Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 171 dialectwoorden voor `dommerik`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : 's nachts (21x) : Garage (64x) : hoofdpijn (98x) : schaar (166x) : snot (28x) : kapper (51x) : huismus (29x) : Rubber (50x) : worden (70x) : Ademen (51x)



50 vertalingen voor het Nederlandse woord `dommerik`

  1. Dommerik = Loemperik (Sint-Katelijne-Waver)
  2. dommerik = kalf 'n alf, stienezel, kwiestenbiebel (Gents)
  3. dommerik = nen achterlijken oap (Herns (Herne, VL-B))
  4. dommerik = kaljn (Herns (Herne, VL-B))
  5. dommerik = stuikkes, stoemerik (leuvens)
  6. dommerik = vóttes (o.), vótloak (o.) (Eys)
  7. dommerik = nun domn klos (Rijssens)
  8. dommerik = zwaeloêr (Sevenums)
  9. dommerik = un oesel (Hulsters (NL))
  10. dommerik = troetn (Hams)
  11. dommerik = troet' n, wuit' n, annewuit' n (Zeels)
  12. Dommerik = Stömerik (Wessems)
  13. dommerik = stoemmerik (Antwerps)
  14. dommerik = mutten (Hulsters (NL))
  15. dommerik = loeter (Moes)
  16. dommerik = erpel (Avelgems)
  17. dommerik = dwoaze klwot, domme klwot, achterlijkn, kiekn, stoemn (West-Vlaams)
  18. dommerik = dommekul (Harelbeeks)
  19. dommerik = achtlijk'n (Eibergs)
  20. dommerik = vaereke (Flakkees)
  21. dommerik = uil, ezel, kieken, kalf, mutten (Brakels)
  22. Dommerik = Troetten, Loeddere, Wuiten (Lokers)
  23. dommerik = troeten / mutten (Hams)
  24. dommerik = troeten (Moes)
  25. dommerik = troeten (Dendermonds)
  26. dommerik = stoemerik (Berlaars)
  27. dommerik = stommeklwuh (Harelbeeks)
  28. dommerik = stoemerik (Brussels)
  29. dommerik = meutte (Dendermonds)
  30. dommerik = loet, troeten, muiten (Hams)
  31. dommerik = koerskiëmel; loemperik (Bilzers)
  32. dommerik = kloefekappre, achtrlikn, domn (West-Vlaams)
  33. dommerik = dwoazen erpel (Brugs)
  34. dommerik = dommekloît, dommejuuj, gaoj, keemle, kloeffe, kloeffekappre, kloeffetiene, kolf van Mozes, kluntn, loîtn, oîlekoart, potuul, stièènuul, stommekloît, tjoetn, tjul, uul, wiestergaoj, wietn (Kortemarks)
  35. dommerik = eimbessil (Vilvoords)
  36. dommerik = schtom vaerke (Nuths)
  37. dommerik = mutn (West-Vlaams)
  38. dommerik = kledden - ezel - metten-kalle (vr) (Ninoofs)
  39. dommerik = stoemerik (Vilvoords)
  40. dommerik = hospes (Kinroois)
  41. dommerik = kloefkapre (Geluws)
  42. dommerik = klöppel (Heels)
  43. dommerik = badden, dzjoeben, sul, dwoazen, slimmukken, ziebideus, wuiten, koven, troeten, stommerik, lomperik (Sint-Niklaas)
  44. dommerik = flokaat (Aalsters)
  45. dommerik = ne mitten (denderleeuws)
  46. dommerik = pjeirdemutten (Waaslands)
  47. dommerik = kloefkapper (Waaslands)
  48. dommerik = ne mutten (Waaslands)
  49. dommerik = loempe (Berlaars)
  50. Dommerik = Lompe kloot (Hulsters (NL))


1 vertalingen voor het dialectwoord `dommerik`

  1. dommerik = loemperik (Munsterbilzen - Minsters)