Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 51 dialectwoorden voor `groeien`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : gaan (142x) : jongetje (98x) : pannenkoek (54x) : portie (37x) : schapen (36x) : paardenbloem (178x) : vent (26x) : bloedworst (94x) : muur (51x) : volgens (32x)



50 vertalingen voor het Nederlandse woord `groeien`

  1. groeien = Gruien (Drents)
  2. groeien = gedieën (Kortemarks)
  3. groeien = greuje (Tegels)
  4. groeien = greuje (Mestreechs)
  5. groeien = greuje (Venloos)
  6. groeien = gruien (Overpelts)
  7. groeien = wasse (Bilzers)
  8. groeien = gedaaie (Antwerps)
  9. groeien = greujen (Opheusdens)
  10. groeien = gruije (Sittards)
  11. groeien = grûyen (Sevenums)
  12. Groeien = greuje (Lanakens)
  13. groeien = greuje (Budels)
  14. groeien = uitlope (Oudenbosch)
  15. groeien = goed tiere (Oudenbosch)
  16. groeien = grui-je (Heerlens)
  17. groeien = wase (Hoeselts)
  18. groeien = grujje (Kinroois)
  19. groeien = greujen, greujun (Lunters)
  20. groeien = groûn (Sint-Niklaas)
  21. groeien = Zich sjikke (wijlres)
  22. groeien = grije (Genker)
  23. groeien = wasse (wachsen) (Munsterbilzen - Minsters)
  24. groeien = gruije (Wells)
  25. groeien = gruije / wasse (Wells)
  26. groeien = waase, jruie (Kerkraads)
  27. groeien = waase (Kerkraads)
  28. groeien = greuje, wasse (Kanners)
  29. groeien = greuje (Kanners)
  30. groeien = greui'n (Vechtdals)
  31. groeien = gruuju (Brakels (gld))
  32. groeien = wasse (Munsterbilzen - Minsters)
  33. Groeien = Gräöje (Liemers)
  34. groeien = greui'n, grui'n, gr (Vechtdals)
  35. groeien = wass'n (Twents)
  36. groeien = wasse (Stals)
  37. groeien = wasse (Heppens)
  38. groeien = wasse (da buem'eje zal dao mujelek kunne wasse) (Oosthams)
  39. groeien = wasse (Oosthams)
  40. groeien = wasse (da bumke zal 't doo kood hamme vur te wasse) (Beverloos)
  41. groeien = wazz'n (Westerkwartiers)
  42. groeien = waáse (Nijswillers)
  43. groeien = groejn (Waregems)
  44. groeien = gruuien (Kampers)
  45. groeien = groën (Wichels)
  46. groeien = groeën (Wichels)
  47. Groeien = Wasse (Spalbeeks)
  48. groeien = wasse (Hunsels)
  49. groeien = wasse (Sjeeter plat)
  50. groeien = gruje (Brechts)