Opwijks

Dialecten > Vlaams-Brabant > Opwijks

Opwijks bevat 25 gezegden, 329 woorden en 1 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

25 gezegden

al ware hetawout
De koffie is te slapGe kunt der de kerk van Droesaat dee zien
het is verkreukeldtkomt oit nond zen gat
het koud hebbena melk optrekke
hij heeft genoeg gedronkenzèn keireken es vol
Hij levert half werk't is iene van't drei ieren doenker
Hij ziet er niet goed uitIj ziet zoë graat as een pansj.
Hypothetisch denken is zinloos .As lei bove Mauzel .
iemand een steek gevenienen een pikier zetten
Ik ben moe.'K em vauk.
je best doen, je inzetten voor ietsa devoren doen
je hebt een gat in je soka patatte kommen oit
je hebt tenminste geprobeerdoïtgeschoven es oek gedanst
jij verdomde leugenaargouë gèsge leegeneir
maar neenma ba toet
maken dat je snel wegkomtspiëten veu 't emmen
Niet de snuggersteNi 't scherpste mes in de schoif
Op rooftocht gaan , wegzitten .Op reddel goan
sterven, ze is onlangs gestorvenaa kjeis lauten, z'eid overlest eul kjeis gelauten
Tijd verspillenA kloëtn scuren
Zat zijne stik in a gelee emmen
zij heeft een dik gatdei ijt een serjeze koemme
zijn best doenzèn devoiren doen
zijn broek is te korteit wauter in zenne kelder
zin hebben in sekspansj vandoen emmen

329 woorden

(brand) netelsneiteln, tingeln

A

aaien, knuffelenfleddern
aalbessentroskesbezen
aangezichttoët
aardbeienjeirbezen / jetbezen
achterdeurachterdeer
achterwerkgat
afrolderpersenne
alsas
andijvieandouif
appelsappeln
armerrem
armoedeèrremoei
asschramoeile
asschrannoeile
assen van kolenschramulle
autoottoo

B

bedberre, nest
beenbiën
bevallenvliëskakken
bijnabekan, bekanst
biljartenbiljaarn
biljarttafelbiljaar
blauwblaat
bleek bierpellel
boekentaskabbas
borrelnootjeskrokken
boterhamboo
botsauto'sbotsjottoos
bromfietsbrommer
broodbroëd
bruinbrouin
burgemeesterbergemiëster
burgersbergers
busselboesjel

C

champignonskamperniln
chocoladesjokolat
cholerischkolleriek

D

daarstraksdau tò flees
dakpanschoile
de wc't huisken
dekentjesezze
denkenpeizen / pazen
denkenpazen
deurdeer
dinsdagdestdag
dokterdoktoor
domme vrouwstoem go
dommerikouil
dommerik, onnozelaarsemmen, wazjn
doordee
doveneteldoëventingel
drempeldelper / dorpel
DroeshoutDroesaat
dronkaarddroenkaut
drukkend warmdoef
duidelijkdouidelèk

E

eendeniën'n
eiouë
einde, eindjeenne
emmeriëmer
ergensiveranst
erwteneitn
etenkas, fret
evenrezzekes

F

fietsvelo
fluweelfloer

G

gaangaun
gehaktgekapt
gekookte hamgezojjen eps
geraaktgevôjt
geulvoor
gezicht, hoofdfoër
gierigaardgieregaut
glaspint
glijbaanafrouëzer
gooienklerken
grachtgrecht
grasges
grasmachinegesmasjien
groengrien
groene koolsavoë
groep, bendekirre
grondjeir
gulzigaardschoefel

H

haartaanvalattak
haasaus
hagelenaugeln
hameps
handelaarmarsjang
hardèt
hard werkencorvee
hard, zeer, erggraalèk, nouig
hartèt
heetiët
helemaalgiëlegans, grat
hengstingst
hersenbloedingersenbloeing
het brengt te weinig optzaat op a patatten nie verdienen
hoopoeëp
horzelpèrabie
huisouës
huwelijktraa
Hypothetisch zijn is zinloos .As lei bove Moazel .

