Astens

Dialecten > Noord-Brabant > Astens

Astens bevat 33 gezegden, 654 woorden en 3 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

33 gezegden

doelpunt makengoal zette
Enorm veel bier drinkenTanke da't Heurst en Brult
geen bh dragen :los in de koij
gezegde :alle goeds kumt van bove, behaalve de erpel, die komme uit de grond!
goed eruitzienhij is goe opgedreugd
heel erg bloedenbloeien as un vèrreke
het gaat weer goed tussen hen :' t is wir botter toe dun bojum
het onmogelijke willen doen :ik kos wel ne muk make as ik mer ne mal ha
het stormtut wèèjt hard
hij heeft een slechte ademwanne kojjenojjem
hij is weg / vertrokken / foetsiehij is d'n hort op
hoe heet hijhoe schreeft ie
Iemand die weinig lustPitsert
iets doms gedaanwa bende toch `n stom vèrreke
iets ergs iets groots gebeurdtis potverdimme ginne kattenpis
iets heel doms gedaanzò stom as ut agtereind van un vèrreke
lui iemandwanne lapzwans
meegand iemandnun hendige
met die persoon is niets mee aan te vangen .dur is nie mi te egge of te teule.
met een mooi meisje heb je niet lang verkeringvan un schon toffel itte nie laang
na 'n straf / berispinghij is zo zig as 'n lemke
niet al te precies afgewerktbitter schif dur in dan reecht dernive
over iemand die iets stoms gedaan heeftwa bende toch ne hansklippel
over iemand die nooit genoeg heeft'n koew en 'n zog hebbe noit genog
plassend erpel afgiejte
plassende muk loate drinke
te kort gedaan voelenschaai tellen
verkering hebben met 'n ouder iemand :op ne auwe fiets moete gu ' t leren
Verkering ver van huis hebbenGoei schoap weie nie dicht bei hois
waar ga je naartoeoppaasteopen of oppommeloppin
wat van ver komt is goed / beterwa ge wijt halt is lekker
weinig inhoud't is nie veul soeps
ze hebben niet veel van waarde in huis staandur kan 'n bleind perd niks kepot maake

654 woorden

's avonds's oavus
's middags's middigs
's middagstafteren
's morgens's mergus
't waait't weijt
1 hectare16 roeje
1 hectare6 leupse
4 zonen4 zeun

A

aan huisslagerslagter
aanmaakhout / takkenmutsert
aanstekenanstoken
aanvallen (voetbal) durrop!
aardappelerpel
Aardappelsaladekaauwschottel
aas (kaarten) os
achterzak (in 'n broek) kontetes
ademojjum
akkernekker
al zijn knikkers verspeeld hebben :hij is keps
alleenallinig
als de ouders van huis zijn :hebben we bessum
altaartaltaar
altijdalt
armerrum
armenerm
armoedeerremoei
AstenAaste

B

BakelBoakel
bakjebekske
band (muziek) orkesje
bedlidiekant
bedtothoop
beetjebietje
begonnenbegôsse
belgbels
belgiëbels
belgischbels
bergbult
beugelbuggel
beugelspelbuggele
bezembessem / bessum
bibberenrieren
biet (en) mangelwortel (s)
bieten dunnenop een zette
bigbag
bijenkorfbiejekurf
bijnabekant
bijnahost
BijnaamHarry umpke
BijnaamHuibert dn Driek
BijnaamKnolle Janis
BijnaamKoos Schaap
BijnaamPiet Poot
BijnaamTines doperwt
BijnaamTrui den Bels - Snoepvrouwtje uit de Kerkstraat
bijnaam :'t beeske
bijnaam :'t leechtmenneke
bijnaam :'t muske
bijnaam :boakels pietje
bijnaam :d'n booij
bijnaam :d'n brouwer
bijnaam :d'n bukkum
bijnaam :d'n dikke ties
bijnaam :d'n dunne ties
bijnaam :de blauw marie
bijnaam :de boer
bijnaam :de guit
bijnaam :de lange nard
bijnaam :de mus
bijnaam :de pint
bijnaam :de smed
bijnaam :de vleem
bijnaam :malle pietje
bijnaam :piet flap
bijnaam :pinneke
bijnaam :schel adje
bijnaam :sjang koek
bijnaam :smidje
bijnaam :tjeucato
bijnaam :van kleuske (s)
bijnaam (rietdekker) :frans den dekker
bijnaam:Tinus noteboom
bijnaam:Mina
bijnaam:dun Braauwer
bijnaam:flappie
billenhamme
binnenkorteerdaags
binnenshuisd'n herd
blaadje (van boom of tijdschrift) bleike
blazenbloaze
blijven kletsenzevertes
blindbleind
bloedbloe
bloedenbloeien
bloeienbluien
boekjebuukske
bomenbeum
bomenbuim
bonenbonne
boombom
boosnooi zin
borreltje' n drupke
borstelbeurstel
boterbotter
bretelgaalg
bretelsgaalge
broekboks
broekspijpenbokspiejpe
broekzakboksetes
broekzaktes
broodmik
brugde breug
BudelBuul
builbuul

