Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 56 dialectwoorden voor `geloven`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : vandaag (54x) : lift (24x) : madeliefje (32x) : enkele (33x) : geen (97x) : ouderwets (46x) : luilak (25x) : achterste (32x) : spijt (21x) : Nauwelijks (39x)



50 vertalingen voor het Nederlandse woord `geloven`

  1. geloven = heloafn (Zeeuws)
  2. geloven = geleeve (Bilzers)
  3. geloven = geleufe (Nijmeegs)
  4. geloven = geleujeve (Lommels)
  5. geloven = geleum (Drents)
  6. geloven = gelêûve (Tilburgs)
  7. geloven = geleuve (Barnevelds)
  8. geloven = geleuve (Kaatsheuvels)
  9. geloven = geleuven (Achterhoeks)
  10. geloven = geleuven (Drents)
  11. geloven = geloov'm (Westerkwartiers)
  12. geloven = geluijve (Boekels)
  13. geloven = geluive (Meerssens)
  14. geloven = geluive (Roermonds)
  15. geloven = gleuven (Putters)
  16. geloven = leuven (Gronings)
  17. geloven = loov'm (Westerkwartiers)
  18. geloven = geluëven (Dendermonds)
  19. geloven = geluiven (Venloos)
  20. geloven = geluuven (Sevenums)
  21. Geloven = Geluweve (Zurriks)
  22. geloven = gleuvn (Epers)
  23. geloven = geleuven (Budels)
  24. geloven = helwoivn (Zeeuws)
  25. geloven = geluive (Lanakens)
  26. geloven = glueve (Eesjdens)
  27. geloven = geleuven (Kerkdriels)
  28. geloven = geleuven (Leissels)
  29. Geloven = Geleuve (Liessents)
  30. geloven = gleuven, geleuvun, gleuvun (Lunters)
  31. geloven = gleuve (Heerlens)
  32. geloven = geluive (Kinroois)
  33. geloven = gluive (Tegels)
  34. geloven = geluvig (Landens)
  35. geloven = geluuëve (Wells)
  36. geloven = leauwe (Fries)
  37. geloven = jeleuve (Kerkraads)
  38. geloven = geleuven (Winssens)
  39. geloven = geläove (Kanners)
  40. geloven = gelueve (Eersels)
  41. geloven = geluive (Steins)
  42. geloven = gelêûve, glêûve (Tilburgs)
  43. geloven = glêûve (Tilburgs)
  44. geloven = geluve (Mestreechs)
  45. geloven = gluijve (Boakels)
  46. geloven = geluven (Lummens)
  47. geloven = gleuv'n (Vaassens)
  48. geloven = geluuëve (S*) (Sintrùins)
  49. geloven = aanhang'n (Westerkwartiers)
  50. geloven = belied'n (Westerkwartiers)