Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 75 dialectwoorden voor `regenen`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : klimmen (42x) : kalfje (33x) : Tapijt (32x) : flauw (37x) : hangslot (32x) : grappig (28x) : gips (30x) : vorige (25x) : kraaien (22x) : vertrouwen (23x)



50 vertalingen voor het Nederlandse woord `regenen`

  1. regenen = rijgele (Diesters)
  2. regenen = majjeme (Venloos)
  3. regenen = mieg'n (Sallands)
  4. regenen = moajumuh (Nijmeegs)
  5. regenen = reagen' n (Achterhoeks)
  6. regenen = reigele (Waanroods)
  7. regenen = reigere (Dilbeeks)
  8. regenen = rêigern (Asses)
  9. regenen = rengelen, zeveren (Gils)
  10. regenen = rèngere (Bilzers)
  11. regenen = rengeren (Brabants)
  12. regenen = reringen (Hasselts)
  13. regenen = rinn (West-Vlaams)
  14. regenen = rinn'n (Kortemarks)
  15. regenen = rengeren (Bredaas)
  16. regenen = rehenen (Zeeuws)
  17. regenen = rengeren (Zunderts)
  18. regenen = regeren (Hams)
  19. regenen = rèëne (Eys)
  20. Regenen = Reiger'n (Londerzeels)
  21. regenen = ziepe of raegene (Sittards)
  22. Regenen = Reigene (Sint-Katelijne-Waver)
  23. regenen = rengele (Dongens)
  24. regenen = rin (Ledegems, Kappels)
  25. regenen = rengelen (Prinsenbeeks)
  26. regenen = reegele (Kortessems)
  27. regenen = reigenen (et reigert) (Westels)
  28. Regenen = Rengeren (Noorderkempisch)
  29. regenen = rèngere (Allefs)
  30. regenen = rèngëre (Hoeselts)
  31. regenen = reingele (Nederweerts)
  32. regenen = reigelen (Betsers)
  33. regenen = rin (Geluws)
  34. Regenen = Regere (Sint-Katelijne-Waver)
  35. regenen = règene (Wells)
  36. regenen = rengere (Riemsts)
  37. regenen = règele (Wommersoms)
  38. regenen = rengeren (Wuustwezel)
  39. regenen = riegenen, draszjen (tervurens)
  40. Regenen = Maajeme (Geffes)
  41. regenen = traint (West-Vlaams)
  42. Regenen = Rengere (Sint-Lenaarts)
  43. regenen = rèngele (Kanners)
  44. regenen = reenen (Lochristis)
  45. regenen = rengeren (Hoogstraats)
  46. Regenen = Zaaike (Turnhouts)
  47. regenen = rengele (`t-Heikes)
  48. regenen = rèègene, rèngele (Tilburgs)
  49. regenen = zèèke (Tilburgs)
  50. regenen = rèngele, rèègene (Tilburgs)


1 vertalingen voor het dialectwoord `regenen`

  1. regenen = rêingërë (Millers)