C

cafe't kufe
centifugecentrifu
cervelaatsisies
chocoladesskla

D

daags na 't stappen :kweps eruit ziej
daardoar
daargins
daarvoordurvur
daasblindazzerik
dadelijkseffus
dat is heel ver wegdes hel wijt weg
dat is leukdes aarig
dat is niet waarde's nie wor
dat is niet waar!des nie!
dat is verwegdes wijdweg
dat is vreemddes aarig
de Peelde Pil
de tuind'n hof
de tuinde gruuntenhof
de vloer uitvegendun herd kere
de zeis scherpende zeis haare
dekzeil over b.v.'n vrachtwagen'n heuf
denkenprakkezeren
denneappeldennekroot
deug nietlapzwans
DeurneDeurze
deurpostdurgebond
die hebben ze tuk gehaddie hebbe zu geklot
dikke / grote balkbadding
dinsdagdinzig
dinsdagsdinzus
disteldeijstel
distelsdeijstels
docentmister
doekjeduukske
dom iemandne streuf
dom iemandnun dokus
dom iemandnun drol
dom meisje / vrouw'n geut
dom wicht'n dreuf
domoor / sufferdhempslip
donderdagdonderdig
donderdag'sdonderdus
doordeweeksswerres
dorpturp
draai om de oren'n wats / 'n weeij
dreumesprulleke
drop (snoep) drupkes
dropwaterpoeliepeek
drukkenkruchen
duivelsmerakels

E

eau de toiletonje klonje
een kruiwagen met takkenne krijge tek
eersteirste / uurste
eetbordburt
eetbordtelder
eieren rapen b.v. uit de legnesteneer raape
eierkolen (formaat) nutje vier
eigenaardig, raararig
eigenhandig gemaakt zijnvuujgen
EimerenPutje
enigszins bijziendschèle wiewaaw
er is 'n baby geborenze hebben 'n neij kiendje
evenefkes
even (in tijd) ' n hortje

F

fluisteren (stiekem) smiespelen
fopspeenfiep

G

ga toch weg, bekijk het maar!bloast 'm toch op!
gaan eten (op de bouw) gon schoften
garagegraas
gat'n kuul
gebreid hemdborsrok
geklungelgekloot
gemakkelijkhendig
gescheidengescheje
geslacht (m) sjang
geslacht (m) zwans
gewisse hoeveelheidne kwak of 'n deel
gierigaard'n bist
glasgordijnvietraas
glazenglaas
gluren / kijkenbliejke
goedgoe / goewd
goed samen gaanakkederen
gootgeut
gootsteengutsteen
gordijnrail'n roei
grappenmakeraauw fiep
groengruun
groenvoer (koeien) pisknullekes
grote mondgrote bakkus
grote mondgrote smoewel

