Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 102 dialectwoorden voor `geen`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : pruimtabak (31x) : binnenkort (66x) : theedoek (30x) : eten (181x) : familie (66x) : loop naar de maan (27x) : zoenen (64x) : vlaai (46x) : was (28x) : gracht (59x)



50 vertalingen voor het Nederlandse woord `geen`

  1. geen = gien (Schevenings)
  2. geen = gaen (Voerens)
  3. geen = gein (Geuls)
  4. geen = gein (Haags)
  5. geen = gein (Lanakens)
  6. geen = gein / geine (Sittards)
  7. geen = gen (Venloos)
  8. geen = gén / génne (Budels)
  9. geen = genne (Venloos)
  10. geen = giéjn (Dendermonds)
  11. geen = gieën (Aalsters)
  12. geen = gien (Westfries)
  13. geen = gien (Katwijks)
  14. geen = gien (Volendams)
  15. geen = geen, een =ean (Urkers)
  16. geen = gien (Antwerps)
  17. geen = gien (Markers (merekers))
  18. geen = gien (Mechels (BE))
  19. geen = gien ' t (Westerkwartiers)
  20. geen = giene (Marks)
  21. geen = gin (Achterhoeks)
  22. geen = gin (Brabants)
  23. geen = gin (Woensels)
  24. geen = gin, ginne (Tilburgs)
  25. geen = gin (Nieuw-vossemeers)
  26. geen = gin (Ouddorps)
  27. geen = gin (Bergs)
  28. geen = gin (Betuws)
  29. geen = gin (Brugs)
  30. geen = gin (Neerpelts)
  31. geen = gin (Schijndels)
  32. geen = gin of ginne (gin mens ginne hond) (Bosch)
  33. geen = gin / geun (Utrechts)
  34. geen = hin (Zeeuws)
  35. geen = jee (Kerkraads)
  36. geen = gain (Gronings)
  37. geen = gee (Sjilvends)
  38. geen = gien (Epers)
  39. geen = gien (Termeis)
  40. geen = gin (Schijndels)
  41. geen = gin (Oudenbosch)
  42. geen = gin (Steenbergs)
  43. geen = gin (Betuws)
  44. geen = gen (venrays)
  45. geen = gien (Gents)
  46. geen = gin (Culemborgs)
  47. geen = gin (Heezers)
  48. Geen = Gein (Gelaens (Geleens))
  49. Geen = Giên (Sint-Katelijne-Waver)
  50. geen = gien (Lunters)


3 vertalingen voor het dialectwoord `geen`

  1. gèèn = gaarne graag (Genker)
  2. gèèn = graag (Genker)
  3. geen = gaan (Markers (merekers))