Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 97 dialectwoorden voor `Regen`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : wang (28x) : Ingewanden (22x) : viezerik (117x) : Onderzoek (52x) : kleermaker (51x) : tegel (34x) : zoom (24x) : lucifer (147x) : opscheppen (79x) : waarvoor (22x)



50 vertalingen voor het Nederlandse woord `Regen`

  1. regen = rèège, rèègene; rèègent; rèègende; gerèègend (Genker)
  2. regen = bledder (Leids)
  3. regen = maaiem (Dunges)
  4. regen = maajem (Brabants)
  5. Regen = Maojum (Nijmeegs)
  6. regen = moajuhm (Nijmeegs)
  7. regen = môajum (Ammeroois)
  8. regen = raege (Sittards)
  9. regen = raegen (Venloos)
  10. regen = rèègn (Twents)
  11. regen = reige (Willebroeks)
  12. regen = reigen (Giesbaargs)
  13. regen = reîngel (Weerts)
  14. regen = rènger (Bilzers)
  15. Regen = Renger (Zunderts)
  16. regen = rinne (West-Vlaams)
  17. regen = rinne, rîn (West-Vlaams)
  18. regen = trint (West-Vlaams)
  19. regen = ziebel (Venloos)
  20. regen = raegen (Sevenums)
  21. Regen = Rè-gen (Zurriks)
  22. regen = rêg' n (Deventers)
  23. regen = reäge (Heldens)
  24. Regen = Majem (Amsterdams)
  25. regen = rehen (Zeeuws)
  26. regen = rengel (Brabants)
  27. Regen = Jaaiem (Gronings)
  28. regen = srègen (Boekels)
  29. regen = rèën (m.) (Eys)
  30. regen = reiger (Ossendrechts)
  31. Regen = Reigen (Sint-Katelijne-Waver)
  32. regen = majum (Haarlems)
  33. regen = renger (Hoogstraats)
  34. regen = régel (Horpmaal)
  35. regen = renger, rengel (Riemsts)
  36. regen = rean (Heerlens)
  37. Regen = Renger (Noorderkempisch)
  38. regen = reigen (Duffels)
  39. Regen = Maajum (Bosch)
  40. regen = majem (Haarlems)
  41. regen = rè:gen (Diems)
  42. regen = buijl (Tilburgs)
  43. regen = maaiem (Tilburgs)
  44. regen = regel (Schulens)
  45. regen = reegne (Gents)
  46. regen = rèèng (Bathmens)
  47. regen = oetjan (Marine jargon (veelal Maleis))
  48. regen = reegel (S*) (Sintrùins)
  49. regen = raengel (Kinroois)
  50. regen = rein (Fries)


1 vertalingen voor het dialectwoord `Regen`

  1. règen = regen (Bergeijks)