Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 62 dialectwoorden voor `kunnen`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : asbak (81x) : dierenarts (34x) : kommetje (23x) : moeten (71x) : verf (55x) : staart (132x) : paardenstaart (24x) : daarginds (47x) : misselijk (25x) : wind (73x)



50 vertalingen voor het Nederlandse woord `kunnen`

  1. kunnen = koene (Opglabbeeks)
  2. kunnen = kinne (Roermonds)
  3. kunnen = kenne (Texels)
  4. kunnen = kanne (Amsterdams)
  5. kunnen = kenn'n (Westerkwartiers)
  6. kunnen = kenne (Westfries)
  7. kunnen = kenne (Westlands)
  8. kunnen = ken (Texels)
  9. Kunnen = Kenne (Rijsoords)
  10. kunnen = kenne (Reeuwijks)
  11. kunnen = kenne (Utrechts)
  12. kunnen = kennen (Amsterdams)
  13. Kunnen = Kennu (Dordts)
  14. kunnen = keun (Harelbeeks)
  15. kunnen = keunen (Moes)
  16. kunnen = kinne (Venloos)
  17. kunnen = kinne (Mestreechs)
  18. kunnen = kinne (Termeis)
  19. kunnen = kinne (Eesjdens)
  20. kunnen = kinnen (Westfries)
  21. kunnen = kneistuh (Nijmeegs)
  22. kunnen = kin'n (Opwijks)
  23. kunnen = konne (Bilzers)
  24. kunnen = kunen (Urkers)
  25. kunnen = kenne (Hendrik-Ido-Ambachts)
  26. Kunnen = Kenne (Alfus)
  27. kunnen = kônnen (Sevenums)
  28. kunnen = kènne (Eys)
  29. Kunnen = Kennen (Westlands)
  30. kunnen = kenne (Haags)
  31. Kunnen = Kanne (Liessents)
  32. kunnen = kennen (Hoeksche Waards)
  33. kunnen = kanne (Astens)
  34. kunnen = kennen (Haarlems)
  35. Kunnen = Kneizen (Tilburgs)
  36. kunnen = kónne (Kinroois)
  37. kunnen = keune (Gents)
  38. kunnen = konne (Nederweerts)
  39. kunnen = kennen (Heemskerks)
  40. kunnen = kinne - kin - kin's - gekôs (Lanakens)
  41. Kunnen = Kenne (Krimpens)
  42. kunnen = kuinen (Ronsisch)
  43. kunnen = kanne (Culemborgs)
  44. Kunnen = Kosse (Gils)
  45. kunnen = kennen (Alblasserdams)
  46. kunnen = ko' nnë, ich kan, zjiè ko' nt, hê kan, ich kos, gekos (Hoeselts)
  47. kunnen = kènne (Kanners)
  48. Kunnen = Kenne (Valkenswaards)
  49. kunnen = kunne, (kos, gekund) (Tilburgs)
  50. Kunnen = Kenne (Zevenbergs)


1 vertalingen voor het dialectwoord `kunnen`

  1. Kunnen = Kennen (Westlands)