Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 45 dialectwoorden voor `begrijpen`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : braambes (50x) : rijkswachter (36x) : wel (28x) : dronkaard (54x) : scheef (80x) : geboren (21x) : mens (83x) : vod (50x) : spiegelei (66x) : doorgaan (30x)



47 vertalingen voor het Nederlandse woord `begrijpen`

  1. Begrijpen = bin (Limburgs)
  2. begrijpen = begriepe (Wells)
  3. begrijpen = begriep'm (Westerkwartiers)
  4. begrijpen = begriepe (Texels)
  5. begrijpen = begriepe (Venloos)
  6. begrijpen = begriëpe (Blericks)
  7. begrijpen = begriepe (Lanakens)
  8. begrijpen = begriêpen (Budels)
  9. begrijpen = begroipe (Westfries)
  10. begrijpen = begruup'n (Axels)
  11. begrijpen = bejriefe (Kerkraads)
  12. begrijpen = kneisen (Amsterdams)
  13. begrijpen = verstaan (Hulsters (NL))
  14. begrijpen = verstaon (Roosendaals)
  15. Begrijpen = Begriepe (Zurriks)
  16. begrijpen = begriepe (Flakkees)
  17. Begrijpen = Begaffelen (Haags)
  18. begrijpen = begriepen (Lunters)
  19. begrijpen = verston (Bilzers)
  20. begrijpen = verstoan (Sint-Niklaas)
  21. begrijpen = begraape (Berlaars)
  22. begrijpen = begriep'm (Lutters)
  23. begrijpen = t dür hebbe (Bilzers)
  24. begrijpen = snappe (Munsterbilzen - Minsters)
  25. begrijpen = begriepe (Opglabbeeks)
  26. begrijpen = begriepe (Kinroois)
  27. begrijpen = begriêpe (Kanners)
  28. begrijpen = begrèèpe, (tt begrèpt, vt begrêep) (Tilburgs)
  29. Begrijpen = Knijzen (Bargoens)
  30. begrijpen = deeëmmen (Lebbeeks)
  31. begrijpen = deur hemm'm (Westerkwartiers)
  32. begrijpen = vatt'n (Westerkwartiers)
  33. begrijpen = sjnappe, begriépe (nijswillers)
  34. begrijpen = vurstaon (Waalwijks)
  35. Begrijpen = Begriepen (Hoogeveens)
  36. begrijpen = sjnappe (Hulsbergs)
  37. Begrijpen = Begriep'n snapp,n (Hierdens)
  38. begrijpen = bëgraipë (Millers)
  39. begrijpen = verstoan (Bambrugs)
  40. begrijpen = begrijpe: begrijp, begrips, begript begrieëp begrieëpe (Genker)
  41. begrijpen = verstoan (Kaprijks)
  42. begrijpen = verstoan (Wichels)
  43. begrijpen = verstaon (Kortemarks)
  44. begrijpen = vast-ên [vast hebben] (Kaprijks)
  45. Begrijpen = Begrypen (Nedersaksisch (NSS))
  46. begrijpen = begriepe (ww) begraep - begraepe (Heitsers)
  47. begrijpen = begriepe (Tegels)