Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 24 dialectwoorden voor `Beledigen`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : Makkelijk (38x) : verpleegster (22x) : plezier (82x) : schoonmoeder (24x) : bakkebaarden (41x) : twijfelen (29x) : erg (162x) : schooltas (28x) : spugen (107x) : rozijnen (23x)



24 vertalingen voor het Nederlandse woord `Beledigen`

  1. beledigen = affroenteern (Kortemarks)
  2. beledigen = affronteeren (Giesbaargs)
  3. beledigen = affronteren (Giethoorns)
  4. beledigen = afgront (Westfries)
  5. beledigen = beleidige (Venloos)
  6. beledigen = oitschijten (Antwerps)
  7. beledigen = beleidige (Tegels)
  8. beledigen = sjampe (Bilzers)
  9. beledigen = afronteren (Sint-Niklaas)
  10. beledigen = sjokkiëre (Bilzers)
  11. beledigen = tiëge de kop staute (Bilzers)
  12. beledigen = affrontiëre (Bilzers)
  13. beledigen = n affront ondoen (Bilzers)
  14. beledigen = affronteire (Walshoutems)
  15. beledigen = op zijn pik trappen (Zeeuws)
  16. Beledigen = Oëtschaate (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  17. Beledigen = Affronteere (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  18. beledigen = verwijdn (Kaprijks)
  19. beledigen = blameern (Kaprijks)
  20. beledigen = afronteer'n (Lebbeeks)
  21. beledigen = blamiëre (Munsterbilzen - Minsters)
  22. beledigen = uitmoakn (Kaprijks)
  23. beledigen = affronteern (Kaprijks)
  24. Beledigen = Schofferen (Archaïsch)