Op de kaart
Op deze kaart staan 71 dialectwoorden voor `kapot`.
Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien.
Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden :
begrafenis (46x) :
schelden (37x) :
bunzing (60x) :
jas (142x) :
klein (68x) :
tuinslang (27x) :
vlaamse gaai (129x) :
Handel (21x) :
Gisteren (56x) :
volledig (27x)
50 vertalingen voor het Nederlandse woord `kapot`
- kapot = naar de gallemieze (Amsterdams)
- kapot = an bonke (Westlands)
- kapot = andnaols, an stikkn, in brokkn, in gruuzlementn, in mul, om zièèpe, te kweîste, voe de kloîtn (Kortemarks)
- kapot = diggele (Westfries)
- kapot = grat af, grat om jiep, nor de kloeiten (Aalsters)
- kapot = foetuu, ebrookn, vermooist, kassee, d'r an ('t es tran) (Waregems)
- kapot = katsjee (Ostêns)
- kapot = keduuk (Venloos)
- kapot = kepot (Budels)
- kapot = naar de tjanser, dat is naar de klote, finito (Amsterdams)
- kapot = noa de wup; an den oals (Ostêns)
- kapot = onder ut paard se buk (Westlands)
- kapot = stukkend (Amsterdams)
- kapot = verkazeroend (Helmonds)
- kapot = voe de klootn (Koksijds)
- kapot = kapoedewiets (Genneps)
- kapot = kuus verrot (Flakkees)
- kapot = mol, naâh de kankâh, rèp voah duh slaup, (Haags)
- kapot = niegus (Tilburgs)
- kapot = nor de klutn (Zottegems)
- kapot = stuk (Steenbergs)
- kapot = naar de klote, kaduuk (Haarlems)
- kapot = stikket (Volendams)
- kapot = stikken (Bildts)
- kapot = an stront (Bildts)
- kapot = stukken, naar de barrebiesjes, kapoerewitz (jiddish) (Leewarders)
- kapot = kadoek (Urkers)
- kapot = eut z'n fasol (Urkers)
- kapot = katché (Maldegems)
- kapot = noa de zak (West-vlaams)
- Kapot = Katsjee (Lokers)
- kapot = stikke vanieén (Wilsels)
- kapot = catsjéé (Evergems)
- Kapot = Katsjee (Deinzes)
- kapot = tebarste, stik (Westfries)
- kapot = an barrele (Westfries)
- kapot = an gort (Westfries)
- Kapot = Katchee (Hansbeeks)
- kapot = kepot (Genker)
- kapot = verrenueweerd (Noorderkempisch)
- kapot = verrenneweerd (Noorderkempisch)
- kapot = veneer (Krimpens)
- kapot = kappot (Mechels (BE))
- Kapot = Sticken (Fries)
- kapot = noa de klute (Opglabbeeks)
- Kapot = Stukken (Snekers)
- kapot = kepot (Kanners)
- Kapot = kepot-an diggels-an gruzelementen (Giethoorns)
- kapot = lebait (Gronings)
- Kapot = Noar de voantjes (Zelzaats)
18 vertalingen voor het dialectwoord `kapot`
- kapot = uitgeput (Kaprijks)
- kapot = dood, gestorven, overleden (Aaltens)
- Kapot = Moe (Hoogeveens)
- KAPOT = MOTORKAP (Mols)
- Kapot = Dood (Geldermalsens)
- kapot = dood dier (Halens)
- kapot = stuk (Mestreechs)
- kapot = dood (Eindhovens)
- kapot = stuk (Riekevorts)
- kapot = gebroken (Westhoeks)
- kapot = dood (Amsterdams)
- Kapot = Condoom (Deinzes)
- kapot = stuk (Giesbaargs)
- kapot = stuk (Moes)
- kapot = defect (Bambrugs)
- kapot = doodmoe (Tiens)
- kapot = over de datum (Alblasserdams)
- Kapot = uitgeput (Haags)