Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 43 dialectwoorden voor `roddelen`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : spuwen (78x) : bijnaam (22x) : paard (394x) : even (139x) : buren (37x) : aanbevelen (22x) : elleboog (29x) : kater (37x) : slaapkleed (47x) : naald (81x)



45 vertalingen voor het Nederlandse woord `roddelen`

  1. roddelen = bemmele (Riemsts)
  2. Roddelen = Kommeern (Eekloos)
  3. roddelen = komeren (Waarschoots)
  4. roddelen = bachtn tgat klappn, bachtn de rik klappn, komeern (kortemarks)
  5. roddelen = kameren (Wetters)
  6. roddelen = lameren of komere (Londerzeels)
  7. Roddelen = Koméren (Sint-Laureins)
  8. roddelen = moele (Margratens)
  9. roddelen = rettele (Overijses)
  10. Roddelen = achter 't gat klappen (Londerzeels)
  11. roddelen = flahoêten (Walshoutems)
  12. Roddelen = Kommeern (Zelzaats)
  13. Roddelen = Pümpkeskal (Riemsts)
  14. roddelen = rondbrellen (Arendonks)
  15. roddelen = lameeren (Booms)
  16. roddelen = koméren (Stekens)
  17. roddelen = lemmijre (Wommersoms)
  18. Roddelen = Kletsen (Bargoens)
  19. Roddelen = Kwooitonge (Geffes)
  20. roddelen = commeer' n (Axels)
  21. roddelen = kwaoitonge (Bosch)
  22. Roddelen = Koonkele (Zevenbergs)
  23. roddelen = ààchterklappe (Tilburgs)
  24. roddelen = kletse (Waalwijks)
  25. roddelen = kletsen (Oudenaards)
  26. roddelen = dúrchstreupe, bemoéle (Nijswillers)
  27. roddelen = komeren (Baasrode)
  28. roddelen = laméren (Wolvertems)
  29. roddelen = vuulle muuln (Ostêns)
  30. roddelen = lammeire (Hoeilaart)
  31. roddelen = kommeeren (Terneuzens)
  32. Roddelen = Lameere (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  33. roddelen = kwaake (Groesbeeks)
  34. roddelen = commeer'n (Zaamslags)
  35. roddelen = komeren (Ruisbroeks (Antw.))
  36. roddelen = doorsjtruipe (Hulsbergs)
  37. roddelen = kommèer'n (Wichels)
  38. roddelen = komeern (Kaprijks)
  39. roddelen = reddelen (Winksels)
  40. roddelen = kommeer'n (Lebbeeks)
  41. roddelen = smiespelen (Oldebroeks)
  42. roddelen = rachelen (Oldebroeks)
  43. Roddelen = Vuile waste uithangen (Lauws)
  44. Roddelen = Kwaad spreken (Giethoorns)
  45. roddelen = komeren (Poperings)