Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 82 dialectwoorden voor `Eigenaar`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : Bijt hij als ik hem aai (36x) : waarom (133x) : misschien (43x) : moeder (169x) : katapult (59x) : klagen (98x) : achterste (32x) : welja (23x) : kuit (26x) : koelkast (46x)



50 vertalingen voor het Nederlandse woord `Eigenaar`

  1. eigenaar = eigenaor (Bosch)
  2. eigenaar = aageneer (Berlaars)
  3. Eigenaar = Aaigenaer (Rijsoords)
  4. Eigenaar = Aaigeneer (Turnhouts)
  5. eigenaar = ageneir (Bornems)
  6. eigenaar = ageni-ur (Waaslands)
  7. eigenaar = aigenoar (Gronings)
  8. eigenaar = aigenaar (Westlands)
  9. eigenaar = aigner (Bildts)
  10. eigenaar = aigenaar (Zeilbergs)
  11. eigenaar = eigenao' (Wagenings)
  12. eigenaar = aigenaor (Bredaas)
  13. eigenaar = aigenoar (Termeis)
  14. eigenaar = aigenoer (Marks)
  15. eigenaar = aigenair (Dendermonds)
  16. eigenaar = aignder (Gronings)
  17. eigenaar = aogenèr (Mechels (BE))
  18. eigenaar = augeneir (Giesbaargs)
  19. eigenaar = è'ennirre (Nevels)
  20. eigenaar = èèënir (Evergems)
  21. eigenaar = eegenèër (m.) (Eys)
  22. eigenaar = eegenêr (Bilzers)
  23. eigenaar = eegenèr (Hasselts)
  24. eigenaar = egenaer (Sjilvends)
  25. eigenaar = egenaer (Vijlens)
  26. eigenaar = eieneere (Zottegems)
  27. eigenaar = eigenaer (Flakkees)
  28. eigenaar = eigenaer (Sittards)
  29. eigenaar = eigenaer (Venloos)
  30. eigenaar = eigenaer (Ouddorps)
  31. eigenaar = eigenaer (Roermonds)
  32. eigenaar = eigenaer (Tegels)
  33. eigenaar = eigenaer (Reuvers)
  34. eigenaar = eigenaor (Eindhovens)
  35. eigenaar = eigenaor (Woensels)
  36. eigenaar = eigenaor (Nieuw-vossemeers)
  37. eigenaar = eigenaor (Roosendaals)
  38. eigenaar = eigenaor, eigenaar, eegenear (Drents)
  39. eigenaar = eigeneer (Mestreechs)
  40. eigenaar = eigenieër (Sint-joasters)
  41. eigenaar = eigeneer (Geuls)
  42. eigenaar = eigeneer (Geels)
  43. eigenaar = eigeneer (Swalmens)
  44. eigenaar = eigeneer (Waanroods)
  45. eigenaar = eigeneir (Neerpelts)
  46. eigenaar = eigeneîr (Moes)
  47. eigenaar = êigenèr (Antwerps)
  48. eigenaar = eigener (Stellingwarfs)
  49. eigenaar = aageneere (Gents)
  50. eigenaar = eigenoar (dit is geen Volendams woord! Wij zeggen 'dut ies van im/eer' of 'dut ies zejn (of eer = vrlk) xyz' (Volendams)