Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 41 dialectwoorden voor `schoonmaken`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : Zulke (32x) : valsspeler (50x) : schilderij (41x) : onozelaar (21x) : zalf (26x) : kameel (25x) : verdrinken (32x) : schouw (45x) : timmerman (25x) : vorige (25x)



46 vertalingen voor het Nederlandse woord `schoonmaken`

  1. schoonmaken = betinesen, treérikus (Bargoens)
  2. schoonmaken = rákkere (Utrechts)
  3. schoonmaken = aanhemmel'n (Westerkwartiers)
  4. schoonmaken = hemmel'n (Westerkwartiers)
  5. schoonmaken = Himmel'n (Gronings)
  6. schoonmaken = kuise (Eindhovens)
  7. schoonmaken = kuìse (Brabants)
  8. schoonmaken = kuusen / poesse (Zeeuws)
  9. schoonmaken = kuuss'n (Axels)
  10. schoonmaken = oethemmeln (Gronings)
  11. Schoonmaken = opkèlve (Zeeuws)
  12. schoonmaken = poetse (Brabants)
  13. schoonmaken = schonmaoken (Tilburgs)
  14. schoonmaken = schoonmoak'n (Westerkwartiers)
  15. schoonmaken = un supke geven (Eindhovens)
  16. schoonmaken = afkuisen (Hulsters (NL))
  17. schoonmaken = kuisen (West-Vlaams)
  18. schoonmaken = kuuschn (Ostêns)
  19. schoonmaken = ankeren (Twents)
  20. schoonmaken = an-hemln (drents)
  21. schoonmaken = opkusen (Zeeuws)
  22. schoonmaken = opkuisen (Ossendrechts)
  23. schoonmaken = himmelen (Westerkwartiers)
  24. schoonmaken = zùiver maoken (Gils)
  25. schoonmaken = opkuisen (Sint-Niklaas)
  26. schoonmaken = uitkuisen (Evergems)
  27. schoonmaken = keusse (Antwerps)
  28. schoonmaken = himmelje (Fries)
  29. Schoonmaken = Kuusên (Terneuzens)
  30. schoonmaken = kesse (Rous (Sint-Genesius-Rode))
  31. schoonmaken = afkusen (Zeeuws)
  32. schoonmaken = keusse (Arendonks)
  33. schoonmaken = hemmeln (Gronings)
  34. schoonmaken = opdoen (Tilburgs)
  35. schoonmaken = aafdoen, afdoen (Tilburgs)
  36. Schoonmaken = Opdoen (Zevenbergs)
  37. schoonmaken = keus'n (Zwevegems)
  38. schoonmaken = kûûsen (West-Vlaams)
  39. schoonmaken = kûûsen (West Zeeuws Vlaams)
  40. schoonmaken = boene (`t-Heikes)
  41. schoonmaken = un (goei) burt geven (Waalwijks)
  42. Schoonmaken = Opschonen (Hoogeveens)
  43. schoonmaken = afkuus'n, uutkuus'n, opkuus'n (Zaamslags)
  44. schoonmaken = opkuisn (Kaprijks)
  45. schoonmaken = sjoeënmake (ww) mook sjoeën - sjoeëngemaaktj (Heitsers)
  46. schoonmaken = keusjen (POPERINGE)