Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 81 dialectwoorden voor `snoepen`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : achterwerk (62x) : aarzelen (37x) : zorgen (45x) : rij (46x) : oven (30x) : rukken (22x) : hitte (38x) : mijn vrouw (46x) : Leugenaar (39x) : jus (32x)



50 vertalingen voor het Nederlandse woord `snoepen`

  1. snoepen = sloeke (Blericks)
  2. snoepen = sneukelen (Kortrijks)
  3. snoepen = slikk´n (Westerkwartiers)
  4. snoepen = slikken (Drents)
  5. snoepen = slikker'n (Twents)
  6. snoepen = sloeke (Venloos)
  7. snoepen = smoisjtern (Asses)
  8. snoepen = smosjteren / smokkelen (Aalsters)
  9. snoepen = smosjterre (Dilbeeks)
  10. Snoepen = Snaaie (Zaans)
  11. snoepen = snobbe (Westfries)
  12. snoepen = snoeien (Westfries)
  13. snoepen = snoep' n (Westerkwartiers)
  14. snoepen = snolle (Betuws)
  15. snoepen = snollen (Nijmeegs)
  16. snoepen = snuupen (Drents)
  17. snoepen = smosjteren (Brussels)
  18. Snoepen = Snollen (Genneps)
  19. snoepen = snollen (Brabants)
  20. snoepen = sjnuutse (Eys)
  21. snoepen = smokkeln (Herns (Herne, VL-B))
  22. snoepen = spekken (Brugs)
  23. snoepen = snukkelen (Lokers)
  24. snoepen = sjnütse (Heerlens)
  25. snoepen = sjlókke (Reuvers)
  26. snoepen = smoisteren (Buggenhouts)
  27. snoepen = snoeien (Amsterdams)
  28. snoepen = smokkelen (Denderleeuws)
  29. snoepen = snoepurren (Sint-Niklaas)
  30. Snoepen = Smoshtere (Zuuns)
  31. snoepen = snaaien (Helders)
  32. Snoepen = Smoisteren (Londerzeels)
  33. snoepen = snollen (Wells)
  34. snoepen = sjlókke (Tegels)
  35. snoepen = sneukel'n (West-Vlaams)
  36. snoepen = snosselen (Booms)
  37. snoepen = snobje (Fries)
  38. snoepen = sneustere (Bornems)
  39. snoepen = sneukele (Gents)
  40. snoepen = snuupn (Sallands)
  41. Snoepen = Smokkelen (Teralfens)
  42. snoepen = smokkelen (Moorsel)
  43. snoepen = smozjtere (tervurens)
  44. snoepen = smoefelen (Maldegems)
  45. snoepen = sloeke (Arcens)
  46. snoepen = snisteren (Baasrode)
  47. snoepen = sjmoisjterre (Kortenbergs)
  48. snoepen = smodderen (Kortenbergs)
  49. Snoepen = Snubbe (Eersels)
  50. snoepen = smokkel' n (Ninoofs)