Zunderts

Dialecten > Noord-Brabant > Zunderts

Zunderts bevat 37 gezegden, 626 woorden en 3 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

37 gezegden

altijd doorwerkeneen vrouwehaand en ne peerdetaand ston nooit stil
dat had ik van jou niet verwachtgij zij nen aorige
dat is tegengevallenvan de kloaver nor de bieze gaon
dat is vanzelf gegaandas meraokels gegaan
Dat maakt niet uitDa nukt
Dat maakt niet uitDa nukt nie
dat scheelde veelda schoow veul
dat zou in de stal moeten liggenda plocht in de stal te motte liggen
een afstand van ongeveer 50mne bol gooies wijd
een vaste baanvast loown vast aarmoei
gedraag jezelfvuugd oew eige
geld achter de hand hebbennun bakzak op zolder hemmen
gooi dat maar weggwoi da mar int kasspoor
gulzig en veel eteneten as nen haaispoajier
heb je haast?motte gaon hwooije
heel vuil zijnne zwarte smorres
heel vuil zijnzo zwart als oske pek
heel vuil zijnzo zwart as nen turk
hij is verplicht te trouwen ivm met een komend kindjedie heet zunne klomp onder geschept
Hoogste punt van een bouw bereiktDe maaij zetten
iemand die met weinig geld probeert rond te komen met zo weinig mogelijk werknun ouwe pap rentenier
iemand die traag praatne zeekere
ik ben uitgeputik ben heemaol tenne / ik ben afleggeskloar
Ik kom uit ZundertIk ben er jieene van Zundert
ik voel me niet lekkerik ben niks weeerd
je moet het nu verdienenhwooije as de zon schent
jij met je rotzooigij mai oe bullen
klei akkerbouweruut d'n klaai getrokke
maakt me niet uitstiktme niks
maakt mij niet uitkamme nie schille
na vier uur / later op de dagnavururen
niet rustenpraotte en braaije tegelijk
Stop toch eens met die praatjes!Maokt dagge wegkomt meej oew gemauw!
vannacht komt sinterklaasvannaacht goa sienterkloas rijje
vreemd gaanonder dun droad dur frete
we gaan rustig werkenwe staon nie ient aongenoome
zet eens vrolijke dansmuziek opdraai es ne lochte

626 woorden

'n poos'n schof
's avonds's aoves
's weeksswardags
1jin
2tweej
12twoluf
13dartien
14virtien
15veftien
20twientieg
30dartig
40firtig
50feftig
60sestug
70suffutug
80taggetig
90niggetig

A

aanohn
aan beide kantenon wiskaante
aardappelserrepels
aardbeiaarbiezum
aardbeienaarbeezjies
accordeonne monnica
AchtmaalAagmol
advocaatavvokaat
afgedragen klerenkwaoi kljieren
afrikaantjesstienkerkes
afwassenomwassen
alledaagse / gewone ( (servies) kwaooi
allemaalammoal
alsas
als je agge
als jeagge
Als je je mond niet houdt dan sla ik eropAgge oew bakkes niej houd, za'k dur sebiet 's opklappe!
Als je niet uitkijkt dan val ik flauwAggu niej uhtkekt dan val ik van munne sus
anjerssnuffels
ArrenmoedeAaremoei
asbakassiebak
asfaltwegmakkendam

