Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 149 dialectwoorden voor `knoeien`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : Kauwgum (21x) : burgemeester (91x) : hectare (27x) : kast (104x) : kousen (78x) : binden (29x) : uitglijden (59x) : Schoffelen (28x) : bokking (39x) : verstoppertje spelen (88x)



50 vertalingen voor het Nederlandse woord `knoeien`

  1. knoeien = knuuje (Opglabbeeks)
  2. knoeien = knoje; foddele (Bilzers)
  3. knoeien = brasse (Boekels)
  4. knoeien = brassen (Budels)
  5. knoeien = briel'n, kallebukk'n (Waregems)
  6. knoeien = brieln, bronseln, moîsschn (Kortemarks)
  7. knoeien = dèddele (Kaatsheuvels)
  8. knoeien = dèjstrn (Brakels)
  9. knoeien = diedele (Venloos)
  10. knoeien = greem'm (Westerkwartiers)
  11. knoeien = kliederen (Westfries)
  12. knoeien = kliekere (Westfries)
  13. knoeien = knije (Utrechts)
  14. knoeien = knoeetche (Kerkraads)
  15. knoeien = knooi'n (Twents)
  16. knoeien = knooie (Roermonds)
  17. knoeien = knooien (Geldermalsens)
  18. knoeien = knuddele (Geuls)
  19. knoeien = moeken (Spakenburgs)
  20. knoeien = moësen (Waaslands)
  21. knoeien = mott'n / smer'n / klaai'n / groet'n (Drents)
  22. knoeien = prieken (Westfries)
  23. knoeien = smauzen, zauwen (Achterhoeks)
  24. knoeien = zouwe (Groesbeeks)
  25. knoeien = brasse (Zummers)
  26. Knoeien = Brasse (Zurriks)
  27. knoeien = dieëflen (Aalters)
  28. knoeien = knooi' n, viester' n (Deventers)
  29. knoeien = kwingeln (Gronings)
  30. knoeien = muëssen (Zeels)
  31. knoeien = sowwe (Genneps)
  32. knoeien = zowwe (Genneps)
  33. knoeien = koenkelen (Zeeuws)
  34. knoeien = knellen (brabants)
  35. knoeien = dabben (Brabants)
  36. knoeien = plumoeaten (Zeeuws)
  37. knoeien = koenkeln (Zeeuws)
  38. knoeien = zouwe (Siebengewalds)
  39. knoeien = knoeëtsje (Eys)
  40. Knoeien = Knüddele (Mestreechs)
  41. knoeien = mokkeren (Oudenbosch)
  42. knoeien = dabben, dabberen (Gils)
  43. knoeien = grieme (Leewarders)
  44. knoeien = smoesteren (Zeeuws)
  45. knoeien = knauien (Arnhems)
  46. knoeien = knaaien (Huissens)
  47. knoeien = knoeëdzje, knoddele (Heerlens)
  48. knoeien = dabben (Tilburgs)
  49. knoeien = sjlabbere (Sjilvends)
  50. knoeien = sloer'n (Elspeet)