Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 78 dialectwoorden voor `donderdag`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : regenjas (75x) : ik ben het beu (23x) : koud (112x) : er (23x) : dwarsligger (30x) : zeef (64x) : halve gare (32x) : Bewusteloos (35x) : Naast (226x) : huichelaar (23x)



50 vertalingen voor het Nederlandse woord `donderdag`

  1. donderdag = doenderdig (Opglabbeeks)
  2. donderdag = donderdaag (Venloos)
  3. donderdag = donderdeg (Westfries)
  4. donderdag = donderdig (Mestreechs)
  5. Donderdag = Dônderdig (Geuls)
  6. donderdag = dónderdig (Sittards)
  7. donderdag = donderdig (Roermonds)
  8. donderdag = donderdig (Eesjdens)
  9. donderdag = donderdig (Margratens)
  10. donderdag = donderdig (Nederweerts)
  11. donderdag = donderig (Neerpelts)
  12. donderdag = donderig (Overpelts)
  13. donderdag = donnerdag (Aalsters)
  14. donderdag = donnerdag (Hals)
  15. donderdag = donnerdig (Bilzers)
  16. donderdag = donnerig (Achels)
  17. donderdag = donnersdaag (Kerkraads)
  18. donderdag = donnesjdieg (Kerkraads)
  19. donderdag = donnesjdig (Voerens)
  20. donderdag = dunderdag (West-Vlaams)
  21. donderdag = dunderdag (Ouddorps)
  22. donderdag = dunderdag (Gronings)
  23. donderdag = dunnerdag (Westerkwartiers)
  24. donderdag = donderdig (Heldens)
  25. donderdag = donderdig (Susters)
  26. Donderdag = Donderdig (Sevenums)
  27. Donderdag = Donderug (Zurriks)
  28. donderdag = donnesjtig (Vijlens)
  29. donderdag = dunderdag (Drents)
  30. donderdag = donnesjtich (m.) (Eys)
  31. Donderdag = Doengderdag (Flakkees)
  32. donderdag = donderdeg (Eesjdens)
  33. Donderdag = Dónderdig (Gelaens (Geleens))
  34. donderdag = doonderdag (Geels)
  35. donderdag = donnesjtig (Heerlens)
  36. donderdag = donderdig (Neerharens)
  37. Donderdag = Donnderdag (Baasrode)
  38. donderdag = donnerdig, stonnerdes (Genker)
  39. donderdag = donderdig (Astens)
  40. donderdag = tongersdei (fries)
  41. donderdag = donnerdag (Brussels)
  42. donderdag = dongderdag (Sint-Niklaas)
  43. donderdag = en dònnestag (S*) (Sintrùins)
  44. donderdag = donnestag (Waanroods)
  45. donderdag = donderdig (Kanners)
  46. Donderdag = Donders, (Giethoorns)
  47. donderdag = dónderdig (Hunsels)
  48. donderdag = donderdig (Kinroois)
  49. donderdag = dònderdig (Steins)
  50. donderdag = doonderda (g) (Waregems)


5 vertalingen voor het dialectwoord `donderdag`

  1. donderdag = donderdag (Aaltens)
  2. Dònderdàg = Donderdag (Volendams)
  3. donderdag = donderdag (Mestreechs)
  4. donderdag = donderdag (Bambrugs)
  5. donderdag = donderdag (Zoovetoems)