B

baardjebordje
bedankt en tot zienshoudoe en bedaankt
beerbèèr
beerput legenbèère
beestbjist
beesten, koeienbjeeste
beetjebietje
begon, begonnenbegos (t), begosse
bekwaambuhkwohm
belgenbelskus
Belgen van net over de grensBelzuh petuut
BellenBelluh
BelletjeBelleke
besbiezem
BezemBessem
bierpilske, pientje
bijbie
bijenkastbiejekot
bijnabekaanst
bijnabekaast
bijt hij als ik hem aai?bettieakumaaj?
bijvoorbeeldbevobbeld
BinnenkortVertzo
BisschopBiesschop
bitterkoekjemop
bladerenblôajere
blazenblaoze
bloemencorsoblommecorso
bodembojem
bokkingbukkum
bokking met homne melker
bokking met zaadne zoaier
bont maken (het te bont maken) begaoien
borstelbussel
bosbessenklokkebaaie
bosmierenstekkedraogers
BraatjeBrotje
brakenspauwen
bramenbrembiezemen
bramenmorbiezeme
bramenmorrebiezemen
brandnetelsbraantneetels
brodenbroois
Broodje kaasBrooike keis
Broodje tartaarBrooike tortohr
bruine meikeverne paoter
brutaalstraant
bunzingne fies

C

carbonadekaremenaaje
chocoladekwatta
chocoladesjokkulat

D

da's zonde't is sunt
daaromtrentdaarenventrent
daasbliendoas
daghoudoe
dagdeelschof
dagelijkse klerenswardagse kljieren
dahliadollias
dalstrotoir tegel
datda
Dat is een mooi dingdas un schoan dieng
Dat werd gezegdDah wier gezeet
de Buijssche Heidede Bûssaai
de kinderende joeng
de koeien dwingen te lopende koei opstouwe
de koeien loeiende koei bleiten
de kortste weg nemengeriecht
de marchausseede massees
de periode tussen 12 en 16 uurtaagtemirreg
de waarheidte blakke komme
dekselut scheel
denne appelsproppen
dennenhoutmastehout
DingDieng
dingendienge
dinsdagdestag
direktsuubiet of drek
disteldessel
doodzondeongeparmenteerd
doordur
doorwerkenaveseeruh
dorpdurp
dorst hebbendust hebbe
draaimolenmallemeule
DrempelDurrepel
driekwartbaksteentriklussooir
drinkenkruikkietje

E

een bruin paardne vos
een driekwart jasun jekker
een graszodene ros
een grote hak om te plaggenvlaszaassie
een hondnond
een kafmolenne treizemeulen
een knuppelof een stommelingne klippel
een kruiwagenne kruugel
een meeseen bieteutje
een mislukkelingnen dalk
een mooie nieuwe jurkun schwoon noew kljeed
een mooie nieuwe jurkun schwoon nuuw kljeed
een nette boerne pronte boer
een oud zwart barretje voor de mannenkallotje
een pad van kolensintelseen koalassiepad
een peer zacht laten wordenmuuken
een pluimpje gevenbestoefen
een ribfluwelen broekun floeren broek
een simpele ziel (beetje dom) nu subbedeej
een stuk hout aan de strengen achter het paardnen haasklippel
een sufferdnu kloores
een toemaat hooiden toemerd
een tot een spie toelopend stuk landne gjieer
een touw om een koe te geleidenne muntel
een touw om recht te planteneen reeitouw
een vaatdoekne wasdoek
een vaatdoekun lap
een vrouw van 30+ die nog geen partner heeftun overstoander
eerstejiste
egelun stekelvareke
eiaai
eieraaier
eksterakster
electriciteitilletriek
emmernen eemer
erfwaarft
ergaarg
Erg krom of scheefUit zunne rabat
eventjeseffekes

F

Feest bij het bereiken hoogste punt van een bouw(huis)Maaien
feestjefjeesje
Flauw vallenVan oew gebbetje goan
flinkvandegen
fluitketelmoor
fluitketelmwoor
fotopetret
frikandelcurrywurst
Frikandel in 3 stukkenHakkedel

