Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 23 dialectwoorden voor `vissen`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : Regen (89x) : Ingewanden (22x) : stroper (30x) : Hollander (27x) : alles (33x) : honger (34x) : pietje precies (23x) : poot (44x) : zeepsop (27x) : meel (30x)



25 vertalingen voor het Nederlandse woord `vissen`

  1. vissen = vusje (Mestreechs)
  2. vissen = fèssuh (Nijmeegs)
  3. vissen = fiske (Westfries)
  4. vissen = vèsse (Bilzers)
  5. vissen = vesse (Nederweerts)
  6. vissen = viesse (VT vieste) (Kaatsheuvels)
  7. vissen = viessen (Zunderts)
  8. vissen = viss'n (Westerkwartiers)
  9. vissen = visse (Eesjdens)
  10. vissen = poeren (Urkers)
  11. vissen = visken (Ninoofs)
  12. vissen = vessen /v[ə]ss[ə]n (Brees)
  13. vissen = visse (Horster)
  14. vissen = vësse (Opglabbeeks)
  15. vissen = fisse (Bildts)
  16. vissen = viese (brabants)
  17. vissen = fiskje (Fries)
  18. Vissen = Hengelen (Amsterdams)
  19. vissen = viese (Waalwijks)
  20. vissen = vösje (Berg en Terblijts)
  21. vissen = vèsse: vès, vèst; vèsde; gevèst (Genker)
  22. vissen = veusje (Boorsems)
  23. vissen = visn (Bambrugs)
  24. vissen = vèsse (Kinroois)
  25. vissen = vôsje (Berg en Terblijts)