Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 117 dialectwoorden voor `zijn`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : boerderij (50x) : laden (38x) : kussen (60x) : processie (25x) : paardenbloem (178x) : zeis (86x) : mooie vrouw (27x) : armen (27x) : voorlopig (26x) : mevrouw (26x)



50 vertalingen voor het Nederlandse woord `zijn`

  1. zijn = binne (Flakkees)
  2. zijn = benne (Westfries)
  3. zijn = benne (werkwoord) s' n (als: zijn auto) (Amsterdams)
  4. zijn = bennen (Westfries)
  5. zijn = bennuh (Katwijks)
  6. zijn = bennu (Westlands)
  7. zijn = bin (Slands)
  8. zijn = bin (Zeeuws)
  9. zijn = binne (Westfries)
  10. Zijn = Binne (Rijsoords)
  11. zijn = binne (Ouddorps)
  12. zijn = bint (Deventers)
  13. zijn = bunt, waen (Achterhoeks)
  14. zijn = hum (Boekels)
  15. zijn = sien (Texels)
  16. zijn = sin (Enschedees)
  17. zijn = weez'n (Westerkwartiers)
  18. zijn = weze (Ouddorps)
  19. zijn = z' n (Steenbergs)
  20. zijn = z' ne (Mestreechs)
  21. zijn = zan (Giesbaargs)
  22. zijn = zanne / zan / za (Dendermonds)
  23. zijn = zaon (Mechels (BE))
  24. zijn = zaun (Giesbaargs)
  25. zijn = zeen (Roermonds)
  26. Zijn = zain (Westlands)
  27. zijn = zèn (Tilburgs)
  28. zijn = zèn (Halens)
  29. zijn = zen (Geels)
  30. zijn = zenne (Geels)
  31. zijn = zi (Heuvellands)
  32. zijn = zien (Betuws)
  33. zijn = zien (Zeeuws)
  34. zijn = zien (Riekevorts)
  35. zijn = zien (Venloos)
  36. zijn = ziên (Horster)
  37. zijn = zien (Eesjdens)
  38. zijn = zien (Brugs)
  39. zijn = zin (Geuls)
  40. zijn = zin (Hasselts)
  41. zijn = zin (ww) ; z' n; zaajn (vnw) (Bilzers)
  42. zijn = zoën (Leuvens)
  43. zijn = zunt (Kerkraads)
  44. zijn = binne (Spickenis)
  45. zijn = bint (Epers)
  46. zijn = hem ze (Arnhems)
  47. zijn = z'ne (Sjilvends)
  48. zijn = zen (Westels)
  49. zijn = zen (Antwerps)
  50. zijn = zen (Lommels)


2 vertalingen voor het dialectwoord `zijn`

  1. zijn = jowes (Fries)
  2. zijn = is (Enschedees)