G

ga jegade
ga opzijgaot om staon
gaafgeif
gaatjegotje
gatengoters
gebouwengebowen
gebouwtgebouwen
GeitErrememensekoei
gelaatsmoelwaark
gele grondzoavel
gemakkelijke stoelzûrreg
gereedschapgetuig
gerstgast
gevangenisden bak
GevondenGevonne
geweergeweir
gewerktgeworken
GezegdGezeet
gezichtbakkes
gezichtgeziecht
gierigaardkrentekakker
gierputbéérput of beirput
gierput of beirput leegmakenbeiren
giertankbéérkiest
giertankblubberkiest
ginggong
glaasjegloske
glijdenslibberen
goed overeenkomenakkedere
graaggeire
graaggèru
grasbosjesroskes
groengruun
grote bussels gebonden stroschobben

H

haagden hoftuin
haashaos
haasje overbokspriengen
hadhoj
HaddenHojje
hagelslagkwattastrooisel
hagelslagmuisjes
handhaand
handenpollen
hanekam (haardracht) pienhaor
hardlopengepse
harkrijf
harkenreive
haverhaover
aaj
heb jehedde gij
heb jijhedde gij
hebbenhemme
heelhjeel
heidehaoi
heimwee hebbenvort hemme
hem / haardiejûh
herfstboames
HerfstkatTongerlatje
herfstweerbaomesweer
herkauwennirken
hersenenharses
Het dorpturp
het is groenhet ies of ties gruun
het touw om het paard te mennende lent
hijie
Hij viel flauwhij gieng van zunne sus
hoekwoek
hooi in hoopjes harkenhooioppers maken
hooi omdraaienhooi weinen
hooimachinehooiwender
hooizolderschelluft
horlogelozie
houderhouwer
Hubertusbroodje ( broodje op de feestdag van st Hubertus tegen hondsdolheid)Huubke (s)
huilenbleiten, schreeuwen
huiskamerde nuis
hunzullie
hutspotpeejenstaamp

I

Iemand die smalend doet over een anderEen smeelbakkes
iets optillen om ongeveer te wegenkwikke
Ik vraag me afties wonder
ik vraag me af / ben benieuwdties wonder
inien
in augustus geboren kattentoemerdkatte
in de winter eten wij sla met ui met ei en met aardappelsdSwienters eete wij sloai meij jiun meeij aaij meeij errepuls
in elkaar slaanafbattere
in elkaar slaanafpeire
in goede staat bewarengoai sloagen
in het water slaanspalleken
isies

J

jajot
ja is goedjot
jaarlijks gildefeestteire van de guld
JacobusKoop
jamzjem of zjam
jasne frak
jeukjuuk
jijgij
jonge stier / koe (vaars) vèès
JouwOew
JullieGullie
juszjuu

K

kaantjeskaooikes
kaantjeskoikes
kaartenkaorte
KaasKeis
kalfkiepke
kapot makenverrinneweren
KappelaanKappeloan
karnemelkbottermelk
katne balkhaos
keeskiske
KeesjeKiske
keikaai
KerelKeirel
KereltjeMenneke
kerkkark
kersenkrieken
keukenmoos
kiezelstenenkietelkaaien
kijk hemkiek zèn lôpuhn
kijktkekt
kijktkikt
kikker puut
kikkerpuut
kinkien
KindKient
kindtjong
kinderstoelkakstoel
kiptiet
KippeneiTietenaai
klagenmurmereren
klagenmurremereeren
kleiklaai
kloosterzusternonnen
knikkerenkniekeren
knippenkniepen
knipschaarkniepscheir
koekoei
koekoej
konijntjeknentje
koningkunning
koninginkunnigien
kopjekommeke
KorrelSteek
kroontje van een aardbeisluif
kruisbessenknoezels
kruisbessenkrnoelies
kruisbessenkruidoores
kruiwagenkreuge
kweekgraspaone
kwikstaartun koeistouwerke

L

laag bladeren of naaldenstrussel
laarsleirs
ladder leer
ladderleer
ladderun ljeer
ladeschuif
lagloog
landlaant
land verovertje spelen met een zakmesmitje steken
landbouwereerdbolbewerker
lantarenpaallanteirepoal
lawaaigeweld
leukleutig
libellene gloazesnijjer
lichtliecht
lichtjes gravendabben
lijsterbesfluitjeshout
likdoornekstroog
limonadeliemenad
lipliep
luierne piesdoek
lunchenschafte
lunchzakknapzak