I

injectiepikier

J

jajau(t)
jammerenkjoengern
jazekervanouiges
juffrouwjiffraa

K

kaarskjeis
kaaskeis
kachelstoëf
kalfmetn
kapperkwaffeur
kersenkezzen
KerstmisKessemis
kettingkeet
kikkerpoit
kikkerdrilpeiregerek
kinderenkadeeën
kippenvel krijgenvergrezzelen
kippenvel krijgenvergrezzeln
klagenklaugen
klauteren, klimmenkleffern
klokhuisknetsebeet
kloosterkloëster
klopdoef
klungelolejakker
knuffelaar , aaierfleddereir
koekoei
kolen (brandstof) oele
komkoeme
koolmeeskeizemis
koortsketsn
kop, tas, mokzjat
koudkaad
krapuulfajan, soot
krijtkrouët
kruidenkrouëdn
kruiwagenberrewet
kunnenkin'n
kwaad, geïrriteerdkrikkel

L

lamlemmen
looienaloinen
lucifersteksken
luciferdoosjestekkendoesjken
luiaardlouërik

M

maandagmoinjdag
maar neeba niëk, ba niët, ba niës
Magere HeinPitteken den Doëd
mannenjaskazak
marginaalgemaan
marktmet
MazenzeleMauzel
meetlatmeter
meisjemasken
merelmièrlonk
merelmièrlong
merriemerre
mesthoopmessink
miauwenkormièngen
middagnoen
miermieresjeiker
mijnmouin
moddermoër
moemieg
morgenmeirn
morsengosseln
mufdoef
mugmees
mugmeus
muggenraammezeraum
muziekbotsj

N

naaldnoële
nachtbraker, feestvarkennachtkoetsj
namiddagachternoen
nauwnaa
neefkozzen, kozouën
neennië(t / k)
nerddo
nerdsemmen
nergensniveranst
neusnees
nieuwnief
NieuwjaarNievejaur
nochtanspertang
nuna

O

oh! (uitroep van verbazing) au
ondertussen, vervolgensswansjt
ongediertevenouën
ongesteld (ziek)maloenjeg
onlangsovertouëd
opnieuwoepnief
opnieuwopnief
opnieuwvedroem
opnieuw, wederomveneir, vedroem
opvliegendkrikkel
OpwijkOppèk
overgevengebbeln, plebben, spagen, speiven
overgevengebbelen
overmorgenovermeirn
oversized pullrekkebuzze

P

paardpjeit
paardenpjeirn
paardenprocessiepjeireprocesse
panpenne
panlikkerpennelekker
parapluparaplie
PasenPosn
pasgeboreneplat kinneken
penspansj
perelaarpeireleir
perenpeirn
pissebedpisseberre
plancierplansier
plassenzouëken, pisn
pomppoemp
pompenpoempen
portiepoose
postbodefakteer
pratenklappen
preiparrouë
prostitueesleer
pruikparrik
prutsenmoësn
prutsen, groenten plettendestern
prutserdestereir

R

regenjaspèrméjaubel
regenwormteirling
regenwormteirlink
remmenfrei
rennenspiëten
rijroët
roddelen, vertellenlammeren
rolluikpersjeng
rommelbicht
rookdoemp
rozijnenbroodbezekesbroëd
rozijnenkoekbezekoek
rugzakkabbas

S

saaizaat
saussaas
schaap, vervelend persoonlemmen
schaarscheir
schommelbiezebeis
schoorsteenschaa
schorsenerenschorsnelen
schouderschaver
schurftschèrft
schuurschier
serreseir
sintelschramoeile
slagerbiënaaver
slakkenvossekloëtn
sleutelsléter
sneeuwensniën
snoepcarameln
spadeschip
spatbord (fiets)spiëtberre
spekdreegen
steenstiën
stervenaa kop (kommen te) leggen
stommeriktroetn
straatstraut
straksbots
straksflees, sebiet, sevves
strotstroot
struikelensjoempeln

T

taarttoert
tandartstandtist
tandentan'n
teentiën
tongzoenenmouëln
tot morgentot meirn
tractortrakteer
treuzelaaroetteleir
tvtelevies
TVteleviese

U

uilouëben
uilouël
uitzonderlijkvriët
urinoirpissouën

V

varkenens
veegborstelbestel
vernielenrenneweren, vermassacreren
verschrikkelijkgralèk
vingervinger
vingersvingern
vleesvliës
vlijeraumbouënbeffer, gatgever
vlinderpepel
vodvorre
voetpadplansjier
volgendenoste
vooralsertoe
voordeurvédeer
voormiddagvernoen
voortdurendaun ië stik dee; iëlegaulig
vorkfrinket
vragenvraugen
vuurvier

W

waarschijnlijkvantienegen
warmwerm
wasjevrouëf
waterwauter
weduweweef
weggetjebointn
weidemeis
wenenbleitn
wesppeirabie
Wie?Wouë?
wijwouëln
woensdaggoensjtdag
worstwest
wortelwettel
wortelenwetteln

Z

zaadzaud
zaagselschrannoeile
zagenzaugen
zakdoekneesdoek
zaterdagzauterdag
zeurenkreftn
zeverenzwanzen
zout zaat
zoutzaat
zwaluwzwolm
zwartzwet
zwijgenzwouëgen
zwoerdzwozje

1 opmerkingen

  1. Opwijks dialect is kortaf , droog en direct . Opèks is kèt , droeig en doidelèk .