H

hamer (om de zeis te scherpen) haarhemmerke
handhaand
handenhaand
handvolhaffel
harenhoar
haringherring
harkgriesel
hectare6 leupse
hectarebuunder
heelalling
heel erg mooikei schon
heel fijne sneeuwhissnuw
heel hard:regenen / waaien / sneeuwen...de 't hoorst
HeezeHees
heilige anthoniustantoniusbildje
het is niet zwaardes leecht
het sneeuwt't sniwt
het stuiftut poaft
HeusdenHeuze
hijie
Hij daardn die'e
hij is genezenhij is bitter
hijgenhiegen
hoe heet hijhoehiettie
hondenheund
hoofdkop
hoofdstel (van 'n paard) ' t kopstuk
hooi omwerken (machinaal) hoij weine
hooienhoije
hooivorkhoijveurk
hooizolderhoijzulder
hoopjeklötje
horlogeglozie
horlogelozie
houtzagerijkuppes
huilenschruwwen of schreeuwen
huizenheus
hunhullie
hunzullie

I

iemand die 't niet nauw neemtholleweei
iemand niet al te slimziebedeeske
iemand oplichtenbesoudemieteren
iemand tuk hebben / plageniemand keule
iets latendoe's nie
ijzergieterijdun ijzere
ijzerwinkeldun dup
ik voel me niet lekkerik ben niks werd vandaag
in bed of naar bedte bed
in de kamer spelenin de kammur speulen
in de tuin werkenheuve
in zie niksik zie genne biet
inschenkeninschudden

J

jeneversnever
jijgij
jong vogeltjekwaap
jonge koe (nog niet gekalfd) moal
jongetjejeungske
jouauw / auwe / jauw
julliegellie
julliejallie
jurkkleedje

K

kaarskars
kaarsenkarse
kalfmuk
kalfjekelfke
kamkaam
kapelaankapploan
kapot bijtenknoeperen
karkaar
karnemelkmullik
kasteel't kusteel
kastjekeske
kennenkanne
kerkkèèrek
kersenkurze
kijkenkieke
kindkeind
kinderenkeinder
kinderenjoong
kipkiep
kippenhokkiepekoij
kippenpoten (gerecht) kiepebillen
kistkééjst
kistkéést
klaarverrig
klaar met werkenafgewerkt
klein iemand'n klötje
klein kind'n epke
klein kind'n frötje
klein kind'n kwaap
klein kindkaveleuter (ke)
klein kindkiendje
klein kindsnotneus
klein mannetjeklèèn piske
Kleine hand volheffelke
kleine ladderlirke
kleine traptrepke
kleinkinderenklèènkeinder
klemblaaralpinopetje
klerenklirazie
klerenklirre
kletsenzannikken
klierenkoeijeneere
klokkenhuisknoerzik
klompenbluk
klungelenhannese
klungelenkloote
knapzakknik (ske)
knieënknij - knijs
knoopknubbel
knopjeknupke
knuffelenfielefauwen
knuffelenknoeffelen
koekoei
koekôw of koei
koeienkoei
koekjekuukske
koffiemolenkoffiemeule
konijn - konijnenknijn - kneent
konijnenvoerertschalle
kopjekeumke
kopjetas
kopje koffietas koffie
korenkorre
kosterköster
koudkaauwd
koude voetenkaauw vuut
kraaikreij
krabbenkrassen
kromkromp
kruisbessenkroezels
kruiwagenkreige
kuikenpieleke
kuil'n gaat
kunnenkanne
kwaad
kwajongenlummel
kwajongenvliggel

L

laarzenleerze
laatsteleeste
laatste restjes bij elkaar doenschaarsen
ladderleer
ladder voor geslacht varkenverrekuslirke
laterlatter
leidsels / sturen v / h paard via het bitde leent
lepeltjelippelke
licht geraakt persoon'ne koije
LieropLierup
LiesselLeissel
lomp iemandlompekoei
lomperikklippel
loopslups
lopenkûrre
luchtleucht
luciferluizevirke
luierdrollevanger
luizenleus

M

maandagmôndig
maandagssmôndus
MaarheezeMarres
machinemesjien
MeijelMeel
meisjedurske
meisjemeidje, meiske
melkromme
melkfabriekromfebriek
merelmelling
metselenmetse
middagdutjenoontere
middagdutje doen'n noonterke doew
mierenzeekwuurm
mij (van) min / minne
mijn (bezit) meen
mijn echtgenootmunne mens
mijn echtgenoteons vrouw
mijn echtgenote (humoristisch) d'n bàs
MilheezeMillus
moemuug
moederons mam / moe / moeke
molenaarmulder
mondsneb / snebbel
mooischôn
mopperenkeven
morgenmèèrge
motregenenmiezere
muizenmeus

