Vossems Vossems wordt gesproken in Vossem, een gemeente in Vlaams Brabant en deelgemeente van Tervuren. Vossems bevat
3 gezegden, 593 woorden en
0 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.
Log in
3 gezegden op stap gaan op radaai gaan van katoen geven beuzze geiven zijn werk doen zijn devoeren doen
593 woorden 't zelfde taigeste A aalbes ziebeis aansmeren opsolferen aansteker brikkei aarde eer achterstevoren averechts achteruit gaan dazen afranselen aftoeken allemaal allemoal als as amaai jawadde angst peuttes arrogante dikkenek as skramoelle azijn azaain B baard baut baard boat bakharing boestering bakker bekker bars persoon ettefretter bedampen bedoempen bedevaart beiweg bedsprei spraa beek beik beeldje billeke been bien beenhouwer beenaver beenhouwer bienaaver beer beir beest biest beestje bishke beestje biske beetje bekke bekeuring amende beneden benei beroepsmilitair boeffer beroepsmilitait boeffer betrappen attrapeiren beurs b§z§ (§ is doffe e) beuzelen fikfakken beven beiven bezem bessem bibberen beiven bier bee bierdrinken lampetten bijl bail bijna bekanst bijna bekkan blauw blaait blauwe bes krakkebaas blazen bloaze bloot bloet blootsvoets berrevoets bluts bloets bokkig boekkig bokking boesterink boodschappen commissies boom boem boordevol boesjendvol bord taloer bord taloor borstel beustel bouwen baven braken geubelen brandweerman pompier brieftas kallebas broekzak tes bromvlieg lodder brouwer braaver Brusselse kaas ettekeis buik booik buis boeis bult boebel bunder boender (+/- 1 ha) burger beurger C cafeetje kabberdoesjke chicoré bittere communie kommeune D daarjuist doajust daarna ternoo dakgoot kornish damp doemp de zee de zie deken seuze dekzeil bash dertien dettien deugniet metteko deuk bloets deur doei die dei dief deef dikkenek fafoel dikwijls dikkes dobbelsteen teirlink domoor gobbe doos does dorst deust drie draai dronkaard pottepei droog druug drukte begankenis duiken doeiken duim doeim duivel duvel duivenmelker doeiveshapper duivenmelker doeivesjapper duizend duzent durven teiren duur dier duwen deiven duwen stoempen dwaas eurk dwars dweis dweil opneimvod één ien E een bij een beeke een buur een gebeur een das een plastron een doffe slag een doef een eend een eng een enkel een knoesel een geit een gaat een kop koffie eenn zjat kaffei een mier een meer een pit een keidel een regenbui een bais reigen een vlieg een vleeg een voze vrucht een voeze vrucht eend eng eer koud bra kaait eerlijk ierlek egel steikelverken ei aar ekster anneke elastiekje rekkertje electriciteit electriek elf eulf emmer iemer enkel knoesel erg bra erg naig ergerlijk kreitelek erna ternoo erwt eit erwten eiten ezel eizel F feeks ros feizelen fluisteren fiets veloo fietsplakker rustinneke flauw fla flauw flaa flauwerik labbekak flessenhals teut flessenopener aftrekker fluim floam fluisteren feiselen foto billeke fout faait futloos sloem G gaar meurg garnaal geirnoot gebarsten gebesten gebouw batiement gebrekkig mankeliek geduld posjenze geel geil gehakt gekapt geit gaat gelijkwaardig kifkif gelukzak sjanzaar gemeente gemainte gerookte haring boesterink gewoonte gewente gezicht bakkes glad gelettig gracht grecht gracht groebe gras ges gratis verneet gratis verniet grijs graais grillen loeten groen greun gulzigaard sloeker H haan kokkè (è is doffe e) haar aur halvegare kwaaize hand polle handen pollen handschoenen wanten handvat aas handvat handteif hangslot karna hard ett haring eiring hark gritsel hartenvreter ettefretter heet iet heibel ambras heigen joazakken heimelijk amelaik helemaal gerat helemaal gielegans helemaal hielegans helemaal rats helm kask hemd um hemel heimel herberg stamenei herberg stammenei het leger den troep het weer is drukkend het weir is doef hetzelfde 't aigeste hetzelfde taigeste hiel eel hiel vessem hier hee hinken sjankelen hoeveelheid kloeits hommel dol honger hoenger hor, gaas zift hout ait houtbussel aitsel houtkrullen schaufelink houtworm meimel houtworm mijmel houtwormkever mijmel huis hoeis huis oeis I idioot kwaaize ijzer aizer in't oog in't snoeike insekten op planten fernain inspuiting pikkuur J jaar jaur jammeren lamenteiren jas paltau jeuk uksel jong joenk jongen menne jongeren joengelen juist just K kaalkop klashkop kaars keis kaas keis kachel stoof kalf meutte kapot doen derdisterweiren kapotmaken verdisterweiren kar keir kast kasprooi kauwgom sjik keel stroat kemel keimel kever keiver kever keiveroot kijken kaaike kikkervisje dikkop kikvors veus kikvors vèz (è doffe e) kip keek kippevel kekevlies kittelen keikelen klap doef klap klet klein klaan klein lichtje berdemoike kleine deémailleerde kachel duvelke kleine werkjes doen toeffelen kleingeld ienkelgeld kleren kliere kletskous lameir klokhen kloek klompen blokken kluit klot klungel kloefkapper knikker melber knikker merbel knoeien daisteren koe koei koken zooien kolen houille kolen oeille kolenhandelaar houillenboer kookketel voor kleren doets kookpan cassoel koorts