Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 82 dialectwoorden voor `weggaan`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : big (81x) : pantoffels (127x) : aanrecht (110x) : hou je mond (53x) : pissen (21x) : ekster (70x) : beerput (27x) : aarzelen (37x) : zich haasten (26x) : paling (80x)



50 vertalingen voor het Nederlandse woord `weggaan`

  1. weggaan = afbijzen (Eekloos)
  2. weggaan = deuregoan (Gents)
  3. weggaan = loesoe (Amsterdamse straattaal)
  4. weggaan = pia (Amsterdamse straattaal)
  5. weggaan = het afbolle (Leopoldsburgs)
  6. weggaan = 't afbollen (Aalsters)
  7. weggaan = ut aftrappe (Oudenbosch)
  8. weggaan = afbeiz'n (Eekloos)
  9. weggaan = Afnokken en aftaaien (Amsterdams)
  10. weggaan = boeken (Amsterdams)
  11. weggaan = opsoute (Westlands)
  12. weggaan = optiefte (Westlands)
  13. weggaan = pleite (Venloos)
  14. weggaan = opzâhte, plète gaan, âhfrâhsen, splitte, wandele, (Haags)
  15. weggaan = schup afkeusse (Antwerps)
  16. weggaan = voertgon (Bilzers)
  17. weggaan = voetjoa (Kerkraads)
  18. weggaan = vortgaon, vurtgaon, (Drents)
  19. weggaan = votgoan (Westerkwartiers)
  20. weggaan = vut goan (Twents)
  21. weggaan = weggoan (Brugs)
  22. weggaan = afbolle (Antwerps)
  23. weggaan = afterten (Zeels)
  24. weggaan = aftrappen (Waaslands)
  25. weggaan = ankapp'n (Harelbeeks)
  26. weggaan = vort (Eibergs)
  27. weggaan = drosse (Flakkees)
  28. weggaan = je klootn schurn (West-Vlaams)
  29. weggaan = deruit naaien, dur uit peren (Bosch)
  30. weggaan = hien gaen (Katwijks)
  31. weggaan = aafhouwe (Simpelveld)
  32. Weggaan = Dr oitnaaie (Liessents)
  33. weggaan = 't oftrappen (Ostêns)
  34. weggaan = pikaan gaan (Amsterdams)
  35. weggaan = weggan (Haperts)
  36. weggaan = hinne goan (Nunspeets)
  37. weggaan = deurgaan (Sint-Niklaas)
  38. weggaan = ougoun (denderleeuws)
  39. weggaan = vot goan (Diems)
  40. weggaan = voûrsgoan (Sint-Niklaas)
  41. weggaan = ritsen-foeë fokken (Zeels)
  42. weggaan = riepe snaaje (Bilzers)
  43. weggaan = fot / fut (Sallands)
  44. weggaan = op riip gòn (Valkenswaards)
  45. weggaan = aftaajen (Westlands)
  46. weggaan = hinnegoan. heergoan (Doornspijks)
  47. Weggaan = Wieberen (Amsterdams)
  48. weggaan = hinne gon (Waalwijks)
  49. weggaan = opflikkeren (Nieuwkuijks)
  50. weggaan = afnokken (Westlands)