Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 52 dialectwoorden voor `dom`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : poep (23x) : Vishengel (27x) : jeuk (112x) : spugen (107x) : hetzelfde (52x) : Dronken zijn (95x) : Bewusteloos (35x) : bidprentje (27x) : bakker (60x) : voortdurend (44x)



50 vertalingen voor het Nederlandse woord `dom`

  1. dom = miep, truus (Amsterdams)
  2. dom = achterlijk (Twents)
  3. dom = biele (Ostêns)
  4. dom = loemp (Bilzers)
  5. dom = loemp (Antwerps)
  6. dom = loomp (Budels)
  7. dom = stoem (Antwerps)
  8. dom = stoem (Brussels)
  9. dom = stoemm (korte oe) (Westels)
  10. dom = zu stom as 'n aachtereind van 'n verreke (Helmonds)
  11. dom = blöd (Vijlens)
  12. dom = loemp (Neerpelts)
  13. Dom = Loomp (Zurriks)
  14. dom = loomp (Neerpelts)
  15. dom = te stom om vur de duvel te danse (Helmonds)
  16. dom = stomn achterover (Zeeuws)
  17. dom = stom (Heezers)
  18. Dom = Loemp (Sint-Katelijne-Waver)
  19. dom = stoem (Zuuns)
  20. dom = deuzig (Simpelveld)
  21. dom = lomp (Clings)
  22. dom = stoem (Landens)
  23. Dom = dongderse drol (Spakenburgs)
  24. dom = roend, zô roend of en ei (Brugs)
  25. dom = zoe stoem as nen ieëzel (Bilzers)
  26. dom = te loemp ver n hin te plékke (Bilzers)
  27. dom = zoe loemp asnen iëzel (Bilzers)
  28. dom = stoem (Bilzers)
  29. dom = dwoaz (Ostêns)
  30. dom = doem (Opglabbeeks)
  31. dom = loemp (Munsterbilzen - Minsters)
  32. dom = stom (Tilburgs)
  33. Dom = Loomp (Zevenbergs)
  34. dom = deuzig (Bocholtz)
  35. Dom = Loemp (Grobbendonks)
  36. dom = stom (Lebbeeks)
  37. dom = stoem - loemp (S*) (Sintrùins)
  38. dom = stoem (Veussels)
  39. Dom = Stoem (Kotnakes)
  40. dom = loemp-stoem (Munsterbilzen - Minsters)
  41. dom = stoem (Munsterbilzen - Minsters)
  42. dom = stom (Stals)
  43. dom = lomp (Graauws)
  44. Dom = Loemp (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  45. dom = onnieëzël (Munsterbilzen - Minsters)
  46. dom = stoom (Millers)
  47. dom = döllig (Achterhoeks)
  48. Dom = Loemp (Spalbeeks)
  49. dom = stoem (Zoovetoems)
  50. Dom = Loemp (Herks)


3 vertalingen voor het dialectwoord `dom`

  1. dom = haha (Drents)
  2. dom = slim (Drents)
  3. dóm = molenas (Genker)