Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 61 dialectwoorden voor `kapot maken`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : wel (28x) : kaakslag (26x) : kort (30x) : kuisen (21x) : liggen (44x) : touwtje (33x) : sinds (24x) : huisje (35x) : veel drinken (27x) : jaloers (50x)



50 vertalingen voor het Nederlandse woord `kapot maken`

  1. kapot maken = verdestruweren (West-Vlaams)
  2. kapot maken = verdestruweren (Geluws)
  3. kapot maken = verennewère, vertestewère (Zichers)
  4. kapot maken = verdemmeleeren, verbasterdeeren (Giesbaargs)
  5. kapot maken = verékke (Geuls)
  6. kapot maken = verinnewere (Ouddorps)
  7. kapot maken = verinneweren (Budels)
  8. kapot maken = verinneweren (Lanakens)
  9. kapot maken = verschendelesieren (Groesbeeks)
  10. kapot maken = verballemontere (Oudenbosch)
  11. kapot maken = verdestreweren (Waregems)
  12. kapot maken = verdestrueer'n (Wevelgems)
  13. kapot maken = verinnewere (Steenbergs)
  14. kapot maken = verkammezaole (Genneps)
  15. kapot maken = vermuibele (Susters)
  16. kapot maken = verrenewéérn (Zeeuws)
  17. kapot maken = verdemmelieren, na de klwootn elpn (Kortrijks)
  18. kapot maken = verinneweren (Katwijks)
  19. kapot maken = brekken, verrommenieren, vernaggelen (Achterhoeks)
  20. kapot maken = verdistruweire (leuvens)
  21. kapot maken = verdestruweren (Veurns)
  22. kapot maken = mismieesteren (Erps)
  23. kapot maken = verrinewere (Bosch)
  24. kapot maken = verinnewere (Roosendaals)
  25. kapot maken = mollûh (Haags)
  26. kapot maken = verrinneweren (Tilburgs)
  27. kapot maken = rieneweren (Zeeuws)
  28. kapot maken = verranuëren (Heerlens)
  29. kapot maken = mollen (Maas en waals)
  30. kapot maken = noa de wuppe èlpn (Izegems)
  31. kapot maken = verrinneweren (Zunderts)
  32. kapot maken = verhepsele (Bilzers)
  33. kapot maken = verrinnewere (Zeeuws)
  34. Kapot maken = Verenueren (Noorderkempisch)
  35. Kapot maken = Verdeisseleweer'n (Hansbeeks)
  36. kapot maken = poepeloere (West-vlaams)
  37. kapot maken = verhaspele (Munsterbilzen - Minsters)
  38. Kapot maken = verningelizjeren (Teralfens)
  39. kapot maken = (ver-) massekriëre (Munsterbilzen - Minsters)
  40. kapot maken = verdestleweren (Maldegems)
  41. kapot maken = te kandjèle gaun (Maldegems)
  42. kapot maken = verrèkke (Kanners)
  43. kapot maken = verinneweren (Hoogstraats)
  44. kapot maken = verrinnewere (Weerts)
  45. kapot maken = verreineweren (Sint-Laureins)
  46. kapot maken = verrinneweren (Nieuwkuijks)
  47. kapot maken = verkamezeule (Horster)
  48. kapot maken = moeren (Bargoens)
  49. kapot maken = verineweren (Veussels)
  50. kapot maken = grutte meaken (Zeeuws)