Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 68 dialectwoorden voor `ruilen`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : ver (94x) : huizen (31x) : konijnen (42x) : kletskous (40x) : handvat (29x) : dubbel (30x) : kinderen (263x) : machine (46x) : bui (38x) : luierik (51x)



50 vertalingen voor het Nederlandse woord `ruilen`

  1. ruilen = koetele / toese (Tegels)
  2. ruilen = mangelen (Waaslands)
  3. Ruilen = Mangelen (Lokers)
  4. ruilen = ruil'n (Westerkwartiers)
  5. ruilen = ruile (Venloos)
  6. ruilen = toese (Venloos)
  7. ruilen = toesen (Budels)
  8. ruilen = toesje (Sittards)
  9. ruilen = tuitelen (Brabants)
  10. ruilen = tuuse (Sin tunnis)
  11. ruilen = vermèngeln (Brakels)
  12. ruilen = mangel'n (Zeels)
  13. ruilen = mangelen (Overrepens)
  14. ruilen = tuitele (Oudenbosch)
  15. ruilen = tuuse (Genneps)
  16. ruilen = tuusse (Sin tunnis)
  17. ruilen = mangelen (Beerses)
  18. ruilen = ruilen, ròòl, geròòllen (Kerkdriels)
  19. ruilen = toesje (Simpelveld)
  20. ruilen = toese (Tegels)
  21. ruilen = ruulen, ruulun (Lunters)
  22. ruilen = toehsje (Heerlens)
  23. ruilen = mangelen (Sint-Niklaas)
  24. ruilen = vertoëtelen (Duffels)
  25. ruilen = tausche (Mestreechs)
  26. ruilen = tui (k) elen (Balens)
  27. ruilen = mangële (Hoeselts)
  28. ruilen = Koetelen (Lottums)
  29. ruilen = Toessen / umtoessen (Lottums)
  30. ruilen = kuutjebuut'n (Gronings)
  31. ruilen = mangele (Herentals)
  32. ruilen = gerolen (Wagenings)
  33. ruilen = toese/toehsje (Heldens)
  34. ruilen = koetelen (koetuluh) (Nijmeegs)
  35. ruilen = toesele (Bilzers)
  36. ruilen = toese (Kinroois)
  37. ruilen = koetele (Maasbrees)
  38. ruilen = mangele (Bilzers)
  39. ruilen = Koetele (Wells)
  40. ruilen = mangele (Munsterbilzen - Minsters)
  41. ruilen = gerolen (Nieuw lekkerlands)
  42. ruilen = verweisselen (Wetters)
  43. ruilen = mangelen (Meers)
  44. ruilen = toesele (Munsterbilzen - Minsters)
  45. ruilen = tóésje (Steins)
  46. ruilen = buten (Gronings)
  47. ruilen = rèùle (Tilburgs)
  48. Ruilen = tuitele (Oirschots)
  49. Ruilen = Hampelen (Amsterdams)
  50. ruilen = toe-sche (Bocholtz)