Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 67 dialectwoorden voor `vinden`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : druif (54x) : windhoos (24x) : poeder (49x) : verstaan (21x) : trekken (43x) : arbeider (29x) : luciferdoosje (31x) : geloof (41x) : werk (54x) : knikker (167x)



50 vertalingen voor het Nederlandse woord `vinden`

  1. vinden = veine (Astens)
  2. vinden = vinnen (Clings)
  3. vinden = fiende (Nijmeegs)
  4. vinden = finde (Westfries)
  5. Vinden = Vaaine (Turnhouts)
  6. vinden = vainde, veinde (Geldermalsens)
  7. vinden = veende (Voerens)
  8. vinden = vèène (Kaatsheuvels)
  9. vinden = veinde (Hedels)
  10. vinden = veinde (Opheusdens)
  11. vinden = veine (Udens)
  12. vinden = veinen (Lommels)
  13. vinden = veinne (Zunderts)
  14. vinden = vénge (Geuls)
  15. vinden = vènne (Bilzers)
  16. vinden = vènnu (Schijndels)
  17. vinden = viende (Barnevelds)
  18. vinden = viengn' (Ostêns)
  19. Vinden = Vienn (Hierdens)
  20. vinden = vijnden (Brabants)
  21. vinden = vinde (Venloos)
  22. vinden = vinge (Rijsoords)
  23. vinden = vinge (Nederweerts)
  24. vinden = vinje (Roermonds)
  25. vinden = vinjen (Aalsters)
  26. vinden = vinnen (Budels)
  27. vinden = veinen, voenden, evoenden (Urkers)
  28. vinden = vèène (Gils)
  29. vinden = vingen (Sevenums)
  30. Vinden = Vinne (Zurriks)
  31. vinden = veinden (Kerkdriels)
  32. vinden = vienen (Stellingwarfs)
  33. vinden = vienden, viendun (Lunters)
  34. vinden = viene (Oeffelts)
  35. vinden = vinje / vènje (Kinroois)
  36. vinden = fiene - fonden - fonden (Leewarders)
  37. vinden = vinnen (Sint-Niklaas)
  38. vinden = vènne (Hoeselts)
  39. vinden = viende (Wells)
  40. vinden = vaainen (turnhouts)
  41. vinden = vinje (Kinroois)
  42. vinden = fiene (Fries)
  43. vinden = vanan (Geels)
  44. vinden = vingen (Waanroods)
  45. vinden = vènje (Steins)
  46. vinden = vèène (Tilburgs)
  47. vinden = vèène, (vènt, von, gevonde) (Tilburgs)
  48. vinden = vaanen (herenthouts)
  49. vinden = vinnen (Graauws)
  50. vinden = vinge (Boakels)