M

maandagmondag
MandMaant
marktmart
maskermombakkes
meikeverne mulder
MeisjeMedje
meisjemeske
MeisjeMeske ook wel vriendinneke
mensenmeese
MerelMeirel
merkmaark
Metmeej
met een velg van een fietswiel lopenrjeepen
met je gezeurmeej oew gemaauw
metalen knikkerket
mierenmòsaajkes
mierenmozzaaikes
MijnMun
mijn moederons moen
mijn vaderoose voij
minder dan een halve baksteenklasooir
moedermoen
moestuingruuntenhof
molenmeulen
molenaarmulder
MondBakkes
MooiSchón
mooi meisjePraojke
Mooi vrouwtjeSchoon wefke
morsenklasse
motregenensmossen

N

naaktien oewe blwoote
naar een begrafenis gaante lijk goan
naar iets sterk verlangende zaank hebbe noar
naartoehenne
naastneffe
nagelnohgul
narcissenpoasblomme
navelnoagelenbuik
neenei-juh of neent
nee hoornaaje wor
niet graag iets doennooi doen
niet stilzittenpraotte en braaije
niet waarniej woar
niets gevenpieneke dun
nootjesnotjes
nootmuskaatkruinaot
notarisnotorris

O

olifantnen olliefaant
om de beurtoverhaand
onverantwoordongeparemeteerd
onzin pratensemmele
opnieuwoppernieuw
opritWaarft
Opscheppen (overdrijven) Stoefen
OpschepperStoefbal
opschietenwèèrbiejen
Oud en Nieuw vierenDoordoen

P

paalpoltje
paardpêrd
paardenmestpesmies
paardenstaartpeerdesteerd
paardenvijgenpestoort
paarspèèrs
paashaasde vos
padjepohjkuh
palingpollieng
pantoffelssloffen
papendrechtpoapendrecht
parelhoenderne pullepetaot
PastoorPestoor
PeerPeir
persoonmeens
petklak
piemelne piezeman
pindakaaspiendahkeis
plantjes in een spleet plantenverbuten
pochetjestoeferke
poetslapnun tot
pofbroekdrollenvanger
politiepliessie
preipraai
prikkeldraadpiendraad
prikkeldraadpienekesdroad
prinspriens

R

raamraom
raar persoonnen aorige
rapentolle
rarene kwieb
RegenRenger
regenenrengeren
regenwormpierewûrm
rijsbergenresbareguh
rillenreigele
rochelen, spugentuffen
rode besrooie biezem
rode koolrooje kwool
roggekoren
rogge maaienkoren pikken
rolstoelun karke
rond 16 uurfrure
rond 4 uurfruure
roodrooi
Rook of DampDoôk
roosrwoos
ruggegraatpotterenoster

S

schaapschaop
schaarscheir
schaatsenschetse
scheerzeepscheirzeep
schei er mee uitschaait er af
scherenscheire
scherpschaarp
schijntschent
schilderschulder
schilderenschulderen
schoenpoetsblienk
schoenveterniessel
schoenvetersniessels
schoffelenhakken
schommeldropkliesjap
schoolbordschoolburd
schopbats
SchopSchup of spohj
schopspieker
schortvurschwoat
seringenkruinaogels
sinaasappelappelesiene
slasloaj
SlaSlohj
slaap welslop wel
slechtensliechte
slijpenwetten
slootloop
slootje voor afvalwatermozzegoot
slootmaaiselrouwenies
slotensloois
smerigsmerrig
somssweile
spadeschup
speculaasspikkeloasie
sperwerne klaamper
spinne spiennekop
Spitse spade voor maken van sleuvenGreif
SpittenSpaaien
spittenspoajen
SpittenSpoije
springenspriengen
spugentuffe
staartstêrt
steentje over water laten stuiterenzelderen
stelen, jattensnaajen
stijfselstessel
stoeprandbaandkaai
straatstjeenweg
straatjestrohtje
strorestenbocht
stuiterentetse
stuiven van zandsmwooren

