Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 82 dialectwoorden voor `braken`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : vlinder (211x) : hand (89x) : krentenbrood (46x) : gereed (43x) : dorsen (50x) : paardenbloem (178x) : vertrekken (42x) : Margarine (23x) : eigen (29x) : hooivork (67x)



50 vertalingen voor het Nederlandse woord `braken`

  1. braken = geubelle (Mechels (BE))
  2. braken = gubbeln (Roeselaars)
  3. braken = iëvergaeve (Bilzers)
  4. braken = kitse (Boekels)
  5. braken = kitse (Budels)
  6. braken = kueke, kotze (Riekevorts)
  7. braken = achteruut et' n (Achterhoeks)
  8. braken = spagen / spaven (Aalsters)
  9. braken = spei'n (Westerkwartiers)
  10. braken = spougen (Hams)
  11. braken = spaove (Mechels (BE))
  12. braken = spoegge (Slands)
  13. braken = spoojn, overgeev'n (Waregems)
  14. Braken = Kitse (Zurriks)
  15. braken = spauwe (Tilburgs)
  16. braken = speêyen (Sevenums)
  17. Braken = Spoegen, spoog, gespogen (Zeeuws)
  18. braken = speuve (Rous (Sint-Genesius-Rode))
  19. braken = kitse (Sin tunnis)
  20. braken = spauwe (Kaatsheuvels)
  21. braken = over zen toeng kakke (Mechels (BE))
  22. braken = oovergeive (Mechels (BE))
  23. braken = zich brèëke (Eys)
  24. Braken = Spoijen (Herns (Herne, VL-B))
  25. braken = kitsen (Kerkdriels)
  26. braken = overgeve (Oudenbosch)
  27. braken = spijen (Gronings)
  28. Braken = Spieen (hierdens)
  29. Braken = Spui' n (Deinzes)
  30. braken = spaauwe (Turnhouts)
  31. braken = brôke (Hoeselts)
  32. braken = over aa toeng doen / overgeve / kotsen (Geels)
  33. braken = euvergaeve (Kinroois)
  34. Braken = Spouwe (Koersels)
  35. braken = spauwen (Zunderts)
  36. braken = speive (Overijses)
  37. braken = geubele (Overijses)
  38. Braken = brokkeluh (bredaas)
  39. braken = spaave, overgeive (Leuvens)
  40. braken = braakng: overgeven, braken. Hoewel dit het gebruikelijke, neutrale woord is in het Algemeen Nederlands, klinkt het in ons dialect behoorlijk plat. Het neutrale woord is 'spugen' (Klemskerks)
  41. Braken = Spui'n (Hansbeeks)
  42. braken = euvergaeve / kótse (Kinroois)
  43. braken = spuie (Fries)
  44. braken = en keelkakske, kakke over zijn tonge (Gents)
  45. braken = spauwen (Temses)
  46. braken = koetse (Opglabbeeks)
  47. braken = kalveren (Maldegems)
  48. braken = spoeen (Ursels)
  49. braken = spouven (Ninoofs)
  50. braken = spugen (Lauws)


5 vertalingen voor het dialectwoord `braken`

  1. braken = woelen (Zolders)
  2. Braken = Ravotten (Koersels)
  3. braken = houtige stengel van vlas breken (Weerts)
  4. braken = onkruid weghakken (West-Vlaams)
  5. bràken = kotsen (Katwijks)