kheutse koppig boekig koppig boekkig korst keust kort kèt (è is doffe e) koud kaait kous kaais kousen kaaise kozijn kozze kraag schabbernak krant gazet krom kroem kuiken chippeke kuikentje shipke kuren loeten kurk stopsel kurkentrekker aftrekker kus beis kussensloop uuplink kwaad viesgezind kwajongen metteko kwajongen mettekoo kwajongen schobbejak kwart van morgen (2500 m²) vèddel (è doffe e) kwartier kotteer kwibus kwaaize kwibus kwistenbiebel L laarzen botten laatste leste ladder lier laken lauken laken loake lam lemme lameir babbelkais lampbatterij pil langzaam treig lanterfanten taffelen laurier laveleer laurier lavelier leeuw luu lelijk lillek lepel leipel lichaam laaif lijkwagen korbïjaar lip lup lomp loemp lomperd loeffer lomperik kloefkapper lonken loenken loon prei looplamp balladeus looplamp balladeuse lucifer allemekke luiaard loeirik luilak lamzak luis loeis M maaidorser pikdesser maand moind maart meit madeliefje keizewa mannelijke duif kèpper (è doffe e) mannelijke duif keupper mannetjeskonijn raar markt met meester miester meid maase meisje maske meisje mikke meisje (mooi) mokke met opzet espres metalenbalk poetrel milt melter modder maur modder moor moe meug moederkip kloek moeilijkheden kweddelen mompelen broebelen mompelen moemelen morgen merge morsen daisteren morsen dashteren morsen zabberen motregenen miezelen motregenen zebberen muf bedoeft muggenbeet wuffel muil toot muis mooisj muts moets N naast neffens navel noeigelenboeik nederlander keiskop neen nie negen neige nergens nieverans neus noois nieuw neut nieuws neeus nochtans pertang nochthans pertang O onbeholpene loeffer onderhemd leifke oneerlijke foefeleir ongelikte beer ettefretter onnozelaar waaize ontwricht uit de not onzin kul onzin verkopen zwanzen oog oeg oor oer op tijd in tets opdoen verdaisteren opnieuw opneut opnieuw venneir opnieuw vroem opnieuw wei opschepper fafoel opwinding erroize oud ait oude man pei oude vrouw kwein ouders avers overgeven gèbèlen (è doffe e) overloper kazakdroeier P paard peet paard peit pak slaag toeffelink paling paulink pantoffel sloef pantoffels sloeffen papaver kollebloem pastoor pastoer peer peir peizen pazen pesten kloeten pikdorser desduvel plaatje billeke plagen kreiten plagen ternoeën plantrekker karottentrekker ploegvoor van akker veuddel pocher stoeffer pook koeiterhoak poort paut poot poet postbode fakteur potlood potloat prei parraa prikkelbaar krewellig pruller kweddeleer prutser daishtereir puistje wuffel R rammeling roefeling rammeling toeffelink regenbui bais regenbui drash regenen draissen riek greip rijst raist rijtuig koesch rommel roemel rood roet rotzooi bucht S schaap schaup schaar scheir schaduw loemmer schande afront schap hank Scheldnaam voor Brusselaars kiekefretter schoffel krebber schommel wip schommel zweer schommel zwier schooltas calpain schop schup schouder schaver schouw schaa schreeuwen bèddèlen (è doffe e) schrepel krebber schrik poepes schrikken verschieten schulden poef serre seir sinaasappel appelseen sjaal sjerp slaan aftoeken slabbetje bavet slapen slaupen slapen sloape slede slezze slim slum slokop sloekker slordige vrouw slons snul taike spade schup spein speen, aambeien spuwen spieken stekelbessen knoeselen ster steir stoeffer fafoul stoelsport spet stofjas kaspoesjeir stom stoem stouterik mettekoo straat straut straks astrie straks fleus straks floeis stronk vroenk struik oechel T taart taut tafel taufel tante tainke tas koffie sjat kaffee teveel gegeten overboeft toekomende tenoste tros trossel trui vareus twaalf tweulf twee twie U ui ajooin uitblinker krak V val gèddè (è doffe e) val geudde val guedde valies valees varken kurre varken verke varkenszwoerd zwozze venijnige vrouw kaits venster vinster vent pei verdwenen foetsie vernedering affront vernielen verdisterweiren vernielen verdistruweiren vers ves verschrikken vergrezzelen verschroeid versingeld vervelende jongen metteko verweesd verwezzeld vestje zjilei veter nestel vier veer vijf vaaif vijver vaaiver vlees vlies vliegtuig vlieger vlinder peipel vlinder pijpel vloeraftrekker raclette voddevent pashakroet voetpad trottoir vonk voenk voorschort veusschoet voortdoen voischdoen vork ferket vorst (winter) veust vronk vroenk vrouw vra vrouwelijk varken zooig vrouwtjeskonijn voe vuile vrouw zwettekeir vuilniswagen voilkeir vuist veust W warboel annekesnest wastafel poembak water wauter waterketel moer waterput justeire wedde prei wederom vroem weegschaal baskul week weik weerom vroem weg, verdwenen adai weide waa wenen bleiten wenen genken wenen graaizen wenen graizen werkjes doen toefelen werpen kèzèlen (è doffe e) wesp peiremispel wortel weuttel wortelen weuttelen wrat wuffel wrijven roeffelen Z zeer koud bra kaait zenuwachtig krikkel zenuwen zeine zeuren memmen zeurkous ettefretter zeven zeive zever ziever zeveraar zievereir zich afsloven fakken zielige vrouw sloer zin hebben goestink hebben zout zaait zwaluw zwolm zwart zwet zwarte zwette zwoerd zwozze