Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 107 dialectwoorden voor `spugen`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : haken (74x) : hek (56x) : welja (23x) : Graven (23x) : duur (39x) : bedrijf (24x) : vandaag (54x) : spin (88x) : wiel (23x) : uitzoeken (26x)



50 vertalingen voor het Nederlandse woord `spugen`

  1. spugen = kitsen, roggelen (Eindhovens)
  2. spugen = kotse (betuws)
  3. spugen = kwaaieren (Betuws)
  4. spugen = kwatte (Westfries)
  5. spugen = kwatten, rochel, rochellen, speken (Amsterdams)
  6. spugen = kwatten (Helders)
  7. spugen = rocheln (Zeeuws)
  8. spugen = sjpieje (Roermonds)
  9. spugen = spaain / kwaalstern / spijen (Gronings)
  10. spugen = spaaje (Bilzers)
  11. spugen = spé..je (Groesbeeks)
  12. spugen = speeje (Horster)
  13. spugen = spei'n (Westerkwartiers)
  14. spugen = speije (Mestreechs)
  15. spugen = spie (Zeeuws)
  16. spugen = spieën / spein (Sallands)
  17. spugen = spiej'n (Deventers)
  18. spugen = spieje / rochele (Ouddorps)
  19. spugen = spiersen (Tilburgs)
  20. spugen = sprietse (Betuws)
  21. spugen = spuigen (Huizers)
  22. spugen = tuffe (Nieuw-vossemeers)
  23. spugen = tuffe (Brabants)
  24. spugen = tuffen (Eindhovens)
  25. spugen = tuffen (Budels)
  26. spugen = tuffen (Overpelts)
  27. spugen = tuffen (Hooge mierds)
  28. spugen = tuffen (Nunspeets)
  29. spugen = zwiersen (Brabants)
  30. spugen = jutten (Genneps)
  31. spugen = kotsen (betuws)
  32. spugen = spauge (Katwijks)
  33. spugen = spietse (betuws)
  34. spugen = spieukn (Eekloos)
  35. spugen = tuffe (Zunderts)
  36. Spugen = Tuffe (Zurriks)
  37. spugen = tuffen - kitsen (Gils)
  38. spugen = tuffen (Zeilbergs)
  39. spugen = spieje (Hulsbergs)
  40. spugen = spie-ne (Zeeuws)
  41. spugen = tuffe (Heezers)
  42. spugen = speege (Betuws)
  43. spugen = sjpuie (Simpelveld)
  44. spugen = tuffen (Roosendaals)
  45. spugen = spi'jen (Diems)
  46. spugen = overgeve (Oudenbosch)
  47. spugen = tuffen (Brabants)
  48. spugen = speeije (Oeffelts)
  49. spugen = kitzen (Brabants)
  50. spugen = spiej' n (Elspeet)


5 vertalingen voor het dialectwoord `spugen`

  1. spugen = braken (Lauws)
  2. spûgen = braken (Brugs)
  3. spugen = spuwen, braken (Veurns)
  4. Spugen = Braken (West-Vlaams)
  5. spugen = overgeven (West-Vlaams)