Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 83 dialectwoorden voor `gat`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : soeplepel (36x) : je (93x) : idioot (58x) : elf (44x) : drie (101x) : kervel (23x) : gaan (142x) : Nauwelijks (39x) : ik weet het niet (30x) : schat (36x)



50 vertalingen voor het Nederlandse woord `gat`

  1. gat = gaat (Opglabbeeks)
  2. gat = goat: goater, gèètsje 2. koeht: koehter, kiehtsje (Genker)
  3. gat = gaat (Venloos)
  4. gat = gaat (Nederweerts)
  5. gat = hol (Antwerps)
  6. gat = ko' êt (Budels)
  7. gat = koeat (Neerpelts)
  8. gat = koët (Neerpelts)
  9. gat = koêt / koot (Bilzers)
  10. gat = koewet (Hasselts)
  11. gat = koot (Neerpelts)
  12. gat = koot (Achels)
  13. gat = kot (Lommels)
  14. gat = kowet (Overpelts)
  15. gat = kuut (Schulens)
  16. gat = loak (Oirsbeeks)
  17. gat = lôak (Gulpens)
  18. gat = look / koèt (Lanakens)
  19. gat = look, gaat, koont (Mestreechs)
  20. gat = gaat (Weerts)
  21. gat = laok (Sittards)
  22. gat = loak (Susters)
  23. gat = loak, gaat (Limburgs)
  24. gat = loak of koel (Oirsbeeks)
  25. gat = look (Mestreechs)
  26. gat = tol (Roeselaars)
  27. gat = loak (o.) (Eys)
  28. gat = voeig (Aalsters)
  29. gat = koet (Riemsts)
  30. Gat = Koet (Herks)
  31. gat = koet (Kortessems)
  32. gat = gaat (Rekems)
  33. gat = koet (Horpmaal)
  34. gat = loak (Heerlens)
  35. gat = ol (Ninoofs)
  36. gat = koet, twee koetër (Hoeselts)
  37. gat = koet (Zichers)
  38. gat = koet (Tongers)
  39. gat = gaat (Tegels)
  40. gat = gaat (Kinroois)
  41. gat = koot / look (Kinroois)
  42. gat = koot (Heusdens)
  43. gat = goat (Evergems)
  44. gat = kuul (Arnhems)
  45. gat = koeët (Bilzers)
  46. gat = koet (Bilzers)
  47. gat = kaul (Bilzers)
  48. gat = koët; kaul; kajlke; --- aaterwerk; aaterste; (Bilzers)
  49. gat = gaat (Lunters)
  50. gat = look (Kinroois)


27 vertalingen voor het dialectwoord `gat`

  1. gat = kont (Rotselaars)
  2. gat = achterwerk (Slengs)
  3. gat = zitvlak (Poperings)
  4. gat = gehad (Ransts)
  5. gat = u at (Antwerps)
  6. gat = u had (Antwerps)
  7. Gat = Achterwerk (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  8. gat = laagte (Nunspeets)
  9. gat = gehad (Geuls)
  10. gat = klein dorp (Veghels)
  11. Gat = Maarheeze (Heezers)
  12. Gat = mares (brabants)
  13. Gat = Reusel (brabants)
  14. gat = achterwerk (Volendams)
  15. gat = zitvlak (Giesbaargs)
  16. Gat = Achterwerk (Zelzaats)
  17. Gat = Achterwerk (Lochristis)
  18. gat = zitvlak (Kaprijks)
  19. gat = achterste (Bambrugs)
  20. gat = gat, hol, zitvlak, anus (Meers)
  21. gat = achterwerk (Lutters)
  22. gat = achterwerk (Opwijks)
  23. gat = achterwerk (Harelbeeks)
  24. gat = achterwerk (Brugs)
  25. gat = achterwerk (Eernegems)
  26. gat = achterwerk 2., zie ook 'billen 2.' (Schevenings)
  27. gat = billen 2., zie ook 'achterwerk 2.' (Schevenings)