N

naar de filmnor Baakes
naastneffe
narrigneutelik
nauwelijkskwèlik
Neerkantde Nirkant
negendeniggende
nergensnergus
niet doen / laten!jongu! doe naw nie!
niet graag doennooi doew
niet moelijkhendig zat
niet op slotlos
niet veel te besteden hebben'n kaljakker
nieuwneij / neijt
nieuwjaarneij joar
nieuwsneijs
nieuwsgierigneijsgierig, beneijd
niks doenlapzwans
niksnutzauwtzak
nootjesnutjus
notennotjes
nu meteen!nauw!

O

oliemolend' n olliemeule
omploegenumteulen
omspittenumspaaie
ongeduldigongedurig
onkruidpijne / penge
onkruidplukkum
ontzettendontiegluk
onweer`t dondert
onze kinderenons joong
onzinkwats
onzin pratenlig toch nie zo te zevere
oosten (richting) ' t oste
op je donder krijgenkeevens kriege
open planken aanbouw achter 'n boerderijde schop
opperen (op de bouw) uperre
opschietenaveceren
orenorre
overgevenkitse
overgeven / spugenkeu_ke

P

paadjepeijke
paardperd
paard en karperd en kaar
paard en wagenperd en waage
pakking tegen lekken van de kraan'n lirke
palingpolling
pannekoekstreuf
pannekoekbeslagtimper
pannenkoekstreuf
parelhoenderpoelepetaat
pasenposse
pastoorpustoor
perenpirre
perzikpurzik
pijppiejp
pinda (s) ollienutje (s)
plafondplefon
plankjeplenkske
plasticplestiek
ploegenteule
politiepliesie
portemonneeknipbeurs
potverdorienon de pie
potverdorienondeju
precieskrek
Precies wat ik wildeKrek wak wo

R

rare meidstreuf
redelijkrillik
regelmatigdik
riekriejk
rijden (bijv. met kruiwagen)varen
roderoije
rondroond
rondjereundje
roodroij
rotzooipongel
rugreug
ruienruij / ruijt

S

saai iemandne dreuge
salaris ontvangenbeuren
schaapschoap
schaarscheer
schaatsenschatse
schapenscheup
schapenschöp
schoenschoewn
schoenenschoewn
schoffelschoeffel
schop (groot ) bats
schop (smal -recht) spieker
schop (spitten) schup
schortscholk
schraalschroal
schrale / doorgelopen billenblikhers
schreeuwenkwèke
schreeuwenschrauwze
schreeuwlelijkkwèkerd
schrokken (eten ) schraanze
schuurstal
sigaarsegaar
sigaretsegret
sinaasappelappelsien
sla (groente) slaaj
Slaats (naam) Slots
slagerslagtur
slapensloapen
slappe koff (eloerie
slecht gemaaktgefrot
slecht werk makenfrotte
slechtekoije
slonzige vrouwraw scheuf
sneeuwensnuwe / 't sniwt
snelvinnig
snoepgoedsnuupkes
SomerenZummere
Someren Heided Heei
SomerenEindd’èènd
soort bijl met handvat i.p.v steelhiep
spattenspierse
speenfiep
spel met fietsewiel zonder spakenreepe
SpittenSpaaien
spreeuwspruw
spugentuffe
St.Jozefpleindun bult
stalmest wegkruiende groep uitdoew
stamppotpetazzie
steedsd 'n hille tijd
steedsdeger
steentjekeike
stelenweghalen
stoep af vegenstoep af kerren
stoerruig
stofpof
streek hebbenkuren hebben
strooisel (stro ) strauwsel
stropdasslieps
Stuiterbalbutsbelleke
stuiterenbutsen
subsidiesubsilie
sullig meisje'n deuske
sullig meisje' n dutselke

