Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 36 dialectwoorden voor `vragen`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : durven (49x) : snijbonen (23x) : uur (29x) : tanden (71x) : kookpot (60x) : sla (133x) : regenworm (108x) : idioot (43x) : als ik (24x) : regenen (60x)



30 gezegden die `vragen` bevatten (Nederlands)

  1. Tot in de kleinste details uitvragen = 't Aa uit zijn gat vraogen (Bevers)
  2. Hulp vragen leidt tot iets = Sprèèkende mi.nse zien te héllepe (Genneps)
  3. het uiterste van iemand vragen = iemëd het vel ieëver de naos trèkke (Munsterbilzen - Minsters)
  4. Je moet niet zo veel vragen stellen = Ammaal kreuzeneuzen en vraogestèrten (Hulsters (NL))
  5. dorstige kinderen die om drinken vragen = dan gaode naar Jantje Worst dieee un hondje en dat piest oe in oew mondje (Oudenbosch)
  6. even er naar toe gaan om iets te vragen = bellen dûr ut kerspoor (Prinsenbeeks)
  7. vragen of iemand mee gaat vrijen = gao'j met hen blommen plukken (Achterhoeks)
  8. vragen of je mee gaat zoenen = gao'j met hen brommers kiekn (Achterhoeks)
  9. fel ondervragen = de pieëte uit zenne neus hale (Diesters)
  10. Niet teveel aandacht vragen = gao nich an mie hang'n (twents)
  11. Iets vragen of het écht waar is = Donder op!? (Lopiks)
  12. aandacht vragen voor een probleem = de noodklok luud'n (Westerkwartiers)
  13. iemand over alles uit vragen = emes 't humme van de vot vraoge (Steins)
  14. iemand om hulp, medewerking vragen = etwieën 't gat oplichtn (Veurns)
  15. om iemands hulp vragen = etwieën 't gat oplicht'n (Veurns)
  16. de waard of cafebaas vragen om nog een rondje te bestellen = raid nog neki dauj (naam van de baas rij nog eens door) (tervurens)
  17. iemand tot op zijn hemd uitvragen = iemed de pieringe autte naos haole (Munsterbilzen - Minsters)
  18. wat men weggegeven heeft moet men niet terugvragen = eens gegeev'm blift gegeev'm (Westerkwartiers)
  19. Stel niet zulke domme vragen = Ich vroëg toch ook nie offen koe het graos datse it lekker vénd (Bilzers)
  20. iemand ondervragen = iejne zèn toeng pelln (Asses)
  21. iemand uitvragen tot op zijn hemd = iemes de pierenge autzen noës haole (Bilzers)
  22. hij blijft maar vragen stellen = je zoet ei uut je gat vroagn (Kortemarks)
  23. veel vragen stellen aan iemand = Jeen tei eut zeun gat vraugen (Maldegems)
  24. iemand vragen naar zijn plannen = één an 'e taand voel'n (Westerkwartiers)
  25. iemand ondervragen = één an 'e taand voel'n (Westerkwartiers)
  26. Iemand het hemd van het lijf vragen = eemes de peerike oet zien naas haale (Weerts)
  27. hij blijft maar vragen stellen = je vroagt ei uut je gat (Kortemarks)
  28. hij blijft maar vragen stellen = je vroagt ei uut je gat (Lichtervelds)
  29. Mag ik eens .... (bv. iets vragen) = Ma'k és ... (bv. iets vroage) (Rillaars)
  30. De een helpt de ander zonder er geld voor te vragen = As d'iene haand de aandre waast, worden ze beide skone (Giethoorns)
Zie ook Spreekwoorden met vragen op Woorden.org

4 gezegden die `vragen` bevatten (In dialect)

  1. untwien de keutels uut zen neuze vragen = iemand uitvragen (Brugs)
  2. de keutel uit het gat vragen = alles willen weten (Lommels)
  3. vragen es vrij en ' t refuseeren stoat er bij = uw kans wagen bij een meisje (Gents)
  4. Het heeft geen zin je af te vragen 'wat als' = As es kat een koei was konne we ze melleke bej de stoof (Essens)


39 vertalingen voor het Nederlandse woord `vragen`

  1. vragen = anvroangn (Vechtdals)
  2. vragen = frage (Westfries)
  3. vragen = freagje (Fries)
  4. vragen = roepen (Koersels)
  5. vragen = vrage (Bergs)
  6. vragen = vraoge (Bredaas)
  7. vragen = vraoge (Barghs)
  8. vragen = vraoge (Kanners)
  9. vragen = vraogen (Budels)
  10. vragen = vraogen (Lunters)
  11. vragen = vraugen (Opwijks)
  12. vragen = vraog'n (Klazienaveens)
  13. vragen = vroage (Heerlens)
  14. vragen = vroage (Renkums)
  15. vragen = vroare (Kerkraads)
  16. vragen = vroëge (Bilzers)
  17. vragen = vroegen (Ronsisch)
  18. vragen = vroge (Kanners)
  19. vragen = vrwogge (Hoeselts)
  20. vragen = skoien (Boekels)
  21. vragen = vraoge (Venloos)
  22. vragen = vraoge (Nieuw-vossemeers)
  23. vragen = vraoge (Kinroois)
  24. vragen = vraogen (Achterhoeks)
  25. vragen = vroa'n (Eekloos)
  26. vragen = vroag'n (Westerkwartiers)
  27. Vragen = Vroage (Zurriks)
  28. vragen = vroagen (Epers)
  29. vragen = vroagen (Sevenums)
  30. vragen = vroagen (Brabants)
  31. vragen = vroagen (Sint-Niklaas)
  32. vragen = vroagu (Brakels (gld))
  33. vragen = vroan (Evergems)
  34. vragen = vrogge (o langgerekt als in kleur 'roze') in verleden tijd: gevorgge. (Waalwijks)
  35. vragen = vrui'en (Lochristis)
  36. Vragen = Vroge (Spalbeeks)
  37. vragen = vroggë (Millers)
  38. vragen = vrooge (vroog, vriehgs, vriehgt vroehg gevroogd) (Genks)
  39. Vragen = Vraogen (Hoogeveens)