T

takkenbossenmustert
tarwetarv
teertaar
tegen een bal schoppenstaampen
tegenwoordigsegesworrigs
tekenentjiikene
telefoontillefón
telefoontullefon
tenminstetemieste
tochuvel
toilet't huiske
touwen vlechtentouwe braaije
TrapistTrapiest
TroffelTruweel
trotsfrjeed
trottoirstoep
tuinboonboerenteen
TuinboonLabboon

U

uijuin
uitrustenschôve
urinoirpiesbak
UwOew

V

vadervoj
vader en moederons ma en ons pa
vals spelenommes doen
van vorenvan veuren
varkenkuus
varkenvaáreken
varkensblaasflutblaos
veelveul
verwijt
verfvarf
verschillendetefrente
versevusse
vervenvarve
video'svidiookus
vier uurfruures
vies doenvuilakkun
viezerikvullek
vindenveinne
vindervender
VingerVienger
vis (sen) vies (sen)
vishengelviesruui
vissenviessen
vlaamse gaainen hannebroek
vlierstruikklabuizenhout
vlinderdasjenondedjuuke
vloerde neird
voddenmanbulleboer
voervojer
voerenvojere
voorhoofdstui
voornvorring
vork ket
vorkket
vorkvurruk
vreemdevremde
vreemdeling (een..) nun difrente
vroedvrouwboaker
vuilzwart
vuilboompeggenhout
vuurvuurke

W

w.c.plee
waarwaaroow
waarwoar
wandelenkuieren
wasknijpersdrwoogstekke
wat eenwanne
wat ga je doenwa ga de gij sjouwen
Wat heb je gezegd?Wah hedduh gezeet?
wat voor een?waffur jeen?
wat zeg jewa mot da
waterwaoter
weckenstillezeren
weetwitte
weet je toch nietwitte tonnie
wegpad
weilandwaai
wernhoutwjeenhout
wervelwindun hauw
wespparraweps
wespparrewéps
wijs, verstandigvies
winterkoninkjeklein jaoneke
witwiet
witachtige meikeverne bakker
wonderwoerdes
wormpieraas, pierewurrum of wurm
WorstenbroodjeWustebroike
wortelwurtel
worteltjespeekes
wrijvenrussen
wroetenvruute

Z

zagzohg
zakgeldpré
Zal ik je eens een klap tegen je hoofd geven?Zak oew ies un peer tegen oewen appel geven?
zal ik met mijn brommer komen of met mijn fietszak memmen brommur komme of memmen fiets
zatzoot
zeef voor de melkun zijg
zeeltlauw
zeizee of zeej
ZeiZeej
zeikerdzaaikerd
zeiszasie
zilveruitjesjuintjes
zo dadelijkseffes
zo meteen / zo dadelijkbedjeeme / subiet / sevvus / drek
zoekzuuk
zoekenzuuken
zoetzuut
zometeenseffes
Zondesunt
zorg dat je erbij komt bij de politiezeurig da ge erbai kom bai dun pliessie
zoveelzoveul
ZuigenZabberen
zulkezukke
zweertje aan je ooglidun padwoog

3 opmerkingen

  1. , , Daarenventrent, '' zeej de laandmeter, , , 't komt niet zo nauw als het maar juust is.''
  2. Onkruid vergaat niet. Een paan moet je 21 keer hakken voordat hij kapot gaat.
  3. een liedje uit mijn jeugd, de vijftiger jaren. Belse petuten komme in Olland vruten ze ebbe niks in d'ren bek as putendrek