T

t-shirttruike
tafeltoffel
tafel dekkentoffel ophalen
tafel en stoelentoffel en stuul
takkentek
te voorschijn komenten blakke komme
tegelijkertijdimpessant
teruggetrokken leven / wonen :op zin eige zijn
textielfabriekd 'n trieko
theo.....teij....
tijktiek
tot zienshoudoe
touwtauw
touwtaw
touw (en) zilke (s)
touwtjetauwke
trekbalk onder de wagen of karhansklippel
trekbroek / jurk voor het paardhaam
troep / onkruid / rotzooirawazie
troffel (metselen klein) truijfelke
troffel (metselen) truijfel
trotsgruts
turfklot
turf stekenteurve
tweedetwidde / twits

U

uijuin
urinezeek

V

v / d loo (naam) lo
v. goch strohulzendun huls (t)
vaakdikkels
vaatdoekschottelslet
vaatdoekslosslet
vaatjevetje
vaderonze pa / pap
vaderons vadder
vallenbutsen
valse hond'ne koijen hond
van verafvan wijdaf
vanavondt'oavend
varkenkuus of vèrreke
veelveul
veel te veelveuls te veul
veldplak
vervelend / lastig / protesterenknoorze
vervelend / lastig iemand'n foors
vervelend doenligge te stiere
vijgvieg
vindenveine
vinnige vrouw'n haaibaai
vleesvlis
vleesbeleggesneje
vlinderdasjenondedjuke
vloeken, scheldenangoan
voetenvuut
vogelvoggel
Vogeltjeveugelkje
vogeltjevuggelke
voorvur
VoordeldonkVorrelonk
voordurend kletsenauw betten
voorstevurste
voortdurenddeger
vorkverkèt
vorkvurrik of ne ket
vraag + antwoordworrum : um de krum
vriend (relatie) vrijer
vriendin (relatie) meid
vrijdagvrijdig
vrijdagvrijdus
vrijdag'sfrijdus
vroegervruuger
vrouw (mens) vrommes
vrouwenvroluu
vrouwtjevrouwke of weefke

W

w.c.heuske
waaienwèèje
waar (vragend) wor
waarom? daarom!worrum? dorrum!
wanneerhoeneer
was (verledentijd van is) waar
wasknijperswaspinnekes / pinnekes
waslijnwasdroad
waterwatter
waterlossing (in de Peel) de loop
wegrijdenanrije
weinig doenlope lummele
wij zijn eten (op de bouw) we zijn schofte
wijwaterbakjewijwattersbekske
windweind
winkelen / inkopen doenbodschappe doew
witten (teksen) sauwze
woensdagwoenzig
woensdagsswoenzis

Z

zaaienzeije
zaaikorfzeijkurruf
zadelzaal
zakbuul
zakdoeksnotlap
zakdoektesneuzik
zandstormpje bij heel warm weer op het veld / akkerhaauw maauw
zaterdagzotterig
zaterdagssotteris
ze lacht zo mooize laacht zo schon
zeer (pijn) zir
zeugzog
zevendezuvende
zie je niet goed?bende bleind of zo?
ziek geweesthij hi nog weinig te piezewiete
zijn gang laten gaanloate geworre
zodadelijkdalik
zoekenzuuke
zolderzulder
zolder boven koeiestal in boerderijde schelft
zometeenseffus
zonschrapnel
zondagzondig
zondagssondis
zonde - jammerseunt
zoutzaauwt
zuiden (richting) 't zuije

3 opmerkingen

  1. Bij meervoudsvormen worden de klinkers vaak verlengd of anders uitgesproken, in plaats van een achtervoegsel toe te voegen.
    Hond-Honden - Hond-Heund
    Blad-Bladeren - Blad-Blaar
    Band-Banden - Band-Bàànd
  2. Eigennamen worden vaak door een bezittelijk voornaamwoord voorafgegaan:
    Ons, onze (1e persoon, vrouwelijk, mannelijk)
    Jallie, jallië (2e persoon, vrouwelijk, mannelijk)
    Hullie, hullië (3e persoon, vrouwelijk, mannelijk)
  3. Wanneer er in de derde persoon over meisjes gesproken wordt, worden ze wel eens liefkozend als 'het' (kleine kinderen) of 'hij' (oudere meisjes, adolescenten) aangeduid.