Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 82 dialectwoorden voor `spijker`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : achter (47x) : worteltjes (32x) : onderhemdje (28x) : gilet (23x) : enige (23x) : Angsthaas (23x) : zout (118x) : om (36x) : vaars (83x) : denneappel (23x)



50 vertalingen voor het Nederlandse woord `spijker`

  1. Spijker = Droadnagel, droadneagel, spieker (Twents)
  2. spijker = nagel (Venloos)
  3. spijker = nagel, naal, meervoud neagel (Heerlens)
  4. spijker = naogel (Bilzers)
  5. spijker = spieker (Spakenburgs)
  6. spijker = spieker (Klazienaveens)
  7. spijker = spieker (Elspeet)
  8. spijker = spieker en of nagel (Riekevorts)
  9. spijker = spieker (Axels)
  10. spijker = spieker (Drents)
  11. spijker = spieker (Deventers)
  12. Spijker = Spieker (Hierdens)
  13. spijker = spieker (Zeeuws)
  14. spijker = spiekur (Nijmeegs)
  15. spijker = spiker (Barnevelds)
  16. spijker = spikker (Westfries)
  17. spijker = spoiker (Westfries)
  18. spijker = nagel (Hulsters (NL))
  19. Spijker = Nagel (Zurriks)
  20. spijker = nagel (Loois)
  21. Spijker = Nagel (Groesbeeks)
  22. spijker = poiente (Poperings)
  23. Spijker = Spieker (Arnhems)
  24. spijker = spieker (Zeeuws)
  25. spijker = spikker (Schevenings)
  26. spijker = nagel (Ostêns)
  27. spijker = nègel (Siebengewalds)
  28. spijker = nagel (Horster)
  29. spijker = naal (m.) (Eys)
  30. spijker = nagel (Margratens)
  31. spijker = noagel (Clings)
  32. spijker = spieker (Leewarders)
  33. spijker = spieker (Oeffelts)
  34. spijker = spieker (Lunters)
  35. Spijker = spieker (Cuijks)
  36. spijker = naugel (Buggenhouts)
  37. spijker = spieker (Nunspeets)
  38. spijker = spieker (Diems)
  39. spijker = Nagel (Lottums)
  40. spijker = droadneagel (Enschedees)
  41. spijker = nagel (Evergems)
  42. spijker = noagel (Sint-Niklaas)
  43. spijker = spieker (Hoevelaoks)
  44. spijker = nagel (Wells)
  45. spijker = spieker (Lutters)
  46. spijker = draodnaegel, neagel (Achterhoeks)
  47. spijker = spiker (Fries)
  48. spijker = noegel (tervurens)
  49. spijker = spieker (Bergs)
  50. spijker = nun noa'le (Waregems)


2 vertalingen voor het dialectwoord `spijker`

  1. Spijker = Gierig (Amsterdamse straattaal)
  2. Spijker = Misgunner (Rotterdamse straattaal)