjesnuupke
spelenspeule
spelen met kinderenmi de keinder speule
spugenklieken / spauwen
stampbetoassie
stamppotpetazzie
stelenjatte
stiekemerdschuuperd
stoelstuul
stokenraokele
stropdasslieps
struikelenstölpe

T

tafeltoffel
teen, tenentieën, tie-ën (meervoud de eerste 'ie' nog langer rekken)
teen, tenentiejn
tegelijk, meteen, directmeepesant
treuzelaartásert
tuinbonenflodderbonne
tweetwie
tweeslachtigkween
twijfelenrikrooie

U

uijuin
ui, uienjuin, juin
UitlaatKnalpijp
uitscheiden, ermee uitscheidenuitscheije, der uitscheije
uutspotwortelstamp, wortelpetòzzie

V

vaatdoekschottelslet
vaatdoekschotteslet
vaatdoekschuttelslet
vaatdoeksluslet
VaatdoekSchutslet
valsspelenorrenzen / steggelen
varkenvèrke
veertienvertien
ver weg (kei) weit
vergietdurslag
vermanend vastpakkenbe oew kladde vatten
vervelend (e) (over een persoon) lèlik, lèliken
verwaandstrèlik
viespeuksmèrlap
viezerikun raein dier
vlak makengleks maku
vlooienvloijen
voetenvoeoetu
Vogeltjeun Vuggelke
vogeltjevuggelke
Vrouwelijk konijnMoalbesje
vuil, viezigheidsmaug

W

W.C.bestekamer
W.C.plee of schéthaus
waarwar
watun bietje
wat?wè?
wat?welluk?
weggaander uit doen
weglopen, vertrekken te voetònloépe
wegrijden, vertrekken met de autoònrije
Wegwezenekkelen
wervelwindjehouwmouw
wijwellie

Z

zakdoektèsnuzzik / zoudoek
zakdoekzoudoek
zakmesKniep
zakmeskniep (ie langer aanhouden)
zaterdagzoaterdag, zotterdag
zeiszessie
zeurenzieveren
zeurpietmèwerd
zeurpietzieverzak of mauwhoer
zevenzeuve
zeverenzievuruh
zoalsnet as ok
zorgcentrumouw manne haus
zuurkoolsuurkolluh

4 opmerkingen

  1. Een Osse schone kreeg verkering met een Amerikaan, hij zei: oh my sweethaert. zei zei: weh, zwiet ik hart.
  2. Ik meen Ossiese sprekers (of uit Noord-Oostbrabant) vaak te kunnen herkennen aan de Ossiese rollende 'r'. Dit lijkt soms wel wat op een Spaanse rollende 'r', waarbij de tong vooraan tegen de tanden trilt in plaats van achter in het gehemelte. Dus absoluut niet zoals de Gooise 'r' ofzo, maar ook wel duidelijk anders dan hoe sommige andere Brabanders of anderen onder de rivieren (Limburgs) de 'r' uitspreken.

    Probeer de volgende worden maar eens uit te spreken met een Spaanse 'r' en het klinkt meteen Ossies: graag, oarig, strelluk, geodriehoek. Ook de 'r'-klank in `Bèrige` (Berghem) dient op die manier uitgesproken te worden.

    Andere klanken waar Noordoost-Brabanders aan te herkennen zijn, zijn de 'ui' en 'ij' klank. Als ze op de radio iemand aan de telefoon hebben die zegt `Ik stond net boituh.` (buiten) of `Ik was met een bail aan het hakken.` (bijl), dan is er een grote kans dat het een Ossenaar of iemand uit die omstreken is.
  3. Mijn zoontje vraagt aan mijn vader (Willy Ceelen)
    'Opa hoe oud wordt je morgen ook alweer'?
    Waarop mijn vader antwoord;
    , drie-un-suvventig (73) jóar wor ik'r mérguh, EN GIN ÉÉN VÈRKU DÈ ZÒ OUD WORDT!'
    (En geen één varken dat zó oud wordt)
    Ik zeg, wat zeg je nou pap?'
    Die uitdrukking schijnt gebruikelijk te zijn in het 'Ossies' alleen had ik er nooit eerder van gehoord.
    Ik vondt't wel grappig!
    Groetjes Angela.
  4. Ossenaren praten geen 'Ossies', maar plat Oss' of gewoon Oss'. Ossies is bedacht door import in de jaren 70, toen veel mensen bij de osse fabrieken kwamen werken en die de echte Ossenaren niet konden verstaan. Maar het woord 'Ossies', is niet het goede woord voor ons dialect en kan echt niet gebruikt worden voor echte Ossenaren.